• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 59 pagina's
Samenvatting

Volledige samenvatting Psychodiagnostiek (2de bachelor psychologie)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 59 pagina's

Dit is een volledige samenvatting van psychodiagnostiek (alle lessen en powerpoints, alle teksten uit de reader en zelfstudie) THEMA 1: - situering van de psychodiagnostiek - belang van psychodiagnostiek - tekst 1: psychodiagnostiek als proces - testontwikkeling (zelfstudie) THEMA 2: - tekst 2: normscores - tekst 3: kwaliteit van de normgroep - tekst 4: reliability - tekst 5: validity - fairheid THEMA 3 - intelligentie - tekst 6: psychodiagnostiek van intelligentie en persoonlijkheid in Vlaanderen (en Nederland)

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting psychodiagnostiek
THEMA 1: INTRODUCTIE IN DE PSYCHODIAGNOSTIEK

DEEL 1: SITUERING VAN DE PSYCHODIAGNOSTIEK

Situering van de psychodiagnostiek

Wat is psychodiagnostiek?

Etymologie:

 Psychodiagnostiek vindt zijn oorsprong in de oude Griekse geschiedenis en verwijst naar “het
onderscheiden van psychische eigenschappen”.
 Psychè (ziel) + dia (uiteen) + gnosis (kennis)

Basisassumpties psychologische eigenschappen:

1. Individuele verschillen
2. Kunnen gekwantificeerd worden
3. Stabiel
4. Hebben relatie met gedrag

Definities van psychodiagnostiek:

1. De Bruyn (1988): Een systematisch beslissingsproces dat theorie en empirie combineert.
2. De Zeeuw (1983): Gericht op individuele verschillen in persoonlijk of maatschappelijk belang.
3. Van Aarle (1990): Wetenschappelijke methoden om persoon en omgeving in kaart te brengen.
4. Walsh & Betz (2001): Een proces gericht op hulpverlening, advies en interventie.
5. Jager & Petermann (1999): Een aparte wetenschappelijke discipline, met focus op individuen,
groepen, situaties en zelfs voorwerpen.
6. EFPA - Board of Assessment: een systematische methode of procedure voor het vaststellen van de
psychologische kenmerken van een individu of groep individuen, of de prestaties van een individu of
groep individuen. (assessment synoniem voor psychodiagnostiek)

Een psychologische test

Definitie = ?

 Niet zo makkelijk
 Op vele manieren gebruikt
 Vaak circulair




1

,6 centrale kenmerken:

 Soort proces of materiaal dat
 Informatie oplevert over
 Een steekproef van
 Gedrag en cognitieve processen
 Op systematische, gestandaardiseerde wijze
 Resulterend in één of andere kwantificatie

Anatasi (1988): Een psychologische test is “een systematisch onderzoek van gedrag met behulp van
speciaal geselecteerde vragen of opgaven, met de bedoeling inzicht te krijgen in een psychologisch
kenmerk van de betrokkene in vergelijking met anderen”


1.2 Classificatie van psychologische testen

VOLGENS INTRUCTIE EN AFNAME:

Individuele testen Groepstesten

= instructies worden individueel gegeven, en er is = instructies worden collectief gegeven aan
persoonlijk contact tussen tester en cliënt meerdere personen

Snelheidstest Niveautest

= hoe snel werkt iemand? Grote hoeveelheid = hoe goed presteert iemand? Tijdslimieten en
eenvoudige opgaven en strikte tijdslimieten. oplopende moeilijkheidsgraad

Drie soorten niveautesten

1. Algemene niveautesten = peilen naar algemene intelligentie en vaardigheden. Meten meerdere
soorten vaardigheden waar totaalscore voor kan worden berekend.
2. Speciale niveautesten = peilen naar meer specifieke vaardigheden.
o Tower test
o Color word interference test
3. Vorderingentesten = peilen naar in hoeverre de cliënt het doel van een opleiding bereikt heeft
o Achievement test
o Proficiency test

VOLGENS AARD VAN VRAGEN:

Niet-cultuurvrije testen Cultuurvrije testen (relatief cultuurvrije testen)

= beïnvloed door culturele factoren zoals taal, = proberen culturele bias te vermijden
gewoonten en context bijvoorbeeld verbale testen bijvoorbeeld Raven Progressive Matrices (visuele
en abstracte patronen)
Directe testen Indirecte testen

= cliënt weet wat er gemeten wordt = doel van de test is niet duidelijk voor de cliënt



2

, Vrije antwoorden test Keuzeantwoorden test

= cliënt formuleert zelf het antwoord = cliënt kiest uit set vooraf bepaalde opties


Opmerking: volledig cultuurvrije testen bestaan praktisch niet, context en interpretatie worden altijd
beïnvloed door de cultuur.

