Elyse Pauwels Natuurbeheer 2023
Natuurbeheer
1 Algemeenheden
referentiekader:
puur natuur: plaatsen waar mensen niet
gekomen/invloeden hebben
half-natuurlijke landschappen: mensen die invloed
hebben op natuur (landbouw etc)
extensieve landbouw: mens heeft natuur volledig
veranderd naar zijn voordeel
natuurbeheer:
beschermen en ontwikkelen
Gen: Grote Eenheid Natuur
o 2 gebieden die niet aan elkaar hangen
o buffer: zorgt dat landbouw op die plaats niet
actief is (perceel)
o perceel opkopen en jonge bossen aanplanten
--> GENO
GENO: Grote Eenheid Natuur in Ontwikkeling (jong
bos)
GEN + GENO = VEN (Vlaams Ecologisch Netwerk)
organisaties die zorgen voor natuur:
o ANB: Agentschap Natuur en Bos --> vlaamse
gemeenschap (boswachter)
o Provenciaal domein: proventie die domeinen heeft (sterrebos)
o Natuurpunt
beschermen:
o technisch (maaien en behoud etc)
o juridisch (verbieden bepaalde handelingen uit te voeren en beschermingen)
o ecologisch (dieren/planten hangen af van bodem enz)
o economisch (ecosysteemdieren)
o recreatie (ontspannen, rusten, vacantie etc)
keuze beheervorm:
biodiversiteit: (veel soorten planten/dieren)
zeldzaamheid: (zeldzame soorten aanwezig --> hangt af van plaats en tijd)
authenticiteit: historisch beeld
vervangbaarheid: als je een specifieke grond nodig hebt voor bepaalde planten dan is dat
waardevoller dan een algemene grond
duurzaamheid: stabiliteit en zeldzaamheid
ongestoordheid en volledigheid: meerdere soorten/populatie/ecosysteem aanwezig
natuurbeheer basisprincipes:
streven naar verschraling (grond voedselarmer maken)
continuïteit in beheer (natuurbeheerplan 24 jaar uitvoeren)
scheppen van variatie (verschillende biotopen/gradiënten)
voorkomen van bodembeschadiging en -verdichting
1
,Elyse Pauwels Natuurbeheer 2023
afzien van gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen (zowel goeie als slechte insecten sterven)
afzien van branden (veel te distructief)
beheerplanning:
natuurbeheerplan opstellen van 24 jaar --> maakt duidelijk welke natuurwaarden en
doelstellingen ter plaatste worden nagestreefd
nodig om continuïteit behouden in plan --> biologische kwaliteiten
legt verantwoording af voor gebruik van stuk (schaarse) grond en middelen die overheid ter
beschikking stelt
vragen:
o welke doelstelling
o wat moet er gebeuren en waarom
o waar en wanneer moeten maatregelen getroffen worden
o hoe worden ze uitgevoerd
o hoe wordt geëvalueerd of resultaat voldoet aan doelstellingen
Voor het maken van een beheerplan moet een inventarisatie en terreinbeschrijving gemaakt
worden
Foto: PDCA-cirkel: Plan > Do > Control > Act/Adjust
Monitoring: opvolgen van toestand van natuur door natuurlijke elementen op een objectieve
manier door lang te inventariseren en meten
Bos verkrijgen:
o Bomen planten = bebossen
o Natuur zen gang laten gaan = verbossen
In- en uitwendig beheer:
Ecosysteem bepaald door: klimaat, bodem, waterhuishouden en reliëf (abiotische factoren)
Fytogene, zoögene en antropogene factoren (plant, dier en mens) (biotische factoren)
Stuur variabelen = natuur sturen (variabelen hierboven vermeld)
Uitwendig beheer:
o Invloed op omgeving
o Toevoer ongewenste stoffen
o Verandering van waterhuishouden
o Bereikbaarheid terrein
o Kwaliteit van omgeving
Inwendig beheer:
o Invloed in natuurgebied
o Opp, differentiatie en configuratie
o Aard van biotopen
o Geen pesticiden, meststoffen en drainage
Processen in tijd voor zowel uit- als inwendig
o Successie (planten gemeenschappen volgen elkaar op)
o Inwendige dynamiek (stormen en plagen)
o Externe verstoring
