Begrippen
unionisme: samenwerking tussen de katholieken en de liberalen
levensbeschouwelijk conflict of breuklijn: het conflict tussen de katholieken en vrijzinnigen
socio-economisch conflict: het conflict tussen arbeid en kapitaal (arbeiders, werkgevers)
communautair conflict: het conflict tussen nederlandstaligen en franstaligen
meerderheidsstelsel: kiesstelsel waarbij een partij in een gebied een meerderheid moet
behalen om alle zetels te veroveren. De partij die de grootste is krijgt dan alle zetels.
evenredigheidsstelsel: een kiessysteem waarbij het percentage behaalde zetels bij goede
benadering evenredig is met het percentage behaalde stemmen. Een partij die 20% van de
stemmen haalt heeft dus recht op 20% van de zetels.
Het levensbeschouwelijk conflict
Het onafhankelijke België ontstaat door het unionisme. (VKN Willem I)
De katholieken aanvaarden:
- vrijheid van godsdienst
- scheiding van kerk en staat
- vrijheid van onderwijs
En dat zijn liberale principes.
Maar in het nieuwe België is er weer een hevige discussie over die laatste.
De katholieken willen godsdienst als een verplicht vak. En de liberalen zijn antiklerikaal en
willen een lekenstaat waarin de kerk geen zeggen heeft. (scheiding van kerk en staat).
De kloof wordt groter tussen de liberalen en katholieken door de veroordeling van de
vrijmetselarij (liberalisme) door de Belgische bisschoppen.
De liberalen organiseren zich in een Liberale Partij 1846 en behalen het politieke overwicht.
Dit maakt een einde aan het unionisme.
De liberalen kregen steun van de burgerij uit steden en de katholieken van het platteland.
Ze legden regels aan het onderwijs:
- elke gemeente moet neutrale lagere school oprichten
- vrije (katholieke) scholen krijgen geen subsidies meer