Historische inleiding van het privaatrecht
Inhoud
Deel 1: Techniek van het recht
Inleiding
Hoofdstuk 1: Romeins recht
Archaïsch recht
Legisactioproces
Klassiek recht
Formulaproces
Naklassiek recht
Justiniaans recht
Hoofdstuk 2: De middeleeuwen
Engeland in de middeleeuwen
Common law
Writ
Europese continent in de middeleeuwen
Ius commune
Glossatoren
Commentatoren
Canonike recht
Humanisten
Natuurrecht
Duitsland 19e eeuw
Historische schule
Germanisten
Pandektisten
PGB
Hoofdstuk 3: Codificaties en rechtsleer
Deel 2: Relaties en risico’s
Onderdeel 1: Contracten
Huwelijk
Romeins recht
Vroege middeleeuwen
Canoniek huwelijksrecht
Vroegmoderne periode
Franse revolutie
Contracten
Onderdeel 2: Economisch recht
Investeren
Faillissement
Zakelijk recht, zekerheid en verzekeren
Samenvatting
1
,Deel 1: Techniek van het recht
Hoofdstuk 1: Inleiding
Inleiding
Wat is rechtsgeschiedenis? Bronnen van het recht
Wat is recht? Historisch gegroeid
Recht ≠ logica
Historisch gegroeid in interactie met Formele bronnen van het recht (= bepalen de vorm
omstandigheden (opkomst handel…) en inhoud van rechtsregels, eigenlijke regels)
recht moet hierop inspelen Wetgeving door machtshebbers (code civil)
Daarom doet men aan rechtsgeschiedenis Rechtspraak door rechters
Nut van rechtsgeschiedenis: artikels begrijpen Rechtsleer door geleerden (ius commune,
Path dependence = blijven vasthouden aan de romeins recht)
ingeslagen weg. Gemakkelijk om iets te blijven doen Gewoonte door maatschappij (vroege
zoals het al is middeleeuwen)
traditie ! niet altijd zo in rechtsgeschiedenis
Bv: azerty toetsenbord, echtscheiding
Materiële bronnen van het recht (= oorzaak,
maatschappelijke achtergrond)
Maatschappij heeft nood aan regels
Materiële bron formele bron
Hoofdstuk 1: Romeins recht
Romeins recht
Waarom? Wat?
Belang formele bronnen van recht Periodes romeins recht
Typevordering rechtsleer Oud romeins recht/archaïsch recht
wetgeving o Begin
Typevorderingen o -250 v. Ch
Zonder rechters o Typevorderingen enkele wetten
… - 200 v. Ch Voorklassiek recht
Lijst met processen/oplossingen, o Take-off
niets nieuw toevoegen, gesloten o 250 v.ch – 0
systeem o Rechtsleer enkele wetten, open
Rechtsleer procedure
Nieuwe processen, open systeem Klassiek recht
(flexibel), handel werd belangrijker o Hoogtepunt
Wetgeving o 0 – 250 n. Ch
400 n. Ch o Rechtsleer enkele wetten, open
Legt het recht vast procedure
Naklassiek recht
Evolutie door veranderende samenleving o Verval
Landbouw handel o 250 – 527
Klein omvangrijk, internationaal o Wetgeving weinig rechtsleer, gesloten
procedure
Hoe beslecht een samenleving/OH Justicianus
geschillen en wie beslist wat de regels zijn? o Kort herstel
Rechters belangrijker: Rome,
2
, common law o 527 – 565
Wetenschap-juristen belangrijker: o Wetgeving
middeleeuwen – 1800
Wetgever: codificaties (ook Rome)
1. Archaïsch recht
Koningstijd & vroege republiek
600-250 v.C.
Ongelijkheid
Instellingen
Koning (hoofd van het leger, beslissingen
over oorlog of belastingen)
o Comitia curiata (raad
van adviseurs,
stamoudsten)
o Pontifices (priester die typevorderingen in gang houden)
Plebejers komen in opstand
Twaalftafelenwet
Wetgeving Typevorderingen
Vroegere republiek: twaalftafelenwet Kenmerken van het oudste romeinse recht
Totstandkoming Recht en religie: niet gescheiden
o Plebejers vragen om o Pontifex = beslissen wie gelijk heeft in een
rechten geen reactie dispuut
van patriciërs plebejers o Auguren = vogelijkers
dreigen weg te gaan (! Men dacht dat de vogels in contact
Samenleving zonder hen stonden met de goden
3
, gaat niet, plebejers = Goden zouden zo de toekomst
grootste deel van de tonen
bevolking (arbeid)) Auguren maken voorspellingen
o Hierdoor kregen te toch o Fas = geheime kennis over het recht waar
een aantal voorrechten de priesters over waken
(twaalftafelenwet)(bv: het Traditie, weinig vernieuwingen
recht om naar de pontifex te (anders waren de goden boos
gaan) harmonie bewaren)
ius – wet Recht en flexibiliteit: rituelen, geweld en staat
o idee van ius = ordening o ius fetiale – pater patratus = ritueel om te
van de samenleving zien of de goden akkoord zouden zijn met
o verwijst naar de rechten + een vordering
het politieke karakter o Perduellio = staatsverraad
o publiciteit (hiervoor Straf: van het capitool worden
werden processen niet gesmeten offer voor de goden
gepubliceerd) (idee van harmonie)
= verzameling van regels die Recht en religie, maar toch flexibel: mos maiorum =
publiek werd afgekondigd wat de voorouders deden
Nog geen volledige gelijkheid: de o Enkel kennis, niet geschreven
voorrechten uit het ius civile o Bewaard door de priesters
bleven enkel voor de patriciërs o Regels, wetten, recht, traditie..
(plebejers hadden bv niet het recht Niet geschreven, geheime kennis van de goden
om te trouwen)
Legisactioproces
= ius, maar met kenmerken fas
2 fasen
1. In iure: beide partijen verschijnen voor de pontifex en doen hun verhaal
o Maakt de situatie deel uit van het fas? ja: legisactio proces beginnen
Pontifex gaat na of ius civile een legisactio bevat voor het probleem
Geen legisactio van het porbleem einde procedure
o Eiser moet verweerder naar het forum krijgen (openbaar)
Openbaar uiteindelijk wordt het fas (deels) gekend door de bevolking
o Eiser en verweerder moeten plechtig uitspreken van rituele formule (om te weten aan
wiens kant de goden staan) legisactio sensu stricto
Legisactiones = formules die de partijen moesten uitspreken
o Zijn de goden akkoord met het proces?
Indien fout tijdens het proces (verspreking..) nee geen vervolg en uitspraak
Geen fout ja voor de koning
2. Apud iudicem: voor koning die optreedt als rechter
o Inhoud gaan bewijzen, verhaal doen
Bewijs voorleggen (zowel eiser als verweerder, iedere persoon die iets beweert
moet het bewijzen) van wat in de legiactio gezegd werd (geen wijziging van
legisactio mogelijk)
o Pleidooien voor oratores (professionele redenaars ! geen jurist)
o Rex (koning) beslist wie gelijk heeft
Geen verweer mogelijk, enkel in de 2e fase
