bloedafname
bepaling doel
Vena punctie = een naald uit een ader Proefpunctie
Capillaire punctie= met een lancet/priknaaldje uit Ter controle hoeveelheid normale stoffen in het bloed.
onderhuidse capillaire venen Opsporen mogelijke aanwezigheid anti-envreemde stoffen
Veneuze of arteriele katheter Oog op diagnosestelling
Evacuerende punctie
Aderlating=
therapeutische verwijdering van een hoeveelheid bloed
Om bepaalde aandoeningen van het bloed en bloedvormende organen te kunnen
behandelen
Wisseltransfusie
Zieke bloed word gefractioneerd ontnomen en vervangen door gezond bloed
onderzoek
Gestold bloed Vol/ongestold bloed Speciale onderzoeken
het bloed gaat stollen voordat er testen op in het opvangrecipiënt zit anticoagulantia (bv. hebben specifieke vereisten o.v.v.
worden gedaan. Het stolsel wordt gescheiden
EDTA, Natriumcitraat, Heparine). opvangrecipiënten of bijzondere
d.m.v. centrifuge. Het serum of plasma dat
overblijft wordt vnl. gebruikt in het scheikundig aandachtspunten bij de afname.
labo.
Bloedonderzoeken
Hematologie = microscopisch onderzoek naar vorm en aantal cellen in het bloed
= bloedstollingssysteem,bloedgroep bepaling en de kruisproeven
Op ongestold bloed (= met anticoagulantia) ->>> anders cellen vast in gestold bloed
Cystologisch onderzoek Klinisch belang
,Telling van het aantal Het opsporen van aandoeningen v/d bloedcellen
- Erythrocyten en hemoglobine : anemie (bloedarmoede)
- rode bloedcellen/erythrocyten ( Rbc) met bepaling van
- Hematocrietwaarde: hulpmiddel bij een differentiële diagnose van aandoeningen van
hemoglobine en hematocriet (verhouding volume Rbc
erytrocyten, belangrijk bij evaluatie van vultoestand van het lichaam
t.o.v. totale bloedvolume)
- Leukocyten:
- witte bloedcellen/leukocyten (Wbc) met bepaling van de
Leukocytose
formule van de leukocyten (=hoeveelheid van de
leukopenie
verschillende soorten Wbc)
- Trombocyten: te veel gevaar voor agglutinatie
- bloedplaatjes/trombocyten
te weinig purpura
Testen nodig voor bloedtransfusie KLINISCH BELANG Vpk aandachtspunten
Bloedgroep bepaling of rhesusfactor Vermijden van Steeds vers bloed
noodzakelijk voor transfusie bloedtransfusiereacties Pt meer transfusies?=> vers genomen bloed
Kruisproef= laatste proef voor dat het bloed Treden op door dat er in het bloed De gekruiste bloedeenhedenbinne 72u geven
kan toegedient wordendit is nodig om de RBC van de receptor antistoffen zitten de titer van antistoffen bij de receptor kunnen
en het plasma te controleren op aan tegen de erythrovyten van de donor sterk dalen en kunnen bij de kruisproef niet
wezigheid van onregelmatig = kan lijden tot ernstige complicaties- meer kunnen worden opgemerkt
erytrocytenantistoffen > hemolyse De titer kan door het boostereffect kan sterk stijgen en
Indien test POSITIEF(=reactie) geen transfusie tot bloedtransfusiereactie l
Bijkomende test ->>>
, Coombstest= opsporen van incomplete
antistoffen op de RBC
Sedimentatie/ bezinkingsnelheid Klinisch belang Vpk aandachtpunten
Meet de snelheid die de RBC nodig Bij niet specifieke ontsteking zakken de Correct genomen worden
hebben om naar de bodem van de tube RBC sneller voor afname geen eiwitrijke maatlijd
te zakke verrandering samenstelling geen inspanning
Onderzoek gebeurt op CRP eiwitten in bloed geen warm bad
Versnelling kan duiden op acute of Deze 3 factoren veroorzaken fysiologisch
chronische infecties verhooging van sedementatie
Een daling kan wijzen op
polycythemie(grote aantal RBC belet de
bezinking)
stollingstesten Klinisch belang
Opsporn van stoornissen in de stolling - opsporen van stollingsstoornissen
-> Tekort of teveel aan stollingsactiviteit - leverziekten
- routine onderzoeken ter preventie: bv. preoperatief, bij het aanprikken van arteries, leverpuncties
- controle bij anticoagulantia (antistollingsmiddelen) therapie
pH v/h bloed 7,35-7,45 Bloedgassen en co intox
Klinisch belang: Klinisch belang:
verstoring in het zuur-base
Opsporen van diffussiesstoornissen; vooral bij long ziekten
evenwicht
Vpk aandachtpunten bij ph meting en bloedziekte
(zuurgraad) in het bloed opsporen
- punctieplaats vooraf verwarmen (5 à 10’) goede bloeddoorstroming - geen knelband gebruiken: afsnoering
(alkalose >7,45 of acidose <7,35).
(reeds na 30’’) geeft een andere samenstellingen van het bloed (accumulatie van metabolieten)
- luchtledige tuben gebruiken: gassen verdwijnen in de omgevingslucht
- staal onmiddellijk naar het labo sturen omdat de bepaling van de pH en de bloedgassen in het staal direct
moet gebeuren
, - naald er af halen (gevaar voor prikaccidenten bij laboranten!)
Scheikundige testen
Deze testen onderzoeken het functioneren van het hart, de lever en de nieren. Er worden onderzoeken gedaan op elektrolyten, voedingsstoffen,
hormonen en vitaminen.
Hier hoort ook serologie onder.
Deze onderzoeken worden meestal op gestold bloed gedaan of op bloed uit een heparine-tube.
ionogram Proteinen(serumeiwitten)
Het bepalen van ionene(elektrolyten) in het bloed oa natrium kalium Er bestaan verschillende soorten eiwitten in ons bloed.
calcium magnesium chloor een kwantitatieve bepaling (totaal eiwitgehalte)
Klinisch belang: een elektroforese (bepalen van het gehalte van de ondergroepen).
bij dehydratatie, bv.: diarree, braken, brandwonden, overmatig
Een normaal totaal eiwitgehalte met verstoring van de ondergroepen is
transpireren mogelijk.
bij oedeem, bv.: nierlijden, hartkwaal
bepaling doel
Vena punctie = een naald uit een ader Proefpunctie
Capillaire punctie= met een lancet/priknaaldje uit Ter controle hoeveelheid normale stoffen in het bloed.
onderhuidse capillaire venen Opsporen mogelijke aanwezigheid anti-envreemde stoffen
Veneuze of arteriele katheter Oog op diagnosestelling
Evacuerende punctie
Aderlating=
therapeutische verwijdering van een hoeveelheid bloed
Om bepaalde aandoeningen van het bloed en bloedvormende organen te kunnen
behandelen
Wisseltransfusie
Zieke bloed word gefractioneerd ontnomen en vervangen door gezond bloed
onderzoek
Gestold bloed Vol/ongestold bloed Speciale onderzoeken
het bloed gaat stollen voordat er testen op in het opvangrecipiënt zit anticoagulantia (bv. hebben specifieke vereisten o.v.v.
worden gedaan. Het stolsel wordt gescheiden
EDTA, Natriumcitraat, Heparine). opvangrecipiënten of bijzondere
d.m.v. centrifuge. Het serum of plasma dat
overblijft wordt vnl. gebruikt in het scheikundig aandachtspunten bij de afname.
labo.
