Het boek ‘Tirza’ is geschreven door Arnon Grunberg (1971). Grunberg
wordt gezien als een van de succesvolste Nederlandse auteurs. Hij is
zowel succesvol in Nederland als in het buitenland. Zo zijn er 300.000
exemplaren van het boek ‘Tirza’ over de hele wereld verkocht. Grunberg is
op 23-jarige leeftijd bekend geworden met zijn roman ‘Blauwe
maandagen’. Naast zijn boeken worden ook zijn toneelstukken, filmscripts
en essays zeer gewaardeerd. (Giphart, 2024) In het boek ‘Tirza’ volgt de
lezer het leven van Jörgen Hofmeester. Het boek begint met dat de bijna
zestigjarige vader voorbereidingen aan het treffen is voor het
eindexamenfeest van zijn jongste dochter Tirza. Zij heeft namelijk haar
gymnasiumdiploma gehaald. Tirza is het meest dierbare wat Hofmeester
heeft. Zijn vrouw is bij hem weggegaan en zijn oudste dochter Ibi runt met
haar geliefde een Bed & Breakfast in Frankrijk. Helaas verschijnt de
echtgenote plots weer voor zijn deur en wonen ze weer samen.
Hofmeester vindt het daarnaast ook lastig dat Tirza met haar vriendje
wereldreis gaat maken, dus besluit hij haar daar te bezoeken. Hoewel het
lijkt dat Hofmeester controle probeert te houden, faalt hij toch meerdere
keren. Dit roept de vraag op: Waardoor kun je vaststellen dat het leven
van Jörgen Hofmeester een mislukking is?
Allereerst is de vrouw van Hofmeester bij hem weggegaan om samen met
haar jeugdliefde te wonen op een boot. De echtgenote vertrok wel vaker
en kwam dan voor dagen soms weken niet terug. Echter, deze keer was
het anders, want ze bleef veel langer weg. Hofmeester bleef de hoop
houden dat ze terug zou komen. ‘Wanneer 's avonds de bel ging, betrapte
hij zich de eerste maanden nog op de gedachte: dat is ze, mijn
echtgenote, ze is terug.’ (Grunberg, 2008, p. 18). Toen ze plotseling weer
verscheen, was Hofmeester niet blij met haar komst. Ze gaf veel kritiek en
beledigde Hofmeester vaak.
“Weet je, Ik heb me nooit tot je aangetrokken gevoeld. Nooit. Zelfs niet in
het begin. Weet je wel wat dat is, aantrekkingskracht? Ik bedoel, zegt dat
woord je iets? Behalve dan theoretisch.” (Grunberg, 2008, p.55)
Uit deze passage is te herleiden dat de echtgenote nooit van Hofmeester
heeft gehouden, ook al hebben ze twee dochters samen. Ook vernedert ze
hem door een retorische vraag te stellen. Hiermee bedoelt ze dat ze zich
niet kan voorstellen dat er iemand van hem kan houden. Hieruit blijkt dat
het leven van Hofmeester op het gebied van liefdesrelaties is mislukt.
Daarnaast is Hofmeester zijn baan als redacteur kwijtgeraakt bij een
uitgeverij waar hij ruim drie decennia heeft gewerkt. Zijn baan was een
groot deel van zijn leven en zijn persoonlijkheid. ‘Ik leef voor mijn werk,'
zei Hofmeester na een lange stilte, 'voor de uitgeverij en voor de