• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 116 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Deel 1 bronnen en beginselen van het recht (geslaagd)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 116 pagina's

Dit document is een volledige samenvatting van het eerste deel van bronnen en beginselen van het recht (het objectieve recht). Zowel de syllabus, als de les, als de powerpoints zitten erin verwerkt. Alle casussen die in de les besproken zijn kan je hier ook in terugvinden.

Voorbeeld van de inhoud

Elena Dams


BBR – OBJECTIEVE RECHT
H1 - OBJECTIEF EN SUBJECTIEF RECHT
RECHT EN RECHTEN

 Recht heeft geen unieke definitie en is onderworpen aan de relativiteit in tijd en ruimte
 Internationale samenwerking heeft geleid tot totstandkoming van internationaal recht
 Objectief recht (= het recht)
o Geheel van regels die in de samenleving gelden
o Leggen onder meer subjectieve rechten vast
o Bestaat uit diverse rechtsbronnen (bronnen van recht staan opgesteld in de
codex)
o Bestudeerd in rechtsdogmatiek (= de studie van het objectief recht)
 Subjectief recht (= mijn rechten)
o Rechten die we individueel kunnen uitoefenen
o Aanspraak die een persoon kan laten gelden namens het objectief recht
o Pas sprake van subjectief recht als het steunt op een regel uit objectief recht

OBJECTIEF RECHT (= HET POSITIEF RECHT)

 Geen eensluidende definitie:
o Het recht dat in de samenleving aanwezig is
o Het geheel van regels dat op een bepaald moment op een bepaalde plaats van
toepassing is
 Gemeenschappelijke elementen van de definities van objectief recht
o Gericht op de normatieve ordening van de samenleving
 Recht heeft een sociale functie
 Gezamenlijk regels afspreken om conflicten te vermijden
o Een geheel van regels en voorschriften
o Uitgevaardigd door of krachtens het maatschappelijk gezag
 Maatschappelijke macht kan UM, RM, parlementaire democratie, … zijn
o Afdwingbaar door of krachtens het maatschappelijk gezag
 Nooit recht in eigen handen nemen
 Om af te dingen moet je beroep doen op maatschappelijk gezag

 Objectief recht is een abstract en statisch gegeven
o Law in the books (regelgeoriënteerde of doctrinaire benadering van het recht
 Law in the books is het recht zoals het neergeschreven is (een soort ideale
wereld) (↔ Law in action: de toepassing van de rechtsregels in de feiten)
o Rechtsdogmatiek VS metajuridische studie van het recht
 Rechtsdogmatiek bestudeert de rechtstheorie van het objectief recht,
terwijl de metajuridica het recht vanuit een extern perspectief bestudeert
(vb. sociologie, filosofie, …)
o Statisch, maar niet onveranderlijk in tijd
 Het recht is veranderlijk in de tijd, maar ook statisch → het recht dat op
dat moment van toepassing is aan de hand van bijvoorbeeld een foto
o Materieel recht (inhoud) VS formele recht (procedures)
1

, Elena Dams

SUBJECTIEF RECHT

BEGRIP

 Het subjectief recht …
o Wordt bekeken vanuit het perspectief van de persoon (rechtssubject) die een
bepaalde juridische aanspraak heeft
o Is een door het objectieve recht bekrachtigde bevoegdheid of aanspraak die een
rechtssubject op een bepaalde zaak of jegens een bepaald persoon kan
uitoefenen om zijn/haar eigen doelstellingen te verwezenlijken
 Tegenover de aanspraak staat een welbepaalde juridische verplichting
 Door een regel van objectief recht opgelegd
 Naleving kan worden afgedwongen door de rechter door
belanghebbende
o Vloeit voort uit het objectief recht
 Art. 3.50 BW: het eigendomsrecht → heerschappij over een goed)
 Als wet in Grondwet staat of mensenrecht is → grondrecht of
fundamenteel recht
 Grondrechten ≠ absoluut, alle rechten hebben beperkingen
 Er zijn ook juridisch beschermde belangen, die geen rechten zijn
o Er staat geen afdwingbaar subjectief recht tegenover
o Vb. het belang van een kind om in een veilige en liefdevolle omgeving op te
groeien → vanaf dit niet zo is, wordt dit wel een subjectief recht en kunnen er
maatregelen genomen worden door een jeugdrechter

VERSCHEIDENHEID AAN SUBJECTIEVE RECHTEN

 Er zijn subjectieve rechten die aan de titularis ervan zeggenschap verlenen over een
bepaald goed of over een bepaalde gedraging vanwege één of meerdere personen

WESLEY HOHFELD
 Volgens de Amerikaanse rechtsfilosoof Wesley Hohfeld (1879 - 1918) kunnen we
verschillende types van relaties tussen personen benoemen (legal conceptions)
o Aanspraak (claim)
 Tegenover een recht staat een plicht
 Vb. contracten, onderwijs → plicht = slagen, recht = diploma
o Vrijheid (privilege)
 Vrijheid iets te doen zonder verplichting daartoe
 Vb. Je koopt een fiets en je mag daar dan mee doen wat je wilt
o Macht of bevoegdheid (power)
 De bevoegdheid om aanspraken en vrijheden in het leven te roepen
 Gestaltungsrecht = de mogelijkheid om iets te creëren
 Vb. een erfenis (eenzijdig de rechtstoestand van iemand wijzigen),
schenking
o Immuniteit (immunity)
 De bescherming door het recht tegen de macht van anderen om
aanspraken of vrijheden te wijzigen (staat vaak in Grondwet geschreven)
 Deze wetten ≠ absoluut → vb. bevel van huiszoeking
 Vb. bescherming van eigen woning
2

, Elena Dams

RECHTSREGELS EN HET SUBJECTIEVE RECHT


HYPOTHETISCHE VORM
 Een subjectief recht moet altijd vastliggen in een rechtsregel van het objectief recht
 Rechtsregels als gedragsnormen verbinden aan bepaalde algemeen omschreven
feiten/handelingen bepaalde algemeen omschreven rechtgevolgen
 De wetgever (maatschappelijk gezag) bepaalt hoe men zich moet gedragen
o Vb. art. 6.5 BW → artikel is het gevolg van een fout, dat kunnen we op 2
manieren bekijken
 Een verplichting die is opgelegd door een norm, maar is miskend (niet
stoppen bij rood)
 Gedrag vertonen dat niet wordt verwacht van een redelijk zorgvuldig
persoon in dezelfde situatie (‘het ideale gedrag’)
o Gevolg van artikel is dat er schade ontstaat → bij sprake van causaal verband
tussen schade en schuld, is er de juridische verplichting dat de schade vergoed
moet worden
 Door de toepassing van de regel komt het objectief recht tot leven
o Subjectief recht levert ook toepassings- en interpretatievragen op (rechter moet
oordelen)
 Wiens fout is het?
 Andere oorzaken?
 Er zijn elementen in een rechtsregel die een gedragsnorm bevatten
o Rechtssubject
o Rechtsobject
o Rechtsfeit
o Rechtsgevolg


HET RECHTSSUBJECT
 De titularis (drager) van rechten en verplichtingen
 = degene voor wie de rechtsnorm gevolgen teweegbrengt of degene aan wie het
objectief recht mogelijke rechten toekent en verplichtingen oplegt
o Actief: recht hebben op iets
o Passief: een verplichting
 2 soorten rechtssubjecten
o Natuurlijke personen
o Rechtspersonen

NATUURLIJKE PERSONEN
 Alle levende mensen
 Geen onderscheid tussen mensen met en zonder rechten
o Geen slavernij, burgerlijke dood (art. 4 EVRM en art. 18 Gw.)
 Gelijke dragers van rechten en verplichtingen
o Rechtsbekwaamheid: de geschiktheid om houder te zijn van subjectieve rechten
o Handelingsbekwaamheid: de bekwaamheid om rechtshandelingen te stellen
 Ook antropocentrische benadering


3

, Elena Dams

o Dieren en planten kunnen enkel rechtsobjecten zijn als voorwerp van het
subjectief recht. Ze genieten van bepaalde bescherming, maar zijn geen
personen (art. 7bis Gw. & art. 3.39 BW)
o De bewaarder van een dier is foutloos aansprakelijk (art. 6.17 BW)

RECHTSPERSONEN
 Een “fictie van het recht” → niet tastbaar terug te vinden
 = Groeperingen van natuurlijke personen of een voor een bepaald doel afgescheiden
vermogen ten aanzien van het recht behandeld als een zelfstandige eenheid
 Enkel door de wetgever aangeduid
o Anders: feitelijke vereniging
 Treden op via organen (natuurlijke personen) die hen kunnen vertegenwoordigen
 Zowel publiekrechtelijk als privaatrechtelijk

PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSONEN
 Door de overheid opgericht met oog op publieke dienstverlening
o Bekleed met deel van overheidsmacht
 Vb. Staat, gemeenschappen, gewesten, agentschappen, beroepsverenigingen, …
 Ontlenen hun rechtspersoonlijkheid aan de wet, decreet of ordonnantie

PRIVAATRECHTELIJKE RECHTSPERSONEN
 Opgericht op privaatinitiatief
o Treden op ter behartiging van private belangen
 Vennootschappen (WVV = Wetboek van vennootschappen en verenigingen)
o Opgericht door personen die een inbreng doen, vermogen hebben, uitoefening
stellen van welbepaalde activiteiten tot voorwerpen en het doel hebben om aan
vennoten een vermogensdeel uit te keren
o Verschillende soorten:
 Vennootschap onder firma (VOF)
 Commanditaire vennootschap (CommV)
 Besloten vennootschap (BV)
 Coöperatieve vennootschap (CV)
 Naamloze vennootschap (NV)
 Verenigingen zonder winstoogmerk (vzw)
o Opgericht door minstens 2 personen (leden) die een belangloos doel nastreven
zonder uitkering van een vermogensvoordeel
 Stichtingen
o Rechtspersonen zonder leden
o Streven een belangloos doel na zonder uitkering van enig vermogen
o Zijn van openbaar nut (religieus, filosofisch, pedagogisch, …)
o Kan ook privaat karakter hebben (bij private stichting geen leden, wel
bestuurders)
 Feitelijke verenigingen
o Geen rechtspersoonlijkheid
o Vrijheid van verenigingen (art. 27 Gw.) → hoeft geen vzw te zijn
o Soms bepaald aspect van rechtspersoonlijkheid
 Vakverenigingen (vakbonden) kunnen CAOs sluiten

4

Inhoudsopgave

  1. 01 Recht en rechten 1
  2. 02 Objectief recht (= het positief recht) 1
  3. 03 Subjectief recht 2
    1. Begrip 2
    2. Verscheidenheid aan subjectieve rechten 2
    3. Rechtsregels en het subjectieve recht 3
  4. 04 De normatieve ordening in en van de samenleving als doel van het recht 6
    1. De ordening van de samenleving 6
    2. Recht en rechtszekerheid 9
    3. Recht en rechtvaardigheid 12
  5. 05 Een geheel van regels en voorschriften 26
    1. De rechtsregel als gedragsregel 26
    2. Recht is meer dan de gedragsregels 28
    3. De rechtspraak 30
  6. 06 Uitgevaardigd door of krachtens het maatschappelijk gezag 31
  7. 07 Afdwingbaar door of krachtens het maatschappelijk gezag 32
    1. Casus Arbeidsovereenkomst van Tony met brouwerij Schuimend Bier 33
  8. 08 De ontwikkeling van het recht 34
  9. 09 De rechtsfamilies 35
    1. De Romeinse rechtsfamilie 36
    2. De Anglo-Amerikaanse rechtsfamilie 42
  10. 10 Recht en Godsdienst 47
    1. Gedragsregels in godsdienst 47
    2. Religieuze rechtsstelsel 47
    3. Godsdienstige regels in seculiere staten 47
  11. 11 Recht en Moraal 50
    1. Het verschil tussen recht en moraal 50
    2. De verhouding tussen recht en moraal 51
  12. 12 Recht en sociale zeden 53
  13. 13 Begrip 53
  14. 14 De indeling in rechtstakken 54
    1. Summa divisio 54
  15. 15 Privaatrecht 55
    1. Burgerlijk recht 55
    2. Handels- en economisch recht / ondernemingsrecht 56
    3. Gerechtelijk privaatrecht 56
    4. Internationaal privaatrecht 57
    5. Sociaal recht 58
  16. 16 Publiekrecht 59
    1. Staatsrecht 59
    2. Bestuursrecht 59
    3. Strafrecht 59
    4. Strafprocesrecht 60
    5. Fiscaal recht 60
    6. Openbaar financieel recht 60
    7. Internationaal publiekrecht 61
  17. 17 Materiële bronnen van het recht 61
    1. 5 categorieën van materiële bronnen 61
  18. 18 Formele bronnen van het recht 62
    1. Zelfstandige en niet-zelfstandige rechtsbronnen 62
    2. Bindende en gezaghebbende rechtsbronnen 62
  19. 19 Begrip 63
    1. De wet in formele en materiële zin 63
    2. De beginselen van behoorlijke wetgeving 63
  20. 20 De wet als bron van recht 69
    1. Situering 69
    2. Het federale niveau 70
    3. Het deelstatelijk niveau 75
    4. Het provinciale niveau 77
    5. Het gemeentelijk niveau 77
    6. Het bestuurlijke niveau 78
    7. Het niveau van de private regeling 78
    8. Het internationale niveau 81
  21. 21 De verhouding tussen de wetten en wetsconflicten 86
    1. De conflictregels 86
    2. Het hiërarchisch conflict tussen regels met ongelijke rechtskracht 87
    3. Regels met gelijke rechtskracht van verschillende wetgevers 95
    4. Regels met gelijke rechtskracht van dezelfde wetgevers 96
    5. Regels van wetgevers uit verschillende staten 99
    6. Voorbeelden 99
  22. 22 Begrip 101
    1. Rechtspraak: rechtstoepassing of rechtsvorming 101
    2. De autonomie van de rechter: relatief, gemaskerd en gevaarlijk 104
  23. 23 De rechtspraak als bron van recht 104
    1. De aard van rechtspraak als rechtsbron 104
    2. De nationale rechtscolleges 106
    3. De internationale rechtscolleges 109
  24. 24 Begrip 110
  25. 25 Rechtsleer als bron van het recht 111
  26. 26 Rechtsleer in het positief recht 111
  27. 27 Begrip 111
  28. 28 De gewoonte als bron van het recht 111
  29. 29 De gewoonte in het positieve recht 111
    1. De gewoonte in de wet 111
    2. De gewoonte volgens de wet: secundum legem 111
    3. De gewoonte naast de wet: praeter legem 112
    4. De gewoonte tegen de wet: contra legem 112
  30. 30 Begrip 112
    1. Ten aanzien van de staat 113
    2. Ten aanzien van de wetgever 113
    3. Ten aanzien van de rechter 113
    4. Ten aanzien van het bestuur 113
    5. Ten aanzien van de burger 114
  31. 31 De algemene rechtsbeginselen als bron van recht 114
  32. 32 De algemene rechtsbeginselen in het positieve recht 114
    1. Algemene rechtsbeginselen in de wet 114
    2. Algemene rechtsbeginselen secundum legem 114
    3. Algemene beginselen praeter legem 115
    4. Algemene rechtsbeginsel contra legem 115
  33. 33 Begrip 115
  34. 34 De billijkheid als bron van recht 115
  35. 35 Billijkheid in het positieve recht 116
    1. De billijkheid in de wet 116
    2. De billijkheid secundum legem 116
    3. De billijkheid praeter legem 116
    4. De billijkheid contra legem 116

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
24 december 2024
Bestand laatst geupdate op
15 december 2025
Aantal pagina's
116
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$7.36
Gekocht door 33 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
dams-elena
3.7
(43)
Verkocht
225
Volgers
4
Items
11
Laatst verkocht
1 week geleden


Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen