Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 105 pages
Summary

Duidelijke samenvatting veterinaire fysiologie A (15/20 mee gehaald)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 105 pages

Dit is mijn zelfgemaakte samenvatting fysiologie A die ik hier wil delen met jullie. Alle leerstof zit hier inbegrepen en is duidelijk opgeschreven op een ‘aesthetic” wijze.

Content preview

FYSIOLOGIE A




Zoé Van de Voordt

2022-2023

, SCHEIKUNDE EN FYSICA
DIFFUSIE

= resultaat van willekeurige bewegingen van moleculen, atomen en ionen

- bewegingssnelheid omgekeerd evenredig met afmeting
- moleculen botsen constant
=> botsing -> richtingsverandering

Diffusieprincipe




=
“Concentratieverschillen vervagen in tijd door thermische beweging van moleculen”

- moleculen gaan van hoge concentratiezone naar lage concentratiezone
bv. Suikerklontje in koffie
-> suiker mengt met koffie en uiteindelijk is koffie overal even zoet
-> moleculen diffunderen verder
bv. Water over suikerklontje gieten
-> water tss suikerdeeltjes
- diffusie werkt op korte afstand (nm - 10 tot 30 micrometer)
=> bulktransport gebeurt op lange afstand via bloedbaan (veel trager)
=> intracellulair transport en transport van afvalstoffen naar bloedbaar is ook diffusie
*daarom is cel muis ongeveer even groot als die van een olifant
*maximale dikte cel 100 micrometer



Initieel: deeltjes van links naar rechts
Uiteindelijk: waarschijnlijkheid waarmee moleculen van ene naar ander
compartiment migreren wordt ongeveer gelijk
=> overschrijding v denkbeeldige scheiding in beide richtingen is gelijk




Wet van Fick




=
- transportintensiteit = mate waarin diffusie gebeurt

Q = diffusiesnelheid
D = diffusiecoëfficiënt
A = oppervlak dwarse doorsnede waarheen diffusie
gebeurt
L = lengte/afstand waarover diffusie gebeurt
- wet van Fick stelt dat …
C1-C2 = concentratiegradiënt
=> hoe groter concentratiegradiënt en
dwarsdoorsnede, hoe groter
transportintensiteit - toepassing: optimalisatie diffusie in biosystemen
=> hoe groter de lengte, hoe kleiner de => afstand verkleinen, oppervlak doorsnede vergroten
transportintensiteit - cellen zijn klein omdat diffusie anders niet mogelijk is

OSMOSE EN FILTRATIE

Osmose

- semipermeabel membraan = membraan waar sommige stoffen wel/niet door kunnen
bv. Membranen van endotheelcellen: doorlaatbaar voor H2O + ionen
ondoorlaatbaar voor macromoleculen + eiwitten
=> verklaart wrm er in urine normaalgezien geen eiwitten zitten
*eiwitten in urine -> klinisch probleem thv nieren
-> blaasinfectie
=> concentratieverschil over semipermeabel membraan van opgeloste stof die niet
doorheen membraan kan diffunderen
*stof zit vast + kan niet met gradiënt meebewegen
*watermoleculen kan dit wel
*concentratie v water a water kant > concentratie water a water
met opgeloste deeltjes kant
-> diffusie: water beweegt naar zijde met opgeloste deeltjes
-> waterpijl kant opgeloste deeltjes stijgt
-> gelijke concentratie

, Osmotische kracht




=
- opgeloste deeltjes trekken waterdeeltjes aan van de andere kant van semipermeabel membraan
=> osmotische kracht
- hoe groter #opgeloste deeltjes, hoe groter osmotische kracht

Filtratie en osmotische druk
- piston gebruiken om druk te creëren
=> water gaat doorheen semipermeabel membraan
*van lage concentratiekant met hoge druk naar
hoge concentratiekant met lage druk
*water doorheen membraan door hydrostatische druk
-> piston moet druk creëeren die even groot is
als hydrostatische druk om waterpijl gelijk
te houden (=> osmotische druk)
- filtratieprincipe cardiovasculairstelsel
=> eiwitten in bloedbaan > eiwitten in weefsel
=> basaalmembraan endotheelcellen zorgt ervoor dat deze er niet uit kunnen diffunderen
*bloed: hyperosmotisch
-> bloed trekt water aan met osmotische kracht
-> osmotische druk zal water v weefsel in bloedbaan willen duwen
MAAR: bloeddruk (hydrostatische druk) in bloedbaan >> osmotische druk water
—> bloeddruk fungeert als piston: plasmavloeistof uit bloedbaan gehaald en in omliggend weefsel
geduwd
Iso-osmotisch = 2 vloeistoffen a beide kanten van membraan hebben zelfde osmotische kracht
Hyperosmotisch: vloeistof oefent grotere osmotische kracht uit op water dan extracellulaire vloeistof
Hypo-osmotisch: vloeistof oefent kleinere osmotische kracht uit op water dan extracellulaire vloeistof
=> als in cel alle partikels door enzym in 2 worden gesplitst verdubbelt osmotische kracht
=> als in cel alle partikels per 2 versmelten, neemt osmotische kracht af
- isotoon: gedehydrateerd dier rehydrateren door “fysiologisch serum” toe te dienen (NaCl 9g/l water)
=> geeft dier water zonder celvolume te veranderen


Osmolariteit

= #mol osmotisch actieve opgelowte deeltjes per liter
=> totale concentratie
=> komt vaak overeen met molariteit-waarde
*buiten bij zouten: dissociëren in 2 of meer ionen => osmolaire waarde dubbele v molaire waarde

Osmolaliteit

= #mol osmotisch actieve opgeloste deeltjes per kg

CELMEMBRANEN
Water




-
- dynamische structuren - 70% lichaamsgewicht
=> door plaatsen/wegnemen v sensoren, kanalen, poriën - 99% moleculen in lichaam
bv. Aquaporiën -> extra doorlaatbaar membraan - eiwitten
- flexibel: 30% groeien/krimpen => hydrofobe delen a binnenkant (apolair)
=> door verandering v osmolariteit *stoten water af
=> x oneindig flexibel: hyperosmotische cel neemt zoveel vocht => hydrofiele delen a buitenkant (polair)
op totdat het barst *houden van water
- plantencellen: celwand met permanent drukverschil (turgor) => teveel H+
=> binnenkant heeft hogere osmotische druk = te hoge pH -> tast eiwitstructuur aan
=> turgor -> mechanische stijfheid van planten + denatureert deze
-> functie verlies eiwit
- H2O: dipool (polaire binding)
- vloeibaar -> gas (moet niet koken hiervoor)
Casus voorbeeld
bv. Binnenkant cel hyperosmotisch tov extracel
- intracellulaire afbraak moleculen tot klein moleculen
milieu door uitdrogen. Hierdoor trekt die water
=> stijging osmotische kracht
aan met zeer grote osm kracht waardoor cel
- synthese macromoleculen tot 1 grote molecule
opzwelt. Omdat membr verschrompeld is door
=> daling osmotische kracht (trekt minder H20 aan)
uitdroging, heeft het geen tijd om zich zo snel
bv. Paard heeft 2 dagen x kunnen drinken, zal
aan te passen en knapt de cel (lyse). Als dit
teveel gaan drinken bij nieuw water
met teveel stoffen gebeurd zal er geen
bv. Lichtroze-rode urine paard -> rode bloedcellen
stofuitwisseling meer zijn en gaan er geen
zijn geknapt + rode hemoglobine komt vrij
voedingstoffen meer naar de weefsels

, CELLEN EN WEEFSELS
ALGEMEEN: CELLEN EN WEEFSELS

- gecompartimentaliseerd lichaam
=> bloedcompartiment (bloedbaan)
=> intracellulair compartiment
+ intratubulair compartiment (nieren)
- interstitium = virtuele ruimte die deze van elkaar scheiden
- actief transportmechanisme = wnr transport resulteert in concentratieverschillen
tss compartimenten binnen en buiten cel
=> x diffusie mogelijk hier


TRANSPORT DOOR MEMBRANEN



Passief transport




J
- x ATP nodig, met concentratiegradiënt mee - H20 naar zijde met hoogste osmolariteit
=> van hoog naar laag = waar conc H2O laagste is (= osmosis)
- gestuurd door - meeste membranen vrij permeabel voor H20
=> concentratiegradiënten (diffusie + osmose) => osmolariteit vrij gelijk binnen en buiten cel
=> elektrische krachten - determinant voor celvolume
- er kan potentiële energie vrijkomen tijdens proces => osmolariteit extracellulair vocht
- ionenpompen + lekkanalen => #opgeloste partikels in cel
=> osmoraliteit gelijk houden binnen + buiten cel - hypotone oplossing: doet celvolume afneme
=> dmv gecontroleerde uitstoot ionen waarna bv. NaCl 9g/l (= fysiologisch serum)
water ionen volgt door osmotische kracht isotone opl: doet celvolume toenemen
- functie: cellyse voorkomen

DIFFUSIE DOORHEEN LIPIDEN “BI-LAYER”

- makkelijk voor watermoleculen + apolaire stoffen - kies voor antibioticum die moeilijk door membr gaat
=> watermoleculen: klein => kleinere kans om op verkeerde plaats in
=> apolaire stoffen: lossen op in lipiden lichaam tot uiting te komen
+ kunnen versmelten met membr - inhalatie-anesthetica goed vetoplosbaar
=> dringen verder in membraan volgens => snel doorheen membr
concentratiegradiënt (hoog->laag) => snelle functiebeoefening
- moeilijk: polaire stoffen + macromoleculen




DIFFUSIE DOORHEEN IONENKANALEN


- H-moleculen binden a hydrofiele uiteinde v wateroplosbare stoffen en leiden deze in cel
=> nauwe kanalen
=> transport bep door elektrische ladings- en concentratieverschillen
*elektronische gradiënt bepaalt richting passief transport
=> selectief: werken maar voor 1 soort ion of kleine groepjes ionen
=> meeste ionenkanalen kunnen openen en sluiten
*lekkanalen: laten constant transport toe

Document information

Study
Uploaded on
November 5, 2024
Number of pages
105
Written in
2022/2023
Type
Summary
$13.01

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
2
Last sold
-


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions