Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 8 out of 132 pages
Summary

[VUB] Samenvatting-fysische geografie

Document preview thumbnail
Preview 8 out of 132 pages

Samenvatting van de cursus en powerpoint lessen gegeven door prof. Matthieu Kervyn. Schematisch uitgewerkt, veel visuele weergaves en uitleg bij alle concepten, ook handig om te gebruiken bij het oplossen van de examenvragen (via ctrl F). Op het einde staan ook de examenvragen van uitgewerkt door NotebookLM erbij. Veel succes! Behaald punt: 16/20 in eerste zit.

Content preview

Fysische geografie


ALGEMENE INFO (zie canvas)
6 ECTS credits
Onderdelen en contacturen
26 contacturen Hoorcollege
26 contacturen Werkcolleges, practica en oefeningen
15 contacturen Zelfstudie en externe werkvormen
Semester
1e semester
Onderwijstaal
Nederlands

Onderwijsteam
Matthieu Kervyn -
Yoni Verheagen - (assistent)

Doelstellingen
• De student vertrouwd maken met de fundamenten van de fysische geografie, meer in het bijzonder van
de geomorfologie.
• De student kan de exogene processen verantwoordelijk voor de evolutie van landschappen identificeren
en uitleggen.
• De student kan de plaats van de fysische geografie binnen de wetenschappen toelichten.
• De student een kritische geest, en het vermogen tot abstractie en synthese bijbrengen.
• De student beheert de basiskennis en basisvaardigheden om later problemen met duidelijk geografische
dimensie vanuit een ruimtelijke invalshoek te analyseren.
• In de practica leert de student in groepsverband te functioneren, te meten, te beschrijven, te
rapporteren.

• Excursie door Brussel (2 oktober) en in Zoniënwoud (11 November)
• Het werken met topografische kaarten en bodemkaarten : dwarsdoorsnede riviervallei, lengteprofiel
rivier, afbakenen rivierbekken, planimetrie;
• Het werken met GPS, kompas, niveau, handboor
• Opzoeken in literatuur, opstellen bibliografie, samenvatting wetenschappelijk artikel
• Het werken met luchtfoto’s – schaal- en hoogte-bepaling
• Schriftelijk en mondeling rapporteren
• Het functioneren in groepsverband Oefeningen - WPOs
• Mondeling examen op basis van open vragen
• De lijst van vragen wordt vooraf aan de student gegeven (ongeveer 1 maand voor het examen)
• De student maakt gebruik van de figuren en tabellen bij het schriftelijk voorbereiden van de antwoorden
op de vragen




1

,Fysische geografie


Inhoud
In een eerste hoofdstuk wordt de fysische geografie als wetenschap geduid. In hetzelfde hoofdstuk wordt
ook de systeembenadering uitgelegd. Deze benadering is gereflecteerd in de opbouw van de cursus, die
gericht is op de studie van de exogene processen binnen de geomorfologie:
Hoofdstuk 1: Fysische Geografie: een systeem benadering.
Hoofdstuk 2: Het systeem Aarde
Hoofdstuk 3: Het verwering systeem (verwering= afbraak van gesteente tot sediment zonder transport)
Hoofdstuk 4: Het denudatie systeem (denudatie= transporteren van materiaal (wind, water, lucht))
Hoofdstuk 5: Het helling systeem
Hoofdstuk 6: Het fluviatiele systeem
Hoofdstuk 7: Het glaciaal systeem
Hoofdstuk 8: Het kust systeem

In de practica verwerven de studenten enkele basisvaardigheden die essentieel zijn in de geomorfologie:
- het werken met topografische kaarten en bodemkaarten (dwarsdoorsnede riviervallei, lengteprofiel
rivier, afbakenen rivierbekken, planimetrie)
- het werken met GPS, kompas, niveau, handboor
- opzoeken in bibliotheek, opstellen bibliografie
- schriftelijk en mondeling rapporteren
- Terreinwaarnemingen
- Het functioneren in groepsverband
Een één-daagse excursie wordt georganiseerd op een week-end dag gedurende de semester. De datum
van de excursie wordt bij het begin van de semester aan de studenten bekend gemaakt.

