Hoorcollege 7 (16-3): Poststructuralisme
Structuralisme
- Benaderingen in geesteswetenschappen benaderen door drie dimensies:
o Ontologie.
o Epistemologie.
o Kennisdoel.
- Structuralisten vinden dat je naar subject-onafhankelijke structuren moet kijken.
o Ontologie: Anti-individualistisch (raakvlak met positivisme; zoeken naar
bovenindividuele wetten en dingen).
o Methode: Empirisch.
o Kennisdoel: Objectieve kennis.
- Verschillend in benadering van hermeneutiek (betekenis en individuen centraal).
- Structuralisme belangrijk in taalwetenschappen, antropologie.
- Minder in geschiedenis:
o Structuren zijn stabiele fenomenen. Historici zijn geïnteresseerd in veranderingen.
Moeilijk in structuralisme.
- Fernand de Saussure (1857-1913):
o Grondlegger structuralisme.
o Structuralistische linguïstiek:
Taal systeem van tekens.
Betekenis afhankelijk van positie teken in systeem, niet van verwijzing naar
werkelijkheid of taalgebruiker.
Wereld objectief bestuderen, kijken naar systemen en structuren.
o Teken (signe) Elk teken heeft twee kanten:
Betekende (signifié).
Concept.
Betekenaar (signifiant).
Image acousfique (klankbeeld, verwijst naar concept).
o Uitsluiting van verwijzingen naar de werkelijkheid. Het gaat er niet om dat een woord
verwijst naar de werkelijkheid maar gaat om systeem.
o Hoe kun je zeggen dat tekens hun betekenis verkrijgen uit plek in het systeem?
Herkennen van woorden met plek in klanksysteem. Overeenkomsten en
verschillen in systeem van klanken.
Concept heeft ook plek in het systeem.
Betekenis is uiteindelijk product van structuur van de taal. Betekenis heeft te
maken met plek dat het concept heeft te midden van andere concepten
o Verschil tussen betekende en betekenis is koppeling in het systeem. Is niet natuurlijk
of bepaald door werkelijkheid, maar min of meer toevallig kenmerk van het systeem.
o Structuralisme in taalwetenschap veel invloed op structuralisme in andere
vakgebieden.
- Claude Lévi-Strauss (1908-2009):
o Structuralisme in antropologie.
o Culturen analyseren door te kijken naar onbewuste infrastructuur in culturen.
Niet naar culturele fenomenen of symbolen maar relaties tussen fenomenen
en symbolen.
Zoeken naar algemene wetten en principes in het systeem.
o Onderliggende structurele tegenstellingen bekijken:
Tegenstellingen tussen zuiver en onzuiver (terug te vinden in alle culturen).
o Kijken naar verwantschapssystemen:
, In veel culturen gaat het om relaties tussen vier elementen (vader, moeder,
broer, zus).
In alle verwantschapssystemen verboden huwelijken en taboes (incest).
Maar wel onderliggende culturele verschillen.
o Niet kijken naar specifiek culturele fenomenen in hun context maar naar
onderliggende structuren.
- Roland Barthes (1915-1980):
o Structuralisme in literatuurtheorie.
o Overgang van structuralisme naar poststructuralisme.
Structuralistische elementen:
Betekenis in literaire teksten benaderen vanuit idee dat het gaat om
betekenissystemen.
Foto’s, films en teksten zijn onderdeel van betekenissysteem.
Betekenis is niet afhankelijk van intentie auteur. Kijken naar plek van
tekens in structuur.
Culturele aannames zichtbaar maken. Wat er in cultureel
tekensysteem verondersteld wordt.
o Stap naar poststructuralisme.
Poststructuralisme
- Destabilisering van structuren.
- Idee van structuralisme overgenomen (kijken naar structurele relaties) maar destabiliseren
van de structuren. Zijn deze structuren wel zo stabiel als aangenomen wordt?
- Bekritiseren van structuren -> op bepaalde manieren ideologische werking (stap naar
kritische theorie).
- Kritiek op de notie van het subject.
o Saussure -> taal als systeem beschouwen. Subject wordt hier al min of meer tussen
haakjes gezet.
o Verder expliciet bekritiseren van subject in poststructuralisme.
o Subject zeer cruciaal in modern westerse denken:
Aanname van Verlichting van rationele subject.
Aanname van het Romantische idee van het unieke subject.
- Barthes, ‘dood van de auteur’
o Literaire teksten niet bekijken als producten van auteurs maar als verzameling van
tekens die plek hebben in groter systeem van tekens.
o ‘Mythologieën’, culturele symbolen in Franse cultuur bekijken, laten zien hoe
allesdoordringend de symbolen zijn.
Ideeën wat het betekent om Frans te zijn -> culturele constructies in een
tekensysteem met ideologische lading.
- Poststructuralisme kan kritische lading krijgen -> culturele fenomenen bekritiseren door te
laten zien hoe ze structurele relaties veronderstellen.
- Jacques Derrida (1930-2004):
o Invloedrijk in afdelingen literatuurwetenschap. In Europese continentale filosofie en
postkoloniale theorie zeer belangrijk geweest.
o Derrida op bepaalde manier reagerend op aannames hermeneutiek.
Discussie over wat betekenis is en hoe je dat moet zien.
o Structuralisme van Saussure als beginpunt (taal als verzameling tweeledige tekens).
o Structuren niet als stabiel beschouwen, maar betekenis wordt in dynamisch proces
geredigeerd.
Structuralisme
- Benaderingen in geesteswetenschappen benaderen door drie dimensies:
o Ontologie.
o Epistemologie.
o Kennisdoel.
- Structuralisten vinden dat je naar subject-onafhankelijke structuren moet kijken.
o Ontologie: Anti-individualistisch (raakvlak met positivisme; zoeken naar
bovenindividuele wetten en dingen).
o Methode: Empirisch.
o Kennisdoel: Objectieve kennis.
- Verschillend in benadering van hermeneutiek (betekenis en individuen centraal).
- Structuralisme belangrijk in taalwetenschappen, antropologie.
- Minder in geschiedenis:
o Structuren zijn stabiele fenomenen. Historici zijn geïnteresseerd in veranderingen.
Moeilijk in structuralisme.
- Fernand de Saussure (1857-1913):
o Grondlegger structuralisme.
o Structuralistische linguïstiek:
Taal systeem van tekens.
Betekenis afhankelijk van positie teken in systeem, niet van verwijzing naar
werkelijkheid of taalgebruiker.
Wereld objectief bestuderen, kijken naar systemen en structuren.
o Teken (signe) Elk teken heeft twee kanten:
Betekende (signifié).
Concept.
Betekenaar (signifiant).
Image acousfique (klankbeeld, verwijst naar concept).
o Uitsluiting van verwijzingen naar de werkelijkheid. Het gaat er niet om dat een woord
verwijst naar de werkelijkheid maar gaat om systeem.
o Hoe kun je zeggen dat tekens hun betekenis verkrijgen uit plek in het systeem?
Herkennen van woorden met plek in klanksysteem. Overeenkomsten en
verschillen in systeem van klanken.
Concept heeft ook plek in het systeem.
Betekenis is uiteindelijk product van structuur van de taal. Betekenis heeft te
maken met plek dat het concept heeft te midden van andere concepten
o Verschil tussen betekende en betekenis is koppeling in het systeem. Is niet natuurlijk
of bepaald door werkelijkheid, maar min of meer toevallig kenmerk van het systeem.
o Structuralisme in taalwetenschap veel invloed op structuralisme in andere
vakgebieden.
- Claude Lévi-Strauss (1908-2009):
o Structuralisme in antropologie.
o Culturen analyseren door te kijken naar onbewuste infrastructuur in culturen.
Niet naar culturele fenomenen of symbolen maar relaties tussen fenomenen
en symbolen.
Zoeken naar algemene wetten en principes in het systeem.
o Onderliggende structurele tegenstellingen bekijken:
Tegenstellingen tussen zuiver en onzuiver (terug te vinden in alle culturen).
o Kijken naar verwantschapssystemen:
, In veel culturen gaat het om relaties tussen vier elementen (vader, moeder,
broer, zus).
In alle verwantschapssystemen verboden huwelijken en taboes (incest).
Maar wel onderliggende culturele verschillen.
o Niet kijken naar specifiek culturele fenomenen in hun context maar naar
onderliggende structuren.
- Roland Barthes (1915-1980):
o Structuralisme in literatuurtheorie.
o Overgang van structuralisme naar poststructuralisme.
Structuralistische elementen:
Betekenis in literaire teksten benaderen vanuit idee dat het gaat om
betekenissystemen.
Foto’s, films en teksten zijn onderdeel van betekenissysteem.
Betekenis is niet afhankelijk van intentie auteur. Kijken naar plek van
tekens in structuur.
Culturele aannames zichtbaar maken. Wat er in cultureel
tekensysteem verondersteld wordt.
o Stap naar poststructuralisme.
Poststructuralisme
- Destabilisering van structuren.
- Idee van structuralisme overgenomen (kijken naar structurele relaties) maar destabiliseren
van de structuren. Zijn deze structuren wel zo stabiel als aangenomen wordt?
- Bekritiseren van structuren -> op bepaalde manieren ideologische werking (stap naar
kritische theorie).
- Kritiek op de notie van het subject.
o Saussure -> taal als systeem beschouwen. Subject wordt hier al min of meer tussen
haakjes gezet.
o Verder expliciet bekritiseren van subject in poststructuralisme.
o Subject zeer cruciaal in modern westerse denken:
Aanname van Verlichting van rationele subject.
Aanname van het Romantische idee van het unieke subject.
- Barthes, ‘dood van de auteur’
o Literaire teksten niet bekijken als producten van auteurs maar als verzameling van
tekens die plek hebben in groter systeem van tekens.
o ‘Mythologieën’, culturele symbolen in Franse cultuur bekijken, laten zien hoe
allesdoordringend de symbolen zijn.
Ideeën wat het betekent om Frans te zijn -> culturele constructies in een
tekensysteem met ideologische lading.
- Poststructuralisme kan kritische lading krijgen -> culturele fenomenen bekritiseren door te
laten zien hoe ze structurele relaties veronderstellen.
- Jacques Derrida (1930-2004):
o Invloedrijk in afdelingen literatuurwetenschap. In Europese continentale filosofie en
postkoloniale theorie zeer belangrijk geweest.
o Derrida op bepaalde manier reagerend op aannames hermeneutiek.
Discussie over wat betekenis is en hoe je dat moet zien.
o Structuralisme van Saussure als beginpunt (taal als verzameling tweeledige tekens).
o Structuren niet als stabiel beschouwen, maar betekenis wordt in dynamisch proces
geredigeerd.