2024 - 2025 Etiologische
criminologie
Prof. dr Lieven Pauwels
,Error! Use the Home tab to apply Kop 1 to the text that you want to appear here. - Error! Use the Home tab
to apply Kop 2 to the text that you want to appear here.
Pagina 1 van 111
,Error! Use the Home tab to apply Kop 1 to the text that you want to appear here. - Error! Use the Home tab
to apply Kop 2 to the text that you want to appear here.
ALGEMENE INFORMATIE
Leerstof:
- Zelfstudie boek + cursus
- Integrale hoorcolleges
- Samenvattende ppt’s (opnames)
Info bij studeren
- H5 en H6 zeer complementair te leren
- Belangrijk om de sterktes en zwaktes van theorieën te kennen!
o Focus dus op gelijkenissen en kritieken!
- Laatste hoofdstuk belangrijk
Examen:
- 50 meerkeuzevragen met cesuur (75%)
- Open vragen over het zelfstudieboek (25%) (Ann De Buck)
- Niet slagen voor beide onderdelen → totaalcijfer telt
o Indien niet geslaagd, enkel onvoldoende gedeelte opnieuw doen in Augustus
- Bepaalde meerkeuzevragen hebben 2 antwoordopties, andere 4, andere 5, ...
- Je leert best uit eigen materiaal, niet focussen op vorige jaren want cursus is aangepast
- Achteraan handboek staan vragen die op het examen zouden kunnen gesteld worden
o Bekijk ook op het einde van de slides naar de te kennen namen en begrippen
Pagina 2 van 111
, Error! Use the Home tab to apply Kop 1 to the text that you want to appear here. - Error! Use the Home tab
to apply Kop 2 to the text that you want to appear here.
INHOUD
Algemene informatie ....................................................................................................................................... 2
1 Inleidende bedenkingen over criminologie en etiologie ................................................................... 9
1.1 Waar houdt de etiologische criminologie zich mee bezig? .................................................................... 9
1.2 Criminaliteit als bewegend doelwit? .................................................................................................... 10
1.3 ENkele grote vraagstukken in de criminologie ..................................................................................... 11
2 De vroege etiologische benadering in een notendop ..................................................................... 12
2.1 Inleiding ................................................................................................................................................ 12
2.2 Het classicisme in de criminologie ....................................................................................................... 12
2.3 Empiricisme als voorloper van de vroege etiologische benaderingen ................................................. 12
2.4 Kritiek op het empiricisme ................................................................................................................... 12
2.5 Kenmerken van de vroege postitivistische etiologie............................................................................ 12
2.6 Diversificatie in het vroege positivisme ............................................................................................... 13
2.7 Het vroege biologische positivisme...................................................................................................... 13
2.8 Het vroege psychologische positivisme ............................................................................................... 14
2.9 Het vroege sociologische positivisme .................................................................................................. 14
2.10 Is het onderscheid tussen vroeg positivisme en classicisme artificeel? ............................................... 14
2.11 Globale kritieken op de positivistische benadering ............................................................................. 15
2.12 Samenvattend overzicht van (conflicterende) paradigma’s ................................................................ 15
2.13 Etiologisch onderzoek doorheen de tijd (zelfstudie) ........................................................................... 15
2.14 Slotbeschouwingen .............................................................................................................................. 15
3 Over de zin van het zoeken naar oorzaken ..................................................................................... 16
3.1 Inleiding ................................................................................................................................................ 16
3.2 Voorspellen is niet hetzelfde als een oorzaak aanwijzen ..................................................................... 16
3.3 Over noodzakelijke, voldoende en contributieve oorzaken ................................................................ 17
3.4 Geen oorzaken zonder mechanismen .................................................................................................. 17
3.5 Causale keten-denken, wisselwerkingen en tegenfeitelijk denken ..................................................... 18
3.6 Gelaagde causaliteit als basis voor een interdisciplinaire etiologische criminologie ........................... 18
3.7 Soorten mechanisen (belangrijk) ......................................................................................................... 19
3.8 Een samenvattend overzicht van het etiologische jargon ................................................................... 19
4 Van risicofactoren naar geïntegreerde theorieën? ......................................................................... 20
4.1 Inleiding ................................................................................................................................................ 20
4.2 Niet alle risicofactoren en berschermingsfactoren zijn oorzaken ........................................................ 20
4.3 Wat is een etiologische theorie? .......................................................................................................... 21
4.4 Gescheiden theoretische ontwikkeling in de etiologie ........................................................................ 23
4.5 Theorieën van middellange reikwijdte versus algemene theorieën .................................................... 23
4.6 Microtheorieën, macrotheorieën of macro-microtheorieën ............................................................... 23
4.7 Oorzaken van de theorietische fragementatie van etiologische criminologie..................................... 24
Pagina 3 van 111
criminologie
Prof. dr Lieven Pauwels
,Error! Use the Home tab to apply Kop 1 to the text that you want to appear here. - Error! Use the Home tab
to apply Kop 2 to the text that you want to appear here.