Studiemateriaal
Digitaal cursusmateriaal (Vereist) : Syllabus, Marc Van Molle, Leerplatform
Digitaal cursusmateriaal (Vereist) : Slides, ppt presentaties alsook opgaven en begeleidende teksten van
de practica, Matthieu Kervyn, Leerplatform

Beoordelingsinformatie
• Mondeling Examen bepaalt 66% van het eindcijfer.
• WPO Praktijkopdracht bepaalt 34% van het eindcijfer.
• Een cijfer >8/20 is vereist op elke deel van de evaluatie om te slagen.
Mondelinge Examen: Mondeling examen op basis van open vragen. De lijst van vragen wordt vooraf aan de
student gegeven (ongeveer 1 maand voor het examen).
WPO Praktijkopdracht : Verslag van WPO’s en excursie.

WPO1: GPS-ingang resto
WPO2: excursie zoniënwoud + literatuurstudie
WPO3: topografische kaart
WPO4: luchtfoto's
1/3 eindcijfer-> per WPO een verslag (semi-verplicht zodat je weet wat te doen)




2

,Fysische geografie


1. FYSISCHE GEOGRAFIE EEN SYSTEEM BENADERING

INLEIDINGSFOTO
belang voor fysische geograaf? --> lezen en beschrijven/
begrijpen vorming landschap
opvattingen
*sedimentafzettingen en riviervorm (hier zonder water)
*topografie: verschil in hoogte zoals heuvels
*landbouwactiviteit
*bebouwing (enkele): lage bevolkingsdichtheid -->belang van
mensen: sterke invloed op het landschap bv. vegetatie,
(ontbossing),
*landdegradatie: VERWERING =/= EROSIE EXAMENVRAAG
Verwering: afbraak van gesteenten door exogene processen of vegetatie (fysisch en chemisch)
Erosie: verwering + transport van materiaal door bv. zee, rivier, wind, ijs
*exogene processen=processen die zich voordoen aan het aardoppervlak en het gevolg zijn van de
werking van water, wind, ijs of zwaartekracht
*endogene processen= platentektoniek, processen binnen de aardkorst (grote tijdschaal)

Wat is geografie?
→geos+grafie = beschrijven van de aarde in een ruimtelijke context
(verschillende soorten geografen: econom.-, socio.-, aero-, verkeersmodel/netwerk, gletsjioloog,
pedoloog= bodemstudie)
 Wetenschap die de interactie tussen samenleving en omgeving in een ruimtelijke context onderzoekt




Fysische → Humane (cultureel)
VIETNAMFOTO
*menselijke invloed op landschap: gebouwen, geen vegetatie
aan randen, puin
*puntige heuvelgebieden achterin: evt ontstaan door
gebergtevorming en latere erosie en verwering van de kalksteen
waaruit ze bestaan
*water (reservoirmeer) in de voorgrond, met signalen van
grootte-verandering (bzndere vegetatie etc...)
→verklaring: overstroming van reservoirmeer bij regen door lage
ligging tussen bergen waardoor de mens verhuizen nr hogerop




GEOGRAFIE
Fysische geografie Sociale geografie
= studie vd ruimtelijke ordening v natuurlijke (fysische) verschijnselen van/op /
aardoppervlak
(opsplitsing deelwetenschappen)
*geomorfologie
*hydrologie
*landschapsecologie



