Les 2 & 3 (11,18/10)
HISTOLOGIE VAN HET PARODONTIUM
Gingiva en alvolaire mucosa
Deze staan in continuiteit met het gastro-intestinaal systeem. Wanneer we naar de darmen
kijken zien we dat deze bestaan uit bindweefsel met spiervezels. De binnenkant is afgelijnd
met eenlagig columnair epitheel met secreterende cellen. Bacterien die dus in de darm
zitten, zitten niet rechtstreeks in contact met de epitheelcellen maar liggen ingebed in een
soort van mucuslaag. In de bindweefsellaag zit ook een spierlaag.
Bovenste deel: lamina propria
Spierlaag: muscularis mucosae
Verbinding tussen epitheel en
bindweefsel, noemen we het
basaal bindvlies.
Het weefsel in de mond gaat meer aangepast zijn aan de noden van de mond. Zo zal er zich
ter hoogte van de lippen en de wangen meerlagig plaveicelepitheel bevinden. Tussen de
lamina propria en de submucosa bevindt zich geen muscularis mucosae. Enkel ter hoogte
van het palatum molle zien we nog een spierlaag.
Ter hoogte van lip & wang (B): Histologisch zien we gemakkelijk een verschil tussen de
lamina propria en submucosa
- De lamina propria: weinig collageen, veel fibroblasten
- Submucosa: veel collageen, weinig fibroblasten
,Les 2 & 3 (11,18/10)
Ter hoogte van de gingiva en de alveolaire mucosa (C): Histologisch is er niet veel
onderscheid tussen de lamina propria en de submucosa te zien. Wanneer we hier spreken
over de lamina propria (bijvoorbeel bij het nemen van bindweefselgreffes om
mucosadefecten of recessies op te lossen), dan is dit de bovenste laag. Het stuk bindweefsel
dat het dichtst bij het bot gelegen is, noemen we dan de submucosa. Onderscheid wordt
hier dus louter gemaakt op basis van de hoogte in het bindweefsel.
Epitheel
Het epitheel is de bescherming tegen alles wat noxisch en toxisch is in de mond. Het vormt
een barrière tegen de buitenwereld en het inwendig lichaam. Het zal zo dus ook een
bescherming vormen tegen schuurkrachten. Het lichaam gaat het epitheel aanpassen aan de
noden, afhankelijk van de functie, krachten, toxische producten die op het epitheel
aanvatten. Dit reflecteert zich ook in de histologie. Wanneer er een lokale factor verandert in
de mond (zoals bijvoorbeeld een prothese die niet goed past), dan zal het epitheel zich
hieraan aanpassen (door te keratiniseren waardoor het harder en ruwer wordt).
De graad van differentiatie is dus verschillend per regio afhankelijk van de
noden.
Het verschil in graaf van differentiatie in het parodontium is er omwille van andere noden:
- Alle epithelen in het parodontium dienen waterproof te zijn opdat het speeksel niet
zou kunnen binnendringen en dienen bescherming te bieden tegen bacterien,
chemicaliën en verschillende materialen. Binnendringen van lichaamsvreemde
materialen gebeurt via 2 routes:
o Intercellulaire hydrofiele penetratie: tussen epitheelcellen
o Hydrofobe penetratie: doorheen de cellen
- In sommige regio’s zal er weerstand moeten zijn tegen schurende krachten, zoals in
het palatum of zie prothese-verhaal hierboven beschreven.
- Ter hoogte van de tand is er een unieke verbinding met niet-cellulaire structuren (=
epitheliale aanhechting). Hier is het epitheel zeer sterk aangepast aan zijn functie. Dit
is een heel zwakke verbinding, waardoor het epitheel zich zal moeten aanpassen om
sterk tegen de tand te kunnen kleven.
, Les 2 & 3 (11,18/10)
Aanpassing van het epitheel
Kan onder andere via:
- Cel-cohesie (desmosomen en tight junctions): Beiden zijn gericht op cellen bij elkaar
te houden. De cel-cohesie kan dus verhoogd worden door de aanmaak van meer
desmosomen en tight junctions.
o Tight junctions kunnen we voorstellen als een pater noster van proteinen die
met elkaar in verbinding staan waardoor de 2 celwanden met elkaar
vebonden worden. Deze verbinding zorgt ervoor dat de cellen op hun plaats
blijven zitten. Ze vermijden dus laterale migratie.
Voorbeeld: melanocyten (cellen die intstaan voor de kleur van de huid) zullen
op een specifieke plaats (in de rete lijsten) blijven zitten. Ze maken hiervoor
gebruik van tight junctions.
Tight junctions zorgen er bovendien ook voor dat grote moleculen moeilijk
doorheen de cellen kunnen migreren.
o Desmosomen kunnen we voorstellen als 2 drukknoppen. Dit zijn als het ware
2 platen die met elkaar verbonden zijn door proteines. De binnenkant van
beide platen worden met elkaar verbonden via het skelet van epitheelcellen
(nl. het actine-netwerk).
Desmosomen zorgen voornamelijk voor mechanische stabiliteit van het
epitheel. Ze vormen een zeer sterke verbinding, maar moleculen kunnen
gemakkelijk doorheen de platen migreren.
- Doorlaatbaarheid reduceren
Dit doen ze door middel van 3 processen:
1. Keratinisatie
2. Celmembraan ↑ (groter en breder)
3. Intercellulaire ruimte ↓ (gevolg van 2. aangezien dit in een beperkte ruimte
gebeurt)
- Meer binding tussen epitheel en bindweefsel
Wanneer je 2 gladde platen op elkaar legt en je duwt op de bovenste gladde plaat,
dan verschuiven beide platen gemakkelijk tov elkaar. Op plaatsen zoals deze zal de
binding sterker gemaakt worden door meer oppervlakte te voorzien. Dit kan door
middel van papillen (rete lijsten) te maken, waardoor het epitheel precies in het
bindweefsel zal binnendringen.
- Versterking van cellen door middel van keratohyalijne korrels
- Snelle genezing (turn-over)
Epithelen in de mond zijn 1 van de meest sneldelende epithelen in ons lichaam.
Dit is ook nodig door de grote hoeveelheid schuurkrachten etc in de mond. Er is dus
een snelle genezing of turn over nodig om het epitheel steeds te herstellen.
HISTOLOGIE VAN HET PARODONTIUM
Gingiva en alvolaire mucosa
Deze staan in continuiteit met het gastro-intestinaal systeem. Wanneer we naar de darmen
kijken zien we dat deze bestaan uit bindweefsel met spiervezels. De binnenkant is afgelijnd
met eenlagig columnair epitheel met secreterende cellen. Bacterien die dus in de darm
zitten, zitten niet rechtstreeks in contact met de epitheelcellen maar liggen ingebed in een
soort van mucuslaag. In de bindweefsellaag zit ook een spierlaag.
Bovenste deel: lamina propria
Spierlaag: muscularis mucosae
Verbinding tussen epitheel en
bindweefsel, noemen we het
basaal bindvlies.
Het weefsel in de mond gaat meer aangepast zijn aan de noden van de mond. Zo zal er zich
ter hoogte van de lippen en de wangen meerlagig plaveicelepitheel bevinden. Tussen de
lamina propria en de submucosa bevindt zich geen muscularis mucosae. Enkel ter hoogte
van het palatum molle zien we nog een spierlaag.
Ter hoogte van lip & wang (B): Histologisch zien we gemakkelijk een verschil tussen de
lamina propria en submucosa
- De lamina propria: weinig collageen, veel fibroblasten
- Submucosa: veel collageen, weinig fibroblasten
,Les 2 & 3 (11,18/10)
Ter hoogte van de gingiva en de alveolaire mucosa (C): Histologisch is er niet veel
onderscheid tussen de lamina propria en de submucosa te zien. Wanneer we hier spreken
over de lamina propria (bijvoorbeel bij het nemen van bindweefselgreffes om
mucosadefecten of recessies op te lossen), dan is dit de bovenste laag. Het stuk bindweefsel
dat het dichtst bij het bot gelegen is, noemen we dan de submucosa. Onderscheid wordt
hier dus louter gemaakt op basis van de hoogte in het bindweefsel.
Epitheel
Het epitheel is de bescherming tegen alles wat noxisch en toxisch is in de mond. Het vormt
een barrière tegen de buitenwereld en het inwendig lichaam. Het zal zo dus ook een
bescherming vormen tegen schuurkrachten. Het lichaam gaat het epitheel aanpassen aan de
noden, afhankelijk van de functie, krachten, toxische producten die op het epitheel
aanvatten. Dit reflecteert zich ook in de histologie. Wanneer er een lokale factor verandert in
de mond (zoals bijvoorbeeld een prothese die niet goed past), dan zal het epitheel zich
hieraan aanpassen (door te keratiniseren waardoor het harder en ruwer wordt).
De graad van differentiatie is dus verschillend per regio afhankelijk van de
noden.
Het verschil in graaf van differentiatie in het parodontium is er omwille van andere noden:
- Alle epithelen in het parodontium dienen waterproof te zijn opdat het speeksel niet
zou kunnen binnendringen en dienen bescherming te bieden tegen bacterien,
chemicaliën en verschillende materialen. Binnendringen van lichaamsvreemde
materialen gebeurt via 2 routes:
o Intercellulaire hydrofiele penetratie: tussen epitheelcellen
o Hydrofobe penetratie: doorheen de cellen
- In sommige regio’s zal er weerstand moeten zijn tegen schurende krachten, zoals in
het palatum of zie prothese-verhaal hierboven beschreven.
- Ter hoogte van de tand is er een unieke verbinding met niet-cellulaire structuren (=
epitheliale aanhechting). Hier is het epitheel zeer sterk aangepast aan zijn functie. Dit
is een heel zwakke verbinding, waardoor het epitheel zich zal moeten aanpassen om
sterk tegen de tand te kunnen kleven.
, Les 2 & 3 (11,18/10)
Aanpassing van het epitheel
Kan onder andere via:
- Cel-cohesie (desmosomen en tight junctions): Beiden zijn gericht op cellen bij elkaar
te houden. De cel-cohesie kan dus verhoogd worden door de aanmaak van meer
desmosomen en tight junctions.
o Tight junctions kunnen we voorstellen als een pater noster van proteinen die
met elkaar in verbinding staan waardoor de 2 celwanden met elkaar
vebonden worden. Deze verbinding zorgt ervoor dat de cellen op hun plaats
blijven zitten. Ze vermijden dus laterale migratie.
Voorbeeld: melanocyten (cellen die intstaan voor de kleur van de huid) zullen
op een specifieke plaats (in de rete lijsten) blijven zitten. Ze maken hiervoor
gebruik van tight junctions.
Tight junctions zorgen er bovendien ook voor dat grote moleculen moeilijk
doorheen de cellen kunnen migreren.
o Desmosomen kunnen we voorstellen als 2 drukknoppen. Dit zijn als het ware
2 platen die met elkaar verbonden zijn door proteines. De binnenkant van
beide platen worden met elkaar verbonden via het skelet van epitheelcellen
(nl. het actine-netwerk).
Desmosomen zorgen voornamelijk voor mechanische stabiliteit van het
epitheel. Ze vormen een zeer sterke verbinding, maar moleculen kunnen
gemakkelijk doorheen de platen migreren.
- Doorlaatbaarheid reduceren
Dit doen ze door middel van 3 processen:
1. Keratinisatie
2. Celmembraan ↑ (groter en breder)
3. Intercellulaire ruimte ↓ (gevolg van 2. aangezien dit in een beperkte ruimte
gebeurt)
- Meer binding tussen epitheel en bindweefsel
Wanneer je 2 gladde platen op elkaar legt en je duwt op de bovenste gladde plaat,
dan verschuiven beide platen gemakkelijk tov elkaar. Op plaatsen zoals deze zal de
binding sterker gemaakt worden door meer oppervlakte te voorzien. Dit kan door
middel van papillen (rete lijsten) te maken, waardoor het epitheel precies in het
bindweefsel zal binnendringen.
- Versterking van cellen door middel van keratohyalijne korrels
- Snelle genezing (turn-over)
Epithelen in de mond zijn 1 van de meest sneldelende epithelen in ons lichaam.
Dit is ook nodig door de grote hoeveelheid schuurkrachten etc in de mond. Er is dus
een snelle genezing of turn over nodig om het epitheel steeds te herstellen.