Hoofdstuk 3 – ziektemakers
Let op! basis informatie weggelaten (referentie: biologie HAVO niveau)
3.1 Bacteriën
-Hebben een membraan en celwand.
-Verschillende soorten microscopisch onderzoek:
Methyleenblauw
Gram kleuring: kan positief = paars blauw of negatief = helderrood, afhankelijk van de soort
celwand en is medebepalend voor welk antibacterieel middel wordt voorgeschreven.
Ziehl-Neelsen kleuring: gericht op staafbacteriën in zure omgevingen o.a. de tuberkelbacil
bacterie die roodbruin kleurt
Auraminekleuring
Zilverimpregatie: maakt flagellen goed zichtbaar
Sporenkleuring
-Mogelijke vormen van een bacterie
Rond: kok
-in keten vorm = streptokokken
-in trosjes = stafylokokken
-2 aan elkaar = diplokokken/microkokken
Staaf: bacil
Spiraal: spiril/spirocheet
Komma: vibrio
-Alternatieve methodes voor bacteriebepaling
DNA-probe: iets met geknipte DNA als reagens
Polymerase Chain Reactions (pcr): iets met DNA en is zeer gevoelig en specifiek
Serologisch diagnostiek: bepaling van antilichamen om de ziekteverwekker te bepalen = indirect
en wordt alleen gebruikt als ander materiaal niet of moeilijk te verkrijgen is
Huidreactie: veroorzaakt een reactie aan gebonden bacteriën in de huis (bv tubercolose)
Onderzoek op proefdieren
Proeven op fysiologie van de bacterie: vaststellen waar de bacterie op leeft aan de hand van zijn
uitscheidingsstoffen
-Pathogeniteit: het ziekmakende vermogen van een bacterie
-Virulentie: aanvalskracht van een bacterie
-Schade door bacteriën is het gevolg van 2 factoren:
1. vorming van fermenten die weefsel aantasten
2. vorming van gifstoffen (toxinen) die cellen beschadigen en ziek maken, soorten:
-exocitonen: product van levende bacterieën, vaak eitwitten die via het bloed verspreiden en erg
ziek kunnen maken
-ondocitonen: komen vrij na sterven vd bacterie, afkomstig uit de celwand, minder giftig maar
ook minder antgenen
Let op! basis informatie weggelaten (referentie: biologie HAVO niveau)
3.1 Bacteriën
-Hebben een membraan en celwand.
-Verschillende soorten microscopisch onderzoek:
Methyleenblauw
Gram kleuring: kan positief = paars blauw of negatief = helderrood, afhankelijk van de soort
celwand en is medebepalend voor welk antibacterieel middel wordt voorgeschreven.
Ziehl-Neelsen kleuring: gericht op staafbacteriën in zure omgevingen o.a. de tuberkelbacil
bacterie die roodbruin kleurt
Auraminekleuring
Zilverimpregatie: maakt flagellen goed zichtbaar
Sporenkleuring
-Mogelijke vormen van een bacterie
Rond: kok
-in keten vorm = streptokokken
-in trosjes = stafylokokken
-2 aan elkaar = diplokokken/microkokken
Staaf: bacil
Spiraal: spiril/spirocheet
Komma: vibrio
-Alternatieve methodes voor bacteriebepaling
DNA-probe: iets met geknipte DNA als reagens
Polymerase Chain Reactions (pcr): iets met DNA en is zeer gevoelig en specifiek
Serologisch diagnostiek: bepaling van antilichamen om de ziekteverwekker te bepalen = indirect
en wordt alleen gebruikt als ander materiaal niet of moeilijk te verkrijgen is
Huidreactie: veroorzaakt een reactie aan gebonden bacteriën in de huis (bv tubercolose)
Onderzoek op proefdieren
Proeven op fysiologie van de bacterie: vaststellen waar de bacterie op leeft aan de hand van zijn
uitscheidingsstoffen
-Pathogeniteit: het ziekmakende vermogen van een bacterie
-Virulentie: aanvalskracht van een bacterie
-Schade door bacteriën is het gevolg van 2 factoren:
1. vorming van fermenten die weefsel aantasten
2. vorming van gifstoffen (toxinen) die cellen beschadigen en ziek maken, soorten:
-exocitonen: product van levende bacterieën, vaak eitwitten die via het bloed verspreiden en erg
ziek kunnen maken
-ondocitonen: komen vrij na sterven vd bacterie, afkomstig uit de celwand, minder giftig maar
ook minder antgenen