3

,Fysische geografie


Geomorfologie = wetenschap die reliëf en vormen vh aardoppervlak bestudeert + ontwikkeling ervan tot
zijn huidige gedaante reconstrueert (genetische morfologie)
 Relatie reliëf-materiaal-processen
 Verandering en evenwicht van landschappen
 Algemeen / proces geografie versus Regionale geografie

bv.
*snelle evolutie landschap= duinenlandschap, gletjsers,
*trage evolutie landschap: bxl= 110m boven zeeniveau, molenbeek 24m --> groot verschil→
heuvelachtigheid: erosie door de Zenne (vroeger wss grotere rivier dan nu)
wss proces? ondergrond Brussel (zandgrond, brusseliaans 30-40m losse strandzandgrond 40-50miljoen
j/o, dieper kleilagen) →makkelijker te eroderen tov brabants massief veel harder gesteente: kans op
erosie kleiner
verwering -> erosie -> sedimentatie
*opbouwend of afbrekende platentektoniek (hoe hoger opbouwende platen-> hoe feller de verwering door
zwaartekracht etc..)

Geschiedenis van de Geografie

-Eerste geografen: Chinese, Phoenicische, Griekse en Romeinse beschavingen
=20e eeuw




 Doelstelling : in kaart brengen van de plaatsen die door de toenmalige‘wereldreizigers’
4000j/g

vC




werden ontdekt


-Griekse filosofen: ruimtelijke structuur (menselijke en fysische) fenomenen aardoppervlak
→belangstelling voor de vorm en afmetingen van de Aarde
*Herodotus (484 - 425 BC): boeken over streken van het Perzische rijk
*Aristoteles (circa 384 – 322 BC):bewijs bolvormige Aarde
Griekse prime
500-200 vC




*Eratosthenes (circa 276 – 194 BC): berekening
afmetingen Aarde + term geografie
->geometrie (equatoriale omtrek 40233
km<>satellietmetingen nu: 40072 km).
-hoe? perifeer op de evenaar (positie van de zon,
grote van de schaduw, en hoek met de zon op 2
verschillende plaatsen en dan de afstand ertussen
ook linken)
Romeinen: Chorografie (culturele streken/ regio’s (grootschalig), Topografie (plaatselijke
landsbeschrijving)→ macro-, meso- en microgeografie= aard-, land- en plaatsbeschrijving
(50vC-200na)




-‘Geographia’ van Strabo (circa 64 BC – 20 AD): culturele geografie van verschillende
Romeinen




beschavingen
-‘Geographike hyphegesis’ van Ptolemaeus (circa 100 – 178 AD)
*tekenen ruimtelijke patroon van de aarde, de wereld in zijn geheel
*3 projectiesystemen
*breedte / lengte concept
-stagnatie wetenschap
Middelee




-vooruitgang door Arabische academici
5e-13e
uwen

eeuw




-Chinese methode voor triangulatie technieken




4

,Fysische geografie


- Grote ontdekkingstochten door Europese natiestaten
- Tijdsmetingen, nieuwe kartering methode
- Nieuwe nadruk op reële ervaring t.o.v. autoriteit (Varenius= vader fysische geografie)
15e-17e eeuw
Renaissance


- Christopher Columbus, Vasco da Gama, Ferdinand Magellan, Jacques Cartier, Sir
Martin Frobisher, Sir Francis Drake, John en Sebastian Cabot, en John Davis, B.
Varenius, Emmanual Kant
!Gerardus Mercator (Gerard de Kremer of de Cremer): een Vlaams cartograaf,
instrumentenmaker en graveur, 'Ptolemaeus van zijn tijd', globepaar, een vijftal
wandkaarten en een onvoltooide kosmografie
- Ontstaan van moderne geografie vooral in Duitsland& Frankrijk
→grote tijdschaal van processen: platentektoniek Wegener aanvaarding midden 19e eeuw
-Alexander von Humboldt (1769-1859): de Kosmos
-Carl Ritter (1779-1859): interacties in geografie
-Friedrich Ratzel (1844-1904):fysische determinisme (invloed op mensen):
19e eeuw




→mensen zijn gedetermineerd door omgeving waar ze leven (inheemse bevolking)
-Paul Vidal de la Blache (1845-1918)+ Amerikaanse George P. Marsh (1801-1882):
impact van mensen op landschappen => bodemerosie, ontbossing, verwoestijning
→omgeving is gedetermineerd door mensen: impact op landschappen
*kempen: zandgrond (heel grote deeltjes)/leuven-brabant: leemgrond (kleinere fractie)
→verschil in landbouw door doorlaatbaarheid: zand heel doorlaatbaar , leem behoud meer
water en organische stoffen, klei is heel fijn: te weinig doorlaatbaar=wateroverlast), best
voor landbouw= leem
- possibilisme : ruimtelijk handelen van de mens meer bepaald wordt door sociale dan
fysische factoren
-sociale geografie: evolutie anthropocentrisme= overheersende aandacht voor,specifiek
sociaal - ruimtelijke verschijnselen
20e eeuw




-veel nationale scholen (regionale, beschrijven van vormen)-> internationalisatie
(processen, voorspellingen)
EVOLUTIE van descriptieve benadering naar wetenschappelijke
na WOII: internationalisering van processen en patronen adhv
fysische/wetenschappelijke processen
→gevolg: modelering van de toekomst
Focus op maatschappij - omgeving interacties:
- Globale klimaatverandering, Zeeniveau stijging, Exploitatie van grondstoffen,
Milieueffectenrapportering, Urbanisatie en bodemgebruikveranderingen, Ontbossing,
nu




Verlies in bodem fertiliteit en landbouw grond, Natuurlijke gevaren en rampen.
=> Strategieën gericht op de vermindering van de negatieve impact van de mens op de
omgeving

Geografie als wetenschap
De wetenschappelijke benadering:
-Model van de omgeving maken – wat is waar / onwaar?
-Wetenschappelijke criteria en methode
-Falsifieerbare modellen op basis van EMPIRIE (K. Popper)

AFRIKA-AARDVERSCHUIVINGSFOTO *wat is de ondergrond, de horizont-samenstelling
(doorsijpeling mineralen)
*reconstructie vorig landschap
*oorzaak van de plotse verandering (ontbossing?) wanneer/
periodieke oorzaken (regen etc..) voor landverschuivingen?
intensiteit aantal ml regen?
*menselijke invloed? ->eventuele evacuatie
*andere landverschuivingen in de buurt? -->ruimtelijke
verdeling (patroon)-> landslide susceptibility= toekomstige
landverschuivingen voorspellen



5

,Fysische geografie


*België? overstromingen Wallonië: Vesder, invloed hoge Venen--> oorspronkelijke veenbodem (=spons),
dennenbomen= door dennen wordt grond zuurder dus minder sponsig? meer veen aanleggen en
ontbossen dennen (ontbossing is niet altijd slecht)
*geulvorming: mini ravijn/vallei-> snelle vorming (gevaren in stedelijke omgeving, recent: Kinshasa)

Wetenschappelijke methode
1. Bestuderen waarnemingen verzamelen (op locatie, metingen, databanken) => Herhaalbaarheid !

2. Denken falsifieerbare hypothesen voorstellen (op basis van vergelijkbare processen
bv.andere landverschuivingen overal helling steiler dan 10° en x-aantal regen)
*falsifieerbaar= vervalsbaar of tegenbewijsbaar
empirisch= op basis van waarnemingen
3. Voorspellen ‘als – dan’ redenering o.b.v hypothese: (kaart opstellen met andere getroffen of risc
area’s -->factoren onderzoeken die dooslaggevend zijn bij deze aardverschuiving en
andere gebieden markeren op basis van die gevonden cirteria)
4. Controleren validatie door nieuwe metingen, experimenten (controleren in de praktijk of
voorspelde kaartplekken aardverschuivingen hebben meegemaakt
5. Evalueren nieuwe hypothese of verdere metingen...
→continu proces

rationalisme empirisme deductief inductief
Voorstellen van een Wetenschappelijke een methode, waarbij generalisatie van veel
nieuwe theorie, dan theorieën worden een gevolgtrekking waarnemingen naar
verzamelen van ontwikkeld en getoetst wordt afgeleid vanuit een theorie
specifieke door experimenten en het algemene naar het (inherent onzekerheid)
waarnemingen waarnemingen bijzondere

Evolutie van geografische modellen
▪ Catastorfisme= alle veranderingen in landschappen komen tot stand door drastische (plotse en
snelle) veranderingen (aarde zou bestaan sinds 4000vC)
19E eeuw
▪ Uniformitarianisme= proces van vroeger is toepasbaar op nu (wel verschil in intensiteit),
landschappen veranderen door tijd 106 jaar nodig om de Aard te laten evolueren naar zijn huidige
vorm → stijging zeeniveau: smelten gletsjers, en verschil in dichtheid zeewater (200000jaar geleden,
zeeniveau -120m-->meer ijs)
“de kennis van de huidige toestand vormt de sleutel tot het verleden”
~ James Hutton, John Playfair, Charles Lyell
→wetten ad basis van processen verandering en stabiliteit zijn constant in ruimte en tijd
→verklaring vh heden (en dus ook het verleden) vergt geen tussenkomst van onbekende of ondenkbare
processen
!!!oorzaken en gevolgen blijven gelijk in historie maar niet de grootte en tijdschaal van processen

19de Eeuw - Darwin, Davis and Gilbert
– Charles Darwin verbreedt uniformitarianism naar biologie (evolutie)
*‘The Origin of Species’ (1859)
* Mensen en dieren waren vroeger geloofd zeer verschillend te zijn
– W.M. Davis pastte deze idëen toe op fysische geografie
*1889 Davisian cycles of erosion (chronologie van denudatie)
ardennen is youth stadium
=dominant model in fysische geografie tot 1950’s
*geleidelijke verandering van het reliëf
EVOLUTIE: Jong stadium →Maturiteit→Ouderdom
(Theoretische model: continu verandering, nooit stabiliteit)
MAAR evolutierichting is onvoorspelbaar: willekeurig, onzeker
(andere modellen: Penck (1920s) + King (1950s): Hellingevolutie)


6

,Fysische geografie


– G.K. Gilbert (laat 19de eeuw) : grondlegger dynamisch evenwicht
* waarom landschap ontwikkelen: ruimtelijke variatie >> tijdschaal
*belang beschrijving van fysische processen en de systemen van wetten (met gebruik van
kwantitatieve methoden)
De kwantitatieve revolutie
– 1950’s periode: globale moderniteit => wetenschappen leiden samenleving
– Nood aan Fysisch-gebaseerd waarnemingen
- Arthur Strahler
– Hack (1960) => concept van landschap EQUILIBRIUM= verdere uitwerking dynamisch evenwicht
*verband tussen variabelen die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van een vorm
*landschap= resultaat van actuele processen
*variatie zijn gecontroleerd door ruimtelijke variatie van inputvariabelen

Klimaat geomorfologie Fysische geomorfologie
Klimaat als doorslaggevende factor (v. Ondergrond als doorslaggevende factor (v.
oppervlaktelandschappen) oppervlaktelandschappen)
- zonale verdeling van landschappen: -veel regionale verschillen
klimatologisch verbonden streken op de aardbol
(UITZ: hoogtezonering in gebergtezones)
≈ dynamisch evenwicht
Redelijk simplistisch Redelijk simplistisch
*niet enkel het klimaat maar ook de geologie zijn van belang (op erosie en verwering)
-chemische verweringsprocessen--> geologie van belang want kalk reageert sneller dan andere steen
etc...

1960s: Verandering in fysische geografie door omgevingsstudies
• Andere ruimtelijke en tijdschalen dan Davis
• Focus op proces-vorm relaties (zeer korte tijdspanne)
• Identificatie processen en snelheid van opereren
→ Meer aandacht naar process-vorm relaties op korte tijdspanne en specifieke case study;
bepalen van processen en hun snelheid
Vroege voorlopers:
• Bagnold (1941): dynamiek van eolische processen (zand)
• Horton (1945): hydrologische studies
Resultaat processtudies:
• Verlies eigenheid fysische geografie
o Losse verzameling van deeldisciplines
o Focus op kwantificering van deelprocessen
Gebrek aan integratie:
• Nood aan verklaring geheel (op verschillende tijd- en ruimtelijke schalen)
• Systeembenadering nog niet geïntroduceerd

Realisme als reactie tegen empirisme
empirisme realisme
Empiristen zouden zich vooral richten op de Realisten willen daarentegen de diepere
empirische waarnemingen en wat er mechanismen begrijpen die een gebeurtenis
daadwerkelijk gebeurde (niveau 2 en 3), zonder veroorzaken, en stellen dat deze mechanismen
noodzakelijkerwijs de onderliggende oorzaken te reëel zijn, ook als ze niet direct zichtbaar of
begrijpen. meetbaar zijn.
niveaus van een fenomeen:
1. mechanisme (onderliggende processen)
2. Evenement dat voorkwam
3. Empirische waarneming
*verandering is veroorzaakt door de interactie van mechanismen en specifieke condities
*bestaande landvormen beïnvloeden hoe processen interageren+toekomstige landschappen ontwikkelen
*verschillende combinatie van mechanismen resulteren in verschillende evenementen

7

, Fysische geografie


Een systeembenadering in de geomorfologie
Wat is een systeem?
Systeem (en subsytsteem)= belangrijk (bv. riviersysteem met subsysteem estuarium)
= set van met elkaar in onderling verband staande zaken
= set van elementen waarbij een onderlinge relatie bestaat tussen de elementen onderling en tussen de
toestand waarin deze elementen zich bevinden.
→ verbonden subsystemen of componenten interactie tussen verschillende elementen wat samen een
geheel vormt
= "natuurlijk" systeem is een niet willekeurige ordening van materie-energie in een tijd - ruimte omgeving,
die op haar beurt niet willekeurig geordend is in onderling

→ Landschap= complex geheel van elementen die op verscheidene manier met elkaar kunnen
samenhangen (=een systeem)
*reliëf (topografie)
*water(stroom)
*ondergrond
*vegetatie
*menselijke impact
*ondergrond/ geologie/ litosfeer
*grondwater
*klimaat/regen
*bodem (ondergrond waar klimaat impact op heeft, 1,5m diep, chemische interactie en fysische
interactie) eronder is niet actieve ondergrond
Open systeem Gesloten systeem
Beide begrensd: endogene (inern) of exogene (extern) toestand variabelen:
INPUT – OUTPUT: uitwisseling van materie en energie met de buitenwereld => morfologieverandering
uitwisseling v energie en materie tssn systeem en enkel energie uitwisseling tussen energie en
omgeving omgeving




Geosystemen
Systemen: hiërarchie→elk niveau vertoont autonomie tov componenten en omgeving
*relatie of wisselwerking tussen het systeem, de samenstellende delen en de omgeving
Holarchie= samenstelling van hiërarchisch geordende "holons" [Grieks "holos" = geheel, + suffix "on"
zoals in proton, duidend op een deeltje]
→bestaat uit samenstellende subsystemen en is onderdeel ve groter supersysteem.

- Verbale, statitische of mathematische model
- Hiërarchie van systemen
- Systeemschalen




8

Document information

Study
Uploaded on
February 12, 2025
Number of pages
132
Written in
2024/2025
Type
Summary
$9.63

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
23
Followers
0
Items
12
Last sold
2 weeks ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions