Jurisprudentie Onderneming & Recht
WEEK01 – Ondernemingsvormen, rechtsvormen, wijzen van ontstaan respectievelijk
oprichting
The Lord’s Choir: informele vereniging
Er is sprake van een informele vereniging als er sprake is van:
1. Een georganiseerd samenwerkingsverband;
2. Met een identiteit;
3. Gericht op een bepaald doel;
4. En die entiteit als eenheid aan het rechtsverkeer deelneemt;
5. Door zich als subject van rechten en plichten te gedragen.
Aanwijzingen zijn: gezamenlijk doel, financiële zelfstandigheid, bestuur en commissies, leden die
contributie betalen, eigen administratie, zelfstandig overeenkomsten sluiten.
Niet vereist is: een notariële oprichtingsakte, de wil gericht op het ontstaan van de vereniging, statuten of
inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
WEEK02 – Vervolg ontstaan respectievelijk oprichting
Astense Dierenartsenpraktijk: bestaan van een maatschap
Wanneer er onenigheid ontstaat binnen een samenwerkingsverband tussen dierenartsen ontstaat de
vraag; was er nu wel of niet sprake van een maatschap? De rechtsvraag is hier: kan een maatschap
ontstaan, ofschoon partijen zich daarvan niet bewust zijn?
Rechtsregel: temeer waar schriftelijk contract ontbreekt, kan totstandkoming van een overeenkomst, ook
die tot de vorming van een maatschap, mede worden afgeleid uit een tussen partijen op enig moment
bestaande feitelijke situatie.
Toets de feitelijke situatie aan de vereisten van een maatschap art. 1655, 1662, 1670 etc.
Verschillende elementen van een maatschap: samenwerking op voet van gelijkheid/gelijkwaardigheid,
verdeling van voordeel, gerichtheid op voordeel voor alle deelnemers, inbreng.
Van den Broeke/van der Linde: vennootschappelijke gemeenschap: afgescheiden vermogen
De in een vennootschap ingebrachte goederen vormen een gebonden gemeenschap; zij zijn bestemd om
te worden aangewend tot het bereiken van het doel der vennootschap. Een vennoot kan tijdens de duur
der vennootschap niet vrijelijk beschikken over zijn aandeel in die goederen en evenmin aanspraak maken
op een uitkering ten laste van het vennootschapsvermogen voor zover een dergelijke aanspraak niet uit
het vennootschapscontract of een in overeenstemming daarmee genomen besluit voortvloeit. Voorts
vormen de goederen van de vennootschap een afgescheiden vermogen dat dient als verhaalsobject voor
de schuldeisers van de vennootschap. Dit stelsel laat geen ruimte voor aanspraken op ‘verrekening’
buiten de vennootschap om.
VDV Totaalbouw: gevolgen van het faillissement van een personenvennootschap
Bij de faillietverklaring van een vof zijn de vennoten hoofdelijk aansprakelijk op grond van art. 18
Wetboek van Koophandel. Dit hoeft echter niet noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoot zelf
op te leveren, mits hij voldoende privévermogen heeft om zijn schuldeisers te voldoen.
WEEK03 – Vermogensstructuur
Faanse Veehouderijmaatschap: inbreng economische eigendom
Bij inbreng van alleen de economische gerechtigdheid tot een goed in een personenvennootschap kijkt
men voor de vereffening naar de waarde van dat goed ten tijde van ontbinding (en dus niet naar de
waarde ten tijde van de daadwerkelijke afwikkeling/vereffening).
WEEK01 – Ondernemingsvormen, rechtsvormen, wijzen van ontstaan respectievelijk
oprichting
The Lord’s Choir: informele vereniging
Er is sprake van een informele vereniging als er sprake is van:
1. Een georganiseerd samenwerkingsverband;
2. Met een identiteit;
3. Gericht op een bepaald doel;
4. En die entiteit als eenheid aan het rechtsverkeer deelneemt;
5. Door zich als subject van rechten en plichten te gedragen.
Aanwijzingen zijn: gezamenlijk doel, financiële zelfstandigheid, bestuur en commissies, leden die
contributie betalen, eigen administratie, zelfstandig overeenkomsten sluiten.
Niet vereist is: een notariële oprichtingsakte, de wil gericht op het ontstaan van de vereniging, statuten of
inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
WEEK02 – Vervolg ontstaan respectievelijk oprichting
Astense Dierenartsenpraktijk: bestaan van een maatschap
Wanneer er onenigheid ontstaat binnen een samenwerkingsverband tussen dierenartsen ontstaat de
vraag; was er nu wel of niet sprake van een maatschap? De rechtsvraag is hier: kan een maatschap
ontstaan, ofschoon partijen zich daarvan niet bewust zijn?
Rechtsregel: temeer waar schriftelijk contract ontbreekt, kan totstandkoming van een overeenkomst, ook
die tot de vorming van een maatschap, mede worden afgeleid uit een tussen partijen op enig moment
bestaande feitelijke situatie.
Toets de feitelijke situatie aan de vereisten van een maatschap art. 1655, 1662, 1670 etc.
Verschillende elementen van een maatschap: samenwerking op voet van gelijkheid/gelijkwaardigheid,
verdeling van voordeel, gerichtheid op voordeel voor alle deelnemers, inbreng.
Van den Broeke/van der Linde: vennootschappelijke gemeenschap: afgescheiden vermogen
De in een vennootschap ingebrachte goederen vormen een gebonden gemeenschap; zij zijn bestemd om
te worden aangewend tot het bereiken van het doel der vennootschap. Een vennoot kan tijdens de duur
der vennootschap niet vrijelijk beschikken over zijn aandeel in die goederen en evenmin aanspraak maken
op een uitkering ten laste van het vennootschapsvermogen voor zover een dergelijke aanspraak niet uit
het vennootschapscontract of een in overeenstemming daarmee genomen besluit voortvloeit. Voorts
vormen de goederen van de vennootschap een afgescheiden vermogen dat dient als verhaalsobject voor
de schuldeisers van de vennootschap. Dit stelsel laat geen ruimte voor aanspraken op ‘verrekening’
buiten de vennootschap om.
VDV Totaalbouw: gevolgen van het faillissement van een personenvennootschap
Bij de faillietverklaring van een vof zijn de vennoten hoofdelijk aansprakelijk op grond van art. 18
Wetboek van Koophandel. Dit hoeft echter niet noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoot zelf
op te leveren, mits hij voldoende privévermogen heeft om zijn schuldeisers te voldoen.
WEEK03 – Vermogensstructuur
Faanse Veehouderijmaatschap: inbreng economische eigendom
Bij inbreng van alleen de economische gerechtigdheid tot een goed in een personenvennootschap kijkt
men voor de vereffening naar de waarde van dat goed ten tijde van ontbinding (en dus niet naar de
waarde ten tijde van de daadwerkelijke afwikkeling/vereffening).