Cervicale pathologie – K.
Bouche
Examenvragen opgesteld via casusvorm meest waarschijnlijke diagnose of denkproces geven!
1 Inleiding
1.1 Epidemiologie nekpijn
- Prevalentie nekpijn (+/- uitstraling): 9-18%
= voorkomen op een bepaald moment uitgedrukt als proportie van de populatie
- Traumatische nekpijn wordt chronisch in 40% (10% ernstige pijn)
1.2 Cervicale klachten
!!Van anamnese tot hypothese via parallelle denkpistes (geloof niet rechtstreeks wat er op
briefje arts staat)
- Denkpiste 1: ‘pluis/niet-pluis’ triage hoe is je buikgevoel?
o Belang van goede triage
o Red flags (moet je niet allemaal kennen, maar wel kunnen differentiëren)
Aandoening Red flag Actie
Cervicale fractuur Trauma (vko-fiets-gewicht op Immobilisatie
hoofd) Beeldvorming
Open: acute whiplash Integendeel vroege mobilisatie
en terug aan het werk
Atlanto-dentale subluxatie RA bij oudere PT/ernstige RA – Vaak chirurgie
pijn occipitaal
Cervicaal abces (koorts), recente Antibiotica
Cervicale osteomyelitis infectie/ingreep/infiltratie
Meningitis Hoofdpijn, koorts, nekstijfheid Lumbaalpunctie, AB
Cervicale myelopathie Upper motor neuron Chirurgie < 4uur
symptomen
Cervicale radiculopathie met Krachtsvermindering zonder Mogelijks dringende chirurgie
motore repercussie UMN ss volgens myotoom
- Denkpiste 2: ‘mechanisch-inflammatoir-neurogeen’
Mechanisch type
Belastingsgebonden
Diurnaal ritme:
o Startpijn/startstijfheid/ochtendstijfheid (<30 min)
o Beter eens in beweging
o Pijn bij overbelasting typisch naar de avond toe &
pijnvermindering door rust
o Pijnvermindering bij aannemen van een antalgische houding
Inflammatoir type
“tumor, rubor, calor, dolor, function lasa”
1
, o Deze symptomen kunnen allemaal samen voorkomen, het is
echter frequent dat er sommige wel en andere niet aanwezig
zijn
Dolor = pijn
Tumor = zwelling
o Vnl. rond perifere gewrichten
o Typisch: polsen, vingers, knieën, enkels
o In de cervicale regio: zelfden sprake van uiterlijk
waarneembare inflammatie
Rubor = roodheid
o Eerder gericht op perifere gewrichten
Calor = warmte
o Eerder gericht op perifere gewrichten
Function lasa = gestoorde functie
Pijn in rust
Geen diurnaal ritme
Nachtelijke pijn: pijn in het 2e deel van de nacht (patiënt wordt
wakker door pijn zonder gekoppelde beweging vb niet door
draaibeweging in slaap)
Ochtendstijfheid > 1uur
Eerder beter overdag bij bewegen geen verbetering door rust of
antalgische houding
Ontbreken van een diurnaal ritme
Geen aanwijsbare oorzaak (‘uit het niets ontstaan’)
Goed reagerend op onstekingsremmers
Neurogeen type
Radiculaire pijn
o Typische distributie volgens dermatoom
o Schietende pijn
o Dermatoom: voosheid, tintelingen, hypoaesthesie
Medullaire pijn/myelopathie
o Op of onder de compressie
o Bilaterale pijn
Neuropathische pijn
o In de cervicale regio vooral als status na beschadeging door
langdurige of zeer acute druk
o Quasi niet reagerend op klassieke pijnstillers
o Onafhankelijk van houding of beweging
o Mogelijks allodynie, hyperalgesie, paresthesie, dysaesthesie,
centrale sensitisatie
Hyperalgesie = verhoogde gevoeligheid voor
pijnprikkels
