Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 33 pages
Summary

Samenvatting - Blok 3 Groei en Ontwikkeling II week 2

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 33 pages

Al het onderwijs samengevat aan de hand van de leerdoelen. Voor week 2 van het blok Groei en Ontwikkeling II.

Content preview

Leerdoelen
Casus 3
 De basale fysiologie van het hart beschrijven, inclusief het
openen en sluiten van de kleppen, drukverdeling in de
verschillende hartcompartimenten, contractie van de
hartspier, en de elektrische activiteit in pacemaker cellen en
geleidingssysteem.
1. Het openen en sluiten van de hartkleppen
Instroomkleppen (atrioventriculaire kleppen):
o Tricuspidalisklep (rechts) en mitralisklep (links).
o Voorkomen terugstroming van bloed van ventrikels naar atria tijdens de
systole.
Uitstroomkleppen (semilunaire kleppen):
o Pulmonalisklep (rechts) en aortaklep (links).
o Voorkomen terugstroming van bloed van de grote vaten naar de ventrikels
tijdens de diastole.
Kleppen openen en sluiten passief, gestuurd door drukverschillen:
o Bij hogere druk in het atrium dan in het ventrikel opent een AV-klep.
o Bij hogere druk in het ventrikel dan in de grote vaten opent een semilunaire
klep.
2. Drukverdeling in de hartcompartimenten
Het hart heeft twee systemen:
o Rechterhart: Lage druk, stuurt bloed naar de longcirculatie.
o Linkerhart: Hoge druk, pompt bloed door de systeemcirculatie.

De linkerventrikelwand is dikker dan de rechter vanwege de hogere drukvereisten.
Tijdens systole is de druk in de ventrikels hoger dan in de atria, waardoor bloed naar
de grote vaten wordt gepompt. Tijdens diastole is de druk lager, waardoor de
ventrikels vullen.

,3. Contractie van de hartspier
 Contractie wordt geïnitieerd door depolarisatie van de hartspiercellen.
Calciumionen spelen een cruciale rol bij het op gang brengen van
spiercontractie.
 De contractiefase (systole) en relaxatiefase (diastole) zijn de twee fasen van
de hartcyclus:
o Systole: De ventrikels trekken samen en pompen bloed naar de
pulmonale en systemische circulaties.
o Diastole: De ventrikels ontspannen en vullen zich met bloed.
4. Elektrische activiteit in pacemakercellen en het geleidingssysteem
 Pacemakercellen (Sinoatriale knoop):
Genereren spontaan actiepotentialen door een geleidelijke depolarisatie
(funny current) en sturen de hartslagfrequentie. Andere structuren zoals de
atrioventriculaire knoop, bundel van His en Purkinjevezels zorgen voor de
verspreiding van impulsen.
 Geleidingssysteem:
Start in de sinoatriale (SA) knoop → verspreidt zich over de atria → bereikt de
atrioventriculaire (AV) knoop → loopt via de bundel van His en Purkinjevezels
naar de ventrikels. Dit systeem zorgt ervoor dat de atria en ventrikels
gecoördineerd samentrekken.
Harttonen en cycli
S1 (lub): Sluiting van de AV-kleppen.
S2 (dub): Sluiting van de semilunaire kleppen.
De hartcyclus heeft een slagvolume (verschil tussen einddiastolisch en
eindsystolisch volume) dat de hoeveelheid bloed bepaalt die per slag wordt gepompt.

,  In elementaire termen de fysiologie van de tractus
circulatorius beschrijven, inclusief de dubbele pompfunctie
van het hart, de druk en stroom in de verschillende
compartimenten tijdens de hartcyclus, en de verschillende
typen vaten van het arteriële en het veneuze systeem.
De tractus circulatorius is verantwoordelijk voor het transport van zuurstof,
voedingsstoffen, afvalstoffen en hormonen door het lichaam. Dit systeem werkt door
een nauwe samenwerking tussen het hart en de bloedvaten.
Het hart functioneert als twee aparte pompen
- Rechterkant (kleine bloedsomloop)
Pompt zuurstofarm bloed vanuit het lichaam via de longslagader naar de
longen. Er is daar een lage druk, omdat het bloed slechts naar de
nabijgelegen longen wordt gestuurd.
- Linkerkant (grote bloedsomloop)
Pompt zuurstofrijk bloed vanuit de longen via de aorta naar het hele lichaam.
Er is daar een hoge druk, omdat het bloed grote afstanden moet overbruggen.
Het hart bestaat uit 4 delen
- Twee artria die bloed ontvangen
- Twee ventrikels die bloed wegpompen
De hartcyclus heeft twee fasen:
1. Diastole (ontspanning):
o De kamers ontspannen, en bloed stroomt van de boezems naar de
kamers.
o Drukverdeling: Boezems (atria) hebben
een hogere druk dan de kamers
(ventrikels), waardoor de AV-kleppen
(mitralis- en tricuspidalisklep) openen.
2. Systole (samentrekking):
o De kamers trekken samen en pompen
bloed naar de longen (rechterventrikel)
en de rest van het lichaam
(linkerventrikel).
o Drukverdeling: De druk in de kamers
wordt hoger dan in de boezems en de
grote vaten, waardoor de AV-kleppen
sluiten en de semilunaire kleppen (aorta-
en pulmonalisklep) openen.

, Belangrijk:
 De druk in de linkerkant van het hart is hoger dan in de rechterkant, omdat de
grote bloedsomloop meer kracht vereist dan de kleine bloedsomloop.
 De bloedstroom is altijd van hoge naar lage druk
Typen vaten in het arteriële en veneuze systeem
Arterieel systeem (van het hart weg):
o Arteriën: Hoge druk, dikke wanden, transporteren zuurstofrijk bloed (behalve
de longslagader).
o Arteriolen: Kleine vertakkingen van slagaders, regelen de bloedstroom naar
specifieke weefsels door vasoconstrictie en vasodilatatie.
o Capillairen: Zeer kleine vaten met dunne wanden waar gas- en
stofuitwisseling plaatsvindt.
Veneus systeem (naar het hart toe):
o Venulen: Kleine vaten die bloed van de capillairen ontvangen.

o Venen: Lage druk, dunne wanden, bevatten kleppen om terugstroming van
bloed te voorkomen, transporteren zuurstofarm bloed (behalve de longader).

 Hartruis herkennen, op basaal niveau verschil tussen
onschuldige versus schuldige ruis onderscheiden, en
leeftijdsafhankelijke presentatie benoemen.
Een hartruis is een extra geluid dat hoorbaar is tijdens het luisteren naar het hart
met een stethoscoop. Het normale hartgeluid bestaat uit een "lub-dub" geluid (S1
en S2), wat correspondeert met het sluiten van de hartkleppen. Een hartruis kan
wijzen op turbulente bloedstroom in of rond het hart.
Hoe herken je een hartruis?
Locatie: Luister op specifieke plaatsen op de borst (bijv. de apex, basis, of langs de
sternumrand) waar de verschillende hartkleppen het best te horen zijn.
Tijdstip in de hartcyclus:
o Systolisch geruis: Hoorbaar tussen S1 (lub) en S2 (dub), tijdens de
contractie van de ventrikels.
o Diastolisch geruis: Hoorbaar tussen S2 en S1, tijdens het vullen van de
ventrikels.
Kwaliteit: Kan variëren van zacht suizend tot ruw of fluitend geluid.
Sterkte: Wordt beschreven in gradaties (graad 1 = zeer zacht, graad 6 = met blote
oor hoorbaar).
Uitstraling: Kan hoorbaar zijn op andere plaatsen, zoals de hals of rug.

Table of contents

  1. 01 Leerdoelen 1
    1. Casus 3 1
  2. 02 De basale fysiologie van het hart beschrijven, inclusief het openen en sluiten van de kleppen, drukverdeling in de verschillende hartcompartimenten, contractie van de hartspier, en de elektrische activiteit in pacemaker cellen en geleidingssysteem. 1
  3. 03 In elementaire termen de fysiologie van de tractus circulatorius beschrijven, inclusief de dubbele pompfunctie van het hart, de druk en stroom in de verschillende compartimenten tijdens de hartcyclus, en de verschillende typen vaten van het arteriële en het veneuze systeem. 3
  4. 04 Hartruis herkennen, op basaal niveau verschil tussen onschuldige versus schuldige ruis onderscheiden, en leeftijdsafhankelijke presentatie benoemen. 4
  5. 05 De belangrijkste congenitale hartafwijkingen, zoals atriumseptum- en ventrikelseptumdefect beschrijven, en in zeer globale termen de pathofysiologie en behandelmogelijkheden benoemen (operatie, katheter). 6
    1. Casus 4 8
  6. 06 Je kan in globale termen de anatomie en de fysiologie van de tractus digestivus (van de mond tot anus) beschrijven 8
  7. 07 Je kan in globale termen de embryonale ontwikkeling van de tractus digestivus en aangeboren aandoeningen beschrijven 10
  8. 08 Je kan uitleggen dat gallig braken bij een neonaat een alarmsymptoom is van een ernstig buikprobleem 10
  9. 09 Je kent de differentiaaldiagnose van een neonaat met gallig braken 11
  10. 10 Je weet per diagnose kort de anatomie, aanvullend onderzoek en acute behandeling 11
  11. 11 Je kan de anatomie van een hernia inguinalis bij een kind beschrijven en de anatomie van het lieskanaal beschrijven 13
  12. 12 Je weet dat een hernia inguinalis bij een kind een operatie-indicatie is om beklemming te voorkomen 14
    1. LMV Inleiding fysiologie long 15
  13. 13 De begrippen noemen waar ademhaling op gebaseerd is 15
  14. 14 De (mechanische) pompfunctie van de longen toelichten 15
  15. 15 Het mechanisme beschrijven waarop transport van O2 en CO2 van en naar de cellen gebaseerd is 16
  16. 16 Globaal de regeling van ademhalen toelichten. 17
    1. LMO Klinisch Redeneren: Hoesten (voorbereiding KLV 1.07) 19
  17. 17 Studenten oefenen met klinisch redeneren. 19
  18. 18 Studenten leren welke hypothesetoetsende vragen ze in de anamnese moeten stellen en waarom, welke gegevens uit het lichamelijk onderzoek relevant zijn en hoe ze al die informatie wegen om tot een waarschijnlijkheidsdiagnose te kunnen komen bij een eenvoudige klacht. 19
    1. LMO vervolg wetenschapsmethodologie 21
  19. 19 Je maakt kennis met het "brief communication" publicatie format 21
  20. 20 Je begrijpt en beperkingen van vergelijkingen met de zogenaamde gouden standaard 22
    1. LMO Wetenschapsmethodologie: Begrippen rond observationele studies 23
  21. 21 Je begrijpt de meerwaarde en beperkingen van het rapporteren van casuïstiek 23
    1. LME Patiëntportalen en PGOs 24
  22. 22 Je kunt benoemen wat het doel is van een patiëntportaal 24
  23. 23 Je kunt uitleggen wat een PGO is 25
  24. 24 Je kunt uitleggen wat de verschillen zijn tussen een patiëntportaal en een PGO 25
    1. VOW Introductie zenuwstelsel 26
  25. 25 Je kan in zeer globale termen van de anatomie van de hersenen en het ruggenmerg beschrijven, daarbij de belangrijkste structuren en delen benoemen, en deze kennis gebruiken om zich te oriënteren in 2D-scans van de hersenen. 26
  26. 26 Je kan beschrijven dat de hersenschors in functionele gebieden is georganiseerd. 28
  27. 27 Je kan de belangrijkste bloedvaten van de hersenen beschrijven. 30
    1. VOW darmperistaltiek 32
  28. 28 Hoe je de contractiekracht van een geïsoleerd orgaan kunt meten met behulp van een force transducer. 32
  29. 29 Meer over de fysiologie van de tr. circulatorius, onder andere wat peristaltiek is, hoe het ontstaat, en hoe neurotransmitters via het autonome zenuwstelsel of ionen peristaltische bewegingen kunnen beïnvloeden. 32

Document information

Study
Uploaded on
February 22, 2025
Number of pages
33
Written in
2024/2025
Type
Summary
$7.75

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
7
Last sold
-




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions