Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 69 pages
Summary

Samenvatting Crisis en Ingrijpende Gebeurtenissen - 3e bach Toegepaste Psychologie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 69 pages

Samenvatting Crisis en Ingrijpende Gebeurtenissen - 3e bach Toegepaste Psychologie AJ Howest Brugge

Content preview

Gypsy Rotsaert
AJ 2024-2025




CRISIS EN INGRIJPENDE GEBEURTENISSEN
HOOFDSTUK 1: INTRODUCTIE
1. INGRIJPENDE GEBEURTENIS
Gebeurtenis die:
• Beangstigend, gevaarlijk en/of gewelddadig is
• Onverwachts
• Jouw leven en/of je lichamelijke integriteit, of dat van je naaste, bedreigt of als zodanig wordt ervaren
• Jouw leven en/of dat van je naasten ingrijpend verandert, tijdelijk of definitief
• Die sporen nalaat die soms lang voelbaar blijven
• Gooit de basisverwachtingen, je concept van veiligheid door elkaar, je ervaart de wereld als onveilig
Je bent:
• Rechtstreeks slachtoffer
• Onrechtstreeks slachtoffer, bv. als getuige of als naaste van het rechtstreekse slachtoffer
De gebeurtenis verandert nu, maar soms ook voor altijd:
• Jouw dagdagelijkse realiteit of die van je naaste of de maatschappij
• Jouw blik op ‘het leven’
• Jouw concept van ‘veiligheid’ …. op een ingrijpende manier

 Dit kan worden meegemaakt door een individu, een kleine groep (bv. gezin, collega’s,…) of een grotere groep zoals een
bedrijf of samenleving
 Kan een eenmalig event zijn, maar ook iets dat langer duurt (bv. pesterijen)
Dus:
1. Individueel verhaal!
2. Je kan je er (meestal) niet op “voorbereiden”. Je reactie is voor jezelf ook ‘nieuw’ en eigenlijk niet te voorspellen
3. De gevolgen zijn vaak niet altijd meteen duidelijk of ook niet te voorspellen
= controle verlies centraal, over het ‘nu’ en ‘de toekomst’, voor ‘jou’ en vaak ook je omgeving (cfr. “zeg me dat dit niet echt
is”)

Belangrijk om los te koppelen van ‘crisis’, want een ingrijpende gebeurtenis kan dus leiden tot een crisis, maar niet
noodzakelijk
• Niet iedereen gaat in ‘crisis’-modus
• Niet iedereen gaat meteen in ‘crisis’-modus
• Niet iedereen gaat ‘overduidelijk’ in crisis-modus
• …
Basis: “Elke mens reageert anders op die specifieke ingrijpende gebeurtenis… Er is geen “goed” vs “fout’, er is geen
handleiding “


2. EMOTIONELE REACTIE
Basis: “extreme gebeurtenissen lokken sterke reacties en gevoelens uit”
• Iedereen reageert op zijn eigen manier
• Verschillen onderling kunnen dan ook groot zijn
• Elk gevoel is ‘normaal’, er is geen verkeerd

2.1 MOGELIJKE REACTIES
1. Angst: Als je leven bedreigd werd, voelde je waarschijnlijk grote angst. Achteraf kan die angst je blijven
achtervolgen en in bepaalde situaties terugkeren.
2. Machteloosheid: De machteloosheid die je voelt als iets je overkomt, kan lang blijven doorwerken. Ook achteraf
kan je je machteloos of hulpeloos voelen.
3. Boosheid: Machteloosheid kan omslaan in woede tegenover de dader. Je kan kwaad zijn over de zinloosheid van
wat je is overkomen. Misschien ben je ook sneller boos om kleinigheden.

, 4. Schuldgevoel: Ook al ben je niet schuldig, toch kan je jezelf verwijten maken. Uiteraard is er een groot verschil
tussen schuldig zijn en je schuldig voelen.
5. Schaamte: Het is niet ongewoon dat je beschaamd bent om wat er gebeurd is, om je reacties of gevoelens.
6. Verdriet: Er kunnen heel wat redenen zijn om je verdrietig te voelen: je hebt iemand verloren, je bent
teleurgesteld, je spullen werden beschadigd, je hebt het gevoel niet meer jezelf te zijn, …
7. Vervreemding: Een schokkende ervaring zorgt soms voor een gevoel van afstand tot mensen die het niet hebben
meegemaakt. Zij leven in een andere wereld, waar jij niet meer bij hoort. Het gebeurt ook dat je je eigen lichaam of
gedachten niet meer herkent.
8. Uitputting: Misschien voel je je emotioneel uitgeput. Je verliest interesse in mensen, werk of hobby’s en kan
minder goed om met alledaagse problemen.
9. Lichaamsreacties: Een sterke emotionele gebeurtenis voel je ook in je lichaam, soms maandenlang. Je kan last
hebben van onrust, slapeloosheid, hoofdpijn, … Andere veel voorkomende reacties zijn hartkloppingen, zweten,
beven, moeilijk ademhalen, duizeligheid en stramme spieren.
10. Concentratieproblemen: Het gebeuren blijft nog een hele tijd doorwerken in je hoofd. Vergeetachtigheid en
moeite om je te concentreren zijn heel normaal.
11. Een andere kijk: Je kijk op het leven, mensen en de toekomst kan grondig veranderen. Misschien ben je
teleurgesteld of wantrouwiger. Veel slachtoffers gaan andere dingen in het leven belangrijk vinden. Ze leven
intenser, maken zich minder druk om kleine dingen.


3. ANDERE AANDACHTSPUNTEN
1. Relatie met de omgeving
- Ruimte voor én door elkaar
- Mensen kunnen zich isoleren van hun omgeving
o ‘Ze begrijpen me niet’
o Focus op eigen beleving, waardoor minder ruimte voor de ander
o ‘Ik ga ze niet lastig vallen met mijn verhaal’
o ‘Ze hebben het ook al zo lastig’ ’ of ‘mijn manier is verkeerd/de enige juiste’ indien de naasten ook slachtoffer
zijn
 Risico op vervreemding en isolatie

2. Ondersteuning bij het verwerkingsproces
- Ernstig nemen
- Concept tijd
- Normaliseren van de complexiteit van het proces
- Hollistische visie op verwerking en rouw (vermoeidheid, gevoeliger voor kwaaltjes,…)
- Ondersteunen installeren steunfiguren
 cfr. hoorcollege rond psychosociale ondersteuning


4. CRISIS
4.1 OMSCHRIJVING
4.1.1 DEFINITIE
“Kan ik deze situatie (last) oplossen of dragen, met mijn gebruikelijke copingmechanisme (draagkracht)”
• Raes en Daeseleire, zie bijgevoegd artikel = leerstof
• Stel “ja”: evenwicht tussen draaglast en draagkracht
• Stel “nee”: draaglast en draagkracht uit evenwicht = crisis
“Crisis is een kwestie van perceptie” - De Jong en Berg, uit Raes en Daeseleire
• Elke persoon beleeft de situatie anders
• Én elke persoon zal/kan én moet (1 copingsmechanisme zou anders de norm worden) ook anders reag
“To deal or not to deal”  want ‘crisis = onmogelijkheid om met de nieuwe situatie om te gaan, zich aan te passen
aan de verandering’




2

, 4.1.2 BELANGRIJKE ELEMENTEN
1. “Een crisis ontstaat of bestaat als de mogelijkheden van individuen of groepen om een noodzakelijk of
wenselijk doel te bereiken uitgeput, ontoereikend of geblokkeerd zijn” (Bloemsma, Handboek
Crisisinterventie)
2. “Een crisis = periode van onevenwicht en verminderd functioneren als een gevolg van een gebeurtenis of een
situatie. Deze veroorzaakt een significant probleem, dat niet kan opgelost worden door vertrouwde coping
strategieën” (Roberts, 2000)
3. “… elke echte oplossing bij een crisis betekent uiteindelijk het definiëren van een nieuwe manier van ‘zijn in de
wereld’. Er is echter een grote weerstand om tot te veranderen. Men zal echter niet tot die verandering
komen, als je niet herhaaldelijk verschillende nieuwe ervaringen opdoet in die nieuwe realiteit. (Kegan, 1982)
4. “een crisis verwijst niet naar de situatie of objectieve gebeurtenis zelf, maar wel naar een individu’s
subjectieve ervaring of perceptie (‘appraisal’) van, en diens reactie op, een bepaalde situatie
(Gilliland&James, 2003, uit Raes &Daeseleire)

4.1.3 KENMERKEN VAN “DE” PERSOON IN CRISIS – TYHURST 1975
• Bewustzijnsvernauwing
• Verbijstering
• Pre-occupatie met directe verleden
• Machteloosheid
• Cirkeldenken
• ‘Aargument = standpunt’ en hierin vastlopen
- Bv. ‘ik vind Tom geen leuke man, want ik vind hem niet zo leuk
Aangevuld met (Caplan, 1964):
• Oplopende spanning
• Tekortschieten van vertrouwde oplossingen voor problemen
Maar ook:
• Richten van je krachten op het behoud van de bestaande situatie
Naast ook rekening houden met:
• Rol van de omgevingsfactoren hierin
• Moeizaamheid van het veranderingsproces

Maar blijft dus vooral een subjectieve ervaring van een bepaalde situatie
 Gevolgen?
- Zeer verschillend per individu, zelfs al maakt de groep hetzelfde mee
- Afhankelijk van het ‘hier en het nu’ , hoe het wordt beleefd
- En zal dus sterk bepaald worden door de perceptie van elke persoon op die specifieke situatie of
gebeurtenis op dat moment
- Waarbij de reactie van de ander, van de groep een invloed kan hebben op je eigen reactie of perceptie van
veiligheid

4.2 OPDELING VAN ‘CRISIS’ VOLGENS OORZAAK
1. Één gebeurtenis, een acute stressor
• Plotse en schokkende gebeurtenis voor deze persoon
• Stress reacties zijn normale reacties op een abnormale gebeurtenis
• Wordt niet door iedereen als een ‘schokkende’ gebeurtenis ervaren!!!!
2. Cummulatie verschillende stressoren/gebeurtenissen, “een cluster”
• Aanhoudende of chronische stress, waarvoor gebruikelijke hulpbronnen werden opgebruikt.
• Geleidelijke opeenstapeling
• ‘ik ben op’, ‘ik kan niet meer’
• Persoon heeft vaak de cumulatie van stress niet zien aangekomen of opgemerkt
• Vaak signaal van deze opeenstapeling pre-aanmelding, bv. paniekaanval
3. Psychiatrische crises of noodgeval
• Acuut toestandeeld in he verloop van een langdurige psychiatrische aandoening
• Bv. psychotische opstoot
• De gebruikelijke copingmechanismen lijken niet langer voldoende om de opstoot te dragen en terug tot rust te
komen
• Snelle diagnose én correcte doorverwijzing
3

, 4.3 OPDELING VOLGENS THEMA BINNEN DE CRISIS
1. Ontwikkelingscrisis/ levensfase crisis
2. Situationele crisis
3. Sociale of incidentele crisis

4.3.1. ONTWIKKELINGSCRISIS – LEVENSFASECRISIS = INTERNE CRISES
“Transitie van de ene fase naar de andere”
1. Resultaat van normale processen van groei en ontwikkeling
2. Kan vaak gelinkt worden aan specifieke ontwikkelingsfases in het leven
3. Voorspelbaar en ‘deel van het leven’
4. Kwetsbaarheid van het individu gelinkt aan het vinden van een evenwicht
Bv.: ontwikkelingstheorie van Erickson, midlifecrisis
 Voorwaarde tot persoonlijke groei

4.3.2 SITUATIONELE CRISIS
= verwachte gebeurtenissen, te voorspellen levenssituaties (bv. zwangerschap, eerste schooldag, aangaan of
verbreken relatie)
Manu Keirse (2001): “… zulke situationele crises, die dus verbonden zijn met een specifieke levenssituatie op een
welbepaald moment, kennen doorgaans een gunstige afloop, waarbij de persoon in kwestie na de crisis op een
hoger niveau functioneert = persoonlijke groei…”

4.3.3 INCIDENTELE CRISIS
= een ongewone of onverwachtse gebeurtenis, die niet te voorspellen is qua gebeurtenis an sich of qua timing
2 subtypes:
1. Onvoorziene life-events (bv. spoedopname, plots overlijden dierbare, ongewenste zwangerschap
2. Sachtoffercrises (bv. natuurrampen, brand, terreuraanslagen, verkrachting

5. INTERVENTIE
Basis van elk model: “interventie aanpassen aan de specifieke noden van dat moment bij deze persoon”

5.1 CRISIS ONTWIKKELINGSMODEL (COM)




Niet te kennen voor examen
Vooral toegepast binnen zorg, onderwijs:
- Focus op preventie
- Én op gericht reageren, afhankelijk van de fase van
agressie




4

Table of contents

  1. 01 Hoofdstuk 1: introductie 1
    1. 1. Ingrijpende gebeurtenis 1
    2. 2. Emotionele reactie 1
    3. 3. Andere aandachtspunten 2
    4. 4. Crisis 2
    5. 5. Interventie 4
    6. 6. WINDOW OF TOLERANCE 6
    7. 7. Trauma or no trauma? 7
    8. 8. Zorg voor de luisteraar 10
  2. 02 Hoofdstuk 2: psychosociale hulpverlening – Nils Vandenbroucke 12
    1. 1. Doelstellingen 12
    2. 2. Stress 12
    3. 3. Te veel/ te weinig stress? 12
    4. 4. Basisemoties 13
    5. 5. Peak End Rule 13
    6. 6. Types stressoren 13
    7. 7. Geschiedenis psychosociale rampenhulpverlening 14
    8. 8. Trauma 14
    9. 9. PTSD 15
    10. 10. 5 elementen van eerste opvang – mannetje van veerkracht 15
    11. 11. Specifieke technieken 16
    12. 12. Zelfzorg: uw zelfzorgplan 18
  3. 03 Hoofdstuk 3: kinderen begeleiden na kindermishandeling 19
    1. 1. Kindermishandeling 19
    2. 2. Vormen van mishandeling 19
    3. 3. Context 20
    4. 4. Signalen van lichamelijke mishandeling 20
    5. 5. Signalen van psychische mishandeling en verwaarlozing 20
    6. 6. Signalen van seksueel misbruik 20
    7. 7. Risicofactoren bij de ouders 21
    8. 8. Risicofactoren bij het kind 21
    9. 9. Omgevingsfactoren 21
    10. 10. Gevolgen van een trauma 21
    11. 11. Gespreksstructuur 22
    12. 12. Gesprek voeren met een mishandeld kind: do’s en dont’s 22
  4. 04 Hoofdstuk 4: psychologische aspecten van suïcidaal gedrag 24
    1. 1. Suïcidaal gedrag 24
    2. 2. Mythe of waarheid 24
    3. 3. Verklaring 25
    4. 4. Suïcidaal proces 26
  5. 05 Hoofdstuk 5: Suïcidaliteit herkennen en bespreekbaar maken 27
    1. 1. Terminologie 27
    2. 2. Basishouding 28
    3. 3. Signalen herkennen 28
    4. 4. Bespreekbaar maken suïcidaliteit 28
    5. 5. Inschatten zelfmoordgedachten 29
    6. 6. Suïcidaliteit bij specifieke doelgroepen 30
  6. 06 Hoofdstuk 6: tussen beroepsgeheim en schuldig verzuim 32
    1. 1. Het beroepsgeheim 32
    2. 2. Het beroepsgeheim verbreken 32
    3. 3. Zelfbeschikkingsrecht 34
    4. 4. Minderjarigen 35
    5. 5. Aansprakelijkheid 35
  7. 07 Hoofdstuk 7: suïcidaliteit in het gezin: impact op naasten - Odisee 36
    1. 1. Profiel deelnemers onderZOEK 36
    2. 2. Bijzondere uitdagingen voor naasten bij zelfdodingsgedachten 36
    3. 3. Impact 36
    4. 4. Noden 38
    5. 5. Visie van hulpverleners 38
    6. 6. Conclusie – “flink zijn en zwijgen” 39
  8. 08 Hoofdstuk 9: nabestaanden na zelfdoding – Werkgroep Verder 40
    1. 1. De nabestaande na zelfdoding 40
    2. 2. De hulpverlener 40
    3. 3. De 3 delen van postventie 40
    4. 4. Traject – plan: Stepped Care – Zorgpiramide 40
    5. 5. Rouwen 40
    6. 6. Aspecten van rouw in relatie tot overlijden 42
    7. 7. Emotie(h)erkenning 44
    8. 8. Het waarom 45
    9. 9. Post traumatische groei – PTG 47
    10. 10. Post interventie suïcide 48
    11. 11. Reconstructie – postventie is preventie 50
    12. 12. Ondersteuning nabestaanden 50
    13. 13. Zelfzorg voor de hulpverlener 51
    14. 14. Werkgroep Verder na Zelfdoding 52
    15. 15. Rechten van de nabestaanden 52
  9. 09 Hoofdstuk 10: vervolgzorg – interventies – suïcidepreventiebeleid 53
    1. 1. Basisprincipes zorg aan suïcidale personen 53
    2. 2. Risicoformulering 53
    3. 3. Interventies – vervolgzorg 54
    4. 4. Safety plan 55
    5. 5. Ondersteunende online tools 55
    6. 6. Zelfzorg 56
    7. 7. Suïcidepreventiebeleid 56

Document information

Study
Uploaded on
January 15, 2025
Number of pages
69
Written in
2024/2025
Type
Summary
$14.76

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
gypsyrotsaert
4.2
(5)
Sold
23
Followers
8
Items
19
Last sold
4 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions