Handelingsplanning
Hoofdstuk 1: actoren bij het proces van handelingsplanning
HELPEN KUNNEN WE ALLEMAAL?
JA:
• Iedereen kan ‘iets’ doen, ook niet-hulpverleners
• Gewone spontane dingen
- Intuïtie
- Improviseren
- Associëren
- Nabootsen
= voor-methodisch handelen
NEE:
• 3 jaar studeren!
• ‘Helpen’ is niet noodzakelijk ‘professioneel handelen’
• Wanneer wordt mijn helpen ‘professioneel handelen’?
= methodisch handelen
De cliënt bepaalt niet alles, we proberen de cliënt en cliëntsysteem er zoveel mogelijk bij te
betrekken
METHODISCH HANDELEN
• Vertrekt vanuit ondersteuningsbehoefte
• Ondersteuningsbehoefte verwijst naar:
- Het feit dat een persoon bepaalde noden of behoeften heeft die hij niet (zelfstandig)
vervuld krijgt maar die mits extra ‘zorg’ of ‘ondersteuning’ eventueel kunnen ‘verholpen’
worden.
• Volstaan methodieken, vaardigheden en technieken?
- Wat is goed en zinvol?
- Wat beïnvloedt de keuze voor bepaalde methode?
- Is om het even welk resultaat goed?
- Wanneer spreekt men van succes?
Conclusie: beïnvloedende factoren:
Wat is de vraag? Wat is het budget?
Hoe gaan we de cliënt
ondersteunen?
Waarom komt hij naar hier?
Waarom wordt ik hierdoor zo
geraakt?
Waar wil die cliënt naartoe?
Deze vragen komen voor in
de 4 actoren, die hebben invloed op de hulpverlening
1
,4 ACTOREN: OVERZICHT
Samenleving
Hulpvrager Hulpverlening Organisatie
Hulpverlener
Door de bril van de hulpvrager
• Spanning tussen behoefte aan zelfrealisatie en een situatie van onwelzijn, komen allemaal
uit een situatie van onwelzijn
- We moeten ook stilstaan bij de persoon zelf, niet alleen vanuit die nood dat die persoon
heeft = zelfrealisatie
• Spanning tussen behoefte aan zelfbepaling en de afhankelijkheid van de hulpverlening
- Dit resulteert in vragen waar andere actoren in de hulpverlening zeker bij moeten
stilstaan (respect)
Door de bril van de hulpverlener
= Hulpverlener voelt tweespalt (= verdeeldheid, spanningsveld) tussen individuele hulpvrager en
hulpverlenende organisatie
A: relatie met de individuele hulpvrager
• Hulpverleners ‘verkopen’ of ‘schenken’ geen welzijn en geluk
- Voorwaarden en omstandigheden, ontplooiingskansen creëren + begeleiden op zijn
zoektocht naar een beter leven
• Asymmetrie in de relatie
- Afstandelijkheid vs inleven
- Vrijwillig vs genoodzaakt
• Hulpverlener zit in vertrouwenspositie en machtspositie (routine en categoriseren)
B: relatie met de hulpverlenende organisatie
• Eigen persoon niet buiten spel
• Een sandwich gevoel
Heeft effect op eigenwaarde
Door de bril van de organisatie
Positief Negatief
Hulpvrager krijgt begeleiding Eigen doelstelling
Ontmoetingsplaats voor hulpverleners Hulpverlener is werknemer van organisatie a
Signaalfunctie naar samenleving
2
,Door de bril van de samenleving
• Invloed van algemene cultuur:
- Recht op welzijn van elke burger en de plicht van de samenleving om daarin te voorzien
vs plicht tot integratie en participatie
- Wetenschappelijk methodisch vs efficiënt/rationeel
• Invloed van de overheid: subsidiëring, inspectie, rationalisatie
C ONCLUSIE
• Er bestaat geen neutrale hulpverlening
- Hulpverlening is een proces tussen 4 actoren die een eigen positie innemen met een
aantal eigen mogelijkheden en beperkingen en met soms botsende vragen en
verwachtingen
Hoofdstuk 2: handelingsplanning, een proces
TERMINOLOGIE
• vroeger: behandelingsplan = behandeling van het individu
• handelingsplan: nadruk te liggen op de persoon als handelend individu
• zorgplan: in de zorg voor personen met een verstandelijke beperking en ouderen
WAT?
= een proces dat resulteert in een plan. We proberen heel systematisch en bewust iemand te
leren kennen om die persoon zo goed mogelijk te ondersteunen binnen een bepaalde tijd in
dialoog om alle vragen elkaar af te stemmen
FUNCTIES
• Een bezinnings- en reflectiefunctie: check vraagstelling en antwoord
- Of de vraagstelling van de cliënt wel voldoende beantwoord wordt
• Verantwoording van het handelen: wat en waarom je bepaalde dingen doet?
• Afstemmingsfunctie: basis voor teamoverleg + aansluiten van activiteiten diverse
betrokkenen (therapeuten, ouders, leerkracht, …)
• Een overdrachtsfunctie: naar thuis, nieuwe collega’s, andere begeleiding, multidisciplinair
(vaak schriftelijk)
• Een handelingsplan wordt ook gezien als een overeenkomst, soort contract
NIVEAUS
Wat? Waar?
Structurele handelingsplanning: visie, missie, Op niveau van voorziening
mensbeeld, …
Groepshandelingsplanning: pedagogisch Op niveau van de (leef)groep
klimaat (bv past iedereen goed in de groep),
…
Individuele handelingsplanning: in Op niveau van de cliënt
residentiële en ambulante sector, ook bij
geen acute problematiek
3 niveaus beïnvloeden elkaar en wordt beïnvloed door maatschappijvisie
De visie van de voorziening zal bepalen hoe de leefgroepen worden samengesteld en dit
zal mee het hulpaanbod uitmaken.
3
, UITGANGSPUNTEN
• Welke maatschappijvisie weerspiegelt zich best in handelingsplanning
- Contextuele betrokkenheid: gezin en ruimere omgeving
- Krachtgerichte kijk: positieve mogelijkheden en wil in de context om breuken te
herstellen en voorkomen
- Focus op verbinding: geen focus op probleemgedrag
- Unieke karakter van de hulpvraag: begeleidingsaanbod moet aansluiten bij de hulpvraag
van de cliënt
- Belang van de ‘cliënt’ staat centraal
Zien hier elementen in van het oplossingsgericht begeleiden
THEORETISCHE MODELLEN
• Type hulpvraag bepaalt welke cyclus van handelingsplanning we kunnen doorlopen
• Cyclus = herhaalde doorlopen van het model of van bepaalde onderdelen van het model
Regulatieve cyclus van Strien
• = hier het meest in aanraking mee komen
• Vanuit elke fase moet er mogelijkheid zijn om naar de andere fase terug te koppelen
• Na evalueren is het proces niet afgerond, maar het begint opnieuw
• Als het mogelijk is gebeurt dit steeds in overleg met het cliëntsysteem, ze moeten zelf de
regie van het leven in handen hebben. Ze werken ook vaak met individuele begeleiders,
aandachtbegeleiders of mentoren (zij hebben specifieke verantwoordingen ten aanzien van
cliënt of cliëntsysteem
• Dit wordt vast gesteld in een handelingsplan, deze informatie is strikt vertrouwelijk (hier zijn
wettelijke regels rond over hoe de info bewaren,…)
4
Hoofdstuk 1: actoren bij het proces van handelingsplanning
HELPEN KUNNEN WE ALLEMAAL?
JA:
• Iedereen kan ‘iets’ doen, ook niet-hulpverleners
• Gewone spontane dingen
- Intuïtie
- Improviseren
- Associëren
- Nabootsen
= voor-methodisch handelen
NEE:
• 3 jaar studeren!
• ‘Helpen’ is niet noodzakelijk ‘professioneel handelen’
• Wanneer wordt mijn helpen ‘professioneel handelen’?
= methodisch handelen
De cliënt bepaalt niet alles, we proberen de cliënt en cliëntsysteem er zoveel mogelijk bij te
betrekken
METHODISCH HANDELEN
• Vertrekt vanuit ondersteuningsbehoefte
• Ondersteuningsbehoefte verwijst naar:
- Het feit dat een persoon bepaalde noden of behoeften heeft die hij niet (zelfstandig)
vervuld krijgt maar die mits extra ‘zorg’ of ‘ondersteuning’ eventueel kunnen ‘verholpen’
worden.
• Volstaan methodieken, vaardigheden en technieken?
- Wat is goed en zinvol?
- Wat beïnvloedt de keuze voor bepaalde methode?
- Is om het even welk resultaat goed?
- Wanneer spreekt men van succes?
Conclusie: beïnvloedende factoren:
Wat is de vraag? Wat is het budget?
Hoe gaan we de cliënt
ondersteunen?
Waarom komt hij naar hier?
Waarom wordt ik hierdoor zo
geraakt?
Waar wil die cliënt naartoe?
