GGG HOOFDSTUK 3: NEUROBIOLOGIE – PSYCHIATRISCHE STOORNISSEN
3.1 INLEIDING
Lombroso: Had veel aandacht voor neurobiologie.
Opmerkend, want vroeger was het ‘not done’ om over neurobiologie te spreken.
Jaren 1970 – 1980:
- Vooral sociologische verklaringen voor antisociaal gedrag.
Biologische factoren speelden geen rol.
Uitzondering: Enkele controversiële wetenschappers zoals bv. Wouter
Buikhuisen.
3.2 WERKING VAN HET ZENUWSTELSEL
We kunnen ons zenuwstelsel opdelen in 2 delen:
- Perifeer zenuwstelsel
o Willekeurig somatische zenuwstelsel
o Onwillekeurig autonome zenuwstelsel
Sympathische zenuwstelsel (= “gaspedaal”)
Zorgt ervoor dat we klaar zijn om in actie te schieten.
Parasympatische zenuwstelsel (= “rempedaal”)
Zorgt ervoor dat ons lichaam terug in rust gaat.
- Centraal zenuwstelsel
o Hersenen
o Ruggenmerg
De hersenen
- Na de geboorte: Aantal verbindingen tussen zenuwcellen (of neuronen)
neemt sterk toe tot 24-25j. Belangrijk voor cognitieve vermogens.
- Tijdens puberteit: Nuttige verbindingen blijven, anderen verdwijnen (=
snoeiproces).
Puberhersenen = Optimalisering van de hersenen verloopt niet in elk gebied
tegelijk.
Bv. Reden tot het nemen van impulsieve beslissingen.
Ook volwassenen hersenen blijven plastisch.
3.2.1 ZENUWSTELSEL OP MICROSCOPISCH NIVEAU
Neurotransmitters = Scheikundige stoffen die signalen doorgeven van de ene
hersencel naar de andere.
Belangrijkste neurotransmitters:
- Dopamine
- Serotonine
De hersenen zijn opgedeeld in kwabben:
- Frontaalkwab Deze is het meest relevant voor criminologen.
- Perietaalkwab
- Temporaalkwab
- Occipaalkwab
, Hersenen bestaan uit ‘oude’ en ‘nieuwe’
hersenstructuren:
- Limbisch systeem (oude hersenstructuren)
In de kern
- Cortex of hersenschors (nieuwe
hersenstructuren)
Schors rond de kern.
! Prefrontale cortex neemt toe naarmate evolutie.
In het limbisch systeem zit:
- De amygdala: Zorgt voor de verwerking van angst en agressie.
- De hippocampus: Zorgt voor het opslaan en ophalen van herinneringen.
- De hypothalamus: Stuurt onze hormonen.
De hersenen kunnen we ook opdelen in verschillende ‘breinen’:
- Reptielenbrein
Bv. Proberen overleven, voortplanting, …
- Zoogdierenbrein
Bv. Emoties, interacties, …
- Menselijk brein
Bv. Taal, nadenken, plannen, logisch redeneren, …
Je kan deze functies perfect gebruiken als je niet onder stress staat.
Bv. Auto rijden kan je perfect, je weet wat je moet doen als je een auto-ongeluk hebt.
MAAR, als je effectief botst, geraak je in paniek en weet je niet meer wat je moet doen.
3.2.2 METING VAN DE HERSENEN
EEG = Elektro-encefalogram = Meet hersengolven.
Bv. Epilepsie, hersendood, …
Wordt niet vaak gebruikt in forensische psychiatrie.
Brain Imaging:
- Structurele beeldvorming = Plaatjes of foto’s van de hersenen.
Bv. MRI-scan
- Functionele beeldvorming = Kijkt naar het gebied dat aan het werk is.
Bv. PET-scan, man die geopereerd wordt en tegelijkertijd viool speelt, …
Wordt wel vaak gebruikt in de forensische psychiatrie.
3.3 VORMEN VAN AGRESSIEF GEDRAG
3.1 INLEIDING
Lombroso: Had veel aandacht voor neurobiologie.
Opmerkend, want vroeger was het ‘not done’ om over neurobiologie te spreken.
Jaren 1970 – 1980:
- Vooral sociologische verklaringen voor antisociaal gedrag.
Biologische factoren speelden geen rol.
Uitzondering: Enkele controversiële wetenschappers zoals bv. Wouter
Buikhuisen.
3.2 WERKING VAN HET ZENUWSTELSEL
We kunnen ons zenuwstelsel opdelen in 2 delen:
- Perifeer zenuwstelsel
o Willekeurig somatische zenuwstelsel
o Onwillekeurig autonome zenuwstelsel
Sympathische zenuwstelsel (= “gaspedaal”)
Zorgt ervoor dat we klaar zijn om in actie te schieten.
Parasympatische zenuwstelsel (= “rempedaal”)
Zorgt ervoor dat ons lichaam terug in rust gaat.
- Centraal zenuwstelsel
o Hersenen
o Ruggenmerg
De hersenen
- Na de geboorte: Aantal verbindingen tussen zenuwcellen (of neuronen)
neemt sterk toe tot 24-25j. Belangrijk voor cognitieve vermogens.
- Tijdens puberteit: Nuttige verbindingen blijven, anderen verdwijnen (=
snoeiproces).
Puberhersenen = Optimalisering van de hersenen verloopt niet in elk gebied
tegelijk.
Bv. Reden tot het nemen van impulsieve beslissingen.
Ook volwassenen hersenen blijven plastisch.
3.2.1 ZENUWSTELSEL OP MICROSCOPISCH NIVEAU
Neurotransmitters = Scheikundige stoffen die signalen doorgeven van de ene
hersencel naar de andere.
Belangrijkste neurotransmitters:
- Dopamine
- Serotonine
De hersenen zijn opgedeeld in kwabben:
- Frontaalkwab Deze is het meest relevant voor criminologen.
- Perietaalkwab
- Temporaalkwab
- Occipaalkwab
, Hersenen bestaan uit ‘oude’ en ‘nieuwe’
hersenstructuren:
- Limbisch systeem (oude hersenstructuren)
In de kern
- Cortex of hersenschors (nieuwe
hersenstructuren)
Schors rond de kern.
! Prefrontale cortex neemt toe naarmate evolutie.
In het limbisch systeem zit:
- De amygdala: Zorgt voor de verwerking van angst en agressie.
- De hippocampus: Zorgt voor het opslaan en ophalen van herinneringen.
- De hypothalamus: Stuurt onze hormonen.
De hersenen kunnen we ook opdelen in verschillende ‘breinen’:
- Reptielenbrein
Bv. Proberen overleven, voortplanting, …
- Zoogdierenbrein
Bv. Emoties, interacties, …
- Menselijk brein
Bv. Taal, nadenken, plannen, logisch redeneren, …
Je kan deze functies perfect gebruiken als je niet onder stress staat.
Bv. Auto rijden kan je perfect, je weet wat je moet doen als je een auto-ongeluk hebt.
MAAR, als je effectief botst, geraak je in paniek en weet je niet meer wat je moet doen.
3.2.2 METING VAN DE HERSENEN
EEG = Elektro-encefalogram = Meet hersengolven.
Bv. Epilepsie, hersendood, …
Wordt niet vaak gebruikt in forensische psychiatrie.
Brain Imaging:
- Structurele beeldvorming = Plaatjes of foto’s van de hersenen.
Bv. MRI-scan
- Functionele beeldvorming = Kijkt naar het gebied dat aan het werk is.
Bv. PET-scan, man die geopereerd wordt en tegelijkertijd viool speelt, …
Wordt wel vaak gebruikt in de forensische psychiatrie.
3.3 VORMEN VAN AGRESSIEF GEDRAG