Leerstof 1ste semester
, Micro- en macro economie
Micro-economie Macro-economie
Gaat beslissingen van individuen en bedrijven na. Bestuderen van vraagstukken die het geheel van de
economie beïnvloeden.
vb: Meerderheid Belgische automobilisten verkiest tol ipv.
File-rijden. vb: Belgische centrale bank beslist rente
niet te verhogen
vnl. betrekking op allocatie- en
distributieproblemen. vnl. betrekking op het stabilisatieprobleem
,HOOFDSTUK 1: WAT IS ECONOMIE (OBJECT, DOEL EN METHODE VAN DE
ECONOMISCHE WETENSCHAP)
INLEIDING
Wat doet de economische gemeenschap?
→ Inzicht geven in de maatschappelijke organisatie (vanuit een specifieke invalshoek)
- om betere beslissingen te kunnen nemen in het dagelijkse leven
- om de problemen in de wereld waarin we leven beter te begrijpen
- om een beter beleid te kunnen voeren
FUNDAMENTEEL PROBLEEM: VELE BEHOEFTEN, SCHAARSE MIDDELEN
Opportuniteitskost: De waarde van het eerst alternatief dat men opgeeft voor deze keuze.
wie kiest geeft iets anders op
Vb: opportuniteitskost van studeren?
Opportuniteitskost van thuis blijven voor ziek kind?
- Schaarse goederen: economische goederen, Niet-schaarse goederen: vrije goederen (lucht)
Definitie economie
= ‘… een sociale wetenschap die tot voorwerp heeft het beheer van schaarse middelen’
Dit beheer van de beschikbare middelen omvat 3 typische problemen:
Allocatieprobleem: Hoe wijs je de schaarse middelen toe aan diverse aanwendingen?
Wat, hoeveel en hoe produceren?
Distributieprobleem: Hoe verdeel je de voordelen van de geproduceerde goederen en
diensten aan de bevolking (Verdelingsprobleem).
Voor wie produceren?
Aanwendingsprobleem: Een goed beheer van de schaarse middelen vereist het nastreven
van een volledige aanwending van de beschikbare middelen.
Nastreven van volledige aanwending van de middelen
, HET PRODUCTIEPROCES
Productie
= Alle activiteiten waardoor goederen en diensten tot stand worden gebracht:
Economische goederen
▪ Kapitaalgoederen worden niet verbruikt maar gebruikt voor de productie
(bv: machines)
▪ Consumptiegoederen worden verbruikt
(Een duurzaam consumptiegoed gaat meerdere keren mee bv: drinkbus)
- En op gepaste tijd en plaats ter beschikking worden gesteld van consumenten
- Door inzet van de schaarse middelen (productiefactoren: arbeid, natuur en kapitaal)
Productiefactoren
• Arbeid (L)
- De activiteitsgraad duidt het percentage aan van de
totale bevolking die in aanmerking komt voor arbeid
• Natuur (N)
- grondstoffen, klimaat, …. = eigenlijke productiefactoren
• Kapitaal (K)
- geheel van door mensen geproduceerde
productiemiddelen (bv fabrieksgebouwen, machines etc.)
kunnen opnieuw gebruikt worden als input voor het
productieproces
Ondernemingsinitiatief
Combinatie van deze 4 productiefactoren → productie (output) realiseren
Schema van het productieproces
(omwegproductie)
Opmerking:
De rol van kapitaalgoederen verschilt met die van natuur en arbeid; Ze
komen niet direct in aanmerking voor consumptie.
Kapitaalgoederen worden aangewend voor de productie van andere
economische goederen die wel in aanmerking komen voor consumptie.