Systeemdenken
Systeemdenken
1. Inleiding
- Systemen
= netwerken van relaties, waarbij de systeemleden een gezamenlijk
doel
hebben. Het systeem creëert specifieke interacties, omgangsvormen,
communicatiepatronen, regels,…
Een typische samenhang die ervoor zorgt dat men het
gemeenschappelijk doel kan bereiken en/of bepaalde situaties in
stand kan houden
Sterke emotionele betrokkenheid die een gevolg is van deze
typische samenhang
In elk systeem waar we deel van uitmaken, laten we bepaald gedrag
zien en dit gedrag kan verschillen afhankelijk van het systeem waar we
ons in bevinden
Paradigma shift: van een persoonsgericht paradigma naar een
wisselingswerkingsgericht paradigma
~ Het persoonsgerichte paradigma: moeilijkheden als een
gevolg van het niet goed functioneren van de persoon.
~ Het wisselingswerkingsgericht paradigma: de beïnvloeding
tussen mensen centraal in het uitleggen van moeilijkheden
- Suprasystemen
= elk systeem maakt deel uit van een groter
geheel
- Subsysteem
= ‘subgroepjes’ binnen je systeem
- Open systemen
= Wanneer er bij systemen sprake is van
een wisselwerking met de omgeving
(informatie instroom vanuit buitensystemen)
2. Organisatie van het system
3.1Totaliteit
Mertens en Vandebroek (1993): een systeem = samenhangend en
ondeelbaar geheel van elementen en hun onderlinge relaties. Dit
betekent dat het gedrag van een individu binnen een systeem alleen kan
worden begrepen in de context van de interacties en samenhang van dat
systeem. Dit leidt ons naar twee principes binnen het idee van een
systeem:
1. Het principe van niet-optelbaarheid = een systeem is geen optelsom
van de afzonderlijke delen, maar het gedrag dat iemand laat zien
kunnen we maar begrijpen vanuit de aard van samenhang van het
systeem
, Het gedrag dat iemand vertoont kan alleen worden begrepen
als een gevolg van de onderlinge verbanden binnen het
systeem
Regels die het systeem structureren zijn vaak impliciet en niet
altijd duidelijk gecommuniceerd
Onuitgesproken regels of overtuigingen bepalen de
omgangsvormen binnen het systeem en vormen het
gedragspatroon van de leden
- Systeemregels
Zijn vaak van een ‘meta-orde’ (onuitgesproken en door het
systeem zelf gecreëerd)
Impliciete regels: overtuigingen, idealen en veronderstellingen
Bepalen hoe de leden van het systeem met elkaar omgaan en
hoe het systeem omgaat met externe systemen
Zorgt voor bepaalde gedragspatronen die specifiek zijn voor dat
systeem
- Evenwicht en rigiditeit in systeemregels
Systeemregels kunnen bijdragen aan het evenwicht en de
stabiliteit van het systeem
Wanneer deze regels te rigide of dwingend worden
veranderen in "mythes" die het functioneren van het systeem
verstarren en belemmeren
Dit kan leiden tot ongezonde interactiepatronen binnen het
systeem
2. Het principe van niet-éénzijdigheid = er is geen sprake van een
eenzijdige oorzaak-gevolgrelatie binnen een systeem.
In plaats van te zeggen dat 'A de oorzaak is van B', wordt er in
een systeem gekeken naar de wederzijdse en gelijktijdige
beïnvloeding tussen alle elementen = circulariteit
- Toepassing voor de orthopedagogische begeleider
Belangrijk om gedrag, vooral symptoomgedrag, te bekijken
vanuit een systemisch perspectief
Onderzoekt welke circulaire invloeden binnen het systeem
bijdragen aan het ontstaan of in stand houden van dit gedrag
Helpt bij het begrijpen hoe het systeem is georganiseerd en hoe
de onderlinge samenhang mogelijk dit gedrag veroorzaakt of
versterkt
- Verandering binnen het systeem
Het totaliteitsbeginsel stelt dat een verandering in één deel van
het systeem onvermijdelijk veranderingen zal teweegbrengen in
de andere delen van het systeem
Interventies die gericht zijn op het veranderen van een specifiek
gedrag of deel binnen een systeem, uiteindelijk invloed zullen
hebben op het hele systeem
- Samenvattend beschrijft de tekst hoe een systeem functioneert als
een geheel, waarin de relaties en regels onderling gedrag bepalen,
en hoe wederzijdse beïnvloeding een cruciaal onderdeel is van het
begrijpen van gedrag binnen dat systeem. Voor een
, orthopedagogisch begeleider is het belangrijk om symptoomgedrag
binnen deze systemische samenhang te analyseren en te begrijpen.
3.2Homeostase en systeemfeedback
= hoe systemen zichzelf organiseren en hun evenwicht bewaren of
herstellen door middel van feedbackmechanismen
- Zelforganisatie en Evenwicht van Systemen
Elk systeem ontwikkelt een zelfgecreëerde organisatie, die
zichtbaar wordt in het gedrag en de interacties van de leden (de
buitenkant van het systeem)
Dit gedrag vertelt iets over de onderliggende systeemregels (de
binnenkant), wat betekent dat een systeem een zelfregulerend
vermogen heeft
Dit vermogen helpt het systeem om een evenwicht of
homeostase te bereiken
Wanneer er veranderingen optreden binnen of buiten het
systeem, reageren de leden op manieren die erop gericht zijn
het evenwicht te behouden of te herstellen
- Systeemfeedback: Positief en Negatief
Het concept van systeemfeedback speelt een centrale rol in hoe
een systeem omgaat met veranderingen. Dit kan zowel positief als
negatief zijn, zonder een morele betekenis eraan te geven. Het gaat
erom hoe het systeem omgaat met de veranderingen om het
evenwicht te handhaven of aan te passen.
Positieve systeemfeedback:
Nieuwe informatie die het systeem binnenkomt of een ander
gedrag dat één of meerdere systeemleden stellen, wordt
aanvaard en geïntegreerd om zo tot een nieuw evenwicht te
komen.
Tijdelijk verlies van stabiliteit en evenwicht, want systeemregels
en gewoonten van het systeem worden aangepast als reactie op
de informatie die binnenstroomt.
Negatieve systeemfeedback:
Nieuwe informatie die het systeem binnenkomt wordt geweerd
of genegeerd om zo het bestaande evenwicht te behouden.
Behoudt van het bestaande evenwicht of herstel naar het
bestaande evenwicht, want er volgen ‘sancties’ wanneer je de
systeemregels overtreedt of gewoonten doorbreekt.
- Meegroeiend Evenwicht / Kalibrering = Wanneer een systeem zich
kan afstemmen aan een nieuwe realiteit zonder het evenwicht te
verliezen
- Behoudend Evenwicht en Kristallisatie
Een systeem kan niet voortdurend zijn organisatie aanpassen
aan elke nieuwe informatie die binnenkomt
Soms negatieve systeemfeedback noodzakelijk om gewoonten
en regels te beschermen of te herstellen
Systeem blijft vasthouden aan bepaalde patronen om stabiliteit
te waarborgen
- Vastlopen en Pathologie
Systeemdenken
1. Inleiding
- Systemen
= netwerken van relaties, waarbij de systeemleden een gezamenlijk
doel
hebben. Het systeem creëert specifieke interacties, omgangsvormen,
communicatiepatronen, regels,…
Een typische samenhang die ervoor zorgt dat men het
gemeenschappelijk doel kan bereiken en/of bepaalde situaties in
stand kan houden
Sterke emotionele betrokkenheid die een gevolg is van deze
typische samenhang
In elk systeem waar we deel van uitmaken, laten we bepaald gedrag
zien en dit gedrag kan verschillen afhankelijk van het systeem waar we
ons in bevinden
Paradigma shift: van een persoonsgericht paradigma naar een
wisselingswerkingsgericht paradigma
~ Het persoonsgerichte paradigma: moeilijkheden als een
gevolg van het niet goed functioneren van de persoon.
~ Het wisselingswerkingsgericht paradigma: de beïnvloeding
tussen mensen centraal in het uitleggen van moeilijkheden
- Suprasystemen
= elk systeem maakt deel uit van een groter
geheel
- Subsysteem
= ‘subgroepjes’ binnen je systeem
- Open systemen
= Wanneer er bij systemen sprake is van
een wisselwerking met de omgeving
(informatie instroom vanuit buitensystemen)
2. Organisatie van het system
3.1Totaliteit
Mertens en Vandebroek (1993): een systeem = samenhangend en
ondeelbaar geheel van elementen en hun onderlinge relaties. Dit
betekent dat het gedrag van een individu binnen een systeem alleen kan
worden begrepen in de context van de interacties en samenhang van dat
systeem. Dit leidt ons naar twee principes binnen het idee van een
systeem:
1. Het principe van niet-optelbaarheid = een systeem is geen optelsom
van de afzonderlijke delen, maar het gedrag dat iemand laat zien
kunnen we maar begrijpen vanuit de aard van samenhang van het
systeem
, Het gedrag dat iemand vertoont kan alleen worden begrepen
als een gevolg van de onderlinge verbanden binnen het
systeem
Regels die het systeem structureren zijn vaak impliciet en niet
altijd duidelijk gecommuniceerd
Onuitgesproken regels of overtuigingen bepalen de
omgangsvormen binnen het systeem en vormen het
gedragspatroon van de leden
- Systeemregels
Zijn vaak van een ‘meta-orde’ (onuitgesproken en door het
systeem zelf gecreëerd)
Impliciete regels: overtuigingen, idealen en veronderstellingen
Bepalen hoe de leden van het systeem met elkaar omgaan en
hoe het systeem omgaat met externe systemen
Zorgt voor bepaalde gedragspatronen die specifiek zijn voor dat
systeem
- Evenwicht en rigiditeit in systeemregels
Systeemregels kunnen bijdragen aan het evenwicht en de
stabiliteit van het systeem
Wanneer deze regels te rigide of dwingend worden
veranderen in "mythes" die het functioneren van het systeem
verstarren en belemmeren
Dit kan leiden tot ongezonde interactiepatronen binnen het
systeem
2. Het principe van niet-éénzijdigheid = er is geen sprake van een
eenzijdige oorzaak-gevolgrelatie binnen een systeem.
In plaats van te zeggen dat 'A de oorzaak is van B', wordt er in
een systeem gekeken naar de wederzijdse en gelijktijdige
beïnvloeding tussen alle elementen = circulariteit
- Toepassing voor de orthopedagogische begeleider
Belangrijk om gedrag, vooral symptoomgedrag, te bekijken
vanuit een systemisch perspectief
Onderzoekt welke circulaire invloeden binnen het systeem
bijdragen aan het ontstaan of in stand houden van dit gedrag
Helpt bij het begrijpen hoe het systeem is georganiseerd en hoe
de onderlinge samenhang mogelijk dit gedrag veroorzaakt of
versterkt
- Verandering binnen het systeem
Het totaliteitsbeginsel stelt dat een verandering in één deel van
het systeem onvermijdelijk veranderingen zal teweegbrengen in
de andere delen van het systeem
Interventies die gericht zijn op het veranderen van een specifiek
gedrag of deel binnen een systeem, uiteindelijk invloed zullen
hebben op het hele systeem
- Samenvattend beschrijft de tekst hoe een systeem functioneert als
een geheel, waarin de relaties en regels onderling gedrag bepalen,
en hoe wederzijdse beïnvloeding een cruciaal onderdeel is van het
begrijpen van gedrag binnen dat systeem. Voor een
, orthopedagogisch begeleider is het belangrijk om symptoomgedrag
binnen deze systemische samenhang te analyseren en te begrijpen.
3.2Homeostase en systeemfeedback
= hoe systemen zichzelf organiseren en hun evenwicht bewaren of
herstellen door middel van feedbackmechanismen
- Zelforganisatie en Evenwicht van Systemen
Elk systeem ontwikkelt een zelfgecreëerde organisatie, die
zichtbaar wordt in het gedrag en de interacties van de leden (de
buitenkant van het systeem)
Dit gedrag vertelt iets over de onderliggende systeemregels (de
binnenkant), wat betekent dat een systeem een zelfregulerend
vermogen heeft
Dit vermogen helpt het systeem om een evenwicht of
homeostase te bereiken
Wanneer er veranderingen optreden binnen of buiten het
systeem, reageren de leden op manieren die erop gericht zijn
het evenwicht te behouden of te herstellen
- Systeemfeedback: Positief en Negatief
Het concept van systeemfeedback speelt een centrale rol in hoe
een systeem omgaat met veranderingen. Dit kan zowel positief als
negatief zijn, zonder een morele betekenis eraan te geven. Het gaat
erom hoe het systeem omgaat met de veranderingen om het
evenwicht te handhaven of aan te passen.
Positieve systeemfeedback:
Nieuwe informatie die het systeem binnenkomt of een ander
gedrag dat één of meerdere systeemleden stellen, wordt
aanvaard en geïntegreerd om zo tot een nieuw evenwicht te
komen.
Tijdelijk verlies van stabiliteit en evenwicht, want systeemregels
en gewoonten van het systeem worden aangepast als reactie op
de informatie die binnenstroomt.
Negatieve systeemfeedback:
Nieuwe informatie die het systeem binnenkomt wordt geweerd
of genegeerd om zo het bestaande evenwicht te behouden.
Behoudt van het bestaande evenwicht of herstel naar het
bestaande evenwicht, want er volgen ‘sancties’ wanneer je de
systeemregels overtreedt of gewoonten doorbreekt.
- Meegroeiend Evenwicht / Kalibrering = Wanneer een systeem zich
kan afstemmen aan een nieuwe realiteit zonder het evenwicht te
verliezen
- Behoudend Evenwicht en Kristallisatie
Een systeem kan niet voortdurend zijn organisatie aanpassen
aan elke nieuwe informatie die binnenkomt
Soms negatieve systeemfeedback noodzakelijk om gewoonten
en regels te beschermen of te herstellen
Systeem blijft vasthouden aan bepaalde patronen om stabiliteit
te waarborgen
- Vastlopen en Pathologie