Kijken vanuit wiskunde:
1 Logisch en wiskundig denken:
Problemen oplossen --> maken gebruik van modellen (patronen)
We interpreteren wiskundige verbanden (relaties leggen), en slagen er in ze weer te
geven
We oefenen abstract denken (abstraheren)
We redeneren over gelijkheden en verwerven inzicht in algoritmes en heuristieken
We denken logisch na en passen onze opgedane wiskundige kennis toe
Kortom:
Bij wiskundig denken gaan we vooral probleemoplossend denken waarbij we
een beroep doen op verschillende strategieën om tot een oplossing te komen
Bv: logisch denken (gebruik maken v/d kennis de je al hebt) of abstraheren (je
enkel focussen op die elementen die relevant zijn)
1.1 Relaties:
Een relatie beschrijft het verband tussen dingen
De dingen die je weet, breng je in verband met elkaar.
Bv: bij het oplossen van een vraagstuk is de uitkomst: de auto rijdt aan 1000 km per
uur. Wanneer je relaties legt, weet je dat dit niet kan
1.2 Redeneren:
Redeneren = een opeenvolging van redeneerstappen:
Als/dan
oorzaak/gevolg
Bijvoorbeeld:
als de wind draait, komt er regen
als ik een klein blokje onderaan mijn blokkentoren leg, dan zal hij vlugger
omvallen.
Denk maar het spel 'jenga'.
,1.3 Patronen:
Een patroon bestaat uit een herhaling van handelingen, eenheden, toepassingen,...
Bijvoorbeeld:
We planten in onze bloembakken 1 rode bloem, 1 witte en 1 gele. Dit doen we
in alle bloembakken.
We maken een ketting
1.4 Algoritmisch denken:
Een algoritme is = een verzameling van instructies of regels om iets gedaan of
opgelost te krijgen
De opdracht van het algoritme moet je stap voor stap na elkaar uitvoeren op je doel
te bereiken.
= stapsgewijs denken (bv: stappenplan, als je de stappen volgt kom je tot een
oplossing)
= een eindige reeks instructies met een vaststaande volgorde, die de oplossing van
een probleem beschrijft.
Je kan het zien als een "recept" om wiskundige problemen op te lossen vanuit een
begintoestand en met een beoogd einddoel
1.5 Heuristieken:
Komt van het Grieks: heuriskein = vinden
Het is de wetenschap, de kunst van het vinden.
heuristiek = een ondersteuning om meer kans te hebben om tot een succes te
komen.
Bv: beertjes van Meichebaum of met fluostiften de kernwoorden in de cursus
onderstrepen of een samenvatting maken met de hoofdzaken van de cursus. ...
, 2 Getallenkennis:
Getallenkennis is de overkoepelde term voor hoeveelheden en het omgaan met
hoeveelheden.
We begrijpen hier niet enkel het tellen van hoeveelheden onder, maar ook het
vergelijken, het herkennen, het plaatsen in een rangorde, het optellen, enz...
We bekijken hier een aantal begrippen die we in verband kunnen brengen met
getallenkennis.
2.1 Getal:
Getal = een symbolische weergave van:
Een aantal/hoeveelheid (bv: 8 appels)
Een rangorde (bv: de tweede)
Een maatgetal of verhouding (bv: 2 meter, 1.5 L)
Een code: dossiernummer (bv: 26879-G-2014/057)
Een getal kan:
Je benoemen
Kun je schrijven met cijfers en andere symbolen
Kun je voorstellen met bv getal beeld
2.2 Natuurlijke getallen:
Natuurlijke getallen = getallen waarmee een hoeveelheid kan worden uitgedrukt
Altijd positief
2.3 Gehele getallen:
Gehele getallen = het verschil van natuurlijke getallen --> dit kan negatief of positief
zijn.
Bv: het saldo op mijn bankrekening bedroeg 100 EURO. Ik kocht een nieuwe jurk van
120 EURO. Dus bedraagt mijn huidige saldo -20 EURO
2.4 Noteren van getallen:
We kunnen op verschillende manieren getallen noteren:
Een talstelsel
Getalbeeld
Turven
1 Logisch en wiskundig denken:
Problemen oplossen --> maken gebruik van modellen (patronen)
We interpreteren wiskundige verbanden (relaties leggen), en slagen er in ze weer te
geven
We oefenen abstract denken (abstraheren)
We redeneren over gelijkheden en verwerven inzicht in algoritmes en heuristieken
We denken logisch na en passen onze opgedane wiskundige kennis toe
Kortom:
Bij wiskundig denken gaan we vooral probleemoplossend denken waarbij we
een beroep doen op verschillende strategieën om tot een oplossing te komen
Bv: logisch denken (gebruik maken v/d kennis de je al hebt) of abstraheren (je
enkel focussen op die elementen die relevant zijn)
1.1 Relaties:
Een relatie beschrijft het verband tussen dingen
De dingen die je weet, breng je in verband met elkaar.
Bv: bij het oplossen van een vraagstuk is de uitkomst: de auto rijdt aan 1000 km per
uur. Wanneer je relaties legt, weet je dat dit niet kan
1.2 Redeneren:
Redeneren = een opeenvolging van redeneerstappen:
Als/dan
oorzaak/gevolg
Bijvoorbeeld:
als de wind draait, komt er regen
als ik een klein blokje onderaan mijn blokkentoren leg, dan zal hij vlugger
omvallen.
Denk maar het spel 'jenga'.
,1.3 Patronen:
Een patroon bestaat uit een herhaling van handelingen, eenheden, toepassingen,...
Bijvoorbeeld:
We planten in onze bloembakken 1 rode bloem, 1 witte en 1 gele. Dit doen we
in alle bloembakken.
We maken een ketting
1.4 Algoritmisch denken:
Een algoritme is = een verzameling van instructies of regels om iets gedaan of
opgelost te krijgen
De opdracht van het algoritme moet je stap voor stap na elkaar uitvoeren op je doel
te bereiken.
= stapsgewijs denken (bv: stappenplan, als je de stappen volgt kom je tot een
oplossing)
= een eindige reeks instructies met een vaststaande volgorde, die de oplossing van
een probleem beschrijft.
Je kan het zien als een "recept" om wiskundige problemen op te lossen vanuit een
begintoestand en met een beoogd einddoel
1.5 Heuristieken:
Komt van het Grieks: heuriskein = vinden
Het is de wetenschap, de kunst van het vinden.
heuristiek = een ondersteuning om meer kans te hebben om tot een succes te
komen.
Bv: beertjes van Meichebaum of met fluostiften de kernwoorden in de cursus
onderstrepen of een samenvatting maken met de hoofdzaken van de cursus. ...
, 2 Getallenkennis:
Getallenkennis is de overkoepelde term voor hoeveelheden en het omgaan met
hoeveelheden.
We begrijpen hier niet enkel het tellen van hoeveelheden onder, maar ook het
vergelijken, het herkennen, het plaatsen in een rangorde, het optellen, enz...
We bekijken hier een aantal begrippen die we in verband kunnen brengen met
getallenkennis.
2.1 Getal:
Getal = een symbolische weergave van:
Een aantal/hoeveelheid (bv: 8 appels)
Een rangorde (bv: de tweede)
Een maatgetal of verhouding (bv: 2 meter, 1.5 L)
Een code: dossiernummer (bv: 26879-G-2014/057)
Een getal kan:
Je benoemen
Kun je schrijven met cijfers en andere symbolen
Kun je voorstellen met bv getal beeld
2.2 Natuurlijke getallen:
Natuurlijke getallen = getallen waarmee een hoeveelheid kan worden uitgedrukt
Altijd positief
2.3 Gehele getallen:
Gehele getallen = het verschil van natuurlijke getallen --> dit kan negatief of positief
zijn.
Bv: het saldo op mijn bankrekening bedroeg 100 EURO. Ik kocht een nieuwe jurk van
120 EURO. Dus bedraagt mijn huidige saldo -20 EURO
2.4 Noteren van getallen:
We kunnen op verschillende manieren getallen noteren:
Een talstelsel
Getalbeeld
Turven