Antwoorden Geschiedeniswerkplaats Thema’s –
havo
Thema Rechtsstaat en democratie
Geschiedenis van de rechtsstaat en van de
parlementaire democratie
Oriëntatie
Het archiefstuk
1 a Eigen antwoord. Bijvoorbeeld:
1: Of Thorbecke veel aan heeft veranderd aan het concept van de grondwet in de loop
van weken en maanden.
2: Of Thorbecke ook bepaalde dingen wél had bedacht maar níet heeft opgenomen.
3: Of Thorbecke zijn ideeën ergens anders vandaan heeft gehaald of helemaal zelf
verzon.
4: Welke ideeën hij zelf heel belangrijk vond (je ziet dat hij bepaalde woorden/begrippen
onderstreepte)
b Je eigen antwoord. Bijvoorbeeld:
Brieven van Thorbecke aan vrienden en familie waarin hij schreef over zijn ideeën, een
dagboek of een autobiografie.
2 a Je eigen antwoord. Bijvoorbeeld:
De eerste zin omdat dat de huidige vorm van onze democratie heeft bepaald.
b De tweede zin, Kamerleden luisteren tegenwoordig wél naar de kiezers.
Overzicht van het thema
3 De moderne tijd.
4 1: het parlement stelt de wetten vast, dat is democratischer dan dat een
a
koning dat in z’n eentje kan doen.
2: elke burger in Nederland heeft bepaalde vrijheidsrechten
3: elke burger heeft bepaalde politieke rechten
b Willem I en Willem II hadden nog veel macht, de vorsten daarna kregen een symbolische en
ceremoniële functie door de grondswetsherziening van 1848.
c De volgende vorst wordt waarschijnlijk Willem-Alexander, de oudste zoon van Beatrix. Hij
zal waarschijnlijk dezelfde symbolische en ceremoniële functies behouden. Het lijkt
uitgesloten dat hij meer inspraak gaat krijgen.
5 a A: 1581 = 16e eeuw, B: 1798= 18e eeuw, C: 1919 = 20e eeuw.
b Je eigen antwoord. Bijvoorbeeld:
De periode van 1798 tot 1848. Dat was een periode waarin Nederland wel een grondwet had
maar waar de macht niet bij het volk lag. Of de periode 1848 tot 1919: de periode waarin het
kiesrecht werd uitgebreid van heel beperkt tot algemeen kiesrecht. Kenmerkende aspecten:
voortschrijdende democratisering, opkomst van emancipatiebewegingen, opkomst van
politiek-maatschappelijke stromingen.
Noordhoff Uitgevers bvNoordhoff Noordhoff Uitgevers bvUitgevers Noordhoff Uitgevers bvbv Geschiedeniswerkplaats Noordhoff Uitgevers bvTF Noordhoff Uitgevers bvAntwoorden Noordhoff Uitgevers bvRechtsstaat Noordhoff Uitgevers bven Noordhoff Uitgevers bvdemocratie Noordhoff Uitgevers bvhavo Noordhoff Uitgevers bv Noordhoff Uitgevers bv 1
havo
Thema Rechtsstaat en democratie
Geschiedenis van de rechtsstaat en van de
parlementaire democratie
Oriëntatie
Het archiefstuk
1 a Eigen antwoord. Bijvoorbeeld:
1: Of Thorbecke veel aan heeft veranderd aan het concept van de grondwet in de loop
van weken en maanden.
2: Of Thorbecke ook bepaalde dingen wél had bedacht maar níet heeft opgenomen.
3: Of Thorbecke zijn ideeën ergens anders vandaan heeft gehaald of helemaal zelf
verzon.
4: Welke ideeën hij zelf heel belangrijk vond (je ziet dat hij bepaalde woorden/begrippen
onderstreepte)
b Je eigen antwoord. Bijvoorbeeld:
Brieven van Thorbecke aan vrienden en familie waarin hij schreef over zijn ideeën, een
dagboek of een autobiografie.
2 a Je eigen antwoord. Bijvoorbeeld:
De eerste zin omdat dat de huidige vorm van onze democratie heeft bepaald.
b De tweede zin, Kamerleden luisteren tegenwoordig wél naar de kiezers.
Overzicht van het thema
3 De moderne tijd.
4 1: het parlement stelt de wetten vast, dat is democratischer dan dat een
a
koning dat in z’n eentje kan doen.
2: elke burger in Nederland heeft bepaalde vrijheidsrechten
3: elke burger heeft bepaalde politieke rechten
b Willem I en Willem II hadden nog veel macht, de vorsten daarna kregen een symbolische en
ceremoniële functie door de grondswetsherziening van 1848.
c De volgende vorst wordt waarschijnlijk Willem-Alexander, de oudste zoon van Beatrix. Hij
zal waarschijnlijk dezelfde symbolische en ceremoniële functies behouden. Het lijkt
uitgesloten dat hij meer inspraak gaat krijgen.
5 a A: 1581 = 16e eeuw, B: 1798= 18e eeuw, C: 1919 = 20e eeuw.
b Je eigen antwoord. Bijvoorbeeld:
De periode van 1798 tot 1848. Dat was een periode waarin Nederland wel een grondwet had
maar waar de macht niet bij het volk lag. Of de periode 1848 tot 1919: de periode waarin het
kiesrecht werd uitgebreid van heel beperkt tot algemeen kiesrecht. Kenmerkende aspecten:
voortschrijdende democratisering, opkomst van emancipatiebewegingen, opkomst van
politiek-maatschappelijke stromingen.
Noordhoff Uitgevers bvNoordhoff Noordhoff Uitgevers bvUitgevers Noordhoff Uitgevers bvbv Geschiedeniswerkplaats Noordhoff Uitgevers bvTF Noordhoff Uitgevers bvAntwoorden Noordhoff Uitgevers bvRechtsstaat Noordhoff Uitgevers bven Noordhoff Uitgevers bvdemocratie Noordhoff Uitgevers bvhavo Noordhoff Uitgevers bv Noordhoff Uitgevers bv 1