1.1 hoe kun je zichtbaar maken dat de economie van een land groeit?
Bruto binnenlands product (bbp): geeft de economische prestaties
van een land weer in materiële en financiële zin. -> Dit kan je gebruiken
om landen te vergelijken, maar ook perioden.
Internationaal Monetair Fonds: als je de economische prestaties deelt
door het aantal inwoners staat Nederland op de 12e plaats. (Op de 1e
plaats staat oliestaat Qatar en in de EU staat Nederland op de 3e plaats)
Simon Kuznets: Amerikaanse econoom die bbp heeft uitgevonden. Hij
gebruikte dit om het economische herstel te meten van de grote
Depressie in Amerika.
Economische groei: het maken van producten staat centraal.
Het proces: bepaalt de waarde van de totale productie in een
land. (Alles wat er in een bepaalde periode aan goederen en
diensten is gemaakt) -> De waarde die wordt geteld is niet de
verkoopwaarde, maar de toegevoegde waarde.
Verkoopwaarde: telt mee in de omzet van het bedrijf 1000 euro.
De fabrikant: kocht voor 350
euro goederen en diensten in van een andere producenten.
Het verschil: de waarde die in de fabriek worden toegevoegd 650 euro.
Deze manier van meten voorkomt dubbeltellingen.
Bij bbp gaat het niet om de prijsstijging, maar om de economische groei.
Economische groei: enkel de groei van het bbp die is veroorzaakt door
een stijging van het aantal goederen of
diensten. -> Dus alleen als er meer fietsen
zijn gemaakt, is er een groei van het bbp.
Om een bedrag toegankelijk te maken
voor je doelgroep kun je:
1. Te delen door het aantal inwoners van
een land.
2. Vergelijken met het verleden. (toen vs
nu) Je bericht dan niet over het niveau
van het bbp, maar over de verandering
daarvan. En dat is precies de
economische groei.
1
,Nominaal en reëel bbp
Het bbp kan op verschillende manieren worden berekend:
- Objectieve methode: de productie, oftewel de som van de
toegevoegde waarden va bedrijven en de overheid.
- Subjectieve methode: de inkomens, daarbij kijk je naar de
beloning van ondernemerschap (winst of verlies).
- Bestedingen: wat wordt er uitgegeven aan consumptie,
investeringen, overheidsbestedingen en in het buitenland.
Inflatie: de toename van de waarde van het bbp kan worden gecorrigeerd
voor de stijging van het algemeen prijsniveau.
De uitkomst hiervan = volumegroei
Volumegroei: wordt gebruikt als indicatie van de reële toename van de
materiële welvaart, de economische groei.
Nominale bbp: hoeveelheid en de prijs. Je kan dit beschouwen als ‘het
geldbedrag’ van het bbp.
Reële bbp: geeft de koopkracht van het bbp weer. De hoeveelheid
goederen die met het bedrag va het bbp worden gekocht. Het gaat hierbij
alleen om het volume van de productie.
Bbp in constante prijzen: de hoogte van het bbp, het prijsniveau van
een eerder jaar.
-> Je berekent dan hoe hoog het bbp nu is alsof de prijzen gelijk waren
gebleven.
-> De toename van het bbp in constante prijzen geeft de reële
ontwikkeling in die periode weer.
Bij een vergelijking: het is belangrijk om dan uit te gaan van het reële
bbp, want de inflatiepercentages per land kunnen flink verschillen. ->
Alleen een verandering van de productiecapaciteit. Een groei van het
nominale bbp kan alleen komen door prijsstijgingen en zegt dan niks over
de toeneming van de productie.
1.2 Wat is inflatie?
Consumentenprijsindex (CPI): bij het CBS registreert men maandelijks
vele tienduizenden prijzen die de basis vormen van de CPI.
Deze index is een maatstaf voor de kosten van levensonderhoud van
de gemiddelde consument.
2
, Sinds 2007 bekijkt het CBS jaarlijks of de samenstelling van de
prijzen en producten nog representatief is.
Inflatie: de stijging van het prijspeil.
Deflatie: de daling van het prijspeil.
Je moet deze termen zorgvuldig gebruiken. Dus niet in een krantenkop dat
de A merken in de supermarkt last hebben van een deflatie. De prijsdaling
van één product mag je geen deflatie noemen.
Inflatiecijfers: worden gepubliceerd in de vorm van percentages.
VB: als de CPI i 2018 bijv. 100 is en in 2019 103, dan heb je een
inflatie van 3%.
CBS-berichten: verschijnen maandelijks en je vindt er alleen
percentages.
StatLine: databank als je de standen van de CPI wil weten. -> De
informatie is overzichtelijk gerubriceerd op thema en gratis beschikbaar
voor iedereen.
Kennis over inflatie is belangrijk als journalist, want een volledig
nieuwsbericht geeft ook antwoord op de ‘waarom’-vraag.
Een oververhitte economie
Het kan te goed gaan in de economie: de bestedingen zijn dan zo
hoog dat het bedrijfsleven de vraag naar producten niet kan bijbenen. In
reactie daarop verhogen bedrijven daarop hun verkoopprijzen. ->
Daardoor gaat het prijspeil sneller stijgen.
Er is te veel geld in omloop
Dit gaat samen met een oververhitte economie.
Geldschepping: kan komen van banken die ruimhartig krediet verlenen,
of het komt door een toestroom van buitenlands kapitaal.
Financiële crises: de centrale banken zetten de ‘geldkraan’ open. Zo
kunnen ze de economie stimuleren.
De overheid laat de geldhoeveelheid toenemen: onder normale
omstandigheden kan de overheid haar uitgaven bekostigen met
belastinginkomsten of met leningen.
3