Deze vragen komen voor in
de 4 actoren, die hebben invloed op de hulpverlening
1
,4 ACTOREN: OVERZICHT
Samenleving
Hulpvrager Hulpverlening Organisatie
Hulpverlener
Door de bril van de hulpvrager
• Spanning tussen behoefte aan zelfrealisatie en een situatie van onwelzijn, komen allemaal
uit een situatie van onwelzijn
- We moeten ook stilstaan bij de persoon zelf, niet alleen vanuit die nood dat die persoon
heeft = zelfrealisatie
• Spanning tussen behoefte aan zelfbepaling en de afhankelijkheid van de hulpverlening
- Dit resulteert in vragen waar andere actoren in de hulpverlening zeker bij moeten
stilstaan (respect)
Door de bril van de hulpverlener
= Hulpverlener voelt tweespalt (= verdeeldheid, spanningsveld) tussen individuele hulpvrager en
hulpverlenende organisatie
A: relatie met de individuele hulpvrager
• Hulpverleners ‘verkopen’ of ‘schenken’ geen welzijn en geluk
- Voorwaarden en omstandigheden, ontplooiingskansen creëren + begeleiden op zijn
zoektocht naar een beter leven
• Asymmetrie in de relatie
- Afstandelijkheid vs inleven
- Vrijwillig vs genoodzaakt
• Hulpverlener zit in vertrouwenspositie en machtspositie (routine en categoriseren)
B: relatie met de hulpverlenende organisatie
• Eigen persoon niet buiten spel
• Een sandwich gevoel
Heeft effect op eigenwaarde
Door de bril van de organisatie
Positief Negatief
Hulpvrager krijgt begeleiding Eigen doelstelling
Ontmoetingsplaats voor hulpverleners Hulpverlener is werknemer van organisatie a
Signaalfunctie naar samenleving
2
,Door de bril van de samenleving
• Invloed van algemene cultuur:
- Recht op welzijn van elke burger en de plicht van de samenleving om daarin te voorzien
vs plicht tot integratie en participatie
- Wetenschappelijk methodisch vs efficiënt/rationeel
• Invloed van de overheid: subsidiëring, inspectie, rationalisatie
C ONCLUSIE
• Er bestaat geen neutrale hulpverlening
- Hulpverlening is een proces tussen 4 actoren die een eigen positie innemen met een
aantal eigen mogelijkheden en beperkingen en met soms botsende vragen en
verwachtingen
Hoofdstuk 2: handelingsplanning, een proces
TERMINOLOGIE
• vroeger: behandelingsplan = behandeling van het individu
• handelingsplan: nadruk te liggen op de persoon als handelend individu
• zorgplan: in de zorg voor personen met een verstandelijke beperking en ouderen
WAT?
= een proces dat resulteert in een plan. We proberen heel systematisch en bewust iemand te
leren kennen om die persoon zo goed mogelijk te ondersteunen binnen een bepaalde tijd in
dialoog om alle vragen elkaar af te stemmen
FUNCTIES
• Een bezinnings- en reflectiefunctie: check vraagstelling en antwoord
- Of de vraagstelling van de cliënt wel voldoende beantwoord wordt
• Verantwoording van het handelen: wat en waarom je bepaalde dingen doet?
• Afstemmingsfunctie: basis voor teamoverleg + aansluiten van activiteiten diverse
betrokkenen (therapeuten, ouders, leerkracht, …)
• Een overdrachtsfunctie: naar thuis, nieuwe collega’s, andere begeleiding, multidisciplinair
(vaak schriftelijk)
• Een handelingsplan wordt ook gezien als een overeenkomst, soort contract
NIVEAUS
Wat? Waar?
Structurele handelingsplanning: visie, missie, Op niveau van voorziening
mensbeeld, …
Groepshandelingsplanning: pedagogisch Op niveau van de (leef)groep
klimaat (bv past iedereen goed in de groep),
…
Individuele handelingsplanning: in Op niveau van de cliënt
residentiële en ambulante sector, ook bij
geen acute problematiek
3 niveaus beïnvloeden elkaar en wordt beïnvloed door maatschappijvisie
De visie van de voorziening zal bepalen hoe de leefgroepen worden samengesteld en dit
zal mee het hulpaanbod uitmaken.
3
, UITGANGSPUNTEN
• Welke maatschappijvisie weerspiegelt zich best in handelingsplanning
- Contextuele betrokkenheid: gezin en ruimere omgeving
- Krachtgerichte kijk: positieve mogelijkheden en wil in de context om breuken te
herstellen en voorkomen
- Focus op verbinding: geen focus op probleemgedrag
- Unieke karakter van de hulpvraag: begeleidingsaanbod moet aansluiten bij de hulpvraag
van de cliënt
- Belang van de ‘cliënt’ staat centraal
Zien hier elementen in van het oplossingsgericht begeleiden
THEORETISCHE MODELLEN
• Type hulpvraag bepaalt welke cyclus van handelingsplanning we kunnen doorlopen
• Cyclus = herhaalde doorlopen van het model of van bepaalde onderdelen van het model
Regulatieve cyclus van Strien
• = hier het meest in aanraking mee komen
• Vanuit elke fase moet er mogelijkheid zijn om naar de andere fase terug te koppelen
• Na evalueren is het proces niet afgerond, maar het begint opnieuw
• Als het mogelijk is gebeurt dit steeds in overleg met het cliëntsysteem, ze moeten zelf de
regie van het leven in handen hebben. Ze werken ook vaak met individuele begeleiders,
aandachtbegeleiders of mentoren (zij hebben specifieke verantwoordingen ten aanzien van
cliënt of cliëntsysteem
• Dit wordt vast gesteld in een handelingsplan, deze informatie is strikt vertrouwelijk (hier zijn
wettelijke regels rond over hoe de info bewaren,…)
4