Pagina 1 van 111
,Error! Use the Home tab to apply Kop 1 to the text that you want to appear here. - Error! Use the Home tab
to apply Kop 2 to the text that you want to appear here.
ALGEMENE INFORMATIE
Leerstof:
- Zelfstudie boek + cursus
- Integrale hoorcolleges
- Samenvattende ppt’s (opnames)
Info bij studeren
- H5 en H6 zeer complementair te leren
- Belangrijk om de sterktes en zwaktes van theorieën te kennen!
o Focus dus op gelijkenissen en kritieken!
- Laatste hoofdstuk belangrijk
Examen:
- 50 meerkeuzevragen met cesuur (75%)
- Open vragen over het zelfstudieboek (25%) (Ann De Buck)
- Niet slagen voor beide onderdelen → totaalcijfer telt
o Indien niet geslaagd, enkel onvoldoende gedeelte opnieuw doen in Augustus
- Bepaalde meerkeuzevragen hebben 2 antwoordopties, andere 4, andere 5, ...
- Je leert best uit eigen materiaal, niet focussen op vorige jaren want cursus is aangepast
- Achteraan handboek staan vragen die op het examen zouden kunnen gesteld worden
o Bekijk ook op het einde van de slides naar de te kennen namen en begrippen
Pagina 2 van 111
, Error! Use the Home tab to apply Kop 1 to the text that you want to appear here. - Error! Use the Home tab
to apply Kop 2 to the text that you want to appear here.
INHOUD
Algemene informatie ....................................................................................................................................... 2
1 Inleidende bedenkingen over criminologie en etiologie ................................................................... 9
1.1 Waar houdt de etiologische criminologie zich mee bezig? .................................................................... 9
1.2 Criminaliteit als bewegend doelwit? .................................................................................................... 10
1.3 ENkele grote vraagstukken in de criminologie ..................................................................................... 11
2 De vroege etiologische benadering in een notendop ..................................................................... 12
2.1 Inleiding ................................................................................................................................................ 12
2.2 Het classicisme in de criminologie ....................................................................................................... 12
2.3 Empiricisme als voorloper van de vroege etiologische benaderingen ................................................. 12
2.4 Kritiek op het empiricisme ................................................................................................................... 12
2.5 Kenmerken van de vroege postitivistische etiologie............................................................................ 12
2.6 Diversificatie in het vroege positivisme ............................................................................................... 13
2.7 Het vroege biologische positivisme...................................................................................................... 13
2.8 Het vroege psychologische positivisme ............................................................................................... 14
2.9 Het vroege sociologische positivisme .................................................................................................. 14
2.10 Is het onderscheid tussen vroeg positivisme en classicisme artificeel? ............................................... 14
2.11 Globale kritieken op de positivistische benadering ............................................................................. 15
2.12 Samenvattend overzicht van (conflicterende) paradigma’s ................................................................ 15
2.13 Etiologisch onderzoek doorheen de tijd (zelfstudie) ........................................................................... 15
2.14 Slotbeschouwingen .............................................................................................................................. 15
3 Over de zin van het zoeken naar oorzaken ..................................................................................... 16
3.1 Inleiding ................................................................................................................................................ 16
3.2 Voorspellen is niet hetzelfde als een oorzaak aanwijzen ..................................................................... 16
3.3 Over noodzakelijke, voldoende en contributieve oorzaken ................................................................ 17
3.4 Geen oorzaken zonder mechanismen .................................................................................................. 17
3.5 Causale keten-denken, wisselwerkingen en tegenfeitelijk denken ..................................................... 18
3.6 Gelaagde causaliteit als basis voor een interdisciplinaire etiologische criminologie ........................... 18
3.7 Soorten mechanisen (belangrijk) ......................................................................................................... 19
3.8 Een samenvattend overzicht van het etiologische jargon ................................................................... 19
4 Van risicofactoren naar geïntegreerde theorieën? ......................................................................... 20
4.1 Inleiding ................................................................................................................................................ 20
4.2 Niet alle risicofactoren en berschermingsfactoren zijn oorzaken ........................................................ 20
4.3 Wat is een etiologische theorie? .......................................................................................................... 21
4.4 Gescheiden theoretische ontwikkeling in de etiologie ........................................................................ 23
4.5 Theorieën van middellange reikwijdte versus algemene theorieën .................................................... 23
4.6 Microtheorieën, macrotheorieën of macro-microtheorieën ............................................................... 23
4.7 Oorzaken van de theorietische fragementatie van etiologische criminologie..................................... 24
Pagina 3 van 111