• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 24 pages
Summary

Samenvatting Wet- & regelgeving Sociaal Werk (jaar 2 social work Avans)

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 24 pages

Deze samenvatting gemaakt voor de toets Wet- en regelgeving Sociaal Werk van het tweede jaar van de opleiding Social Work op Avans Hogeschool. Zelf heb ik een 7,6 gehaald dus jou moet het ook lukken met deze samenvatting. H1, H7, H8, H9 en H16 zijn samengevat alles wat je nodig hebt voor de toets dus! Heb het boek mens en recht, 12e druk met ISBN 9789001043964 gebruik. Zelf heb ik een 7,6 gehaald dus jou moet het ook lukken met deze samenvatting Veel succes!!

Content preview

Wet- en regelgeving
1. Recht en Regels
1.1 Waarom is er recht
Rechten en plichten komen voort uit normen en waarden die algemeen gelden in de
maatschappij. Rechten en plichten gelden voor individuen, maar ook voor de overheid. Hoe meer
kennis je hebt van het recht hoe sneller je gelijk zult krijgen.

Het recht:

o Brengt een doelmatige ordening aan in de samenleving;
o Geeft spelregels voor gedragingen van individuen onderling en voor het handelen van de
overheid;
o Stuurt het individuele gedrag van burgers.


1.2 Vindplaatsen van het recht
Er zijn vier vindplaatsen van het recht:

1. de wet- en regelgeving
2. de jurisprudentie
3. de gewoonte
4. verdragen

De samenleving verandert en daarmee ook de inhoud van het recht.

1. De wet- en regelgeving

Een wet komt tot stand als de regering (koning en ministers) en de Staten-Generaal (Eerste en
Tweede kamer) met een wetvoorstel instemmen.

Voorbeelden soorten wetten:

1. Grondwet (Gw) -> hoogste wet van Nederland
2. Burgerlijk Wetboek (BW)
3. Jeugdwet
4. Gemeentewet

Nederland is lid van de EU en heeft een deel van haar regelgevende bevoegdheden overgedragen
aan de organen van de EU. Deze organen stellen verordeningen ren richtlijnen vast die
gemeenschapsverordeningen en -richtlijnen genoemd worden. Deze staan hoger dan de
Nederlandse Grondwet.

Tot de rechtsbron ‘wet’ behoren dus de wetten en lagere regelgeving in Nederland, en de hogere
regelgeving van de EU.

2. Jurisprudentie

Jurisprudentie ontstaat doordat algemene regels in de diverse wetten en in de overige
regelgeving moeten worden aangepast in individuele situatie die vaak heel verschillend zijn. Dit is
de taak van de rechter. De uitspraak heet vonnis, uitspraak of arrest.

Doordat in de rechtspraak nieuw recht wordt gevormd door rechters, wordt jurisprudentie ook wel
rechtersrecht genoemd.

3. Gewoonte

De regels van gewoonterecht zijn niet ergens opgetekend, maar ontstaan in de loop van de tijd
door het gebruik ervan. Deze regels behoren dus net als de jurisprudentie tot het zogenoemde
ongeschreven recht. Een gewoonte die in strijd is met het recht valt niet onder het gewoonterecht

Voorbeeld: het kabinet moet het vertrouwen hebben van de Tweede Kamer om te kunnen regeren.



1

, 4. Verdrag

Het recht dat in verdragen is vastgesteld. Verdragen zijn afspraken tussen twee of meer staten die
op schrift zijn gesteld en die gelden in de staten die partij zijn van het recht. Verdragsregels
staan, net als de regels van de EU, boven de rechtsregels die in Nederland zijn gemaakt.

Nederland heeft bijvoorbeeld het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
geratificeerd. En ook het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de
fundamentele vrijheden (EVRM)

1.3 Aard van de regels
Soorten rechten:

o Dwingend recht -> rechtsregels waarvan partijen die mogen afwijken (moet, is
verplicht, is nietig)
o Semidwingend recht -> rechtsregels waarvan alleen ten gunsten van de andere partij
mag worden afgeweken.
o Aanvullend recht -> rechtsregels die alleen gelden als specifieke afspraken
ontbreken.

Niet alle regels hebben dezelfde rechtskracht. De volgende rangorde bestaat, waarbij de
eerstgenoemde regeling het hoogste rang is:

1. verdragen;
2. gemeenschapsverordeningen en richtlijnen;
3. Grondwet;
4. Overige wetten;
5. Algemene maatregelen en richtlijnen;
6. Ministeriële regelingen en richtlijnen;
7. Provinciale verordeningen;
8. Gemeentelijke verordeningen;

In de hogere regelgeving is niet altijd alles in detail geregeld en daarom is het belangrijk om de
volgorde goed te kennen.

Het objectieve recht -> bevat alle geldende regels, dus alle rechten en plichten die in de
rechtsbronnen zijn vastgesteld.

Het subjectieve recht -> is het recht dat aan iemand persoonlijk wordt toegekend. Dit is altijd van
het objectieve recht afgeleid.

1.4 Grondrechten
De Grondwet is de hoogste wet van Nederland. In het eerste hoofdstuk van de Grondwet staan de
grondrechten. Dit zijn de meest elementaire en onvervreemdbare rechten van het individu
die door zowel de overheid als door andere gerespecteerd moeten worden. Ze vormen het
fundament van een menswaardige samenleving. De overheid mag op deze rechten geen inbreuk
maken, tenzij de wet haar die bevoegdheden verleent.

Klassieke grondrechten -> rechten van een individu waarop de overheid alleen inbreuk mag
maken als de wet haar dat toestaat.

Voor het maken van inbreuk op een grondrecht moet er altijd een wettelijke grond bestaan. De
rechter oordeelt uiteindelijk of de inbreuk rechtmatig is en dus in overeenstemming met het recht
is.

Sociale grondrechten -> rechten van een individu die door de overheid zo goed mogelijk
bereikbaar moeten worden gemaakt

Sociale grondrechten kunnen niet door een rechter worden afgedwongen. Ze vormen in feiten een
opdracht voor de overheid om ervoor te zorgen dat er in Nederland o.a. een goede
gezondheidszorg is waarvan iedereen in beginsel gebruik kan maken.




2

, 1.5 Recht en de praktijk van het sociaal werk
Het recht vormt het kader waarbinnen de hulp- en dienstverlening in het domein sociaal werk
plaatsvindt. Het bepaald de juridische verhouding tussen de hulp- en dienstverlening en zijn cliënt,
en geeft inhoud aan de verantwoordelijkheden en verplichtingen van beide partijen. Ook bepaalt
het de juridische (on)mogelijkheden van de cliënt om zijn eigen welzijn vorm te geven.

Het is de taak van sociaal werkers om cliënten te ondersteunen bij het vinden van de juiste
(rechts)hulp. Ook stemmen ze hun hulp- en dienstverlening af op de sociaaljuridische situatie van
de cliënt.



7. Samenlevingsvormen en Scheiding
7.1 personen en familierecht algemeen
Het personen en familierecht is onderdeel van het burgerlijk recht en staat in Boek 1 BW. Dit
gaat over personen, en de relatie tussen personen en hun familie en niet over relaties die op geld
waardeerbaar zijn.



7.2 Algemene begrippen
Het personen- en familierecht vangt aan met enkele regels die te maken hebben met de
rechtspositie van personen.

7.2.1 Persoonlijkheid

Een persoon is iemand die rechten en plichten heeft, hij heeft dan een persoonlijkheid en is dus
rechtssubjecten. Deze persoonlijkheid ontstaat door de geboorte. Het kind moet levend worden
geboren, hiervoor is een ademstoot voldoende. Er ontstaat een uitzondering op deze regels: een
ongeboren kind wordt als geboren beschouwd als dit in het belang is van het kind. Een
persoonlijkheid eindigt ook weer bij de dood en alle rechten en plichten, gaan over op de
erfgenamen.

7.2.2 Bloedverwantschap en aanverwantschap

Bloedverwantschap is de betrekking die bestaat tussen personen die rechtstreeks van elkaar
afstammen of die een gemeenschappelijke stamvader of -moeder hebben. Het gaat dus altijd om
een relatie tussen personen binnen een familie.

Het recht kent biologisch- en juridisch bloedverwantschap. Juridisch bloedverwantschap
ontstaat ten gevolg van een juridische relatie (familierechtelijke betrekking). Biologisch
bloedverwantschap ontstaat door geboorte uit de moeder en verwekking door de vader. Een
biologische ouder hoeft niet altijd de juridische ouder te zijn en andersom.

De mate van bloedverwantschap kan aangegeven worden in graden. Deze wordt teruggerekend
vanaf de stamouder. Aanverwantschap ontstaat alleen door het huwelijk of geregistreerd
partnerschap. Deze blijft bestaan ondanks de beëindiging van het huwelijk of geregistreerd
partnerschap.

7.2.3 Naamrecht

Ouders zijn vrij in de keuze van de voornaam van hun kind, mits deze geen bestaande achternaam
is en niet ongepast is.

Ouders kunnen hun kind de achternaam van een van beide geven. Sinds 1 jan. 2024 kunnen zij
ook de achternaam van beide ouder aan hun kind geven. De keuze die voor het eerste kind is
gemaakt geld vervolgens ook voor de volgende kinderen.

Als ouders met een dubbele achternaam zelf ook kinderen krijgen, dan kunnen zij verschillende
combinaties van achternamen maken. De regel is dat ieder kind niet meer dan twee achternamen
heeft.




3

Table of contents

  1. 01 Wet- en regelgeving 1
  2. 02 1. Recht en Regels 1
    1. 1.1 Waarom is er recht 1
    2. 1.2 Vindplaatsen van het recht 1
    3. 1.3 Aard van de regels 2
    4. 1.4 Grondrechten 2
    5. 1.5 Recht en de praktijk van het sociaal werk 3
  3. 03 7. Samenlevingsvormen en Scheiding 3
    1. 7.1 personen en familierecht algemeen 3
    2. 7.2 Algemene begrippen 3
    3. 7.3 Samenlevingsvormen 4
    4. 7.4 Scheiding 6
    5. 7.5 partneralimentatie 8
  4. 04 8 Ouderschap en Gezag 10
    1. 8.1.1 betekenis en rechtsgevolgen van juridisch ouderschap 10
    2. 8.1.2 Ontstaan van juridisch ouderschap 11
    3. 8.1.3 Juridisch ouderschap van twee mannen 12
    4. 8.4.1 ouderschap door adoptie 13
    5. 8.2.2 Voogdij 14
    6. 8.3.1 Toegang tot pleegzorg 14
    7. 8.3.2 Pleegouders 14
    8. 8.3.3 rechten en bevoegdheden van pleegouders 15
  5. 05 9. Jeugdhulp 15
    1. 9.2.1 verdragsbepalingen 16
    2. 9.2.2 Jeugdwet 16
    3. 9.2.3 burgerlijk wetboek: kinderbeschermingsmaatregel 17
  6. 06 9.4 Kinderbeschermingsmaatregelen 19
    1. 9.5.1 Bezwaarschriftprocedure 21
    2. 9.5.2 Klachtenprocedure 21
    3. 9.5.3 civiele procedure in het personen- en familierecht 21
    4. 9.5.4 SKJ-Professioneel Toezicht 21
    5. 9.5.5 Algemene geschillenregeling 22
  7. 07 16 Hulp en dienstverlening 22
    1. 16.1 Organisatie van hulp- en dienstverlening 22
    2. 16.2 Bekwaamheid en professionaliteit 22
    3. 16.3 Relatie van de professional met de cliënt 22
    4. 16.4 werken in een instelling of organisatie 23
    5. 16.5 Spanningsveld tussen regelgeving en praktijk 23
    6. 16.6 Aansprakelijkheid voor eigen handelen 23

Connected book
 image
A. Bunthof, Y.M. Visscher Mens en recht
Publisher: maart 2020 ISBN: 9789001593230 Edition: 10

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1, hoofdstuk 7 t/m 9 en hoofdstuk 16
Uploaded on
January 5, 2025
Number of pages
24
Written in
2024/2025
Type
Summary
$16.56

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
sterrevvliet
4.0
(1)
Sold
12
Followers
10
Items
17
Last sold
11 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions