Omgevingsrecht
milieu
samenvatting
Week 1: algemene inleiding en kenmerken van
de omgevingsvergunning
Hoofdstuk 1 , § 1 ,2, 3 en 4
Hoofdstuk 6 , § 3
Hoorcollege
Omgevingsrecht: het recht dat betrekking heeft op de ordening & bescherming van de
fysieke leefomgeving
Fysieke leefomgeving: de leefomgeving van de mens, waar je werkt en woont en ook de
natuur zit hierbij inbegrepen. Hierbinnen zitten een paar functies: economisch, landbouw,
veilig en gezond wonen en natuur.
Problemen kunnen op 2 manieren opgelost worden:
1. Bescherming: wordt gegarandeerd door het stellen van regels
2. Ordening: we creëren afstand tussen de functies, zodat burgers er geen last van hebben
Omgevingsvergunning
In art. 2.1 jo 2.2 Wabo staat voor welke activiteiten je verplicht een vergunning moet aanvragen
Verschil: bij 2.1 heb je sowieso een vergunning nodig en bij 2.2 alleen wanneer dat in een lokale
verordening wordt vereist
Vergunningvrij: art. 2.1 lid 3 Wabo
Procedure omgevingsvergunning
(blauw is afwijkend)
Reguliere procedure art. 3.7 t/m 3.9 Wabo Uitgebreide procedure (uov) art. 3.10 Wabo
Termijn: 8 weken art. 3.9 Wabo Termijn: 6 maanden art. 3:18 Awb
Ontvangst aanvraag Ontvangst aanvraag
Kennisgeving van aanvraag moet gepubliceerd Terinzagelegging ontwerpbesluit en
worden op website/huis-aan-huisblad kennisgeving
Horen belanghebbenden en adviezen Zienswijzen
Bekendmaking en inwerkingtreding Bekendmaking en inwerkingtreding
Belangrijk verschil: bij de reguliere procedure geldt de lex silencio positivo als het bestuursorgaan
niet/te laat reageert gaat de vergunning van rechtswege in (fatale termijn)
, Uitzondering op één geïntegreerde vergunning
De aanvrager bepaalt in principe wat hij wanneer aanvraagt, maar sommige activiteiten moeten
samen aangevraagd worden onlosmakelijkheid
Je moet alle onlosmakelijke activiteiten samen aanvragen. Wanneer is daar sprake van? Als alle
activiteiten samen zien op één feitelijke handeling
Voorbeeld: eigenaar wil kasteel uitbreiden, daar heeft hij 2 toestemmingen voor nodig. Namelijk
bouwen en wijzigen monument. Dit zijn in dit geval onlosmakelijke activiteiten (door jurisprudentie
bepaald)
Voorbeeld 2: het bouwen van een uitrit en het kappen van een boom. Dit zijn géén onlosmakelijke
activiteiten, ze zijn alleen op dezelfde plek
Uitzondering: er is maar één uitzondering hierop. Namelijk een bouwvergunning voor het bouwen
van een stal. Maar in de boerderij gaat de boer dieren houden: vergunning voor nodig (milieu). De
vraag is nu: zijn deze activiteiten onlosmakelijk verbonden? Het antwoord is ja! Maar dat is vreemd,
want er zijn twee activiteiten. Regel: als je twee feitelijke handelingen hebt; de afdeling
bestuursrechtspraak RvS: je kunt geen gebruik maken van de stal, als je ook de dieren niet kunt
houden. Hierdoor zijn het twee onlosmakelijke activiteiten. Dit is de enige uitzondering.
Uitzondering 1: deelvergunning art. 2.7 Wabo
= vergunningen voor afzonderlijke activiteiten. Voordeel: bij een geïntegreerde vergunning loop je
risico dat je aanvraag sneller afgewezen wordt. Als één van de aangevraagde activiteiten in strijd is
met de wet of in ieder geval niet toegekend wordt, wordt de hele aanvraag afgewezen
Uitzondering 2: gefaseerde vergunning art. 2.5 Wabo
- Fase 1: 6 maanden
- Fase 2: 8 weken
In totaal dus 8 maanden. Dit is een erg lange periode en dat is meteen het grootste nadeel
aan deze vergunning. Dus je vraagt dit alleen aan wanneer je heel erg gehinderd wordt bij
het apart aanvragen
Je vraagt eerst de ene toestemming in fase 1 en als dat mag kun je bv. de bouwvergunning
aanvragen in fase 2. Anders ga je al onnodige kosten maken, bv. voor een architect.
Uiteindelijk bestaat er één omgevingsvergunning voor beide activiteiten
Voorbeeld: fase 1 vragen of je de dieren überhaupt mag houden. Als dit mag ga je door naar fase 2
een bouwvergunning aanvragen
Werkcollege
Beginselen van omgevingsrecht
Beginsel van voorzorg: men moet niet wachten met het nemen van maatregelen ter
bescherming van milieu/natuur tot de gevolgen van bepaalde handelingen volstrekt duidelijk
zijn
Beginsel van preventie: wanneer er maatregelen genomen worden, moeten ze in eerste
instantie gericht zijn op het voorkomen van het verontreinigen van het milieu of de natuur
en niet op het herstellen daarvan
Beginsel van bestrijding aan de bron: milieubeschermende maatregelen kunnen het beste
worden gericht op de bron van de verontreiniging i.p.v. op de ontvanger ervan
Beginsel de vervuiler betaalt: de vervuiler is verantwoordelijk voor de koste die gemoeid zijn
met het voorkomen/beperken van de door hem veroorzaakte verontreiniging
Stand-still beginsel: als de feitelijk bestaande omgevingskwaliteit beter is dan de
omgevingskwaliteit die wordt voorgeschreven, geldt de bestaande als norm
milieu
samenvatting
Week 1: algemene inleiding en kenmerken van
de omgevingsvergunning
Hoofdstuk 1 , § 1 ,2, 3 en 4
Hoofdstuk 6 , § 3
Hoorcollege
Omgevingsrecht: het recht dat betrekking heeft op de ordening & bescherming van de
fysieke leefomgeving
Fysieke leefomgeving: de leefomgeving van de mens, waar je werkt en woont en ook de
natuur zit hierbij inbegrepen. Hierbinnen zitten een paar functies: economisch, landbouw,
veilig en gezond wonen en natuur.
Problemen kunnen op 2 manieren opgelost worden:
1. Bescherming: wordt gegarandeerd door het stellen van regels
2. Ordening: we creëren afstand tussen de functies, zodat burgers er geen last van hebben
Omgevingsvergunning
In art. 2.1 jo 2.2 Wabo staat voor welke activiteiten je verplicht een vergunning moet aanvragen
Verschil: bij 2.1 heb je sowieso een vergunning nodig en bij 2.2 alleen wanneer dat in een lokale
verordening wordt vereist
Vergunningvrij: art. 2.1 lid 3 Wabo
Procedure omgevingsvergunning
(blauw is afwijkend)
Reguliere procedure art. 3.7 t/m 3.9 Wabo Uitgebreide procedure (uov) art. 3.10 Wabo
Termijn: 8 weken art. 3.9 Wabo Termijn: 6 maanden art. 3:18 Awb
Ontvangst aanvraag Ontvangst aanvraag
Kennisgeving van aanvraag moet gepubliceerd Terinzagelegging ontwerpbesluit en
worden op website/huis-aan-huisblad kennisgeving
Horen belanghebbenden en adviezen Zienswijzen
Bekendmaking en inwerkingtreding Bekendmaking en inwerkingtreding
Belangrijk verschil: bij de reguliere procedure geldt de lex silencio positivo als het bestuursorgaan
niet/te laat reageert gaat de vergunning van rechtswege in (fatale termijn)
, Uitzondering op één geïntegreerde vergunning
De aanvrager bepaalt in principe wat hij wanneer aanvraagt, maar sommige activiteiten moeten
samen aangevraagd worden onlosmakelijkheid
Je moet alle onlosmakelijke activiteiten samen aanvragen. Wanneer is daar sprake van? Als alle
activiteiten samen zien op één feitelijke handeling
Voorbeeld: eigenaar wil kasteel uitbreiden, daar heeft hij 2 toestemmingen voor nodig. Namelijk
bouwen en wijzigen monument. Dit zijn in dit geval onlosmakelijke activiteiten (door jurisprudentie
bepaald)
Voorbeeld 2: het bouwen van een uitrit en het kappen van een boom. Dit zijn géén onlosmakelijke
activiteiten, ze zijn alleen op dezelfde plek
Uitzondering: er is maar één uitzondering hierop. Namelijk een bouwvergunning voor het bouwen
van een stal. Maar in de boerderij gaat de boer dieren houden: vergunning voor nodig (milieu). De
vraag is nu: zijn deze activiteiten onlosmakelijk verbonden? Het antwoord is ja! Maar dat is vreemd,
want er zijn twee activiteiten. Regel: als je twee feitelijke handelingen hebt; de afdeling
bestuursrechtspraak RvS: je kunt geen gebruik maken van de stal, als je ook de dieren niet kunt
houden. Hierdoor zijn het twee onlosmakelijke activiteiten. Dit is de enige uitzondering.
Uitzondering 1: deelvergunning art. 2.7 Wabo
= vergunningen voor afzonderlijke activiteiten. Voordeel: bij een geïntegreerde vergunning loop je
risico dat je aanvraag sneller afgewezen wordt. Als één van de aangevraagde activiteiten in strijd is
met de wet of in ieder geval niet toegekend wordt, wordt de hele aanvraag afgewezen
Uitzondering 2: gefaseerde vergunning art. 2.5 Wabo
- Fase 1: 6 maanden
- Fase 2: 8 weken
In totaal dus 8 maanden. Dit is een erg lange periode en dat is meteen het grootste nadeel
aan deze vergunning. Dus je vraagt dit alleen aan wanneer je heel erg gehinderd wordt bij
het apart aanvragen
Je vraagt eerst de ene toestemming in fase 1 en als dat mag kun je bv. de bouwvergunning
aanvragen in fase 2. Anders ga je al onnodige kosten maken, bv. voor een architect.
Uiteindelijk bestaat er één omgevingsvergunning voor beide activiteiten
Voorbeeld: fase 1 vragen of je de dieren überhaupt mag houden. Als dit mag ga je door naar fase 2
een bouwvergunning aanvragen
Werkcollege
Beginselen van omgevingsrecht
Beginsel van voorzorg: men moet niet wachten met het nemen van maatregelen ter
bescherming van milieu/natuur tot de gevolgen van bepaalde handelingen volstrekt duidelijk
zijn
Beginsel van preventie: wanneer er maatregelen genomen worden, moeten ze in eerste
instantie gericht zijn op het voorkomen van het verontreinigen van het milieu of de natuur
en niet op het herstellen daarvan
Beginsel van bestrijding aan de bron: milieubeschermende maatregelen kunnen het beste
worden gericht op de bron van de verontreiniging i.p.v. op de ontvanger ervan
Beginsel de vervuiler betaalt: de vervuiler is verantwoordelijk voor de koste die gemoeid zijn
met het voorkomen/beperken van de door hem veroorzaakte verontreiniging
Stand-still beginsel: als de feitelijk bestaande omgevingskwaliteit beter is dan de
omgevingskwaliteit die wordt voorgeschreven, geldt de bestaande als norm