Week 9.1 – Art. Spr
‘Evenwichtige waarheidsvinding en het belang van scenario’s’
Waarheidsvinding als centrale doelstelling strafprocesrecht: houdt dat
ernaar gestreefd wordt de strafwet toe te passen op de werkelijk
schuldige, en te voorkomen dat de onschuldig veroordeeld of zelfs
vervolgd wordt.
In het strafproces draait het dus om de materiele waarheid, er moet dus
vastgesteld worden wat er écht is voorgevallen.
Scenario denken: hierbij wordt niet alleen het schuldige scenario in
overweging genomen, maar wordt ook onderzocht hoe goed de resultaten
van het onderzoek passen bij alternatieve scenario’s waarin een ander
verhaal van de toedracht wordt geschetst, ook wel het onschuldige
scenario.
De gedachte die ten grondslag ligt van het Nederlandse
strafproces:
- Materiele waarheid kan het beste door een actieve strafrechter
worden achterhaald
o Aan de hand van een feitenonderzoek onder leiding van het
OM
o De OvJ moet in dit feitenonderzoek alle relevante informatie
verzamelen; zowel belastend als ontlastend
- Verdachte is object van onderzoek; hij hoeft niet actief bij te dragen
aan het proces (van de waarheidsvinding)
o Wordt bijgestaan door raadsman met eenzijdige
belangenbehartiging
Hieruit blijkt een asymmetrie:
- De rechter moet bepalen of de verdachte schuldig is op basis van
het dossier dat door het Openbaar Ministerie (OM) is samengesteld
en de schuld ondersteunt (anders dagvaart het OM de verdachte
niet).
- Hoewel het OM verplicht is ook ontlastend bewijs in het dossier op te
nemen, zoeken mensen van nature vooral naar bevestiging van hun
eigen ideeën (OM moet wel vanuit haar positie enige overtuiging van schuld
hebben, anders niet opsporen/dagvaarden)
o Dit gebeurt ook in de opsporingspraktijk, waardoor er vaak
minder actief gezocht wordt naar bewijs dat de
schuldhypothese weerlegt.
- MAAR: daartegenover kan de (advocaat van de) verdachte ook
informatie inbrengen; dan wordt er weer meer ontlastend bewijs
‘Evenwichtige waarheidsvinding en het belang van scenario’s’
Waarheidsvinding als centrale doelstelling strafprocesrecht: houdt dat
ernaar gestreefd wordt de strafwet toe te passen op de werkelijk
schuldige, en te voorkomen dat de onschuldig veroordeeld of zelfs
vervolgd wordt.
In het strafproces draait het dus om de materiele waarheid, er moet dus
vastgesteld worden wat er écht is voorgevallen.
Scenario denken: hierbij wordt niet alleen het schuldige scenario in
overweging genomen, maar wordt ook onderzocht hoe goed de resultaten
van het onderzoek passen bij alternatieve scenario’s waarin een ander
verhaal van de toedracht wordt geschetst, ook wel het onschuldige
scenario.
De gedachte die ten grondslag ligt van het Nederlandse
strafproces:
- Materiele waarheid kan het beste door een actieve strafrechter
worden achterhaald
o Aan de hand van een feitenonderzoek onder leiding van het
OM
o De OvJ moet in dit feitenonderzoek alle relevante informatie
verzamelen; zowel belastend als ontlastend
- Verdachte is object van onderzoek; hij hoeft niet actief bij te dragen
aan het proces (van de waarheidsvinding)
o Wordt bijgestaan door raadsman met eenzijdige
belangenbehartiging
Hieruit blijkt een asymmetrie:
- De rechter moet bepalen of de verdachte schuldig is op basis van
het dossier dat door het Openbaar Ministerie (OM) is samengesteld
en de schuld ondersteunt (anders dagvaart het OM de verdachte
niet).
- Hoewel het OM verplicht is ook ontlastend bewijs in het dossier op te
nemen, zoeken mensen van nature vooral naar bevestiging van hun
eigen ideeën (OM moet wel vanuit haar positie enige overtuiging van schuld
hebben, anders niet opsporen/dagvaarden)
o Dit gebeurt ook in de opsporingspraktijk, waardoor er vaak
minder actief gezocht wordt naar bewijs dat de
schuldhypothese weerlegt.
- MAAR: daartegenover kan de (advocaat van de) verdachte ook
informatie inbrengen; dan wordt er weer meer ontlastend bewijs