Cardiovasculaire fysiologie
1. Inleiding
• Waarom is er nood aan een cardiovasculair systeem?
• De organisatie van het cardiovasculaire systeem
o Hart + bloedvaten + bloed
• De fundamentele elementen die bloedstroming (flow) doorheen het hart en bloedvaten bepalen/beschrijven
o CO - MAP - SVR
• Het belang van controlesystemen
Rol CV systeem
• Primair = distributie van nutritie (= glucose, O2,….) voor cellen en verwijderen van afvalproducten (= CO2,
lactaat,…)
• Secundair=
• Verspreiden van chemische signalen (= hormonen en neurotransmitters)
• Rol in homeostase van de lichaamstemperatuur (transport warmte van centraal naar
lichaamsoppervlakte)
• Rol in afweer
Organisatie CV systeem
• pomp = hart
• 300 g
• linker - rechter hart
• circulerende vloeistof = bloed
• leidingen = bloedvaten
• Systemische – hoge druk circulatie
• Pulmonaal – lage druk circulatie
Sterk gereguleerd om te beantwoorden aan variabele behoeften
1
,Hart
Pomp staat in serie (linker en rechter hart), ze
komen na elkaar, eerst rechts, dan links
→ als - probleem is met een kan dan komt andere
kant ook in problemen
Bloed komt uit hart en aorta en grote bloedvaten
(verantwoordelijk voor distributie bloed)
Daarna via vertakkingen in kleinere bloedvaten
→ arteriole: hier zit weerstand
Dan bloed in capillairen = dunste bloedvaten
→ uitwisseling nutriënten en afvalstoffen
Daarna bloed in veneuze systeem (blauw)
→ verantwoordelijk voor capaciteit cv systeem
(hier grootste hoeveelheid bloed bewaard)
3 liter water in bloed = circulerend plasma
30 liter water in cellen
12 liter tussen cellen / interstitiële compartiment
Flow afhankelijk van opgelegde drukverschil → hoe hoger drukverschil (meer aan ingang, minder aan uitgang) dan
meer vloeistof erdoor, omgekeerd evenredig met weerstand in systeem
Bij toevoegen weerstand neemt flow af
Drukverschil = gemiddelde arteriele bloeddruk (map) – centraal veneuze druk (CVP)
Weerstand veranderen → doorstroming organen en cardiac output verandert
2
,Hartdebiet = CO= hoeveelheid bloed er uitgepompt wordt per minuut (gemiddeld 5 liter)
• Hartfrequentie = aantal contracties/slagen per minuut (gemiddeld 70)
• Slagvolume = hoeveelheid bloed dat wordt uitgepompt per contractie
Bloed mee uitgepompt door hart en parallel verdeeld naar alle organen toe
→ uitzondering lever: in serie met maagdarmtractus geschakeld
1.4 bloed → maag darm tractus
1/5 → nier
1/5 → skeletspieren
→ Deze 3 stelsels krijgen meeste bloed toegewezen
Arteriolen = kleine arteries = kraantjes in het cv systeem
→ passen diameter aan en kiezen zo naar welk orgaan meer of minder bloed
3
, MAP evenredig met CO en SVR
95 = druk in arteriele systeem
Arterieel systeem voorstellen
als buis, bepaalde hoeveelheid
bloed komt erin (CO, door hart),
op einde afgesloten door
kraantje = systeem vasculaire
weerstand (SVR)
Systeem heeft ook bepaalde
compliantie
Mate van uitzetting varieert
met druk
Systole : hogere druk (bloed geëjecteerd in arterieel systeem)
Diastole: geen bloed geëjecteerd dus lagere druk
Gemiddelde arteriele bloeddruk: opp onder blauwe curve gedeeld door de tijd
MAP duwt CO vooruit,
tegengehouden door SVR
Lichaam gaat arteriolen (veel
gladde spiercellen in wand)
samentrekken
→ diameter verkleint
→ kraantje dicht
→ hogere weerstand
→ moeilijkere doorgang bloed
Vasoconstrictie → afname flow
(kleinere diameter)
Organen die van bloed moeten
voorzien worden
Arteriolen: constrictie en
dilatatie gladde spiercellen
(kraantjes)
4
1. Inleiding
• Waarom is er nood aan een cardiovasculair systeem?
• De organisatie van het cardiovasculaire systeem
o Hart + bloedvaten + bloed
• De fundamentele elementen die bloedstroming (flow) doorheen het hart en bloedvaten bepalen/beschrijven
o CO - MAP - SVR
• Het belang van controlesystemen
Rol CV systeem
• Primair = distributie van nutritie (= glucose, O2,….) voor cellen en verwijderen van afvalproducten (= CO2,
lactaat,…)
• Secundair=
• Verspreiden van chemische signalen (= hormonen en neurotransmitters)
• Rol in homeostase van de lichaamstemperatuur (transport warmte van centraal naar
lichaamsoppervlakte)
• Rol in afweer
Organisatie CV systeem
• pomp = hart
• 300 g
• linker - rechter hart
• circulerende vloeistof = bloed
• leidingen = bloedvaten
• Systemische – hoge druk circulatie
• Pulmonaal – lage druk circulatie
Sterk gereguleerd om te beantwoorden aan variabele behoeften
1
,Hart
Pomp staat in serie (linker en rechter hart), ze
komen na elkaar, eerst rechts, dan links
→ als - probleem is met een kan dan komt andere
kant ook in problemen
Bloed komt uit hart en aorta en grote bloedvaten
(verantwoordelijk voor distributie bloed)
Daarna via vertakkingen in kleinere bloedvaten
→ arteriole: hier zit weerstand
Dan bloed in capillairen = dunste bloedvaten
→ uitwisseling nutriënten en afvalstoffen
Daarna bloed in veneuze systeem (blauw)
→ verantwoordelijk voor capaciteit cv systeem
(hier grootste hoeveelheid bloed bewaard)
3 liter water in bloed = circulerend plasma
30 liter water in cellen
12 liter tussen cellen / interstitiële compartiment
Flow afhankelijk van opgelegde drukverschil → hoe hoger drukverschil (meer aan ingang, minder aan uitgang) dan
meer vloeistof erdoor, omgekeerd evenredig met weerstand in systeem
Bij toevoegen weerstand neemt flow af
Drukverschil = gemiddelde arteriele bloeddruk (map) – centraal veneuze druk (CVP)
Weerstand veranderen → doorstroming organen en cardiac output verandert
2
,Hartdebiet = CO= hoeveelheid bloed er uitgepompt wordt per minuut (gemiddeld 5 liter)
• Hartfrequentie = aantal contracties/slagen per minuut (gemiddeld 70)
• Slagvolume = hoeveelheid bloed dat wordt uitgepompt per contractie
Bloed mee uitgepompt door hart en parallel verdeeld naar alle organen toe
→ uitzondering lever: in serie met maagdarmtractus geschakeld
1.4 bloed → maag darm tractus
1/5 → nier
1/5 → skeletspieren
→ Deze 3 stelsels krijgen meeste bloed toegewezen
Arteriolen = kleine arteries = kraantjes in het cv systeem
→ passen diameter aan en kiezen zo naar welk orgaan meer of minder bloed
3
, MAP evenredig met CO en SVR
95 = druk in arteriele systeem
Arterieel systeem voorstellen
als buis, bepaalde hoeveelheid
bloed komt erin (CO, door hart),
op einde afgesloten door
kraantje = systeem vasculaire
weerstand (SVR)
Systeem heeft ook bepaalde
compliantie
Mate van uitzetting varieert
met druk
Systole : hogere druk (bloed geëjecteerd in arterieel systeem)
Diastole: geen bloed geëjecteerd dus lagere druk
Gemiddelde arteriele bloeddruk: opp onder blauwe curve gedeeld door de tijd
MAP duwt CO vooruit,
tegengehouden door SVR
Lichaam gaat arteriolen (veel
gladde spiercellen in wand)
samentrekken
→ diameter verkleint
→ kraantje dicht
→ hogere weerstand
→ moeilijkere doorgang bloed
Vasoconstrictie → afname flow
(kleinere diameter)
Organen die van bloed moeten
voorzien worden
Arteriolen: constrictie en
dilatatie gladde spiercellen
(kraantjes)
4