TAAL EN MEERTALIGHEID
TAALBOUWSTENEN IN HET NEDERLANDS
Volop taal:
Taal gebruiken om:
- Te communiceren
- Te leren
- Nieuwe kennis toe te passen
- Persoonlijke en gemeencshappelijke doelen te bereiken.
Het vervult vele functies in de school en de samenleving;
- Het is een krachtig bindmiddel dat communicatie mogelijk maakt
- Doet wederzijds begrip ontstaan
- Verstevigt sociale samenhang
Eigenschappen van taal:
- Produceert betekenis
- Is arbitrair ( het is een symbool voor het echte voorwerp)
- Het aantal klanken van een taal is gelimiteerd
- Taal kan ideen, personen, voorwerpen buiten de huidige tijd en ruimte
benoemen of ernaar verwijzen
- Taal is generatief: letters, woorden kunnen ongelimiteerd aantal zinnen
genereren.
Er doen vele competenties beroep op taal:
- Bewust omgaan met veranderingen
- Complexe informatie verwerken
- Kritisch en probleemoplossend denken
- Zelfstandig beslissingen nemen
- Creatief samenwerken
- Communiceren in diverse contexten
- Omgaan met nieuwe media en technologie
De bouwstenen van taal:
- Klanken (fonologie)
- Woorden ( morfologie)
- Woordgroepen en zinnen ( syntaxis)
- Teksten
- Spellingsvormen ( orthografie)
- Betekenissen ( semantiek)
,Functies van taal in de school en samenleving:
1) Conceptualiserende functie
= zaken benoemen, ordenen om zo grip te krijgen op de wereld
2) Communicatieve functie
= interactie tussen mensen is een belangrijke uiting van d sociale groep waartoe je wilt
behoren/ behoort.
3) Expressieve functie
= taal is een middel om uitdrukking te geven aan persoonlijke emoties.
Taalcompetentie: het geheel van talige kennis, vaardigheden en attitudes die nodig zijn
om geschreven, gesproken en multimodale teksten te begrijpen te evalueren en te
gebruiken. Zodat
1) Je volwaardig kan deelnemen aan de samenleving
2) De eigen doelen gerealliseerd kunnen worden
3) De eigen kennis en mogelijkheden levenslang en duurzaam kunnen worden
ontwikkeld
Taalkennis: wat iemand bewust of onbewust weet over de aspecten van taal,
taalgebruik en het taalsysteem
Taalvaardig; in staat zijn om talige handelingen uit te voeren
Attitudes: zeggen iets over houding, emotie, motivatie ten aanzien van taal en hun
eigen taalcompetentie.
WAT IS TAALBESCHOUWING?
Kinderen zijn van nature taalbeschouwers: ze denken spontaan na over het fascinerend
fenomeen dat taal is. Ze onderzoeken alle aspecten van taal ( vorm, hoe we het
gebruiken, waarom) zo bouwen ze onbewust kennis op.
Taalbeschouwing: nadenken over alle aspecten van taal -> leidt tot
- Concrete inzichten die lln taalvaardiger maken
- Verwondering en plezier oproepen
- Reikt vaardigheid en begrippenapparaat aan om beter over taal te reflecteren
De taalaspecten die we beschouwen zijn op te delen in 2 categorieën:
taalsysteem Taalgebruik en taalgedrag
- Meest concrete domein - Er is een bedoeling
- Makkelijkst meetbaar - We besturen ons taalgedrag
- Letters en klanken voortdurend bij
, - Woordsoorten - Taalgebruik en taalgedrag zijn
- Hoe zinnen gebouwd worden en verbonden met de vragen hoe
wat zinsdelen zijn mensen taal gebruiken, en waarom
Over alle aspecten kunnen we ze dat doen
bewust nadenken
= door taalsystemen, taalgebruik en taalgedrag tijdens taalbeshouwelijke momenten met
elkaar te verbinden maak je taalbeschouwing concreet, relevant, functioneel en boeiend.
–
> meer inzicht in taalgedrag van individuen en groepen
-> ontwikkelen taalgevoel
WAAROM INZETTEN OP TAALBESWCHOUWING?
Doelen:
- Inzicht krijgen in hoe Nederlands in elkaar zit
- Nadenken over het eigen taalgebruik en dat van anderen
- De algemene culturele kennis vergroten.
INZICHT KRIJGEN IN HOE NEDERLANDS IN ELKAAR ZIT
Taal kunnen= taalvaardigheid ( lezen, schrijven, spreken, luisteren)
Taal weten: taalbeschouwing ( begrijpen hoe ze in elkaar zit, waaruit ze bestaat, hoe
we ze gebruiken en waarom) inzicht voor nodig
Inzicht in het taalsysteem ( ontdekken de structuur van zinnen en teksten, bestuderen
de manier waarop, en de reden waarom.
NADENKEN OVER HET EIGEN TAALGEBRUIK EN DAT VAN ANDEREN
taal weten heeft nog een functie: denken en reflecteren
taalsturing: ze leren zichzelf in het oog houden wanneer ze taal gebruiken
DE ALGEMENE CULTURELE KENNIS VERGROTEN
Conceptualiserende functie: taal bepaalt hoe we communiceren en is het product van de
culturele omgeving waarin we opgroeien en leven.
Afhankelijk van de tijd en plaats kan taal er dus anders uitzien omdat ze is afgestemd op
hoe mensen denken en leven.
Taalbeschouwing: ons verwonderen en nadenken over die talige fenomenen.
Metataal: een taal om over taal te spreken -> helpt kennis en inzichten in taal te
expliciteren en dus taalbewust te worden
HOE LEREN LEERLINGEN TAAL BESCHOUWEN
, HOUD REKENING MET DE BEGINSITUATIE
De start van de lagere school:
Ook al kennen kinderen nog geen taal gaan ze zich verwonderen, ze verzinnen zelf
nonsenswoorden en door te experimenteren ontdekken ze regelmatigheden in het
taalsysteem.
Hoogste kleuterklassen: ze leren taal te analyseren, ze luisteren bewust naar woorden en
klappen ze in stukjes op de klankgroepen. Zo leren ze al voor het lezen enkele klanken
aan letters te koppelen en maken ze kennis met letterbeelden.
Syllabus
TAALBESCHOUWING IN HET NEDERLANDS
1) Zelfstandig naamwoord
Soortnamen
Eigennamen
Meervoud
Enkelvoud
Verkleinwoord
2) Lidwoord
Bepaald
Onbepaald
Ontkennend
3) Bijvoeglijk naamwoord
- Kunnen een verbuiging hebben: groot, grote
- Kunnen attributief, predicatief of zelfstandig gebruikt
Attributief: een rode bloem
Predicatief: de bloem is rood
Zelfstandig gebruik: de rode bloem en de gele
- Kunnen uitgedrukt worden met de trappen van vergelijking:
Stellende trap: even groot als
Vergrotende trap: groter dan
Overtreffende trap: het grootst
4) Werkwoord
Stam
Infinitief
Uitgang
Persoonsvorm
Imperatief
Persoon en getal
TAALBOUWSTENEN IN HET NEDERLANDS
Volop taal:
Taal gebruiken om:
- Te communiceren
- Te leren
- Nieuwe kennis toe te passen
- Persoonlijke en gemeencshappelijke doelen te bereiken.
Het vervult vele functies in de school en de samenleving;
- Het is een krachtig bindmiddel dat communicatie mogelijk maakt
- Doet wederzijds begrip ontstaan
- Verstevigt sociale samenhang
Eigenschappen van taal:
- Produceert betekenis
- Is arbitrair ( het is een symbool voor het echte voorwerp)
- Het aantal klanken van een taal is gelimiteerd
- Taal kan ideen, personen, voorwerpen buiten de huidige tijd en ruimte
benoemen of ernaar verwijzen
- Taal is generatief: letters, woorden kunnen ongelimiteerd aantal zinnen
genereren.
Er doen vele competenties beroep op taal:
- Bewust omgaan met veranderingen
- Complexe informatie verwerken
- Kritisch en probleemoplossend denken
- Zelfstandig beslissingen nemen
- Creatief samenwerken
- Communiceren in diverse contexten
- Omgaan met nieuwe media en technologie
De bouwstenen van taal:
- Klanken (fonologie)
- Woorden ( morfologie)
- Woordgroepen en zinnen ( syntaxis)
- Teksten
- Spellingsvormen ( orthografie)
- Betekenissen ( semantiek)
,Functies van taal in de school en samenleving:
1) Conceptualiserende functie
= zaken benoemen, ordenen om zo grip te krijgen op de wereld
2) Communicatieve functie
= interactie tussen mensen is een belangrijke uiting van d sociale groep waartoe je wilt
behoren/ behoort.
3) Expressieve functie
= taal is een middel om uitdrukking te geven aan persoonlijke emoties.
Taalcompetentie: het geheel van talige kennis, vaardigheden en attitudes die nodig zijn
om geschreven, gesproken en multimodale teksten te begrijpen te evalueren en te
gebruiken. Zodat
1) Je volwaardig kan deelnemen aan de samenleving
2) De eigen doelen gerealliseerd kunnen worden
3) De eigen kennis en mogelijkheden levenslang en duurzaam kunnen worden
ontwikkeld
Taalkennis: wat iemand bewust of onbewust weet over de aspecten van taal,
taalgebruik en het taalsysteem
Taalvaardig; in staat zijn om talige handelingen uit te voeren
Attitudes: zeggen iets over houding, emotie, motivatie ten aanzien van taal en hun
eigen taalcompetentie.
WAT IS TAALBESCHOUWING?
Kinderen zijn van nature taalbeschouwers: ze denken spontaan na over het fascinerend
fenomeen dat taal is. Ze onderzoeken alle aspecten van taal ( vorm, hoe we het
gebruiken, waarom) zo bouwen ze onbewust kennis op.
Taalbeschouwing: nadenken over alle aspecten van taal -> leidt tot
- Concrete inzichten die lln taalvaardiger maken
- Verwondering en plezier oproepen
- Reikt vaardigheid en begrippenapparaat aan om beter over taal te reflecteren
De taalaspecten die we beschouwen zijn op te delen in 2 categorieën:
taalsysteem Taalgebruik en taalgedrag
- Meest concrete domein - Er is een bedoeling
- Makkelijkst meetbaar - We besturen ons taalgedrag
- Letters en klanken voortdurend bij
, - Woordsoorten - Taalgebruik en taalgedrag zijn
- Hoe zinnen gebouwd worden en verbonden met de vragen hoe
wat zinsdelen zijn mensen taal gebruiken, en waarom
Over alle aspecten kunnen we ze dat doen
bewust nadenken
= door taalsystemen, taalgebruik en taalgedrag tijdens taalbeshouwelijke momenten met
elkaar te verbinden maak je taalbeschouwing concreet, relevant, functioneel en boeiend.
–
> meer inzicht in taalgedrag van individuen en groepen
-> ontwikkelen taalgevoel
WAAROM INZETTEN OP TAALBESWCHOUWING?
Doelen:
- Inzicht krijgen in hoe Nederlands in elkaar zit
- Nadenken over het eigen taalgebruik en dat van anderen
- De algemene culturele kennis vergroten.
INZICHT KRIJGEN IN HOE NEDERLANDS IN ELKAAR ZIT
Taal kunnen= taalvaardigheid ( lezen, schrijven, spreken, luisteren)
Taal weten: taalbeschouwing ( begrijpen hoe ze in elkaar zit, waaruit ze bestaat, hoe
we ze gebruiken en waarom) inzicht voor nodig
Inzicht in het taalsysteem ( ontdekken de structuur van zinnen en teksten, bestuderen
de manier waarop, en de reden waarom.
NADENKEN OVER HET EIGEN TAALGEBRUIK EN DAT VAN ANDEREN
taal weten heeft nog een functie: denken en reflecteren
taalsturing: ze leren zichzelf in het oog houden wanneer ze taal gebruiken
DE ALGEMENE CULTURELE KENNIS VERGROTEN
Conceptualiserende functie: taal bepaalt hoe we communiceren en is het product van de
culturele omgeving waarin we opgroeien en leven.
Afhankelijk van de tijd en plaats kan taal er dus anders uitzien omdat ze is afgestemd op
hoe mensen denken en leven.
Taalbeschouwing: ons verwonderen en nadenken over die talige fenomenen.
Metataal: een taal om over taal te spreken -> helpt kennis en inzichten in taal te
expliciteren en dus taalbewust te worden
HOE LEREN LEERLINGEN TAAL BESCHOUWEN
, HOUD REKENING MET DE BEGINSITUATIE
De start van de lagere school:
Ook al kennen kinderen nog geen taal gaan ze zich verwonderen, ze verzinnen zelf
nonsenswoorden en door te experimenteren ontdekken ze regelmatigheden in het
taalsysteem.
Hoogste kleuterklassen: ze leren taal te analyseren, ze luisteren bewust naar woorden en
klappen ze in stukjes op de klankgroepen. Zo leren ze al voor het lezen enkele klanken
aan letters te koppelen en maken ze kennis met letterbeelden.
Syllabus
TAALBESCHOUWING IN HET NEDERLANDS
1) Zelfstandig naamwoord
Soortnamen
Eigennamen
Meervoud
Enkelvoud
Verkleinwoord
2) Lidwoord
Bepaald
Onbepaald
Ontkennend
3) Bijvoeglijk naamwoord
- Kunnen een verbuiging hebben: groot, grote
- Kunnen attributief, predicatief of zelfstandig gebruikt
Attributief: een rode bloem
Predicatief: de bloem is rood
Zelfstandig gebruik: de rode bloem en de gele
- Kunnen uitgedrukt worden met de trappen van vergelijking:
Stellende trap: even groot als
Vergrotende trap: groter dan
Overtreffende trap: het grootst
4) Werkwoord
Stam
Infinitief
Uitgang
Persoonsvorm
Imperatief
Persoon en getal