Endocriene klieren
1. Inleiding
Afgifte hormonen:
o Endocriene secretie (in bloed) endocriene kliercellen
o Paracriene secretie (naburige cel) endocriene kliercellen
o Autocriene secretie (cel zelf) endocriene kliercellen
o Neurosecretie (in bloed) neurosecretoire cellen
Soorten endocriene klieren: overzicht
o Hypofyse of neuro-endocriene hypothalamo-hypofysaire systeem
o Epifyse/corpus pineale
o Schildklier
o Bijschildklier
o Bijnieren
o Paraganglia
o Neuroendocriene cellen vh GI stelsel (APUD cellen)
o Pancreas
o Testis
o ovarium
2. Hypofyse
In sella tursica
Bovenaan begrensd door diafragma sella
Functie: productie/vrijstelling van hormonen
o Hormonen die rechtstreeks op een doelwitcel inwerken
Groeihormoon
Prolactine
ADH
oxytocine
o Hormonen die andere endocriene klieren stimuleren tot hormoonsynthese
TSH (thyroied stimulerend)
ACTH (adenocorticotroop)
LH, FSH (gonadotroop)
Onder invloed van neurosecretoire cellen in hypothalamus:
- Oxytocine en ADH
- ‘releasing’ en ‘inhibiting’ factors = trofische factoren/hormonen GRH, GIH, PRH,
PIH, TRH, LHRH, CRH
Neurohypofyse = achterkwab: MAAKT ZELF GEEN HORMONEN AAN
o Ontstaan uit neuraal ectoderm, uit uitstulping diencephalon
o 3 delen:
Eminentia mediana
Infundibulum
Pars nervosa
, o Cellulaire structuur:
Niet gemyeliniseerde axonen van de tractus hypothalamo-hypofysialis
(Herring lichaampjes, carriëreiwitten neurofyse 1 en 2) ;
de perikarya v/d neurosecretoire cellen liggen in hypothalamus:
Nucleus supra-opticus ADH gebonden aan carriereiwit
neurofysine 1 axon Herring lichaampjes gevensterde
capillairen
Nucleus paraventricularis oxytocine gebonden aan neurofysine 2
axon Herring lichaampjes gevensterde capillairen
Pituïcyten (neuroglia, gelijkaardig aan astrocyten)
o Detail eminentia mediana
Axonen van neurosecretoire cellen van hypothalamische zone
Vrije opp. Naar 3de ventrikel:
Ependymcellen
Tanycyten
Primair capillair netwerk
(via veneus portaal systeem in verbinding met secundaire plexus thv pars
distalis adenohypofyse)
Adenohypofyse = voorkwab
MAAKT ZELF HORMONEN AAN (STH, ACTH, TSH, prolactine, LH…)
o Ontstaan uit oraal ectoderm, uit zakje van Rathke
o Zeer celrijk (<-> neurohypofyse: celarm, veel vezels)
o Aanmaak hormonen onder controle van inhiberende en stimulerende factoren
aangemaakt thv hypothalamische kernen
o 3 delen:
Pars distalis (75% van de AH)
STH, ACTH, TSH: worden aangemaakt in bepaalde zones van
adenohypofyse
LH, FSH, prolactine: ligging van deze cellen is verdeeld over de
voorkwab
celstrengen gelegen rond sinusoïeden van secundaire plexus
via HE kleuring: 3 groepen te onderscheiden:
1) chromofobe cellen (50%, geen granules)
2) chromofiele acidofiele cellen (40% vd 50%, kleuren met
eosine)
STH, prolactine
3) chromofiele basofiele cellen (10% vd 50%, kleuren met
haematoxyline)
LH, FSH, TSH, ACTH
Pars tuberalis
Gedeelte gelegen rond het infundibulum van neurohypofyse
(infundibulum + pars tuberalis = hypofysesteel)
Structuur vglbr pars distalis
Meeste cellen zijn gonadotroof (LH, FSH)
Pars intermedia
Tussen pars distalis en pars nervosa
Cellen geschikt in strengen of in follikels (soms met colloïed)
(overblijfsel zakje van Rathke)
Minder sterke vascularisatie
Basofiele cellen: MSH en chromofobe cellen
Aanmaak metenkefaline, gamma endorfine (psychogene effecten)
1. Inleiding
Afgifte hormonen:
o Endocriene secretie (in bloed) endocriene kliercellen
o Paracriene secretie (naburige cel) endocriene kliercellen
o Autocriene secretie (cel zelf) endocriene kliercellen
o Neurosecretie (in bloed) neurosecretoire cellen
Soorten endocriene klieren: overzicht
o Hypofyse of neuro-endocriene hypothalamo-hypofysaire systeem
o Epifyse/corpus pineale
o Schildklier
o Bijschildklier
o Bijnieren
o Paraganglia
o Neuroendocriene cellen vh GI stelsel (APUD cellen)
o Pancreas
o Testis
o ovarium
2. Hypofyse
In sella tursica
Bovenaan begrensd door diafragma sella
Functie: productie/vrijstelling van hormonen
o Hormonen die rechtstreeks op een doelwitcel inwerken
Groeihormoon
Prolactine
ADH
oxytocine
o Hormonen die andere endocriene klieren stimuleren tot hormoonsynthese
TSH (thyroied stimulerend)
ACTH (adenocorticotroop)
LH, FSH (gonadotroop)
Onder invloed van neurosecretoire cellen in hypothalamus:
- Oxytocine en ADH
- ‘releasing’ en ‘inhibiting’ factors = trofische factoren/hormonen GRH, GIH, PRH,
PIH, TRH, LHRH, CRH
Neurohypofyse = achterkwab: MAAKT ZELF GEEN HORMONEN AAN
o Ontstaan uit neuraal ectoderm, uit uitstulping diencephalon
o 3 delen:
Eminentia mediana
Infundibulum
Pars nervosa
, o Cellulaire structuur:
Niet gemyeliniseerde axonen van de tractus hypothalamo-hypofysialis
(Herring lichaampjes, carriëreiwitten neurofyse 1 en 2) ;
de perikarya v/d neurosecretoire cellen liggen in hypothalamus:
Nucleus supra-opticus ADH gebonden aan carriereiwit
neurofysine 1 axon Herring lichaampjes gevensterde
capillairen
Nucleus paraventricularis oxytocine gebonden aan neurofysine 2
axon Herring lichaampjes gevensterde capillairen
Pituïcyten (neuroglia, gelijkaardig aan astrocyten)
o Detail eminentia mediana
Axonen van neurosecretoire cellen van hypothalamische zone
Vrije opp. Naar 3de ventrikel:
Ependymcellen
Tanycyten
Primair capillair netwerk
(via veneus portaal systeem in verbinding met secundaire plexus thv pars
distalis adenohypofyse)
Adenohypofyse = voorkwab
MAAKT ZELF HORMONEN AAN (STH, ACTH, TSH, prolactine, LH…)
o Ontstaan uit oraal ectoderm, uit zakje van Rathke
o Zeer celrijk (<-> neurohypofyse: celarm, veel vezels)
o Aanmaak hormonen onder controle van inhiberende en stimulerende factoren
aangemaakt thv hypothalamische kernen
o 3 delen:
Pars distalis (75% van de AH)
STH, ACTH, TSH: worden aangemaakt in bepaalde zones van
adenohypofyse
LH, FSH, prolactine: ligging van deze cellen is verdeeld over de
voorkwab
celstrengen gelegen rond sinusoïeden van secundaire plexus
via HE kleuring: 3 groepen te onderscheiden:
1) chromofobe cellen (50%, geen granules)
2) chromofiele acidofiele cellen (40% vd 50%, kleuren met
eosine)
STH, prolactine
3) chromofiele basofiele cellen (10% vd 50%, kleuren met
haematoxyline)
LH, FSH, TSH, ACTH
Pars tuberalis
Gedeelte gelegen rond het infundibulum van neurohypofyse
(infundibulum + pars tuberalis = hypofysesteel)
Structuur vglbr pars distalis
Meeste cellen zijn gonadotroof (LH, FSH)
Pars intermedia
Tussen pars distalis en pars nervosa
Cellen geschikt in strengen of in follikels (soms met colloïed)
(overblijfsel zakje van Rathke)
Minder sterke vascularisatie
Basofiele cellen: MSH en chromofobe cellen
Aanmaak metenkefaline, gamma endorfine (psychogene effecten)