Orthopedagogiek
Thema 1: Inleiding
Wat is opvoeden? Pedagogie = opvoeden
3 voorwaarden:
• Samenleven (continue interacties) van volwassesen met een kind
Je leeft samen of er is sprake van continue interacties
• Met wiens ontwikkeling ze begaan zijn
Zich verantwoordelijk voelen voor de ontwikkeling van het kind
• En bereidt zijn zicht tot een duurzame (toekomstgerichtheid) relatie te engageren
Doel van opvoeden: kind of jongere tot volwassene brengen zodat hij/zij kan functioneren in de samenleving;
een volwassene afleveren aan samenleving die klaar is om te leven
Opvoedingsproces
• Functioneel: opvoeden is doelgericht; het heeft als functie om het kind voor te bereidden op de
toekomst
Je doet het niet zonder reden
• Complementair: opvoeden is een wisselwerking waarin zowel de opvoeder als het kind elkaar
beïnvloeden
Opvoeder en kind vullen elkaar aan
• Circulair: het proces van opvoeding is voortdurend en wederkerig, waarbij beide partijen elkaar continu
beïnvloeden
Bv. kind gedraagt zich niet goed -> volwassene wordt boos -> gedrag wordt herhaald -> volwassene
reageert nog bozer
Deze termen benadrukken dat opvoeding een complexe, dynamische en samenwerkende activiteit is, waarin
zowel de opvoeder als het kind actief deelnemen en groeien
Opvoeding kan bij elk kind anders zijn
Jij als opvoeder verandert ook door op te voeden en het kind verandert mee
“Een sterke nadruk op opvoeding in onze maatschappij doet ouders twijfelen over hun
opvoedingsvaardigheden.”
➔ Elke opvoeding wordt met elkaar vergeleken
➔ Vroeger: kind zwijgt en luistert
Hoe kijken we naar het kind?
• De eeuw van het kind (20ste eeuw)
o Ellen Key
o Kind als een majesteit, een koningszoon
o Extreme opvatting van reformpedagogiek
o Uiting van een trend:
Grote veranderingen in de maatschappij zorgt voor kinderen
1
,Vanaf 1900 is er pas aandacht gekomen voor het kind
Verandering in ons kijken naar het kind en kijken naar de opvoeding
Voorbeelden:
• 1912: wet op kinderbescherming in België
o Uithuisplaatsing krijgt een wettelijke basis
• 1914: algemene leerplicht
• 1989: internationaal verdrag over de rechten van het kind
Sinds die eerste wet werden kinderen uit schijnsituaties (mishandeld, niet goed opgevoed etc.) weggehaald
Voor 1989 hadden kinderen geen rechten
Orthopedagogiek (Ortho = rechtzetten)
Met welke vragen wordt de orthopedagoog geconfronteerd?
Orthopedagoog komt tussen als het in de opvoeding niet zo soepel verloopt of als er iets ‘scheef’ zit
Voorbeelden:
• Sandra, 22 jaar, licht verstandelijke beperking met gedragsproblemen
• An, 8 jaar, tweede leerjaar, hardnekkige rekenproblemen
• Sander, 9 jaar, anti-sociaal gedrag, ernstige gedragsproblemen
• Greetje, 2 jaar, meervoudige beperking
• Leen en Piet, multi-probleem gezin met 2 jonge kinderen (armoede, verslaving...)
Er kunnen andere disciplines (psycholoogen, logopedisten, leerkrachten, opvoeders etc.) betrokken zijn
Verbeteren van cliënt of van omgeving, antwoord geven op bepaalde vragen
Orthopedagoog houdt zich niet bezig met de problematiek zelf maar met de opvoeding errond
Gemeenschappelijke kenmerken
• Pedagogische relatie
• Opvoeding verloopt niet meer spontaan en vanzelfsprekend
• Betrokkenen maken zich zorgen over de verdere ontwikkeling
• Betrokkenen zien geen perspectief meer
• Nood aan hulp van buitenaf -> orthopedagogische hulp
• Als orthopedagoog ben je gespecialiseerd in de pedagogiek (opvoedkunde) die zich richt op de
opvoeding van kinderen met een mentale en/of fysieke beperking en kinderen die zich in een
verontrustende leer- of opvoedingssituatie bevinden
• De taak van de orthopedagoog is hulp te bieden aan het in de ontwikkeling bedreigde kind
• De orthopedagoog maakt voor kinderen met leer- en gedragsproblemen, ontwikkelingsstoornissen,
functiebeperkingen - waardoor er opvoedingsvragen en/of opvoedingsproblemen ontstaan – een
behandel- en begeleidingsplan dat hun situatie kan verbeteren
Zodoende probeert de orthopedagoog ervoor te zorgen dat zij de opvoeding krijgen die het beste bij hun
karakter en problemen aansluit
• Richten tot gezin
• Hulp bieden kan op verschillende manieren
2
, Oorsprong orthopedagogiek
• Wilde van Aveyron
o Itard (1775 – 1838): medicus
o Vroeger stadium van de mens
o Tabula rasa
o Opvoedkundig experiment
o Eerste rapport: grote verwachtingen
o Tweede rapport: verwachtingen bijgesteld
➔ Eerste helft 19de eeuw:
o Individualisering van de zorg
o Registratie en observatie van mentaal gehandicapte
• Heilpedagogiek (1920)
o Heilen = helen, genezen met opvoedkundige maatregelen
o Rudolf Steiner
o Ontwikkelingsbelemmeringen
o Heilpädagogik = de leer van het onderwijs, de opvoeding en de zorg voor kinderen met
ontwikkelingsbelemmeringen
• Verruiming van het object van de orthopedagogiek
o Kinderen met tekorten en handicaps
▪ Zintuigelijk gehandicapten
▪ Ernstig zwakzinnigen
▪ Te kort schietende opvoedingssituatie
Huidige orthopedagogiek
• Wetenschappelijke studie van het handelen/behandelen in verontrustende opvoedingssituaties (VOS)
met specifieke opvoedingsnoden
o VOS: “een door de betrokkenen als nagenoeg perspectiefloos ervaren opvoedingssituaties,
waarin zij er zonder deskundige hulp van buitenaf niet zullen in slagen het geheel zodanig te
veranderen dat het weer perspectiefbiedend wordt”
• In gezin, school, jeugdhulp, gezinsaanvullende of gezinsvervangende situaties
• VOS =
o Vanzelfsprekendheid in de opvoeding valt weg
o Ervaren/beleefde “perspectiefloosheid” door betrokkenen of derden
▪ Kindperspectief: ontwikkeling loopt vast, wordt belemmerd
▪ Opvoedersperspectief: onzekerheid, vragen, zorg, handelingsverlegendheid
• -> Conclusie: NIET (pedagogische gevolgen van een) handicap, maar problemen bij de opvoeding
• Wetenschappelijke studie
o Inzicht verwerven in het ontstaan van verontrustende opvoedingssituaties ~ preventie
o Ontwikkelen van specifieke diagnostische instrumenten ~ diagnostiek
o Ontwikkelen, toepassen en evalueren van orthopedagogische handelingsprogramma’s ~
interventie
Orthopedagogische begrippen
• Pedagogische vraag en aanbod
• Ontstaan VOS
3
Thema 1: Inleiding
Wat is opvoeden? Pedagogie = opvoeden
3 voorwaarden:
• Samenleven (continue interacties) van volwassesen met een kind
Je leeft samen of er is sprake van continue interacties
• Met wiens ontwikkeling ze begaan zijn
Zich verantwoordelijk voelen voor de ontwikkeling van het kind
• En bereidt zijn zicht tot een duurzame (toekomstgerichtheid) relatie te engageren
Doel van opvoeden: kind of jongere tot volwassene brengen zodat hij/zij kan functioneren in de samenleving;
een volwassene afleveren aan samenleving die klaar is om te leven
Opvoedingsproces
• Functioneel: opvoeden is doelgericht; het heeft als functie om het kind voor te bereidden op de
toekomst
Je doet het niet zonder reden
• Complementair: opvoeden is een wisselwerking waarin zowel de opvoeder als het kind elkaar
beïnvloeden
Opvoeder en kind vullen elkaar aan
• Circulair: het proces van opvoeding is voortdurend en wederkerig, waarbij beide partijen elkaar continu
beïnvloeden
Bv. kind gedraagt zich niet goed -> volwassene wordt boos -> gedrag wordt herhaald -> volwassene
reageert nog bozer
Deze termen benadrukken dat opvoeding een complexe, dynamische en samenwerkende activiteit is, waarin
zowel de opvoeder als het kind actief deelnemen en groeien
Opvoeding kan bij elk kind anders zijn
Jij als opvoeder verandert ook door op te voeden en het kind verandert mee
“Een sterke nadruk op opvoeding in onze maatschappij doet ouders twijfelen over hun
opvoedingsvaardigheden.”
➔ Elke opvoeding wordt met elkaar vergeleken
➔ Vroeger: kind zwijgt en luistert
Hoe kijken we naar het kind?
• De eeuw van het kind (20ste eeuw)
o Ellen Key
o Kind als een majesteit, een koningszoon
o Extreme opvatting van reformpedagogiek
o Uiting van een trend:
Grote veranderingen in de maatschappij zorgt voor kinderen
1
,Vanaf 1900 is er pas aandacht gekomen voor het kind
Verandering in ons kijken naar het kind en kijken naar de opvoeding
Voorbeelden:
• 1912: wet op kinderbescherming in België
o Uithuisplaatsing krijgt een wettelijke basis
• 1914: algemene leerplicht
• 1989: internationaal verdrag over de rechten van het kind
Sinds die eerste wet werden kinderen uit schijnsituaties (mishandeld, niet goed opgevoed etc.) weggehaald
Voor 1989 hadden kinderen geen rechten
Orthopedagogiek (Ortho = rechtzetten)
Met welke vragen wordt de orthopedagoog geconfronteerd?
Orthopedagoog komt tussen als het in de opvoeding niet zo soepel verloopt of als er iets ‘scheef’ zit
Voorbeelden:
• Sandra, 22 jaar, licht verstandelijke beperking met gedragsproblemen
• An, 8 jaar, tweede leerjaar, hardnekkige rekenproblemen
• Sander, 9 jaar, anti-sociaal gedrag, ernstige gedragsproblemen
• Greetje, 2 jaar, meervoudige beperking
• Leen en Piet, multi-probleem gezin met 2 jonge kinderen (armoede, verslaving...)
Er kunnen andere disciplines (psycholoogen, logopedisten, leerkrachten, opvoeders etc.) betrokken zijn
Verbeteren van cliënt of van omgeving, antwoord geven op bepaalde vragen
Orthopedagoog houdt zich niet bezig met de problematiek zelf maar met de opvoeding errond
Gemeenschappelijke kenmerken
• Pedagogische relatie
• Opvoeding verloopt niet meer spontaan en vanzelfsprekend
• Betrokkenen maken zich zorgen over de verdere ontwikkeling
• Betrokkenen zien geen perspectief meer
• Nood aan hulp van buitenaf -> orthopedagogische hulp
• Als orthopedagoog ben je gespecialiseerd in de pedagogiek (opvoedkunde) die zich richt op de
opvoeding van kinderen met een mentale en/of fysieke beperking en kinderen die zich in een
verontrustende leer- of opvoedingssituatie bevinden
• De taak van de orthopedagoog is hulp te bieden aan het in de ontwikkeling bedreigde kind
• De orthopedagoog maakt voor kinderen met leer- en gedragsproblemen, ontwikkelingsstoornissen,
functiebeperkingen - waardoor er opvoedingsvragen en/of opvoedingsproblemen ontstaan – een
behandel- en begeleidingsplan dat hun situatie kan verbeteren
Zodoende probeert de orthopedagoog ervoor te zorgen dat zij de opvoeding krijgen die het beste bij hun
karakter en problemen aansluit
• Richten tot gezin
• Hulp bieden kan op verschillende manieren
2
, Oorsprong orthopedagogiek
• Wilde van Aveyron
o Itard (1775 – 1838): medicus
o Vroeger stadium van de mens
o Tabula rasa
o Opvoedkundig experiment
o Eerste rapport: grote verwachtingen
o Tweede rapport: verwachtingen bijgesteld
➔ Eerste helft 19de eeuw:
o Individualisering van de zorg
o Registratie en observatie van mentaal gehandicapte
• Heilpedagogiek (1920)
o Heilen = helen, genezen met opvoedkundige maatregelen
o Rudolf Steiner
o Ontwikkelingsbelemmeringen
o Heilpädagogik = de leer van het onderwijs, de opvoeding en de zorg voor kinderen met
ontwikkelingsbelemmeringen
• Verruiming van het object van de orthopedagogiek
o Kinderen met tekorten en handicaps
▪ Zintuigelijk gehandicapten
▪ Ernstig zwakzinnigen
▪ Te kort schietende opvoedingssituatie
Huidige orthopedagogiek
• Wetenschappelijke studie van het handelen/behandelen in verontrustende opvoedingssituaties (VOS)
met specifieke opvoedingsnoden
o VOS: “een door de betrokkenen als nagenoeg perspectiefloos ervaren opvoedingssituaties,
waarin zij er zonder deskundige hulp van buitenaf niet zullen in slagen het geheel zodanig te
veranderen dat het weer perspectiefbiedend wordt”
• In gezin, school, jeugdhulp, gezinsaanvullende of gezinsvervangende situaties
• VOS =
o Vanzelfsprekendheid in de opvoeding valt weg
o Ervaren/beleefde “perspectiefloosheid” door betrokkenen of derden
▪ Kindperspectief: ontwikkeling loopt vast, wordt belemmerd
▪ Opvoedersperspectief: onzekerheid, vragen, zorg, handelingsverlegendheid
• -> Conclusie: NIET (pedagogische gevolgen van een) handicap, maar problemen bij de opvoeding
• Wetenschappelijke studie
o Inzicht verwerven in het ontstaan van verontrustende opvoedingssituaties ~ preventie
o Ontwikkelen van specifieke diagnostische instrumenten ~ diagnostiek
o Ontwikkelen, toepassen en evalueren van orthopedagogische handelingsprogramma’s ~
interventie
Orthopedagogische begrippen
• Pedagogische vraag en aanbod
• Ontstaan VOS
3