Samenvatting
Hoofdstuk 1
Paragraaf 1.1
Waarom is er recht?
Mensen hebben normen en waarden -> vanuit daar worden er rechtsregels gemaakt + een wijze hoe
deze regels gehanteerd moeten worden.
Rechtsregels: regels die zijn vastgelegd in rechtsbronnen.
Het recht:
• Brengt een doelmatige ordening aan in de samenleving (verkeersregels -> geen chaos)
• Geeft spelregels voor gedragingen tussen individuen onderling en voor het handelen door de
overheid.
• Stuurt het individuele gedrag van burgers.
• Alle rechtsregels die gelden binnen een rechtsstaat (NL: democratisch)
• Recht is wat een rechter beslist!!
• Is een gevolg van geldende waarden en normen in de samenleving.
Recht en rechtvaardigheid zijn geen synoniemen van elkaar, maar het recht is in beginsels wel gericht
op rechtvaardigheid. Iemand die de wet overtreedt, moet een terechte straf ondergaan en het recht
moet de zwakkeren beschermen.
Sociale rechtsstaat
Recht biedt bescherming aan kwetsbaren in de samenleving (kinderen, ouderen, gehandicapten,
zieken, werknemers, huurders, etc.)
Hoe sterker hoe meer beroep op eigen verantwoordelijkheid.
Paragraaf 1.2
Rechtsbron: vindplaats van het recht.
Waarop kan een rechter zijn beslissing gronden?
Ofwel: waar vinden wij het recht? Op 2 verschillende manieren: geschreven en ongeschreven.
Er zijn 4 verschillende rechtsbronnen:
1. De wet- en regelgeving (1.2.1) - geschreven
- Bevatten rechtsregels die zijn vastgesteld door de overheid.( 1ste en 2de kamer, minister etc.);
- Een wet komt tot stand als de regering en de staten- generaal met een wetvoorstel instemmen;
- Alleen wetten die van de hoogste wetgever afkomstig zijn worden met ‘wet’ aangeduid.
- De bepalingen in wetten worden genummerd en wetsartikelen genoemd;
- Burgerlijk wetboek (WB) heeft een tweede lid. Daarin staat wat onder verzorging en opvoeding
wordt verstaan. Een wettenbundel is een verzameling van officiële wetboeken die door een
uitgever zijn geselecteerd en samen in een boek zijn opgenomen;
- Hoogste wet in Nederland is de grondwet (GW);
In lagere regelgeving komt het woord wet niet voor. Een regeling die afkomstig is van de regering,
dus zonder de staten- generaal erbij betrokken zijn, wordt een Koninklijk besluit (KB) genoemd. De
regering houdt zich niet alleen bezig met de regelgeving, er zijn dus ook KB’s die geen regels
bevatten. Een KB dat wel regels bevat wordt een algemene maatregel van bestuur (AMvB)
genoemd.
1
, Boek mens en recht
Samenvatting
Tot de rechtsbron ‘wet’ behoren dus de wetten en de lagere regelgeving in Nederland en de hogere
regelgeving van de EU.
2. De jurisprudentie (1.2.2) - ongeschreven
- Jurisprudentie ontstaat doordat algemene regels in diverse wetten en in de overige regelgeving
moeten worden toepast in individuele situaties, die vaak heel verschillend zijn;
- Het is de taak van de rechter om uit te maken hoe de regels zijn bedoeld. De uitkomst van zo’n
zaak formuleren wordt ook wel het volgende genoemd: uitspraak, vonnis of arrest;
- Omdat in de rechtspraak nieuw recht wordt gevormd door rechters, wordt jurisprudentie ook wel
rechtersrecht genoemd;
3. De gewoonte (1.2.3) - ongeschreven
- De regels van gewoonterecht zijn niet ergens opgetekend maar ontstaan in de loop van de tijd
door gebruik ervan in algemene kring (bijv. al 30 jaar wordt het recht van overpad ‘misbruikt’ ,maar
de rechter keurt het goed omdat het al een enorm lange tijd zo is)
- Een gewoonte die in strijd is met het recht valt niet onder het gewoonterecht.
4. Verdragen (1.2.4) – geschreven
- Verdragen zijn afspraken tussen twee of meer staten die op schrift zijn gesteld en die gelden in de
staten die partij zijn bij het verdrag;
- Die staten moeten geratificeerd zijn (zich ermee akkoord hebben verklaard)
- Veel verdragen hebben een directe werking (je kunt er direct op beroepen, ook als deze niet zijn
opgenomen in wetten of lagere regelgeving in Nederland)
- Verdragsregels staan boven de rechtsregels die in NL zijn gemaakt. Als een wet tegen een verdrag
ingaat, kun je bij de rechter beroep doen op het verdrag.
Wetten bevatten rechtsregels die zijn vastgesteld door de overheid.
Overheid:
- Centrale volksvertegenwoordiging
o Eerste Kamer vormen samen statengeneraal
o Tweede Kamer
- Alle lagere overheidsorganen
o Minister
o Provinciale Staten
o Gemeenteraad
Hoogste wetgever = de Staten Generaal met de regering (= koning + ministers samen)
➔ Een wet komt tot stand als de regering en Staten-Generaal met een wetsvoorstel
instemmen.
Wet: regeling afkomstig van de regering en Staten Generaal
Wetsartikel: genummerde bepaling van de wet
Wettenbundel: een verzameling officiële wetboeken die door een uitgever zijn geselecteerd en
samen in een boek zijn opgenomen.
Grondwet: is de hoogste wet in Nederland
Koninklijk Besluit: regeling of ander besluit afkomstig van de regering.
Algemene maatregel van bestuur: Koninklijk Besluit dat rechtsregels bevat.
Ministeriële regeling: regeling afkomstig van een minister.
2
, Boek mens en recht
Samenvatting
Verordening, provinciaal of gemeentelijk: regeling afkomstig van de Provinciale Staten of van de
gemeenteraad.
Gemeenschapsverordeningen en richtlijnen: regelingen die door organen van de Europese Unie zijn
vastgesteld en die in de EU-lidstaten gelden.
Tot de rechtsbron ‘wet’ behoren dus de wetten en lagere regelgeving in Nederland, en de hogere
regelgeving van de EU.
Paragraaf 1.3
Rechtsregels hebben niet allemaal dezelfde werking:
Dwingend recht: van deze regels mag niet worden afgeweken.
Semidwingend recht: rechtsregels die partijen de mogelijkheid geven om zelf dingen nader te
regelen.
Aanvullend recht: regels die alleen gelden als specifieke afspraken ontbreken. (als partners bij een
huwelijk niets afspreken, zijn ze na de huwelijksvoltrekking automatisch in gemeenschap van
goederen getrouwd)
Niet alle regels hebben dezelfde rechtskracht. De rechtskracht is namelijk afhankelijk van het orgaan
waarvan de regelgeving afkomstig is. In regelingen bestaat de volgende rangorde, waarbij de eerste
regeling het hoogste in rang is:
> Verdragen;
> Gemeenschapsverordeningen en richtlijnen;
> Grondwet;
> Overige wetten;
> Algemene maatregelen van bestuur; (AMvB – Koninklijk Besluit)
> Ministeriele regelingen en richtlijnen;
> Provinciale verordeningen;
> Gemeentelijke verordeningen.
Het is belangrijk om deze rangorde te kennen. Ten eerste wordt in hogere regelgeving niet alles tot in
detail geregeld. Dit wordt overgelaten aan de lagere regelgevers. Ten tweede bevat het recht in
verdragen en in de almaar omvangrijker wordende Europese regelgeving steeds concrete, algemeen
bindende regels. Als de lagere regeling in Nederland in strijd is met de hogere regeling en hierop een
beroep wordt gedaan, dan kan de recht de lagere regeling buiten toepassing laten.
Objectief recht: Bevat alle geldende regels, dus alle rechten en plichten vastgelegd in rechtsbronnen.
Subjectieve recht: Subjectieve rechten moeten van het objectieve recht worden afgeleid. Bijv. Je
doet beroep op de participatiewet (objectief recht) en deze wordt je toegekend (persoonlijk,
subjectief recht). -> rechten die jij als persoon hebt.
Grondrechten: vormen als het ware het fundament van een menswaardige samenleving.
de hoogste wet in NLD is de Grondwet.
Grondrechten zijn de meest elementaire en onvervreemdbare rechten van een individu, die zowel
door de overheid als anderen gerespecteerd moeten worden.
Klassieke grondrechten: rechten van een individu waarop de overheid alleen inbreuk mag maken als
de wet haar dat toestaat. vb. verbod op discriminatie, recht op privacy, etc.
Voor het maken van inbreuk moet altijd een wettelijke grond bestaan. De rechter oordeelt hierover.
Sociale grondrechten: rechten van individu die door de overheid zo goed mogelijk bereikbaar moeten
worden gemaakt. Ze kunnen niet bij de rechter worden afgedwongen.
Vb. recht op gezondheidszorg, recht op werk.
3