Bij veroordeling: betaling van geldsom (condemnatio pecuniaria)
2. Klassiek recht
Instellingen Procedures
Koning verdwijnt macht bij de senaat 1) Republiek (250 v.C. - 0)
(vergadering van de oudsten met politieke 2 vernieuwingen
loopbaan) o Rechtswetenschap (ontwikkeld door
4
, Beslissingen over politiek en oorlog juristen, professoren.. gebruikt door de
praetor in het magistratenrecht)
Belangrijke figuren: o Magistratenrecht (edicten)
Senaat Praetor neemt rol van pontifex over
Volksvergaderingen Reden: beperkingen legisactio
Magistraten o Creatie praetor urbanus (= stadspraetor,
discussies tussen burgers) – praetor
Bevoegdheden toekennen aan magistraten peregrinus (= vreemdelingenpraetor, voor
Consul (aanvoerder van het leger) alle processen waarbij een niet-romein
Praetor betrokken is handel)
Aediel Magistraat edict in het edict
Quaestor wordt bekendgemaakt voor welke
En andere (censor, pontifex) gevallen een proces gestart kan
worden priesters maken niks
Machtsconcentratie vermijden bekend
o Bevoegdheden verdelen o Leidt tot ius civile (= het recht van de
o Verbieden dat iemand romeinen) – ius gentium (= het recht van de
langer dan 1j dezelfde andere volkeren)
functie heeft (behalve o Magistratenrecht (ius honorarium)
pontifex en consul (5j)) o Formula-procedure
o 2 man per functie Grote vrijheid voor de praetor
Jong en net begonnen laagste Gevolgen:
functie, daarna hogerop o Ten aanzien van het edict
Actiones honorariae: kan
aanvullen, rekken, nieuwe maken,
nieuwe rechtsmiddelen
o Ten aanzien van het oudere recht (ius civile)
Actio weigeren (denegatio actionis)
Waarom?
Eiser komt niet in
aanmerking (slaaf)
Weet dat eiser liegt
Formulaproces
Gevolgen
Verval legisactio
Opkomst formula
o Term formula (= klein document dat de praetor uitreikt)
o Ontstaan van deze procedure: dankzij de vreemdelingenpraetor, handel (komt uit het ius
gentium), praetor urbanus neemt over
o Slechts geleidelijk veranderingen legisactio (er kan ook een formulaproces over
onderwerpen waarvoor een legisactioproces bestaat)
o Voordeel: niet zo formalistisch, genen rituelen/plechtige handleingen, een proces kan
altijd, flexibeler
o Fas en typevorderingen verdwijnen rechtswetenschap & magistratenrecht (= edicten
van de praetor afgelezen op het forum)
Verloop formulaproces
Voor het proces: dagvaarding, eiser brengt zo de verweerder naar de rechtbank, via deurwaarder
Het proces in 2 fasen
1. In iure: verschijnen voor de praetor
Dagvaarding? (in ius vocatio)(dwang mag)
Eerst de eiser, reactie praetor:
Weigeren actio
Toestaan actio
Vervolgens verweerder, die kan:
Verweer ten gronde voeren, naar de 2e fase
5
, Exceptio vragen: exceptief verweerd, Formula:
een aanvulling op de eis, tegenbewijs
Niet reageren mag niet ! Eiser doet zijn verhaal actio
Praetor verleent al dan niet actio in de vorm van opgesteld = eis (bv: geen betaling)
een formula (beeld vormen van wat er aan de Reactie verweerder: exceptio (bv:
goed nog niet ontvangen)
e
hand is) naar de rechter in de 2 fase
Reactie eiser: replicatio (bv:
Litiscontestatio van zodra formula werd afspraak betalen bij bestelling i.p.v.
geschreven (hier kan niet op worden betalen bij levering)
teruggegaan): gevolgen Reactie verweerder: duplicatio (bv:
Gebondenheid uitspraak: gebonden aan eiser was op afspraak teruggekomen,
formula, verplicht naar 2e fase nieuwe afspraak)
Consumerende werking: niet bij een
andere praetor voor hetzelfde geval eens er al een formula bestaat
o Exceptio rei iudicatae
2. Apud iudicem
Partijen trekken naar de rechter (niet-jurist aangeduid door praetor die leest formula en
vraagt partijen om bewijs te leveren
Iedere partij moet eigen bewering bewijzen
Acori incumbit probatio (eiser)
Excipiendo reus fit actor (als verweerder excepties opwerpt moet hij daarvan
bewijs leveren)
Actio in formula bewezen? rechter gaat nog steeds oordelen over de geldigheid
(onvoldoende bewijs geen veroordeling)
Redenaars: zoals 2e fase legisactio (orator en later een advocatus)
Beraadslaging en beslissing
Vergelijking legisactio & formula
Gelijkenissen Verschillen
2 fasen in beide Legisactio Formula
processen (1e over recht, Koningstijd + vroege republiek Late republiek + vroege keizertijd
2e over feiten) Geen creativiteit mogelijk, formeel Vernieuwing mogelijk
Redenaars (tegen de wil van de goden), strenge De praetor luistert, je mag je verhaal
Bewijs naar 2e fase procedure, beperkt aantal processen doen en hij zal het oplossen
genomen (voorleggen) Voor elk geval mogelijk
Ritueel in 1e fase Verhaal doen voor de praetor
Dagvaarding is
Geen verweer mogelijk, enkel in 2e Verweerder mag een verweer voeren
verantwoordelijkheid van
fase kan de verweerder iets tegen de eis van de eiser
de eiser opmerken over het bewijs
Veroordeling; geldsom Ius cicile Praetor onderscheid ius civile en ius
Geen hoger beroep gentium
mogelijk Voor pontifex Voor praetor vervaardigt een edict
Voor de koning Geen koning
Fas bij legisactio Ius bij formula
Boetes van priesters indien Eiser moet zorgen dat verweerder
verweerder niet naar het forum wil meekomt, desnoods met geweld
Gesloten proces Publiek proces
Legisactio stopt bij een fout Proces bij praetor stopt niet
2) Keizertijd (principaat) – klassieke periode 0-250 n.C.
Einde republiek, keizer Augustus als belangrijke figuur, einde
macht van de senaat
Vrijheid gaat achteruit
Bevolking controleren praetor als vijand
Minder macht voor juristen en magistraten
formulaproces verdwijnt
Processen door ambtenaren van de keizer
Instellingen
6
, Recht
o Wetgeving
o Rechtswetenschap
o Magistratenrecht
Achteruitgang praetor door:
Edictium perpetuum
Opkomst cognitio-procedure
Keizerlijke inmenging in de rechtsspraak
De keizerlijke rechtscreatie
3. Naklassiek recht
Wetgeving
Latere kiezertijd – Dominaat 250-527 n.C.
Keizerlijk recht (keizer gaat zelf recht maken, meer dan enkel wetgeving)
Principaat (keizer als 1 van de senatoren) dominaat (keizer als dominus, keizer als dictator)
Principaat: keizer als voorzitter senaat dominaat: keizer is wetgever
o Toenemende bureaucratisering: keizerlijke macht / keizer boven de senatoren verheven;
praetor en juristen verdwijnen
Vormen van keizerlijk recht
Edicten (wetgeving)
Decreten (vonnis)
Mandaten (brieven en opdrachten)
Rescripten (gezegeld antwoord op uw juridisch verzoek bij de keizer)
Dominaat: crisis
Rechtswetenschap & Keizerlijk rijk: crisis
Er blijft bijkomen (edicten, mandaten...), maar er is geen archief
Teksten uit het verleden voorleggen kunnen juridische waarde hebben
Geen authentieke teksten. Valse teksten
o Geen archief zorgt ervoor dat we niet weten of teksten authentiek zijn (vervalsing
mogelijk)
Verliezen juridische waarde
Hoe oplossen? Codificatie keizerlijk recht, wetboek – Theodosius II zekerheid
Citeerwet: rechtswetenschap
Codex Theodosianus: keizerlijk rijk
Wat niet in het wetboek staat, geldt niet
4. Justiniaans recht
Justinianus 527 – 565 n.C.
2 projecten:
1. Politiek project
o Eenmaking romeinse rijk
o Theodora, belisarius, narses
o Religieuze motieven
2. Juridisch project = corpus iuris civilis, 4 wetboeken
o Codex
Ontstaansreden
7
Inhoud
Deel 1: Techniek van het recht
Inleiding
Hoofdstuk 1: Romeins recht
Archaïsch recht
Legisactioproces
Klassiek recht
Formulaproces
Naklassiek recht
Justiniaans recht
Hoofdstuk 2: De middeleeuwen
Engeland in de middeleeuwen
Common law
Writ
Europese continent in de middeleeuwen
Ius commune
Glossatoren
Commentatoren
Canonike recht
Humanisten
Natuurrecht
Duitsland 19e eeuw
Historische schule
Germanisten
Pandektisten
PGB
Hoofdstuk 3: Codificaties en rechtsleer
Deel 2: Relaties en risico’s
Onderdeel 1: Contracten
Huwelijk
Romeins recht
Vroege middeleeuwen
Canoniek huwelijksrecht
Vroegmoderne periode
Franse revolutie
Contracten
Onderdeel 2: Economisch recht
Investeren
Faillissement
Zakelijk recht, zekerheid en verzekeren
Samenvatting
1
,Deel 1: Techniek van het recht
Hoofdstuk 1: Inleiding
Inleiding
Wat is rechtsgeschiedenis? Bronnen van het recht
Wat is recht? Historisch gegroeid
Recht ≠ logica
Historisch gegroeid in interactie met Formele bronnen van het recht (= bepalen de vorm
omstandigheden (opkomst handel…) en inhoud van rechtsregels, eigenlijke regels)
recht moet hierop inspelen Wetgeving door machtshebbers (code civil)
Daarom doet men aan rechtsgeschiedenis Rechtspraak door rechters
Nut van rechtsgeschiedenis: artikels begrijpen Rechtsleer door geleerden (ius commune,
Path dependence = blijven vasthouden aan de romeins recht)
ingeslagen weg. Gemakkelijk om iets te blijven doen Gewoonte door maatschappij (vroege
zoals het al is middeleeuwen)
traditie ! niet altijd zo in rechtsgeschiedenis
Bv: azerty toetsenbord, echtscheiding
Materiële bronnen van het recht (= oorzaak,
maatschappelijke achtergrond)
Maatschappij heeft nood aan regels
Materiële bron formele bron
Hoofdstuk 1: Romeins recht
Romeins recht
Waarom? Wat?
Belang formele bronnen van recht Periodes romeins recht
Typevordering rechtsleer Oud romeins recht/archaïsch recht
wetgeving o Begin
Typevorderingen o -250 v. Ch
Zonder rechters o Typevorderingen enkele wetten
… - 200 v. Ch Voorklassiek recht
Lijst met processen/oplossingen, o Take-off
niets nieuw toevoegen, gesloten o 250 v.ch – 0
systeem o Rechtsleer enkele wetten, open
Rechtsleer procedure
Nieuwe processen, open systeem Klassiek recht
(flexibel), handel werd belangrijker o Hoogtepunt
Wetgeving o 0 – 250 n. Ch
400 n. Ch o Rechtsleer enkele wetten, open
Legt het recht vast procedure
Naklassiek recht
Evolutie door veranderende samenleving o Verval
Landbouw handel o 250 – 527
Klein omvangrijk, internationaal o Wetgeving weinig rechtsleer, gesloten
procedure
Hoe beslecht een samenleving/OH Justicianus
geschillen en wie beslist wat de regels zijn? o Kort herstel
Rechters belangrijker: Rome,
2
, common law o 527 – 565
Wetenschap-juristen belangrijker: o Wetgeving
middeleeuwen – 1800
Wetgever: codificaties (ook Rome)
1. Archaïsch recht
Koningstijd & vroege republiek
600-250 v.C.
Ongelijkheid
Instellingen
Koning (hoofd van het leger, beslissingen
over oorlog of belastingen)
o Comitia curiata (raad
van adviseurs,
stamoudsten)
o Pontifices (priester die typevorderingen in gang houden)
Plebejers komen in opstand
Twaalftafelenwet
Wetgeving Typevorderingen
Vroegere republiek: twaalftafelenwet Kenmerken van het oudste romeinse recht
Totstandkoming Recht en religie: niet gescheiden
o Plebejers vragen om o Pontifex = beslissen wie gelijk heeft in een
rechten geen reactie dispuut
van patriciërs plebejers o Auguren = vogelijkers
dreigen weg te gaan (! Men dacht dat de vogels in contact
Samenleving zonder hen stonden met de goden
3
, gaat niet, plebejers = Goden zouden zo de toekomst
grootste deel van de tonen
bevolking (arbeid)) Auguren maken voorspellingen
o Hierdoor kregen te toch o Fas = geheime kennis over het recht waar
een aantal voorrechten de priesters over waken
(twaalftafelenwet)(bv: het Traditie, weinig vernieuwingen
recht om naar de pontifex te (anders waren de goden boos
gaan) harmonie bewaren)
ius – wet Recht en flexibiliteit: rituelen, geweld en staat
o idee van ius = ordening o ius fetiale – pater patratus = ritueel om te
van de samenleving zien of de goden akkoord zouden zijn met
o verwijst naar de rechten + een vordering
het politieke karakter o Perduellio = staatsverraad
o publiciteit (hiervoor Straf: van het capitool worden
werden processen niet gesmeten offer voor de goden
gepubliceerd) (idee van harmonie)
= verzameling van regels die Recht en religie, maar toch flexibel: mos maiorum =
publiek werd afgekondigd wat de voorouders deden
Nog geen volledige gelijkheid: de o Enkel kennis, niet geschreven
voorrechten uit het ius civile o Bewaard door de priesters
bleven enkel voor de patriciërs o Regels, wetten, recht, traditie..
(plebejers hadden bv niet het recht Niet geschreven, geheime kennis van de goden
om te trouwen)
Legisactioproces
= ius, maar met kenmerken fas
2 fasen
1. In iure: beide partijen verschijnen voor de pontifex en doen hun verhaal
o Maakt de situatie deel uit van het fas? ja: legisactio proces beginnen
Pontifex gaat na of ius civile een legisactio bevat voor het probleem
Geen legisactio van het porbleem einde procedure
o Eiser moet verweerder naar het forum krijgen (openbaar)
Openbaar uiteindelijk wordt het fas (deels) gekend door de bevolking
o Eiser en verweerder moeten plechtig uitspreken van rituele formule (om te weten aan
wiens kant de goden staan) legisactio sensu stricto
Legisactiones = formules die de partijen moesten uitspreken
o Zijn de goden akkoord met het proces?
Indien fout tijdens het proces (verspreking..) nee geen vervolg en uitspraak
Geen fout ja voor de koning
2. Apud iudicem: voor koning die optreedt als rechter
o Inhoud gaan bewijzen, verhaal doen
Bewijs voorleggen (zowel eiser als verweerder, iedere persoon die iets beweert
moet het bewijzen) van wat in de legiactio gezegd werd (geen wijziging van
legisactio mogelijk)
o Pleidooien voor oratores (professionele redenaars ! geen jurist)
o Rex (koning) beslist wie gelijk heeft
Geen verweer mogelijk, enkel in de 2e fase
Bij veroordeling: betaling van geldsom (condemnatio pecuniaria)
2. Klassiek recht
Instellingen Procedures
Koning verdwijnt macht bij de senaat 1) Republiek (250 v.C. - 0)
(vergadering van de oudsten met politieke 2 vernieuwingen
loopbaan) o Rechtswetenschap (ontwikkeld door
4
, Beslissingen over politiek en oorlog juristen, professoren.. gebruikt door de
praetor in het magistratenrecht)
Belangrijke figuren: o Magistratenrecht (edicten)
Senaat Praetor neemt rol van pontifex over
Volksvergaderingen Reden: beperkingen legisactio
Magistraten o Creatie praetor urbanus (= stadspraetor,
discussies tussen burgers) – praetor
Bevoegdheden toekennen aan magistraten peregrinus (= vreemdelingenpraetor, voor
Consul (aanvoerder van het leger) alle processen waarbij een niet-romein
Praetor betrokken is handel)
Aediel Magistraat edict in het edict
Quaestor wordt bekendgemaakt voor welke
En andere (censor, pontifex) gevallen een proces gestart kan
worden priesters maken niks
Machtsconcentratie vermijden bekend
o Bevoegdheden verdelen o Leidt tot ius civile (= het recht van de
o Verbieden dat iemand romeinen) – ius gentium (= het recht van de
langer dan 1j dezelfde andere volkeren)
functie heeft (behalve o Magistratenrecht (ius honorarium)
pontifex en consul (5j)) o Formula-procedure
o 2 man per functie Grote vrijheid voor de praetor
Jong en net begonnen laagste Gevolgen:
functie, daarna hogerop o Ten aanzien van het edict
Actiones honorariae: kan
aanvullen, rekken, nieuwe maken,
nieuwe rechtsmiddelen
o Ten aanzien van het oudere recht (ius civile)
Actio weigeren (denegatio actionis)
Waarom?
Eiser komt niet in
aanmerking (slaaf)
Weet dat eiser liegt
Formulaproces
Gevolgen
Verval legisactio
Opkomst formula
o Term formula (= klein document dat de praetor uitreikt)
o Ontstaan van deze procedure: dankzij de vreemdelingenpraetor, handel (komt uit het ius
gentium), praetor urbanus neemt over
o Slechts geleidelijk veranderingen legisactio (er kan ook een formulaproces over
onderwerpen waarvoor een legisactioproces bestaat)
o Voordeel: niet zo formalistisch, genen rituelen/plechtige handleingen, een proces kan
altijd, flexibeler
o Fas en typevorderingen verdwijnen rechtswetenschap & magistratenrecht (= edicten
van de praetor afgelezen op het forum)
Verloop formulaproces
Voor het proces: dagvaarding, eiser brengt zo de verweerder naar de rechtbank, via deurwaarder
Het proces in 2 fasen
1. In iure: verschijnen voor de praetor
Dagvaarding? (in ius vocatio)(dwang mag)
Eerst de eiser, reactie praetor:
Weigeren actio
Toestaan actio
Vervolgens verweerder, die kan:
Verweer ten gronde voeren, naar de 2e fase
5
, Exceptio vragen: exceptief verweerd, Formula:
een aanvulling op de eis, tegenbewijs
Niet reageren mag niet ! Eiser doet zijn verhaal actio
Praetor verleent al dan niet actio in de vorm van opgesteld = eis (bv: geen betaling)
een formula (beeld vormen van wat er aan de Reactie verweerder: exceptio (bv:
goed nog niet ontvangen)
e
hand is) naar de rechter in de 2 fase
Reactie eiser: replicatio (bv:
Litiscontestatio van zodra formula werd afspraak betalen bij bestelling i.p.v.
geschreven (hier kan niet op worden betalen bij levering)
teruggegaan): gevolgen Reactie verweerder: duplicatio (bv:
Gebondenheid uitspraak: gebonden aan eiser was op afspraak teruggekomen,
formula, verplicht naar 2e fase nieuwe afspraak)
Consumerende werking: niet bij een
andere praetor voor hetzelfde geval eens er al een formula bestaat
o Exceptio rei iudicatae
2. Apud iudicem
Partijen trekken naar de rechter (niet-jurist aangeduid door praetor die leest formula en
vraagt partijen om bewijs te leveren
Iedere partij moet eigen bewering bewijzen
Acori incumbit probatio (eiser)
Excipiendo reus fit actor (als verweerder excepties opwerpt moet hij daarvan
bewijs leveren)
Actio in formula bewezen? rechter gaat nog steeds oordelen over de geldigheid
(onvoldoende bewijs geen veroordeling)
Redenaars: zoals 2e fase legisactio (orator en later een advocatus)
Beraadslaging en beslissing
Vergelijking legisactio & formula
Gelijkenissen Verschillen
2 fasen in beide Legisactio Formula
processen (1e over recht, Koningstijd + vroege republiek Late republiek + vroege keizertijd
2e over feiten) Geen creativiteit mogelijk, formeel Vernieuwing mogelijk
Redenaars (tegen de wil van de goden), strenge De praetor luistert, je mag je verhaal
Bewijs naar 2e fase procedure, beperkt aantal processen doen en hij zal het oplossen
genomen (voorleggen) Voor elk geval mogelijk
Ritueel in 1e fase Verhaal doen voor de praetor
Dagvaarding is
Geen verweer mogelijk, enkel in 2e Verweerder mag een verweer voeren
verantwoordelijkheid van
fase kan de verweerder iets tegen de eis van de eiser
de eiser opmerken over het bewijs
Veroordeling; geldsom Ius cicile Praetor onderscheid ius civile en ius
Geen hoger beroep gentium
mogelijk Voor pontifex Voor praetor vervaardigt een edict
Voor de koning Geen koning
Fas bij legisactio Ius bij formula
Boetes van priesters indien Eiser moet zorgen dat verweerder
verweerder niet naar het forum wil meekomt, desnoods met geweld
Gesloten proces Publiek proces
Legisactio stopt bij een fout Proces bij praetor stopt niet
2) Keizertijd (principaat) – klassieke periode 0-250 n.C.
Einde republiek, keizer Augustus als belangrijke figuur, einde
macht van de senaat
Vrijheid gaat achteruit
Bevolking controleren praetor als vijand
Minder macht voor juristen en magistraten
formulaproces verdwijnt
Processen door ambtenaren van de keizer
Instellingen
6
, Recht
o Wetgeving
o Rechtswetenschap
o Magistratenrecht
Achteruitgang praetor door:
Edictium perpetuum
Opkomst cognitio-procedure
Keizerlijke inmenging in de rechtsspraak
De keizerlijke rechtscreatie
3. Naklassiek recht
Wetgeving
Latere kiezertijd – Dominaat 250-527 n.C.
Keizerlijk recht (keizer gaat zelf recht maken, meer dan enkel wetgeving)
Principaat (keizer als 1 van de senatoren) dominaat (keizer als dominus, keizer als dictator)
Principaat: keizer als voorzitter senaat dominaat: keizer is wetgever
o Toenemende bureaucratisering: keizerlijke macht / keizer boven de senatoren verheven;
praetor en juristen verdwijnen
Vormen van keizerlijk recht
Edicten (wetgeving)
Decreten (vonnis)
Mandaten (brieven en opdrachten)
Rescripten (gezegeld antwoord op uw juridisch verzoek bij de keizer)
Dominaat: crisis
Rechtswetenschap & Keizerlijk rijk: crisis
Er blijft bijkomen (edicten, mandaten...), maar er is geen archief
Teksten uit het verleden voorleggen kunnen juridische waarde hebben
Geen authentieke teksten. Valse teksten
o Geen archief zorgt ervoor dat we niet weten of teksten authentiek zijn (vervalsing
mogelijk)
Verliezen juridische waarde
Hoe oplossen? Codificatie keizerlijk recht, wetboek – Theodosius II zekerheid
Citeerwet: rechtswetenschap
Codex Theodosianus: keizerlijk rijk
Wat niet in het wetboek staat, geldt niet
4. Justiniaans recht
Justinianus 527 – 565 n.C.
2 projecten:
1. Politiek project
o Eenmaking romeinse rijk
o Theodora, belisarius, narses
o Religieuze motieven
2. Juridisch project = corpus iuris civilis, 4 wetboeken
o Codex
Ontstaansreden
7