VOLGENS ONDERZOEK NAAR INDIVIDUELE VERSCHILLEN:

S-data Self-reported

Directe informatie maar mogelijks vervorming door sociale wenselijkheid.
O-data Observer-reported

Nieuwe perspectieven maar mogelijks bias van de beoordelaar.
T-data Testgegevens

Zuivere metingen uit prestatietesten of laboratoriumstudies.
L-data Levensgegevens

Data over levensuitkomsten maar privacy kwesties

VOLGENS TESTGEDRAG:

Testen voor prestatieniveau Testen voor gedragswijze

= focus op hoe iemand presteert, duidelijke = focus op hoe iemand een taak uitvoert, geen
goed/fout-criteria bijvoorbeeld intelligentietesten goed/fout-systeem bijvoorbeeld
persoonlijkheidstesten

VOLGENS INHOUD:

Cognitieve vaardigheidstesten Meting van intelligentie en vaardigheden
Prestatietesten Meting van specifieke competenties
Persoonlijkheidstesten Analyse van persoonlijkheidstrekken
Interesse- en attitudetesten Peilen naar voorkeuren en houdingen
Neuropsychologische testen Evaluatie van cognitieve functies zoals geheugen en aandacht

SPECIFIEKE METHODEN:

Observatiemethoden Gedragsobservaties door beoordelaars (in real-life of in een
testomgeving)
Somatofysiologische methoden o Morfologische methoden
= bepaalde psychologische eigenschappen meten door te kijken
naar de fysiologie (wordt vandaag niet meer gebruikt)

o Fysiologische methoden
= metingen lichaamsprocessen zoals hersenscans of huidgeleiding
Zelfbeoordelingen Klassieke vragenlijsten of alternatieve methoden zoals dagboeken of
Q-sorts (= reeks uitspraken en stellingen te sorteren op basis van hoe
goed ze van toepassing zijn op hunzelf)
3

, Projectieve technieken Technieken om onbewuste gedachten, gevoelens, drijfveren of
persoonlijkheidstrekken van een individu te onderzoeken.

- Perceptietest
- Interpretatietest
- Expressietest
- Constructietest
- Vrije associatietest
- Keuzetest


Verschillende projectieve technieken:

Perceptietests (bijv. Deelnemers worden geconfronteerd met ambigue stimuli (bijvoorbeeld
Rorschach) inktvlekken). Ze beschrijven wat ze zien, en de antwoorden geven inzicht in
hun onderliggende gedachten, emoties en persoonlijkheidskenmerken.
Interpretatietests (bijv. De Thematic Apperception Test (TAT) laat deelnemers afbeeldingen van
Thematic Apperception situaties zien en vraagt hen een verhaal te bedenken. De verhalen onthullen
Test - TAT) vaak de innerlijke wensen, motieven of angsten van de persoon.
Expressietests (bijv. Bij expressietests, zoals de Boomtest, wordt de deelnemer gevraagd om een
Boomtest) tekening te maken, zoals een boom. De kenmerken van de tekening worden
geïnterpreteerd om aspecten van de persoonlijkheid of emotionele toestand
van de persoon te begrijpen.
Constructietests (bijv. In constructietests, zoals het Wereldspel, creëren deelnemers een fysieke of
Wereldspel) symbolische constructie (bijvoorbeeld een "wereld" met objecten). Dit biedt
inzichten in hun cognitieve vaardigheden en emotionele verwerking.
Vrije associatietests Bij vrije associatietests, zoals de Zinaanvultest, krijgt de deelnemer onvolledige
(bijv. Zinaanvultest) zinnen en moet deze aanvullen. De ingevulde zinnen reflecteren vaak de
gedachten en emoties van de deelnemer.
Keuzetests (bijv. Szondi- In keuzetests, zoals de Szondi-test, wordt de deelnemer gevraagd om
test) voorkeuren of afkeuren te tonen voor afbeeldingen of opties. Dit biedt inzicht
in diepere motieven en behoeften, vaak gebaseerd op psychoanalytische
principes.

Keuze van specifieke test hangt af van situatie en doel van het onderzoek. Elk type heeft unieke voor- en
nadelen, en vaak is er een combinatie van testen nodig om een volledig beeld te krijgen.


DEEL 2: BELANG VAN PSYCHODIAGNOSTIEK

Psychodiagnostiek = belangrijk

Omdat het zoveel effect kan hebben op het leven van mensen -> belangrijk om geen fouten te maken.
Systematiek in psychodiagnostiek beschermt tegen oordeelsfouten

Beliskunde: kennis over hoe oordelen en beslissingen tot stand komen
-> kan benut worden om de diagnostische praktijk te optimaliseren




4

Inhoudsopgave

  1. 01 Wat is psychodiagnostiek? 1
  2. 02 Basisassumpties psychologische eigenschappen: 1
  3. 03 Definities van psychodiagnostiek: 1
  4. 04 1. Efficiëntie 6
  5. 05 2. Standaardisatie 6
  6. 06 3. Objectiviteit 7
  7. 07 4. Validiteit 7
  8. 08 5. Normering 7
  9. 09 6. Transparantie en reproduceerbaarheid 7
  10. 10 Gemeenschappelijke basis: de empirische cyclus 8
  11. 11 Twee invloedrijke procesmodellen 8
    1. Handelingsgerichte diagnostiek (HGD): 8
  12. 12 Vergelijking HGD en DC 11
  13. 13 Kenmerken van een goed verslag 12
  14. 14 Waarom een verslag opstellen? 12
  15. 15 Inhoudelijke structuur van een verslag 12
  16. 16 Vaak gemaakte fouten bij verslagen 13
    1. Periode 0: vroege voorlopers (voor 1700) 14
    2. Chinese oudheid: selectiesysteem 14
    3. Oude Grieken 14
    4. Middeleeuwen 14
    5. Vroege voorlopers in recentere tijden 15
    6. Vanaf de 20ste eeuw is de link tussen fysieke kenmerken en persoonlijkheidskenmerken minder populair geworden door de opkomst van psychologische tests. Echter, sommige ideeën worden nog steeds toegepast: 15
    7. Bijdragen vanuit de psychiatrie 15
    8. Bijdragen vanuit de genetica: 16
    9. Bijdragen vanuit experimentele psychologie: 16
    10. Overgang naar periode 2 (20e eeuw): 16
    11. Aanloop naar Periode 2: oorsprong intelligentietesten ligt in het onderwijs 16
    12. La psychologie individuelle 17
    13. Latere ontwikkelingen in intelligentietests: 17
    14. Recente intelligentie-tests (Wechsler-traditie) 18
    15. Stanford-Binet tests: periode 4 18
    16. = tak van de psychologie die zich richt op het ontwikkelen en toepassen van methoden om menselijke geschiktheid, vaardigheden en gedrag te meten en te evalueren 18
    17. Psychotechnische proeven (tot 1914 of vóór Periode 3) 18
    18. Psychotechnisch in periode 3 (WOI) 19
    19.  Minnesota Assembly Test (1930) 19
    20. Verschuivingen Rond 1930 19
    21. Observatieproeven (1930 en Later) 19
  17. 17 Ontstaan en vroege ontwikkeling (WOI en jaren 1930): 19
  18. 18 Verdere ontwikkelingen (jaren 1940 en later, periode 4): 20
  19. 19 Gebruik van factoranalyse: 20
    1. Percentielen: 21
    2. 1. Validiteit vs. betrouwbaarheid 32
    3. 2. Dagelijks gebruik vs. technisch gebruik van 'betrouwbaarheid' 32
    4. 3. Echte veranderingen vs. schommelingen in scores 32
    5. 4. Constante fouten vs. onsysteematische fouten 32
    6. True Score Theory (CTT) 33
    7. Test-hertest betrouwbaarheid 34
    8. Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid 34
    9. Alternate form/ paralleltestbetrouwbaarheid 34
    10. Interne Consistentie Betrouwbaarheid 34
    11. Belangrijke inzichten bij interne consistentie: 35
    12. Betrouwbaarheidsinterval (confidence bands) 36
    13. Interpretatie van SEM 36
    14. Soorten standaardfouten 36
    15. 1. Betrouwbaarheid in interpretatierapporten (interpretive reports) 36
    16. 2. Betrouwbaarheid van verschillen 36
    17. 3. Betrouwbaarheid van subscores en individuele Items 36
    18. 4. Betrouwbaarheid van profielen 36
    19. 5. Betrouwbaarheid van criteriumgerefereerde tests 37
    20. Constructgerelateerde begrippen 38
  20. 20 Toepassing op prestatietesten 39
  21. 21 Instructional Validity 39
  22. 22 Toepassing op werknemerstesten 39
  23. 23 Beperkingen van inhoudsvaliditeit in andere domeinen 39
  24. 24 Problemen met Inhoudsvaliditeit 39
  25. 25 Soorten Criterion-Related Validity: 40
  26. 26 Benaderingen voor Criterion-Related Validity 40
  27. 27 Belangrijke overwegingen 40
  28. 28 Andere gerelateerde concepten 41
  29. 29 Statistische versus klinische predictie 41
  30. 30 Integratie van bewijs 43
  31. 31 Hoe groot moet validiteit zijn? -> hangt af van de situatie (validiteit is relatief, moet beoordeeld worden op basis van het doel van de test en de potentiële waarde ervan in de praktijk) 43
    1. Wat is fairheid? 43
    2. Bedreigingen van fairheid 44
    3. Cognitieve vaardigheden en benaderingen 45
    4. Definities van Intelligentie: 45
    5. Kritiek op de g-factor 46
    6. Cattell-Horn-Carroll (CHC) model 46
    7. Ontstaan: 46
    8. Structuur van het CHC-model: 46
    9. Brede Cognitieve Vaardigheden (BCV) 47
    10. Evidentie voor het CHC-model 48
    11. Theoretische en praktische Relevantie 48
    12. Nood aan cross-battery assessment (XBA) 48
    13. Criteria voor goede g-factor meting (Vlaanderen) 48
    14. Relatie met schoolse prestaties 48
    15. Verschillen met het CHC-model: 49
    16. Bewijskracht en Sterktes 49
    17. Keuze tussen CHC en g-VPR: 50
    18. Toekomstperspectief: 50

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
17 december 2024
Aantal pagina's
59
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
$9.76

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
amaura
4.5
(2)
Verkocht
67
Volgers
8
Items
14
Laatst verkocht
2 weken geleden

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen