Methodologie verwijst naar de wijze waarop het hele proces van wetenschapsbeoefening
functioneert en houdt dus niet alleen de kennis en beheersing van methoden en technieken
in.
Doel van sociaal-wetenschappelijk onderzoek is ‘ware’ kennis over de realiteit generen. Maar
onderzoeksresultaten spreken elkaar voortdurend tegen.
1.1 INLEIDING
1.2 ENKELE VOORBEELDEN
1.3 DE WETENSCHAPPEIJKE AANPAK
1.3.1 WETEHSCHAP: EEN SPECIFIEKE BENADERING
Bij wetenschappelijke kennis zijn de wetenschappelijke inzichten gebaseerd op het toepassen
van regels en procedures die de kwaliteit en het waarheidsgehalte van die inzichten
maximaliseren. Dat toepassen van regels en procedures heeft zowel betrekking op het
bezitten van kennis en inzicht in een heel arsenaal theorieën over een bepaald probleem als
op het kunnen toepassen van methoden en technieken om tot geldige en betrouwbare
kennis te komen – of bij het toepassen van een specifieke techniek alvast de mogelijkheden
en beperkingen te kennen.
Bij ieder onderzoek en bij ieder onderzoeksprobleem moeten keuzes gemaakt worden.
Onder andere over de wijze van data verzamelen, de gebruikte theoretische inzichten, de te
onderzoeken populatie, wijze van rapporteren enz.
Methodologie ≠ Methode
Methodologie behelst het hele proces van wetenschapsbeoefening.
Methoden verwijzen naar het geheel van specifieke technieken die je in wetenschappelijk
onderzoek gebruikt om onderzoekseenheden te selecteren, er gegevens over te verzamelen,
die vervolgens te analyseren en de resultaten te rapporteren.
1.3.2 ALTERNATIEVE BRONNEN VAN KENNIS OVER DE WERKELIJKHEID
1
,Er zijn een aantal alternatieve bronnen waarop mensen zich baseren om kennis en inzicht
over de werkelijkheid op te doen. De belangrijkste hiervan zijn persoonlijke ervaringen, de
populaire media en ideologische overtuigingen. Geen van die bronnen kan echter met de
kennis en inzichten concurreren van wetenschappelijk onderzoek.
De media is een bron van informatie, de meesten raadplegen massamedia voor informatie.
Het probleem met de informatie uit massamedia is dat er inzichten uit wetenschappelijk
onderzoek gecombineerd worden met informatie zonder wetenschappelijk statuut of zelfs
valse informatie. Bovendien kan de berichtgeving heel selectief zijn en slechts één aspect van
een probleem benaderen terwijl andere onbelicht blijven. Vandaar dat media-informatie zo
haar beperkingen heeft en kritisch moet worden benaderd.
Ideologische overtuigen kunnen visies en ideeën over de werkelijkheid beïnvloeden en
sturen. Bijvoorbeeld het ideologische idee dat vrouwen ongeschikt zijn voor leidinggevende
functies in een bedrijf en ze zich beter zouden bezighouden met huishoudelijke taken.
Ideologische vooringenomenheid kan ook spelen als het gaat om de interpretatie van
onderzoeksresultaten gaat. Bijvoorbeeld de discussie over de klimaatverandering, of de
mens daar al dan niet voor verantwoordelijk is.
1.4 WAT TE VERWACHTEN VAN METHODOLOGIE?
Methodologie reikt je de essentiële bouwstenen aan om wetenschappelijke kennis over de
sociale omgeving op te bouwen.
Er bestaan verschillende soorten theorieën niet alleen wat betreft het object waarover ze
een uitspraak doen maar ook over het niveau waarop de uitspraken zich situeren. Zo kan je
micro-, meso- en macroniveau theorieën onderscheiden: micro verwijst naar het
(inter-)individuele niveau, macro naar het maatschappelijke systeem en meso zit hier
tussenin, bijvoorbeeld op het niveau van organisaties of bedrijven.
Een tweede bouwsteen vormen data of gegevens over de werkelijkheid. Met die data kan je
uitmaken of theoretische inzichten overeenstemmen met de werkelijkheid of niet. Sommige
gegevens op basis waarvan sociale wetenschappers werken zijn onmiddellijk waarneembaar
zoals geslacht of agressie. Andere kenmerken hebben meetinstrumenten nodig om ze te
kunnen observeren, zoals het meten van intelligentie via een IQ-test. Bij beide gaat het om
empirische data: alle data zijn gegrondvest in zintuigelijke waarneming. Wetenschappers
gebruiken immers hun zintuigen al dat niet geholpen door een instrumentarium.
MODULE 2 – BOUWSTENEN EN SOORTEN SOCIAAL-WETENSCHAPPELIJK
ONDERZOEK
2
,2.1 INLEIDING
Sociaalwetenschappelijk onderzoek is de productie van geldige en betrouwbare kennis over
de sociale realiteit door het combineren van theorie en empirie waarbij methodologische
principes grondig worden toegepast.
2.2 BOUWSTENEN VAN SOCIAAL-WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
2.2.1 THEORIE EN EMPIRIE
Theorie en empirie vormen de basisingrediënten van sociaalwetenschappelijk onderzoek.
1. THEORIE is het geheel van samenhangende uitspraken of proposities (=beweringen)
die bepaalde fenomenen beschrijven of verklaren. Ze beantwoorden niet alleen wat-
hoe- en waarom vragen maar maken het ook mogelijk om voorspellingen te doen, al
blijken die achteraf regelmatig niet te kloppen.
Een voorbeeld van een sociaalwetenschappelijke theorie: het Job Demand-Control
model, ontwikkeld door Karasek. Het model stelt dat naarmate de werkdruk hoger
ligt (hoe hard iemand moet werken) en werknemers minder autonomie hebben
(de mate waarin een werknemer zelf beslissingen kan nemen) er meer werkstress zal
ontstaan. Mensen met een slopende job zullen dus een hoog stressniveau ervaren.
Een slopende job: Job waarbij de werkdruk hoog ligt maar waarbij je weinig
autonomie hebt bv. een bandwerker, die moet hard werken en is als het ware
vastgeketend aan het ritme van de lopende band, die heeft geen enkele autonomie.
Theorieën bestaan uit twee basisblokken: concepten en proposities.
Een concept is een algemeen en abstract idee dat als een label dient om concreet
waarneembare zaken of fenomenen te categoriseren. Bijvoorbeeld stress is een
label dat we gebruiken om diverse ervaringen van werknemers mee te duiden,
gaande van verhoogde hartslag tot slaaploosheid, lustloosheid. Ook werkdruk, en
autonomie zijn voorbeelden van concepten.
Proposities of veronderstelde relaties tussen concepten.
Theorieën bevatten stellingen over hoe concepten met elkaar gerelateerd zijn. Het Job
Demand-Control stelt dat het concept ‘slopende job’ gelinkt is aan het fenomeen stress.
Niet alle verhalen met daarin concepten en proposities zijn noodzakelijk goede theorieën.
Een wetenschappelijke theorie moet voldoen aan een aantal kenmerken:
Een theorie moet logisch consistent zijn: De proposities mogen elkaar niet
tegenspreken.
3
, Verklaringskracht: Een theorie is beter naarmate ze meer succesvol is om de
wereld rondom ons te verklaren.
Een goede theorie moet tot op zekere hoogte veralgemeenbaar zijn:
Ruimer toepassingsgebied dan één concrete tijd en plaats. Mate van
veralgemeenbaarheid hangt af van soort theorie: formele theorieën, grand
theories, middle range theories.
Een goede theorie is spaarzaam: Hoe minder concepten en proposities je nodig
hebt om een fenomeen te verklaren, hoe beter.
Empirisch toetsbaar, de mogelijkheid om via observatie na te gaan of de theorie
degelijk overeenstemt met de realiteit = verifieerbaarheid. Dat is het geval bij het
Job Demand-Control model: werkdruk, autonomie en stress kan je observeren.
Daarnaast moet de wetenschappelijke theorie zo geformuleerd zijn dat ze
weerlegbaar of falsifieerbaar is. De mogelijkheid om door observatie
eventuele onjuistheid aan te tonen. Stel dat het blijkt dat er geen stress blijkt te
zijn bij werknemers met een slopende job, dan is het Job Demand-Control model
gefalsifieerd.
2. EMPIRIE is het ervaren van de wereld rondom ons door waarneming. Door middel
van onze zintuigen observeren we de realiteit. Goed observeren brengt een hele
reeks uitdagingen met zich mee.
In welke mate het mogelijk is objectieve observaties te doen die losstaan
van de waarnemer.
Sociale wetenschappers zijn vaak geïnteresseerd in fenomenen die we niet
gemakkelijk kunnen observeren. Interesse in zaken die mensen liever
verborgen houden.
2.2.2 INDUCTIE EN DEDUCTIE
Onderzoek is kennisproductie door het combineren van theorie en
empirie. Theorie en empirie zijn met elkaar verbonden via twee
4