BEGRIPPENLIJST ECONOMIE B
PUBLIEKE ECONOMIE
H19. Externe effecten
Externe effecten of Kosten of opbrengsten als gevolgd van een markttransactie die ten laste vallen of
externaliteiten ten goede komen aan een derde partij die niet rechtstreeks bij de transactie
betrokken is en ook niets ontvangt of betaalt ter compensatie. Bij kosten spreken
we van negatieve externe effecten of externaliteiten, bij opbrengsten spreken we
van positieve externe effecten of externaliteiten. Koper noch verkoper heeft de
intentie om externaliteiten te veroorzaken.
Marktfalen Marktfalen of marktinefficiëntie verwijst naar een allocatie van middelen in de
vrije markt die de maatschappelijke welvaart niet maximaliseert.
Pigouviaanse belasting Een belasting die overeenstemt met de negatieve externaliteit van een bepaald
product, waardoor het marktevenwicht op het maatschappelijk wenselijk punt
komt te liggen en het marktfalen wordt opgelost.
Emissierecht het recht om een bepaalde hoeveelheid pollutie in de omgeving te brengen, en
vooral ook het verbod om meer pollutie in de omgeving te brengen dan
toegestaan door het emissierecht. Het is daarom, ondanks de naam, vooral een
hoeveelheidsbeperking.
Patent (of octrooi) Een onderneming of individu die een uitvinding heeft gedaan, kan een
intellectueel eigendomsrecht of patent (octrooi) aanvragen. Het patent (octrooi)
geeft de houder gedurende een aantal jaren het alleenrecht om de uitvinden te
exploiteren. Als tegenprestatie wordt de patentinformatie publiek gemaakt, zodat
het globale kennisniveau toeneemt.
Coase-theorema Particuliere economische agenten kunnen het probleem van externe effecten
onderling oplossen en daarbij de welvaart verhogen op de volgende
voorwaarden:
1. De eigendomsrechten zijn goed omschreven
2. Er kan onderhandeld worden zonder transactiekosten
3. De schade veroorzaakt door de externe effecten en de waarde van de
transactie is meetbaar
4. Het aantal betrokken partijen is beperkt
Internaliteiten Wanneer de actie van een individu onbedoelde gevolgen hebben op het individu
zelf, maar op een later tijdstip.
Meritegoederen of Goed met positieve internaliteit. (sporten)
verdienstegoederen
Demeritegoederen of Goed met negatieve internaliteit. (roken)
onverdienstegoederen
H20. Publieke goederen en gemeenschappelijke bronnen
Rivaliteit Een goed is rivaal wanneer de consumptie van de ene consument de consumptie
van de andere consument vermindert.
Exclusiviteit (uitsluitbaar) Een goed is exclusief (uitsluitbaar) wanneer een consument kan worden
uitgesloten van de consumptie ervan.
Publieke goederen Wanneer het goed niet-rivaal en niet-exclusief is. Deze goederen lijken vaak gratis
te zijn, maar zijn het niet.
Vrijbuiter of free rider Iemand die niet betaalt voor een goed waar zij/hij wel van geniet.
Vrijbuiterprobleem Het doet zich voor wanneer diegene die baat hebben bij een goed of dienst, er
niet voor betalen, wat resulteert in een lager dan wenselijke voorzienig van dit
goed of deze dienst. Het vrijbuiterprobleem leidt dus tot marktfaling.
PUBLIEKE ECONOMIE
H19. Externe effecten
Externe effecten of Kosten of opbrengsten als gevolgd van een markttransactie die ten laste vallen of
externaliteiten ten goede komen aan een derde partij die niet rechtstreeks bij de transactie
betrokken is en ook niets ontvangt of betaalt ter compensatie. Bij kosten spreken
we van negatieve externe effecten of externaliteiten, bij opbrengsten spreken we
van positieve externe effecten of externaliteiten. Koper noch verkoper heeft de
intentie om externaliteiten te veroorzaken.
Marktfalen Marktfalen of marktinefficiëntie verwijst naar een allocatie van middelen in de
vrije markt die de maatschappelijke welvaart niet maximaliseert.
Pigouviaanse belasting Een belasting die overeenstemt met de negatieve externaliteit van een bepaald
product, waardoor het marktevenwicht op het maatschappelijk wenselijk punt
komt te liggen en het marktfalen wordt opgelost.
Emissierecht het recht om een bepaalde hoeveelheid pollutie in de omgeving te brengen, en
vooral ook het verbod om meer pollutie in de omgeving te brengen dan
toegestaan door het emissierecht. Het is daarom, ondanks de naam, vooral een
hoeveelheidsbeperking.
Patent (of octrooi) Een onderneming of individu die een uitvinding heeft gedaan, kan een
intellectueel eigendomsrecht of patent (octrooi) aanvragen. Het patent (octrooi)
geeft de houder gedurende een aantal jaren het alleenrecht om de uitvinden te
exploiteren. Als tegenprestatie wordt de patentinformatie publiek gemaakt, zodat
het globale kennisniveau toeneemt.
Coase-theorema Particuliere economische agenten kunnen het probleem van externe effecten
onderling oplossen en daarbij de welvaart verhogen op de volgende
voorwaarden:
1. De eigendomsrechten zijn goed omschreven
2. Er kan onderhandeld worden zonder transactiekosten
3. De schade veroorzaakt door de externe effecten en de waarde van de
transactie is meetbaar
4. Het aantal betrokken partijen is beperkt
Internaliteiten Wanneer de actie van een individu onbedoelde gevolgen hebben op het individu
zelf, maar op een later tijdstip.
Meritegoederen of Goed met positieve internaliteit. (sporten)
verdienstegoederen
Demeritegoederen of Goed met negatieve internaliteit. (roken)
onverdienstegoederen
H20. Publieke goederen en gemeenschappelijke bronnen
Rivaliteit Een goed is rivaal wanneer de consumptie van de ene consument de consumptie
van de andere consument vermindert.
Exclusiviteit (uitsluitbaar) Een goed is exclusief (uitsluitbaar) wanneer een consument kan worden
uitgesloten van de consumptie ervan.
Publieke goederen Wanneer het goed niet-rivaal en niet-exclusief is. Deze goederen lijken vaak gratis
te zijn, maar zijn het niet.
Vrijbuiter of free rider Iemand die niet betaalt voor een goed waar zij/hij wel van geniet.
Vrijbuiterprobleem Het doet zich voor wanneer diegene die baat hebben bij een goed of dienst, er
niet voor betalen, wat resulteert in een lager dan wenselijke voorzienig van dit
goed of deze dienst. Het vrijbuiterprobleem leidt dus tot marktfaling.