Allodynie = niet-pijnlijke prikkels worden als pijnlijk
ervaren
Dysaesthesie = verminderde of verhoogde
gevoeligheid van de huid
2
, !!OPM: vaak is er een ‘en’ ‘en’ verhaal van neuropathische cervicalgie
en mechanische cervicalgie en kan de patiënt dat zelf niet
onderscheiden
- Denkpiste 3: ‘input-processing-output’
- Denkpiste 4: ‘adaptief-maladaptief gedrag’ (psychogeen gedrag)
2 Normale degeneratieve veranderingen
- Vorming CWZ:
o Kindertijd: vorming van de uncus (lftd 7 à 10jaar)
o Puberteit: unco-vertebrale spleten (degeneratie begint)
o Adolescentie: ontstaan van transverse fissuren
- Foraminale vernauwing
- Uitpuilende discus
- Mogelijke gevolgen van (normale) degeneratieve veranderingen
o Uncovertebrale osteofyten
Vernauwing intervertebraal foramen
Contact met/druk op zenuwwortels
Meer en meer kronkelig worden van de A. vertebralis
Veneuze congestie
o Discusuitpuilingen
Contact met/druk op dura, ruggenmerg of wortel
o Discusresorptie
Minder mobiele nek
- !!Laat je niet misvormen door beeldvorming, zeker niet bij een oudere P.
Behandel klacht, geen beeld
3 Courante verworven pathologie (cervicalgie
dus met nekklachten)
- Benadering volgens aangedane structuur
o Facetpijn
o Spierpijn
o Ligamentaire pijn
o Discale pijn
o Cervicale radiculaire pijn
o Medullair pijnsyndroom
Niet zo goed, want meestal een combinatie van structuren
- Benadering per type pathologie
o Degeneratieve pathologie
o Discogene pathologie
o Gewrichtsaandoeningen
o Musculaire aandoeningen
o Traumatische aandoeningen
o Reumatische pathologie
o Andere: tumoren, infectie
Betere indeling!
3
Bouche
Examenvragen opgesteld via casusvorm meest waarschijnlijke diagnose of denkproces geven!
1 Inleiding
1.1 Epidemiologie nekpijn
- Prevalentie nekpijn (+/- uitstraling): 9-18%
= voorkomen op een bepaald moment uitgedrukt als proportie van de populatie
- Traumatische nekpijn wordt chronisch in 40% (10% ernstige pijn)
1.2 Cervicale klachten
!!Van anamnese tot hypothese via parallelle denkpistes (geloof niet rechtstreeks wat er op
briefje arts staat)
- Denkpiste 1: ‘pluis/niet-pluis’ triage hoe is je buikgevoel?
o Belang van goede triage
o Red flags (moet je niet allemaal kennen, maar wel kunnen differentiëren)
Aandoening Red flag Actie
Cervicale fractuur Trauma (vko-fiets-gewicht op Immobilisatie
hoofd) Beeldvorming
Open: acute whiplash Integendeel vroege mobilisatie
en terug aan het werk
Atlanto-dentale subluxatie RA bij oudere PT/ernstige RA – Vaak chirurgie
pijn occipitaal
Cervicaal abces (koorts), recente Antibiotica
Cervicale osteomyelitis infectie/ingreep/infiltratie
Meningitis Hoofdpijn, koorts, nekstijfheid Lumbaalpunctie, AB
Cervicale myelopathie Upper motor neuron Chirurgie < 4uur
symptomen
Cervicale radiculopathie met Krachtsvermindering zonder Mogelijks dringende chirurgie
motore repercussie UMN ss volgens myotoom
- Denkpiste 2: ‘mechanisch-inflammatoir-neurogeen’
Mechanisch type
Belastingsgebonden
Diurnaal ritme:
o Startpijn/startstijfheid/ochtendstijfheid (<30 min)
o Beter eens in beweging
o Pijn bij overbelasting typisch naar de avond toe &
pijnvermindering door rust
o Pijnvermindering bij aannemen van een antalgische houding
Inflammatoir type
“tumor, rubor, calor, dolor, function lasa”
1
, o Deze symptomen kunnen allemaal samen voorkomen, het is
echter frequent dat er sommige wel en andere niet aanwezig
zijn
Dolor = pijn
Tumor = zwelling
o Vnl. rond perifere gewrichten
o Typisch: polsen, vingers, knieën, enkels
o In de cervicale regio: zelfden sprake van uiterlijk
waarneembare inflammatie
Rubor = roodheid
o Eerder gericht op perifere gewrichten
Calor = warmte
o Eerder gericht op perifere gewrichten
Function lasa = gestoorde functie
Pijn in rust
Geen diurnaal ritme
Nachtelijke pijn: pijn in het 2e deel van de nacht (patiënt wordt
wakker door pijn zonder gekoppelde beweging vb niet door
draaibeweging in slaap)
Ochtendstijfheid > 1uur
Eerder beter overdag bij bewegen geen verbetering door rust of
antalgische houding
Ontbreken van een diurnaal ritme
Geen aanwijsbare oorzaak (‘uit het niets ontstaan’)
Goed reagerend op onstekingsremmers
Neurogeen type
Radiculaire pijn
o Typische distributie volgens dermatoom
o Schietende pijn
o Dermatoom: voosheid, tintelingen, hypoaesthesie
Medullaire pijn/myelopathie
o Op of onder de compressie
o Bilaterale pijn
Neuropathische pijn
o In de cervicale regio vooral als status na beschadeging door
langdurige of zeer acute druk
o Quasi niet reagerend op klassieke pijnstillers
o Onafhankelijk van houding of beweging
o Mogelijks allodynie, hyperalgesie, paresthesie, dysaesthesie,
centrale sensitisatie
Hyperalgesie = verhoogde gevoeligheid voor
pijnprikkels
Allodynie = niet-pijnlijke prikkels worden als pijnlijk
ervaren
Dysaesthesie = verminderde of verhoogde
gevoeligheid van de huid
2
, !!OPM: vaak is er een ‘en’ ‘en’ verhaal van neuropathische cervicalgie
en mechanische cervicalgie en kan de patiënt dat zelf niet
onderscheiden
- Denkpiste 3: ‘input-processing-output’
- Denkpiste 4: ‘adaptief-maladaptief gedrag’ (psychogeen gedrag)
2 Normale degeneratieve veranderingen
- Vorming CWZ:
o Kindertijd: vorming van de uncus (lftd 7 à 10jaar)
o Puberteit: unco-vertebrale spleten (degeneratie begint)
o Adolescentie: ontstaan van transverse fissuren
- Foraminale vernauwing
- Uitpuilende discus
- Mogelijke gevolgen van (normale) degeneratieve veranderingen
o Uncovertebrale osteofyten
Vernauwing intervertebraal foramen
Contact met/druk op zenuwwortels
Meer en meer kronkelig worden van de A. vertebralis
Veneuze congestie
o Discusuitpuilingen
Contact met/druk op dura, ruggenmerg of wortel
o Discusresorptie
Minder mobiele nek
- !!Laat je niet misvormen door beeldvorming, zeker niet bij een oudere P.
Behandel klacht, geen beeld
3 Courante verworven pathologie (cervicalgie
dus met nekklachten)
- Benadering volgens aangedane structuur
o Facetpijn
o Spierpijn
o Ligamentaire pijn
o Discale pijn
o Cervicale radiculaire pijn
o Medullair pijnsyndroom
Niet zo goed, want meestal een combinatie van structuren
- Benadering per type pathologie
o Degeneratieve pathologie
o Discogene pathologie
o Gewrichtsaandoeningen
o Musculaire aandoeningen
o Traumatische aandoeningen
o Reumatische pathologie
o Andere: tumoren, infectie
Betere indeling!
3