Bloedonderzoeken
Hematologie = microscopisch onderzoek naar vorm en aantal cellen in het bloed
= bloedstollingssysteem,bloedgroep bepaling en de kruisproeven
Op ongestold bloed (= met anticoagulantia) ->>> anders cellen vast in gestold bloed
Cystologisch onderzoek Klinisch belang
,Telling van het aantal Het opsporen van aandoeningen v/d bloedcellen
- Erythrocyten en hemoglobine : anemie (bloedarmoede)
- rode bloedcellen/erythrocyten ( Rbc) met bepaling van
- Hematocrietwaarde: hulpmiddel bij een differentiële diagnose van aandoeningen van
hemoglobine en hematocriet (verhouding volume Rbc
erytrocyten, belangrijk bij evaluatie van vultoestand van het lichaam
t.o.v. totale bloedvolume)
- Leukocyten:
- witte bloedcellen/leukocyten (Wbc) met bepaling van de
Leukocytose
formule van de leukocyten (=hoeveelheid van de
leukopenie
verschillende soorten Wbc)
- Trombocyten: te veel gevaar voor agglutinatie
- bloedplaatjes/trombocyten
te weinig purpura
Testen nodig voor bloedtransfusie KLINISCH BELANG Vpk aandachtspunten
Bloedgroep bepaling of rhesusfactor Vermijden van Steeds vers bloed
noodzakelijk voor transfusie bloedtransfusiereacties Pt meer transfusies?=> vers genomen bloed
Kruisproef= laatste proef voor dat het bloed Treden op door dat er in het bloed De gekruiste bloedeenhedenbinne 72u geven
kan toegedient wordendit is nodig om de RBC van de receptor antistoffen zitten de titer van antistoffen bij de receptor kunnen
en het plasma te controleren op aan tegen de erythrovyten van de donor sterk dalen en kunnen bij de kruisproef niet
wezigheid van onregelmatig = kan lijden tot ernstige complicaties- meer kunnen worden opgemerkt
erytrocytenantistoffen > hemolyse De titer kan door het boostereffect kan sterk stijgen en
Indien test POSITIEF(=reactie) geen transfusie tot bloedtransfusiereactie l
Bijkomende test ->>>
, Coombstest= opsporen van incomplete
antistoffen op de RBC
Sedimentatie/ bezinkingsnelheid Klinisch belang Vpk aandachtpunten
Meet de snelheid die de RBC nodig Bij niet specifieke ontsteking zakken de Correct genomen worden
hebben om naar de bodem van de tube RBC sneller voor afname geen eiwitrijke maatlijd
te zakke verrandering samenstelling geen inspanning
Onderzoek gebeurt op CRP eiwitten in bloed geen warm bad
Versnelling kan duiden op acute of Deze 3 factoren veroorzaken fysiologisch
chronische infecties verhooging van sedementatie
Een daling kan wijzen op
polycythemie(grote aantal RBC belet de
bezinking)
stollingstesten Klinisch belang
Opsporn van stoornissen in de stolling - opsporen van stollingsstoornissen
-> Tekort of teveel aan stollingsactiviteit - leverziekten
- routine onderzoeken ter preventie: bv. preoperatief, bij het aanprikken van arteries, leverpuncties
- controle bij anticoagulantia (antistollingsmiddelen) therapie
pH v/h bloed 7,35-7,45 Bloedgassen en co intox
Klinisch belang: Klinisch belang:
verstoring in het zuur-base
Opsporen van diffussiesstoornissen; vooral bij long ziekten
evenwicht
Vpk aandachtpunten bij ph meting en bloedziekte
(zuurgraad) in het bloed opsporen
- punctieplaats vooraf verwarmen (5 à 10’) goede bloeddoorstroming - geen knelband gebruiken: afsnoering
(alkalose >7,45 of acidose <7,35).
(reeds na 30’’) geeft een andere samenstellingen van het bloed (accumulatie van metabolieten)
- luchtledige tuben gebruiken: gassen verdwijnen in de omgevingslucht
- staal onmiddellijk naar het labo sturen omdat de bepaling van de pH en de bloedgassen in het staal direct
moet gebeuren
, - naald er af halen (gevaar voor prikaccidenten bij laboranten!)
Scheikundige testen
Deze testen onderzoeken het functioneren van het hart, de lever en de nieren. Er worden onderzoeken gedaan op elektrolyten, voedingsstoffen,
hormonen en vitaminen.
Hier hoort ook serologie onder.
Deze onderzoeken worden meestal op gestold bloed gedaan of op bloed uit een heparine-tube.
ionogram Proteinen(serumeiwitten)
Het bepalen van ionene(elektrolyten) in het bloed oa natrium kalium Er bestaan verschillende soorten eiwitten in ons bloed.
calcium magnesium chloor een kwantitatieve bepaling (totaal eiwitgehalte)
Klinisch belang: een elektroforese (bepalen van het gehalte van de ondergroepen).
bij dehydratatie, bv.: diarree, braken, brandwonden, overmatig
Een normaal totaal eiwitgehalte met verstoring van de ondergroepen is
transpireren mogelijk.
bij oedeem, bv.: nierlijden, hartkwaal