Examen:
1. Module: in zelfstudie te doorlopen ( 3 punten)
a. Deze zelfstudiemodule wordt niet ondervraagd op het examen
2. Schriftelijk examen (17 punten)
a. Studiemateriaal = ppt en eigen notities + uitgeschreven lessen
b. Verplichte lectuur: inzichtsvraag op examen (boekhoofdstuk kiezen
uit lijst)
Les 1: Secularisatie, desecularisatie en globalisering
Seculariseringsthese: rol van religie neemt af in moderne geïndividualiseerde
samenlevingen met een liberale democratie. Dit naarmate de levensstandaard
toeneemt, een seculier-wetenschappelijk vertoog aan belang wint en de
emancipatie van individuen en groepen groeit.
Belang van godsdienst neemt af op twee gebieden:
1. Maatschappelijk: religieuze instituten hebben minder vat op sociale leven
2. Individueel niveau: individualisering van zingeving maakt
geïndividualiseerde religie minder relevant
Belangrijke namen:
- Max Weber, Emile Durkheim, Peter Berger:
o The sacred canopy: Elements of a sociological theory of religion
(1967)
- Cultuuromslag van 1968
o Periode van ingrijpende sociale en culturele veranderingen die zich
wereldwijd afspeelden, met name in het Westen
o In dat jaar kwamen jongeren massaal in opstand tegen gevestigde
structuren en autoriteiten, zoals overheden, onderwijsinstellingen en
traditionele waarden.
o Thema’s: vrijheid van meningsuiting, seksuele bevrijding, gelijke
rechten, en protest tegen oorlog (zoals de Vietnamoorlog)
o Leidde tot een meer individualistische en open samenleving
- André Glücksman: La troisième mort de Dieu
o Massadodingen van Verdun, Auschwitz, Rwanda
Tot 1989: godsdienst leek maatschappelijk randverschijnsel (= idee dat religie of
godsdienst niet meer een centrale of dominante rol speelt in de moderne
samenleving)
- Communistische wereld: geen godsdienstvrijheid
- Westerse wereld: secularisatie en crisis van het godsgeloof
Verfijning van secularisatiedebat
José Casanova: Public religions in the modern world (1994)
1. Scheiden van politieke en religieuze sfeer
2. Verminderen van belang van (geïnstitutionaliseerde) religie
1
, a. Verwijst naar de afname van de invloed en rol die religieuze
instellingen en geloofsovertuigingen hebben in de samenleving en in
het leven van individuen.
3. Privatisering van religie (=problematisch)
Verfijnt debat over seculiere staat – Charles Taylor: A secular age (2007)
Onderscheid tussen:
- Doelstelling: bevorderen van wederzijds respect/gewetensvrijheid
- Middel: scheiding tussen kerk en staat
Belgisch model: unieke scheiding door verzuiling: verkaveling van de staat
volgens ideologische-levensbeschouwelijke breuklijnen
Republikeinse model (Frankrijk): legt nadruk op middelen en dus op de
neutraliteit van de Staat en de overheid
- Dit betekent dat de overheid zich strikt neutraal opstelt in zaken als religie
en ideologie, en zorgt dat de middelen (wetten, beleid) niet een bepaalde
overtuiging bevoordelen
Liberale model (Angelsaksisch, VS): nadruk op doelstelling, met pragmatische
omgang met de middelen
- Hier is de staat minder strikt neutraal en past middelen flexibel aan om
doelen zoals individuele vrijheid en marktwerking te bereiken.
In de praktijk: continuüm – onderlinge verschillen: waarbij landen elementen van
beide modellen kunnen combineren, afhankelijk van de context en beleidsdoelen
Concepten i.v.m. secularisering – Grace Davie
1. Believing without belonging
Stelt vast dat geloof in bepaalde zaken (leven na de dood,…) in
Europa niet even hard of snel verminderd als de band met kerken en
godsdiensten
Vraag: is dit een tijdelijk verschijnsel?
2. Vicarious religion
Band met institutionele kerk wordt losser, maar dit betekent niet dat
de meerderheid tegen de kerk is. Een kleine minderheid stelt
religieuze handelingen in naam van een grotere groep, die groep
rekent erop dat kerkelijke diensten toegankelijk blijven als ‘public
service’
Bv: huwelijken, begrafenissen
Paradigmawissel met einde van de Koude Oorlog
Betekende een verschuiving in de wereldorde, waarbij religie opnieuw een
centrale rol kreeg in de publieke en politieke sfeer.
Gilles Kepel beschreef in La revanche de Dieu (1991) hoe religie wereldwijd aan
invloed won, terwijl John Micklethwait en Adrian Wooldridge in God is Back (2009)
verder ingingen op de heropleving van religie, vooral in de Verenigde Staten.
2
,De Iraanse revolutie en de verkiezing van Johannes Paulus II in 1978 waren
symbolisch voor de groeiende invloed van religie in politiek en samenleving.
In westerse cultuur is het beeld echter complex:
Secularisering verwijst naar de afname van religieuze invloed in het openbare
en persoonlijke leven, waarbij meer mensen afstand nemen van georganiseerde
religie.
- Secularisering/geloofsafval zet door: radicaal atheïsme van Richard
Dawkins
o Radicaal atheïsme: het bestaan van God wordt ontkend, maar er
wordt ook actief betoogd dat religie schadelijk is voor de
samenleving.
o Richard Dawkins, voert niet alleen aan dat er geen bewijs is voor het
bestaan van goden, maar bekritiseerd ook religieuze overtuigingen
als irrationeel en gevaarlijk voor wetenschappelijke vooruitgang en
individuele vrijheid.
- Hernieuwde waardering voor de rol van godsdienst door niet-gelovige
wetenschappers, die erkennen dat religie belangrijk blijft voor sociale
cohesie
- Hang naar sacraliteit/spiritualiteit is terug: vaak buiten traditionele
religieuze instellingen, waarbij mensen spiritualiteit meer individueel en
emotioneel beleven, maar sceptisch staan tegenover georganiseerde
godsdienst.
Desecularisatie
Desecularisatie verwijst naar de heropleving van religie wereldwijd, in
tegenstelling tot de verwachting dat religie zou afnemen.
West-Europa vormt hierbij een uitzondering, omdat hier secularisering dominant
blijft.
Evolutie: P. Berger – the desecularization of the world (1999)
- Berger wijst op een academische bias, waarbij wetenschappers vaak de
groeiende invloed van religie onderschatten vanwege confirmation bias (=
neiging om informatie te zoeken, interpreteren of onthouden op een
manier die hun reeds bestaande overtuigingen of verwachtingen
bevestigt)
Evolutie van Jürgen Habermas
- Hij onderging een evolutie van een marxistische criticus van religie (die
religie zag als controle en vervreemding) naar een positievere houding ten
opzichte van de sociale rol van religie.
3
, - In gesprekken met kardinaal Ratzinger (Benedictus XVI) in 2004
benadrukte Habermas dat religieuze argumenten in het publieke debat
toegestaan zijn, zolang ze op een rationele manier worden geformuleerd.
- Dit geldt vooral voor formele beslissingen (= een must), zoals
parlementaire debatten, waar religieuze bijdragen deel mogen uitmaken
van het gesprek
Recente trend: hersecularisering (2007-2019)
Hersecularisering verwijst naar een recente trend (2007-2019) waarin
religieuze betrokkenheid in veel landen verder afneemt.
Gebaseerd op Value Survey en vraag ‘speelt god een belangrijke rol in uw leven?’
- Volgens Ronald Inglehart in Giving Up on God (2020) is religie met name
sterk afgenomen in de VS wat opmerkelijk is gezien het eerdere religieuze
karakter van het land.
- In enkele landen, zoals India, Bulgarije, Moldavië, Rusland en Nieuw-
Zeeland, is religieuze betrokkenheid juist toegenomen, terwijl het in de
meeste andere landen verder afneemt.
Samuel Huntintion – Clash of civilizations (1994)
In Clash of Civilizations (1994) voorspelde Samuel Huntington dat wereldwijde
conflicten na de Koude Oorlog vooral zouden ontstaan langs culturele en
religieuze breuklijnen tussen 7 à 8 grote beschavingen, elk gebaseerd op een
leidende godsdienst. Voorbeelden zijn het Westen (Christendom), de islamitische
wereld, en de Chinese
beschaving.
Binnen elke beschaving spelen leidende mogendheden een dominante rol.
4