maatschappij van Albert Mok
Hoofdstuk 2 Wat is arbeid?
2.1 Definitie, nut en prijs van arbeid
Werken om te leven of leven om te werken? Arbeid als last of als lust?
Plicht-recht-model = als je goed presteert (plicht), word je beloond met mooie
tegenprestaties (recht) > presteer je niet goed, moet je boeten (geen
tegenprestaties)
Gebruikswaarde = nut van de arbeid voor degene die het verricht, voor de
omgeving en voor de maatschappij als geheel
Ruilwaarde = prijs van arbeid op de markt (meestal uitgedrukt in geld)
2.1.1 Smalle/brede definitie (van arbeid)
Smalle definitie = alleen loonarbeid
Brede definitie = alle activiteiten voor het bevredigen van menselijke behoeften.
Definitie die het dichtst in de buurt komt: ‘iedere menselijke inspanning, die
gericht is op het voortbrengen van maatschappelijk waardevolle goederen of
diensten’ (betaald en onbetaald werk)
2.1.2 Gebruikswaarde en/of ruilwaarde
Arbeidswaardeleer = leer die arbeid beschouwt als grootste bron van waarde
Het nut van arbeid:
- Materiële opbrengst: beloning
- Psychische opbrengst: geestelijke/emotionele bevrediging (ook voor
degene voor wie het arbeid wordt verricht, denk aan zorgcliënten)
- Sociale opbrengst: contacten, netwerken, sociale status
Definitie van arbeid van het boek: arbeid is het verrichten van taken die nut
hebben voor de mensen die ze uitvoeren, voor naaste omgeving en voor de
maatschappij als geheel
Subjectief nut = opbrengst van de arbeid voor het gevoel van degene die het
verricht
Objectief nut = meetbaar resultaat van arbeid
2.2 Vrijwilligerswerk
Activerende staat = overheid die zich bekommert om mensen die geen
(betaalde) arbeid (kunnen) verrichten
Subsitutie/verdringing = betaalde arbeid wordt vrijwilligerswerk of omgekeerd
(oftewel, werk dat voorheen door iemand werd gedaan die ervoor betaald kreeg,
wordt nu gedaan door een vrijwilliger of andersom)