Week 2
Je kan internet gebruiken om belangrijke informatie over dwarslaesie op te
zoeken. Ja.
Je maakt kennis met de termen kwaliteit en betrouwbaarheid van informatie
op het internet. Iets is valide op het internet als het daadwerkelijk meet wat
het beoogt te meten. Iets is betrouwbaar op het internet als dezelfde uitkomst
weer zou komen als je het onderzoek nog een keer zou doen.
Je kan de MBZ voor het ziektebeeld dwarslaesie beschrijven. Ja.
Je kan de verschillende onderdelen van een MBZ beschrijven. Oorzaak
(beschrijf de normale fysiologie en wat er bij deze aandoening hierin mis
gaat), symptomen (beschrijf vanuit je fysiologische kennis de gevolgen van
deze aandoening in het lichaam. Geef dus niet alleen een rijtje symptomen,
maar geef ook een bondige verklaring van de symptomen), mogelijke
complicaties (van de aandoening zelf) en prognose (beschrijf wat de gevolgen
op langere termijn kunnen zijn van deze aandoening), diagnostiek (beschrijf
ook bondig wat de voor- en nadelen van verschillende mogelijkheden zijn
(bijvoorbeeld invasief of niet; pijnlijk of niet; tijdsduur voor uitslag bekend is;
etc)), behandeling/therapie (geef niet alleen een rijtje opties, maar geef ook
een bondige verklaring van de werking), mogelijke complicaties/bijwerkingen
(van de behandeling) (geef niet alleen een opsomming, maar geef ook een
bondige verklaring), risicofactoren (geef niet alleen een rijtje risicofactoren,
maar geef ook een bondige verklaring), mogelijkheden voor preventie (geef
niet alleen een opsomming, maar geef ook een bondige verklaring), veel
voorkomende verpleegkundige problemen (geef hieronder welke
verpleegkundige problemen je kan verwachten bij iemand met dit
ziektebeeld).
Week 3
Je kan benoemen wat een overdracht is. Een overdracht kan zowel van collega
naar collega zijn in de overgang van de dag- naar de avonddienst
(voortgangsrapportage), maar dit kan ook van de ene zorginstelling naar de
andere zorginstelling zijn. Dit heet een overdrachtsrapportage. De meest
belangrijke informatie over de zorgvrager wordt in de overdracht
medegedeeld. Als de overdracht van de ene zorginstelling naar de andere
zorginstelling gaat staat er vaak meer informatie in dan bij een mondelinge
overdracht binnen dezelfde zorginstelling. Dit omdat een nieuwe zorginstelling
nog helemaal niks weet van een zorgvrager, maar binnen de instelling weet
het personeel wel al wat informatie en het personeel kan veel informatie ook
in de rapportages terug lezen. In een mondelinge overdracht worden dus echt
alleen de hoogtepunten gedeeld.
Je kan bij het schrijven van een schriftelijke overdracht onderscheid maken
tussen hoofd- en bijzaken. Ja.
Je kan het belang van een schriftelijke overdracht benoemen. In het
zorgdossier staat alle informatie over een zorgvrager. Dit is erg belangrijk
omdat een nieuwe zorginstelling nog niks weet over een zorgvrager. Als de
informatie dus op schrift staat en overgedragen wordt aan de nieuwe
zorginstelling, krijgt de nieuwe zorginstelling meteen een volledig beeld van