Algemene richtlijnen bij terreinwerk:
3 gouden richtlijnen bij beginnen van beheer:
o Werk doordacht, ordelijk en overzichtelijk
o Voldoende en geschikt gereedschap + goeie onderhoud
o veiligheid
2
,Elyse Pauwels Natuurbeheer 2023
2 Verschillende maatregelen
Stadium Kenmerkende soorten Te handhaven door
pionierbegroeiing Eenjarige soorten Regelmatig bodembewerking
grasland grassen 1 of meerdere keren maaien/jaar
Ruigte (wildernis) Hoge vaste planten 1 keer maaien en afvoeren/2 a 5
jaar
Struweel (bos van struiken) struiken Opslag grote bomen verwijderen
(afkappen)
pionierbos Snelgroeiende bomen Langzaam groeiende bomen kappen
climaxbos Langzaam groeiende bomen klapstoelbeheer
Wissel = pad dat dier maakt in bos
Successie = geleidelijke overgang van verschillende begroeiingstypes
Maaien vs begrazen:
maaien:
o plotse drastische ingreep
o Ingreep is voor elke plantensoort gelijk
o Weinig intensief (1 a 2/jaar)
o Nutriënten balans wordt naar beneden gehaald (bovengrondse biomassa verwijderd) -->
verschraling (verarming grond)
Grazen:
o Geleidelijk aan
o Ene plantensoort is intenser dan andere (keuze) --> ene soort verdwijnt ander bevorderd
o Ongelijktijd en plaatselijk afgemaaid
o Nutriënten balans over heel terrein ongelijk verdeeld door mest
Maaien:
Tegen de grond afsnijden van kruidachtige vegetatie
Meest toegepaste beheren
Biomassa afvoeren en voorkomt verruiging
Verschillende maaiwerktuigen
o Sikkel
o tractor met cirkelmaaier
o klepelmaaier (scheermachine principe)
o Zelftrekkende maaibalken
o Zelftrekkende cirkelmaaiers
o Bosmaaier (motorzeis)
o Zeis
Gefaseerd maaibeheer = gedeeltelijk maaien/beurtelings
Sinusbeheer (H4)
Hooien:
Maaien en opschudden van gemaaid gras --> hooi maken (zon + wind = droogte)
Zwad: gras op een lange rij leggen en na een week drogen
Hooihark
Hooivork (2 tanden) oprapen en afvoeren
3
, Elyse Pauwels Natuurbeheer 2023
Aanleg en onderhoud van houtachtige KLE:
'Airkoe' = grote bomen in wei gebruiken als airco voor koeien --> warmte onttrekken
Plantmateriaal:
o Streekeigen groen = typisch belgisch
o Floravervalsing = uitheemse planten planten
o Voordelen streekeigen groen:
Goedkoper
Groeien sneller
Langere levensduur
Beter aangepast aan bodems
Grotere natuurwaarde
Bestand tegen allerlei ziektes
Bestand tegen ons klimaat
Veranderen mee met seizoenen
o Inheemse plantensoorten: niet door een (in)directe menselijke handelijk in een bepaalde
streek gekomen
o Uitheemse plantensoorten: (exoot) door mens ingevoerd in bepaalde streek
o Invasieve exoten: (tuinvlieders) soorten die uitbreken en overwoekeren
o IAS: Invasive Alien Species
Aankomen
Overleven
Voortplanten
Woekeren
o Oorspronkelijk inheems of autochtoon:
Planten die afkomsting van zaden van een moederplant die hier zelfstandig en
natuurlijk naar ons toe gekomen is
Meest aangepast aan ons klimaat door zelfde DNA met moederboom
o Berenklauw: brandwonden --> bestrijden wanneer klein
o Soorten in vochtgehalte te kennen:
Vochtige en natte bodems: zwarte els, schietwilg (bomen) en sporkehout en
gelderse roos (struiken)
Arm en droge bodems: ruwe berk en grove den (bomen) en sporkehout en wilde
lijsterbes (struiken)
Aankoopgrootte:
o 2 categorieën:
Bosgoed:
1m en 2/3 jaar oud (jong)
Goedkoop (1 euro)
Hagen, houtkanten en bos(jes)
1 + 1 = 2 jarig platengoed (1 jaar in zaaibed en 1 jaar in plantbed)
Hoogstam:
ong 6 jaar oud en heeft mooie stam
lijkt klein maar wordt bepaald door omtrek (20 euro)
Bomenrijen of alleenstaand
Hoe jonger hoe goedkoper
Inkuilen planten met blote wortels:
o Wortels mogen niet uitdrogen
