TWEE FUNDAMENTELE
ONTWIKKELINGSTHEORIEËN
De mens als een individu begrijpen
Samenvatting | 1
, 2.1. De psychosociale identiteitstheorie van Erikson
2.1.1. Situering ten opzichte van Freud
Constructieve rol van het ego
o Freud: louter defensief
o Erikson: bewerken van psychosociale identiteit
Het Ego bij Erikson = belangrijkste instantie geworden binnen de persoonlijkheid
De louter defensieve functie die Freud het Ich toekende wordt bij Erikson vervangen door een zeer
constructieve taak
Het grote belang dat Erikson toekende aan de functie van het Ego = maakte van hem een
egopsycholoog
Mens ervaart zich als een vat vol tegenstrijdigheden (= innerlijke of psychische conflicten)
Er kunnen ook spanningen ontstaan tussen het individu en zijn sociale omgeving
Een continue groei mogelijk (= de psychosociale identiteit)
De psychosociale identiteit
Ervaren van innerlijke eenheid (=psychische identiteit) en het ervaren van voldoende harmonie
tussen de eigen persoon en sociale omgeving
Psychisch en sociale component = je goed voelen in je eigen vel en je in je omgeving kunnen
bewegen als een vis in het water
Belang van de sociale omgeving
o Freud: psychoseksuele ontwikkeling en het intrapsychisch denken
o Erikson: psychosociale ontwikkeling en het interpsychisch denken
Intrapsychisch denken
Aanhoudende conflicten tussen enerzijds de aanmatigende driften uit het Es en anderzijds de
geboden en verboden vanuit het Über-Ich
Interpsychisch denken
De spanningen die veelvuldig de kop opsteken tussen het individu en zijn sociale omgeving
Samenvatting | 2