Examen:
- juiste beleidsterm herkennen in voorbeelden
- toepassing ijzeren driehoek (zoals voorbeelden met casus / krantenartikel)
Deel 1: Wat is beleid?
Beleid (Van Dale) = gedragslijn voor de aanpak van doelstellingen (vage definitie)
Beleid is een containerbegrip (gevaar!)
- iedereen geeft eigen invulling aan het woord
- wordt hierdoor moeilijker om over het begrip te communiceren
- brengt onzekerheden met zich mee, men durft het beleid niet meer in vraag te
stellen
- moeilijk te definiëren, veel verschillende betekenissen in versch contexten
Voorbeelden beleid:
- We hebben een goed agressiebeleid in onze leefgroep
- Het afwezigheidsbeleid voor studenten op kdg is helder
- Mijn partner en ik hebben een “geen gsm tijdens het eten”-beleid
- Minister Beke is verantwoordelijk voor o.a. welzijnsbeleid
Beleid in orthopedagogisch grondplan:
★ microniveau: afspraak met mijzelf maken om na 19u geen gsm meer te gebruiken
(mijn eigen beleid)
★ mesoniveau: agressiebeleid op niveau van een organisatie
★ macroniveau: Welzijnsbeleid van minister Beke
Beleid specifiëren om spraakverwarring te voorkomen
1) Wat bedoelen we?
● We stellen ons de wat-vraag
➢ afspraken, planning, reglement, strategie, wet, decreet...
,Voorbeeld waarom wat- vraag belangrijk is om te stellen:
Op een dienst contextbegeleiding voor autonoom wonen worden versch hv’s geconfronteerd
met jongeren die vrijwillig id prostitutie stapten. 1 vd collega’s eiste dat hier dringend een
beleid rond gevoerd moet worden. Maar de vraag is wat deze collega bedoelt met een
beleid. Wil ze dat de Belgische wetgeving verandert en wil ze dat het onmogelijk wordt voor
jongeren onder de 25j om te starten id prostitutie of wil ze dat de voorziening duidelijke
richtlijnen communiceert? Hoe gaan wij vanuit de visie vd voorziening om met prostitutie?
Gaan we in gesprek over prostitutie of blijven we jongeren afraden met te starten id
prostitutie? Het is dus belangrijk om te gaan definiëren wat men bedoelt met beleid.
● Op welk niveau?
➢ mesoniveau? niveau van voorziening
➢ macroniveau? niveau op uitvoerende en wetgevende macht (afspraken,
wetten…)
2) Wie bedoelen we? (wie draagt verantwoordelijkheid vr bepaalde afspraken / regels)
● Bevoegdheid
- kan instantie of persoon zijn
- bv: macro (kdg): vlaamse overheid > minister v onderwijs > Ben Weyts (NVA)
draagt verantwoordelijkheid
- bv: meso (kdg): Veerle Hendrickx (opleidingshoofd) > Katrien Verlinden
● Betrokkenen
- ‘stakeholders’ = iemand met een belang in een organisatie, die een
klein/groot effect kan ondervinden van het beleid van de organisatie en/of die
er een kleine/grote mate van invloed op heeft
- stakeholder kan ook iemand zijn die geaffecteerd is door de voorziening (bv
ouders die meer moeten betalen voor vegetarische maaltijd)
Stakeholdermapping
,Deel 2: Welzijnsbeleid
= beleid dat zich focust op onze sector, op het orthoped. werkveld, op de zorg
2.1. De ijzeren driehoek (Notredame)
Ijzeren driehoek= analyse-model voor welzijnsbeleid
➢ geeft inzicht in wie invloed heeft op welzijnsbeleid en hoe dat tot stand komt
➢ welzijnsbeleid of organisatie vd HV komt tot stand tss de overheid, voorzieningen &
bevolking
Volgens Notredame:
- 3 actoren die elk op punt van de driehoek staan
- tss 3 actoren ontstaan er spanningsvelden/afstemmingsvragen (er zijn dus ook 3
spanningsvelden)
3 actoren:
1. overheid
2. bevolking
3. voorzieningen
Spanningsvelden (= discussieruimte waarin 2 actoren gaan afstemmen over een manier
waarop het welzijnsbeleid tot stand moet komen, soms zijn het harde discussies &
conflicten)
1. politieke democratie: afstemming tss burgers & overheden
→ wie heeft er recht op welke zorg & op basis van welke argumenten?
→ wie heeft recht op wat in onze SL?
→ bv: wie krijgt invaliditeitsuitkering & wie niet?
→ bv: wat moeten we doen met delinquente jongeren? Bieden we ze HV of moeten
we ze straffen?
2. verzorgingsbureaucratie: afstemming tss voorziening & overheid
→ wat zijn de doelen & hoe besteden we middelen om deze te bereiken?
, → overheid gaat resultaatverbintenissen aan met voorzieningen (overheid controleert
of voorzieningen doelen hebben nagestreefd)
→ bv: zorginspectie
→b v: registratie: overheid kan vragen hoeveel gesprekken er gevoerd werden met
cliënten & hoe lang deze duurden.
→b v: sociale impactmeting: vorm v registratie vr nieuwe, innovatieve projecten die
moeten aantonen dat ze op lange termijn een effect hebben
3. maatschappelijke dienstverlening: afstemming tss bevolking & voorziening
→ hoe krijgt de zorg vorm id praktijk?
→ CL: veel rechten tav voorzieningen
→ voorzieningen hebben regie in handen over hoe ze HV willen aanbieden
→ confrontatie tss deze 2 zorgt ervoor dat de zorg tot stand komt hoe deze nu tot
stand komt
→ bv: onderhandeling tss cliëntenraad & voorziening
→b v: klachtenrecht: CL heeft recht om klacht in te dienen tegen voorziening
H1: De actor ‘bevolking’
1.1. De actor ‘mens’
Mens= het gegeven dat alle mensen in een Mensenrechten= geven heel wat info over
SL mensenrechten hebben hoe de samenleving, ons welzijnsbeleid &
hulpverlening er moeten uitzien (bv:
kinderrechten, rechten voor pers met
handicap)
Mensenrechtenschendingen
- civil society (komt later nog info over)
- behandeling v geïnterneerden in gevangenissen → BEL is daarvoor al meermaals
veroordeeld geweest
- dakloosheid v kinderen in bv Gent
- in woonzorgcentra
- rapport commissie-Samson: rapport over seksueel misbruik van door de overheid uit
huis geplaatste kinderen v 1945-heden.
- sekswerkers kunnen bij economische crisis geen beroep doen op uitkering
Belang v mensenrechten voor opvoeders-begeleiders:
1. confrontatie met schendingen omdat:
➢ werken met pers waarvan mensenrechten nt gerespecteerd worden (bv:
internering)
➢ werken mensen die moeilijker in staat zijn om hun mensenrechten af te
dwingen (bv: pers met beperking, ongeletterden)
2. basiskader vr professionele opvoeder-begeleider om hulpverlenings-en
welzijnsbeleid in vraag te stellen
➢ om ‘menswaardige’ HV aan af te toetsen