4
Natuurbeheer
1 Algemeenheden
referentiekader:
puur natuur: plaatsen waar mensen niet
gekomen/invloeden hebben
half-natuurlijke landschappen: mensen die invloed
hebben op natuur (landbouw etc)
extensieve landbouw: mens heeft natuur volledig
veranderd naar zijn voordeel
natuurbeheer:
beschermen en ontwikkelen
Gen: Grote Eenheid Natuur
o 2 gebieden die niet aan elkaar hangen
o buffer: zorgt dat landbouw op die plaats niet
actief is (perceel)
o perceel opkopen en jonge bossen aanplanten
--> GENO
GENO: Grote Eenheid Natuur in Ontwikkeling (jong
bos)
GEN + GENO = VEN (Vlaams Ecologisch Netwerk)
organisaties die zorgen voor natuur:
o ANB: Agentschap Natuur en Bos --> vlaamse
gemeenschap (boswachter)
o Provenciaal domein: proventie die domeinen heeft (sterrebos)
o Natuurpunt
beschermen:
o technisch (maaien en behoud etc)
o juridisch (verbieden bepaalde handelingen uit te voeren en beschermingen)
o ecologisch (dieren/planten hangen af van bodem enz)
o economisch (ecosysteemdieren)
o recreatie (ontspannen, rusten, vacantie etc)
keuze beheervorm:
biodiversiteit: (veel soorten planten/dieren)
zeldzaamheid: (zeldzame soorten aanwezig --> hangt af van plaats en tijd)
authenticiteit: historisch beeld
vervangbaarheid: als je een specifieke grond nodig hebt voor bepaalde planten dan is dat
waardevoller dan een algemene grond
duurzaamheid: stabiliteit en zeldzaamheid
ongestoordheid en volledigheid: meerdere soorten/populatie/ecosysteem aanwezig
natuurbeheer basisprincipes:
streven naar verschraling (grond voedselarmer maken)
continuïteit in beheer (natuurbeheerplan 24 jaar uitvoeren)
scheppen van variatie (verschillende biotopen/gradiënten)
voorkomen van bodembeschadiging en -verdichting
1
,Elyse Pauwels Natuurbeheer 2023
afzien van gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen (zowel goeie als slechte insecten sterven)
afzien van branden (veel te distructief)
beheerplanning:
natuurbeheerplan opstellen van 24 jaar --> maakt duidelijk welke natuurwaarden en
doelstellingen ter plaatste worden nagestreefd
nodig om continuïteit behouden in plan --> biologische kwaliteiten
legt verantwoording af voor gebruik van stuk (schaarse) grond en middelen die overheid ter
beschikking stelt
vragen:
o welke doelstelling
o wat moet er gebeuren en waarom
o waar en wanneer moeten maatregelen getroffen worden
o hoe worden ze uitgevoerd
o hoe wordt geëvalueerd of resultaat voldoet aan doelstellingen
Voor het maken van een beheerplan moet een inventarisatie en terreinbeschrijving gemaakt
worden
Foto: PDCA-cirkel: Plan > Do > Control > Act/Adjust
Monitoring: opvolgen van toestand van natuur door natuurlijke elementen op een objectieve
manier door lang te inventariseren en meten
Bos verkrijgen:
o Bomen planten = bebossen
o Natuur zen gang laten gaan = verbossen
In- en uitwendig beheer:
Ecosysteem bepaald door: klimaat, bodem, waterhuishouden en reliëf (abiotische factoren)
Fytogene, zoögene en antropogene factoren (plant, dier en mens) (biotische factoren)
Stuur variabelen = natuur sturen (variabelen hierboven vermeld)
Uitwendig beheer:
o Invloed op omgeving
o Toevoer ongewenste stoffen
o Verandering van waterhuishouden
o Bereikbaarheid terrein
o Kwaliteit van omgeving
Inwendig beheer:
o Invloed in natuurgebied
o Opp, differentiatie en configuratie
o Aard van biotopen
o Geen pesticiden, meststoffen en drainage
Processen in tijd voor zowel uit- als inwendig
o Successie (planten gemeenschappen volgen elkaar op)
o Inwendige dynamiek (stormen en plagen)
o Externe verstoring
Algemene richtlijnen bij terreinwerk:
3 gouden richtlijnen bij beginnen van beheer:
o Werk doordacht, ordelijk en overzichtelijk
o Voldoende en geschikt gereedschap + goeie onderhoud
o veiligheid
2
,Elyse Pauwels Natuurbeheer 2023
2 Verschillende maatregelen
Stadium Kenmerkende soorten Te handhaven door
pionierbegroeiing Eenjarige soorten Regelmatig bodembewerking
grasland grassen 1 of meerdere keren maaien/jaar
Ruigte (wildernis) Hoge vaste planten 1 keer maaien en afvoeren/2 a 5
jaar
Struweel (bos van struiken) struiken Opslag grote bomen verwijderen
(afkappen)
pionierbos Snelgroeiende bomen Langzaam groeiende bomen kappen
climaxbos Langzaam groeiende bomen klapstoelbeheer
Wissel = pad dat dier maakt in bos
Successie = geleidelijke overgang van verschillende begroeiingstypes
Maaien vs begrazen:
maaien:
o plotse drastische ingreep
o Ingreep is voor elke plantensoort gelijk
o Weinig intensief (1 a 2/jaar)
o Nutriënten balans wordt naar beneden gehaald (bovengrondse biomassa verwijderd) -->
verschraling (verarming grond)
Grazen:
o Geleidelijk aan
o Ene plantensoort is intenser dan andere (keuze) --> ene soort verdwijnt ander bevorderd
o Ongelijktijd en plaatselijk afgemaaid
o Nutriënten balans over heel terrein ongelijk verdeeld door mest
Maaien:
Tegen de grond afsnijden van kruidachtige vegetatie
Meest toegepaste beheren
Biomassa afvoeren en voorkomt verruiging
Verschillende maaiwerktuigen
o Sikkel
o tractor met cirkelmaaier
o klepelmaaier (scheermachine principe)
o Zelftrekkende maaibalken
o Zelftrekkende cirkelmaaiers
o Bosmaaier (motorzeis)
o Zeis
Gefaseerd maaibeheer = gedeeltelijk maaien/beurtelings
Sinusbeheer (H4)
Hooien:
Maaien en opschudden van gemaaid gras --> hooi maken (zon + wind = droogte)
Zwad: gras op een lange rij leggen en na een week drogen
Hooihark
Hooivork (2 tanden) oprapen en afvoeren
3
, Elyse Pauwels Natuurbeheer 2023
Aanleg en onderhoud van houtachtige KLE:
'Airkoe' = grote bomen in wei gebruiken als airco voor koeien --> warmte onttrekken
Plantmateriaal:
o Streekeigen groen = typisch belgisch
o Floravervalsing = uitheemse planten planten
o Voordelen streekeigen groen:
Goedkoper
Groeien sneller
Langere levensduur
Beter aangepast aan bodems
Grotere natuurwaarde
Bestand tegen allerlei ziektes
Bestand tegen ons klimaat
Veranderen mee met seizoenen
o Inheemse plantensoorten: niet door een (in)directe menselijke handelijk in een bepaalde
streek gekomen
o Uitheemse plantensoorten: (exoot) door mens ingevoerd in bepaalde streek
o Invasieve exoten: (tuinvlieders) soorten die uitbreken en overwoekeren
o IAS: Invasive Alien Species
Aankomen
Overleven
Voortplanten
Woekeren
o Oorspronkelijk inheems of autochtoon:
Planten die afkomsting van zaden van een moederplant die hier zelfstandig en
natuurlijk naar ons toe gekomen is
Meest aangepast aan ons klimaat door zelfde DNA met moederboom
o Berenklauw: brandwonden --> bestrijden wanneer klein
o Soorten in vochtgehalte te kennen:
Vochtige en natte bodems: zwarte els, schietwilg (bomen) en sporkehout en
gelderse roos (struiken)
Arm en droge bodems: ruwe berk en grove den (bomen) en sporkehout en wilde
lijsterbes (struiken)
Aankoopgrootte:
o 2 categorieën:
Bosgoed:
1m en 2/3 jaar oud (jong)
Goedkoop (1 euro)
Hagen, houtkanten en bos(jes)
1 + 1 = 2 jarig platengoed (1 jaar in zaaibed en 1 jaar in plantbed)
Hoogstam:
ong 6 jaar oud en heeft mooie stam
lijkt klein maar wordt bepaald door omtrek (20 euro)
Bomenrijen of alleenstaand
Hoe jonger hoe goedkoper
Inkuilen planten met blote wortels:
o Wortels mogen niet uitdrogen
4