Hond en kat
Maagdarmstelsel :
- Spoelwormen
- Haakwormen : Komen niet veel voor doordat het zich enkel bij hoge temperaturen kan gaan
ontwikkelen in de buitenwereld.
- Mijnwormen
- Zweepwormen
- Lintwormen
- Coccidiose
- Giardia
Bloedvaten :
- Hartwormen
- Babesia
- Leishmannia
= Zeer pathogeen maar komen niet vaak voor in België.
Huid :
- Sarcoptes schurft
- Demodicose
- Oormijt
- Cheyletiellose
- Andere mijten
- Teken
- Vlooien
- Luizen
- Vliegen.
, MAAG-DARM PARASIETEN
De prevalentie van darmparasieten in Vlaanderen is in feite een onderschatting van de realiteit. De
infectiedruk is hoofdzakelijk hoger in kennels door de hoge bezettingsgraad waardoor de kans op
infectie verhoogd zal worden + zeer veel pups aanwezig.
Het ontwormen van pups is belangrijk voor het vermijden van zoönoses.
De belangrijkste oorzaken voor diarree bij pups zijn:
- (Toxocarose): Komt niet zo veel voor.
- Coccidiose
- Giardiose.
Toxocara canis
INLEIDING
De normale gastheer van de parasiet is de hond. Het is in feite de meest voorkomende wormsoort bij
honden die vooral pups het meeste gaat aantreffen. Zo zijn jonge pups voor ≠ 100% besmet :
- Prevalentie in de huishouden in Vlaanderen : 4-5%
- Prevalentie in fokkerijen in Vlaanderen : > 25 %
Toxocara canis zal in zeer hoge hoeveelheden uitgescheiden worden door de pups en de teef rond
de partus door de peri-parturiente rise.
Paratenische gastheren (= Geen vermeerdering en ontwikkeling van de parasiet) bestaan ook. De
parasiet komt binnen als L3 en vestigt zich in de weefsels tot de gastheer opgenomen wordt:
- Knaagdieren
- Mens : Zoönose
LEVENSCYCLUS
Door het feit dat de parasiet zeer veel
verschillende infectiewegen heeft, zal deze een
groot succes hebben !
Echter is het stippellijn fout (transplacentaire
infectie) en moet deze een volle lijn zijn!
Infecties bij de mens zijn in feite een doodlopend
spoor.
De transplacentaire besmetting vindt plaats op
het einde van de dracht. Voor de geboorte van de
pups zijn de larven al aanwezig in de lever en na
de geboorte vindt er zich in de pup een lever-long (via hart) migratie plaats waarbij de larven worden
,opgehoest en ingeslikt en die komen zo in de darm terecht met een PP van 2-3 weken. Hier moet dus
rekening mee gehouden worden bij een preventieve ontworming.
De lactogene besmetting
- Van minder belang
- Vindt plaats de eerste 2-6 weken van de lactatie
- Rechtstreekse ontwikkeling in de darm
- PP van 3-5 weken
Na de opname van infectieuze eieren
- Tracheale migratie:
o Lever-hart-longen (vervelling tot L4)
o Na 10 dagen in de darm (vervelling tot L5)
o Volwassen wormen in de darm
o Gaan eieren leggen
▪ PP is 4 weken
o Deze migratie vindt vnl plaats bij jonge honden
- Somatische migratie
o Als er thv de longen immuniteit opgebouwd wordt, zullen larven niet meer door
longen kunnen dringen en somatisch migreren in de spieren
o Er is geen ei-uitscheiding
o Probleem bij volwassen honden
▪ Reu heeft er geen last van want hij wordt niet gereactiveerd
▪ Teef kent een reactivatie door hormonale invloeden melkklier en placenta
pups
Als laatste optie is er ook de opname van een paratenische gastheer waardoor er een rechtstreekse
ontwikkeling plaatsvindt in de darm met een prepatente periode van 3 weken.
EPIDEMIOLOGIE
De prevalentie van de parasiet is hoog en kan verklaard worden door:
- Multipele infectiewegen
- Grote eiproductie die al geëmbryoneerd zijn
- Eieren zeer resistent in de buitenwereld.
De reservoirs van de besmetting zijn :
- Eieren in de omgeving
o Ontwikkeling ≥ 1-2 weken
o Geëmbryoneerde eieren overleven tot 3 jaar
- De teef :
o Somatische larven : Transplacentaire en galactogene overdracht
o Peri-parturient rise : Hoge ei-uitscheiding rond de partus
▪ Aanwezige somatische larven die hun cyclus beëindigen
, ▪ Opname van larven door de pups uitgescheiden
▪ Opname van infectieuze eieren.
De eieren kunnen zo opgenomen worden door
- Pups
- Jong dier zonder immuniteit
- Teef rond de partus.
PATHOGENESE EN ZIEKTEBEELD
Het effect van T. canis op de gastheer is afhankelijk van verschillende factoren :
- Leeftijd : Vooral jonge honden zijn gevoelig Hoe jonger de pups, hoe gevoeliger, hoe meer
- Aantal wormen wormen, hoe erger.
- Ontwikkelingsstadium en lokalisatie van de wormen :
o Migrerende larven : Lever, longen en maag
o Somatische larven : Spieren
o Volwassen wormen : Dunne darm.
BIJ PUPS
Larven veroorzaken meer schade dan volwassen wormen. Deze zullen door de darmwand,
parenchym van de lever en longblaasjes gaan boren, zonder dat er echt duidelijk symptomen te
zien zijn.
Echter bij ZWARE INFECTIES bij pups zien we:
- Migrerende larven
o Longen : Hoesten, neusuitvloei en sterfte 2à 3 dagen na de geboorte
o Maag : Braken
- Volwassen wormen inde dunne darm (vanaf 2-3 weken)
o Verminderde conditie
o Groeivertraging en vermageren
o Meteorisme (=gasophoping) en buikpijn
o Diarree
o Obstipatie
o Braken
o Koorts (intermitterend)
o Anemie
o Ascites ZELDEN
o Rachitis
o Zenuwsymptomen
o Mechanische darmobstructie : Soms perforatie met peritonitis.
Maagdarmstelsel :
- Spoelwormen
- Haakwormen : Komen niet veel voor doordat het zich enkel bij hoge temperaturen kan gaan
ontwikkelen in de buitenwereld.
- Mijnwormen
- Zweepwormen
- Lintwormen
- Coccidiose
- Giardia
Bloedvaten :
- Hartwormen
- Babesia
- Leishmannia
= Zeer pathogeen maar komen niet vaak voor in België.
Huid :
- Sarcoptes schurft
- Demodicose
- Oormijt
- Cheyletiellose
- Andere mijten
- Teken
- Vlooien
- Luizen
- Vliegen.
, MAAG-DARM PARASIETEN
De prevalentie van darmparasieten in Vlaanderen is in feite een onderschatting van de realiteit. De
infectiedruk is hoofdzakelijk hoger in kennels door de hoge bezettingsgraad waardoor de kans op
infectie verhoogd zal worden + zeer veel pups aanwezig.
Het ontwormen van pups is belangrijk voor het vermijden van zoönoses.
De belangrijkste oorzaken voor diarree bij pups zijn:
- (Toxocarose): Komt niet zo veel voor.
- Coccidiose
- Giardiose.
Toxocara canis
INLEIDING
De normale gastheer van de parasiet is de hond. Het is in feite de meest voorkomende wormsoort bij
honden die vooral pups het meeste gaat aantreffen. Zo zijn jonge pups voor ≠ 100% besmet :
- Prevalentie in de huishouden in Vlaanderen : 4-5%
- Prevalentie in fokkerijen in Vlaanderen : > 25 %
Toxocara canis zal in zeer hoge hoeveelheden uitgescheiden worden door de pups en de teef rond
de partus door de peri-parturiente rise.
Paratenische gastheren (= Geen vermeerdering en ontwikkeling van de parasiet) bestaan ook. De
parasiet komt binnen als L3 en vestigt zich in de weefsels tot de gastheer opgenomen wordt:
- Knaagdieren
- Mens : Zoönose
LEVENSCYCLUS
Door het feit dat de parasiet zeer veel
verschillende infectiewegen heeft, zal deze een
groot succes hebben !
Echter is het stippellijn fout (transplacentaire
infectie) en moet deze een volle lijn zijn!
Infecties bij de mens zijn in feite een doodlopend
spoor.
De transplacentaire besmetting vindt plaats op
het einde van de dracht. Voor de geboorte van de
pups zijn de larven al aanwezig in de lever en na
de geboorte vindt er zich in de pup een lever-long (via hart) migratie plaats waarbij de larven worden
,opgehoest en ingeslikt en die komen zo in de darm terecht met een PP van 2-3 weken. Hier moet dus
rekening mee gehouden worden bij een preventieve ontworming.
De lactogene besmetting
- Van minder belang
- Vindt plaats de eerste 2-6 weken van de lactatie
- Rechtstreekse ontwikkeling in de darm
- PP van 3-5 weken
Na de opname van infectieuze eieren
- Tracheale migratie:
o Lever-hart-longen (vervelling tot L4)
o Na 10 dagen in de darm (vervelling tot L5)
o Volwassen wormen in de darm
o Gaan eieren leggen
▪ PP is 4 weken
o Deze migratie vindt vnl plaats bij jonge honden
- Somatische migratie
o Als er thv de longen immuniteit opgebouwd wordt, zullen larven niet meer door
longen kunnen dringen en somatisch migreren in de spieren
o Er is geen ei-uitscheiding
o Probleem bij volwassen honden
▪ Reu heeft er geen last van want hij wordt niet gereactiveerd
▪ Teef kent een reactivatie door hormonale invloeden melkklier en placenta
pups
Als laatste optie is er ook de opname van een paratenische gastheer waardoor er een rechtstreekse
ontwikkeling plaatsvindt in de darm met een prepatente periode van 3 weken.
EPIDEMIOLOGIE
De prevalentie van de parasiet is hoog en kan verklaard worden door:
- Multipele infectiewegen
- Grote eiproductie die al geëmbryoneerd zijn
- Eieren zeer resistent in de buitenwereld.
De reservoirs van de besmetting zijn :
- Eieren in de omgeving
o Ontwikkeling ≥ 1-2 weken
o Geëmbryoneerde eieren overleven tot 3 jaar
- De teef :
o Somatische larven : Transplacentaire en galactogene overdracht
o Peri-parturient rise : Hoge ei-uitscheiding rond de partus
▪ Aanwezige somatische larven die hun cyclus beëindigen
, ▪ Opname van larven door de pups uitgescheiden
▪ Opname van infectieuze eieren.
De eieren kunnen zo opgenomen worden door
- Pups
- Jong dier zonder immuniteit
- Teef rond de partus.
PATHOGENESE EN ZIEKTEBEELD
Het effect van T. canis op de gastheer is afhankelijk van verschillende factoren :
- Leeftijd : Vooral jonge honden zijn gevoelig Hoe jonger de pups, hoe gevoeliger, hoe meer
- Aantal wormen wormen, hoe erger.
- Ontwikkelingsstadium en lokalisatie van de wormen :
o Migrerende larven : Lever, longen en maag
o Somatische larven : Spieren
o Volwassen wormen : Dunne darm.
BIJ PUPS
Larven veroorzaken meer schade dan volwassen wormen. Deze zullen door de darmwand,
parenchym van de lever en longblaasjes gaan boren, zonder dat er echt duidelijk symptomen te
zien zijn.
Echter bij ZWARE INFECTIES bij pups zien we:
- Migrerende larven
o Longen : Hoesten, neusuitvloei en sterfte 2à 3 dagen na de geboorte
o Maag : Braken
- Volwassen wormen inde dunne darm (vanaf 2-3 weken)
o Verminderde conditie
o Groeivertraging en vermageren
o Meteorisme (=gasophoping) en buikpijn
o Diarree
o Obstipatie
o Braken
o Koorts (intermitterend)
o Anemie
o Ascites ZELDEN
o Rachitis
o Zenuwsymptomen
o Mechanische darmobstructie : Soms perforatie met peritonitis.