Zenuwweefsel (neuronen en ganglia)
Functies =
1. Opnemen prikkels
2. Omvormen prikkels tot zenuwimpulsen
3. Overdragen zenuwimpulsen nr andere neuronen of effectorcellen bij synaps
Samenstelling =
- Neuronen = eigenlijke zenuwcellen --->
• = hebben uitlopers = dendrieten + axonen = neutrieten
• = functionele eenheden v centraal + perifeer ZC
• = 100 miljard neuronen per volwassenen
- Gliacellen = ondersteunen + beschermen neuronen
- Beschermen bindweefsel + bloedvaten =
• Meningen = hersenvliezen = rond CZS
• Endoneurium + perineurium + epineurium = rond PSZ
Algemene structuur =
Bevat 3 delen =
- Cellichaam = perikaryon = soma ---> kern + cytoplasma
- Dendrieten = afferente vezels ---> prikkels opvangen v andere
neuronen ter hoogte v synapsen
- Axon = efferente vezels ---> lange uitloper = zorgen voor geleiden
impulsen nr andere cellen =
• Neuronen
• Spiervezels
• Klieren
---> Onderdelen aanwezig ---> vorm + grootte perikaryon + aantal uitlopers kunnen variëren =
Heel groot Heel klein
- Purkinjecellen (cerebellaire - Stellaire cellen (cerebrale cortex)
cortex) - granulaire cellen (korrelcellen in
- lower motor neurons (voorhoorn cerebellaire cortex)
ruggenmerg)
1
, Neuronen verdelen op basis v aantal uitlopers =
- Multipolaire =
• meest voorkomend in CZS
• uit cellichamen = meerdere dendrieten uit 1 axon
- Bipolaire =
• 1 dendriet + 1 axon
• Bv. in retina + reukepitheel (= olfactorische)
- Unipolaire =
• = pseudo-unipolair
• Hebben 1 uitloper ---> splitst in 2 dicht bij perikaryon =
---> 1 nr perifeer + 1 nr CZS
---> Waarvan 1 efferent tov perikaryon + 1 afferent tov
perikaryon
---> uitlopers lijken op axonen
• In spinale ganglia + ganglia v craniale zenuwen
•
Onderdelen neuron
1. Het cellichaam = perikaryon = soma =
- Bavet grote ronde keren met chromatine patroon ---> = vesiculaire
kern
- Celkern = prominente + excentrische nucleool
- Cytoplasma =
• Veel mitochondriën
• Goed ontwikkeld golgi
• Vrije ribosomen ---> polyribosomen maken eiwitten aan
• Glad endoplasmatisch reticulm = GER
• Ruw endoplasmatisch reticulum = RER ---> =
▪ Erg sterk ontwikkeld
▪ Lichopisch zichtbaar met agregaten basofiel
---> RER = Nisslse substantie = nisslse lichaampje
---> bevat ook microskelet ---> door:
Bevat slecht 1 mitochondrion ---> geen
- neuromicrotubuli (25 nm) aanwezig in axonen
- neurofilamenten
2
, - Functie perikaryon =
= hoge proteïne synthese ---> kan door aanwezigheid van: ---> Nodig voor:
- Grote kernen met fijne chromatinepatroon = euchromatine - Synthese
- Sterk ontwikkeld RER = Nisslse substantie cytoskelet-eiwitten
• ---> vooral bij motorneuronen - Membraaneiwitten
- Veel kleine ribosomen - Bepaalde NT
2. Dendriet =
= uitlopers v perikaryon ---> meestal heel sterk vertakt + worden dunner bij elke vertakking
- Arborisatie = contact met 1000den uitlopers v axonen v andere neuronen mogelijk
- Gemmula = dendric spine = plaats waar dendriet contact maakt met axon =
• Grote plasticiteit
• Belangrijk voor neurale plasticiteit ---> = voor adaptie + leergedrag + geheugen
- Bevatten:
• GEEN secretievesikels of GER met neurotransmitters
• WEL microtubuli + neurofilamenten + RER
Medische toepassing =
Mentale retardatie en dendric spines =
---> Onderzoek v hersenen kinderen met mentale retardatie =
- Macroscopie = geen afwijking
- Microscopie = fetale hersenen =
• Minder dendric spines
• Dendric spines = dunner + langer
---> conclusie =
Mentale retardatie = onderliggend probleem v synapsvorming ---> geen normale neurale
circuits
+ Perikaryon = bevat veel actief DNA ---> microdeletiesyndroom = klein stukje DNA weg =
grote kans dat functie neuronen getroffen wordt
---> = zorgen voor mentale retardatie
3
, 3. Axon =
= Cilindrische uitloper met bijna constante diameter ---> ontstaat uit perikaryon bij axonheuvel
- Axonheuvel = trechtervormig + bevat GEEN RER
- Cytoplasma = mito + GER + veel microtubuli + neurofilamenten
- Secretievesikels = afsnoeren v golgi ---> ter hoogte v synaps in synaptische spleet
inhoud lossen
- Uiteinde = sterk vertakt axon = telodendria
---> telodendria = vertonen kleine bolvormige verbredingen met synaptische
vesikels = bouton terminal = presynaptische eindknoop
- Levendig transport v kleine + grote moleculen = via microtubuli (=rails) =
---> Transport = vrij grote snelheid = 0,5 – 4 cm/dag
• Anterograad =
▪ Vesikels + macromoleculen gemaakt in perikaryon
▪ Vervoeren via kinesine (=motor)
• Retrograad =
▪ Macromoleculen v periferie nr cellichaam ---> bv. macromoleculen
opgenomen dr endocytosis + virussen + toxines
▪ Vervoeren via dyneïne (= motor)
- Traag transport = enkel mm per dag ---> transport axonale cytoskelet zelf = snelheid
van regeneratie + groei v axon
Medische toepassing
Retrograad transport ---> = zorgen voor endycytose van:
- Tetanustoxide = via vuile wonde opnemen ---> nr CZS
- Virussen
• Herpes simplex = koortsblaasjes ---> nr spinale ganglia = virus blijft daar
eeuwig ---> bij koorts komt virus tot uiting
• Polio = kinderverlamming --->
1. perifeer dr endocytose opnemen
2. nr perikaryon
3. dr lower motor neurons opnemen
4. in voorhoorn ruggenmerg
5. neuron beschadigen
• Rabies = beet v hond/vos ---> dr retrograad transport nr CZS = zeer dodelijk
---> verklaart voor deel latentietijd ts infectie + symptomen
4