OPTISCHE INSTRUMENTEN
Fysica van het menselijk oog
- Cornea (hoornvlies) : dun membraan waarlangs licht binnentreedt, grootste breking licht
(brekingsindex n lucht = 1 en n cornea = 1,38)
- Kristallens
(brekingsindex n lens = 1,4)
- Vocht tussen lens en hoornvlies en binnenin het oog
(brekingsindex n vocht = 1,33 – 1,38)
- Retina (netvlies): beeld, reëel, verkleind en geïnverteerd
Retina (netvlies)
Beeld zijn zenuwprikkelingen
- Receptoren der beelden dwz de zenuwuiteinden bestaan uit:
o Kegeltjes
Zien van kleuren
Resolutie (scherp zien)
Niet geactiveerd bij weinig licht
o Staafjes
Reageren al bij weinig licht (kleine prikkelingsdrempel)
Zijn niet gevoelig voor kleuren
- Gele vlek (2mm): gevoeligste deel, enkel kegeltjes, concentratie vermindert snel weggaande hiervan
- Blinde vlek: geen receptoren
- Omzetting licht in zenuwprikkel
o Licht biochemische wijziging (photoreceptor) reacties in de staafjes en kegeltjes elektrisch
signaal ganglion
o Spanningsveranderingen van miljoenen kegeltjes en staafjes via de zenuwen in de hersenen verwerkt,
waardoor men beelden waarneemt
Zien van kleuren
L-kegeltjes voor licht met een lange golflengte, optimale gevoeligheid bij 560 nm (‘rood’ meer geel)
M-kegeltjes voor licht met een middellange golflengte, optimale gevoeligheid bij 530 nm (‘groen’)
S-kegeltjes voor licht met een korte golflengte, optimale gevoeligheid bij 440 nm (‘blauw’)
HSB-notatie:
H(tint): positie in graden in de kleurencirkel
S(verzadiging): S= 0 voor wit, geeft aan hoeveel ‘wit’ bij een kleur wordt gemengd
B (helderheid): B=0 voor donker
In de gele vlek
- komen geen S-kegeltjes voor, hoogste concentratie in periferie slechte resolutie waarmee blauwe voorwerpen
worden waargenomen
- zorgt voor scherp kleuren zien, elke rode en groene kegel staat in contact met 1 ganglioncel (knooppunt
zenuwcellen)
- verder van de gele vlek zijn meer kegeltjes en staafjes in contact met 1 ganglioncel grotere gevoeligheid voor
licht en beweging maar het scherp zien neemt echter sterk af
- ver buiten de gele vlek is het oog zeer gevoelig voor licht doordat een ganglion met 100 of meer staafjes in contact
staan. Dit geeft een zeer onscherp zwart/wit beeld. Behalve de blinde vlek neemt geen licht waar.
Afwijkingen:
- achromatopsie: geen enkel kegeltje is werkzaam, beelden in grijstinten (kleurenblindheid)
- monochromatopsie: één van de drie kegeltjes is werkzaam
- dichromatopsie: twee van de drie kegeltjes is werkzaam
deuteranopie: M(groen)-kegel is niet werkzaam
- verschuiving optimale gevoeligheid voor een bepaalde kleur, andere kleuren waarnemen
tritanomalie: veranderde blauw(/geel) sensiviteit
- trichromatopsie: normaal zien van kleuren
Accommodatie
Projctie van voorwerp op retina dmv 2 lenzen nl. het hoornvlies (grootste sterkte) en kristallens
Fysica van het menselijk oog
- Cornea (hoornvlies) : dun membraan waarlangs licht binnentreedt, grootste breking licht
(brekingsindex n lucht = 1 en n cornea = 1,38)
- Kristallens
(brekingsindex n lens = 1,4)
- Vocht tussen lens en hoornvlies en binnenin het oog
(brekingsindex n vocht = 1,33 – 1,38)
- Retina (netvlies): beeld, reëel, verkleind en geïnverteerd
Retina (netvlies)
Beeld zijn zenuwprikkelingen
- Receptoren der beelden dwz de zenuwuiteinden bestaan uit:
o Kegeltjes
Zien van kleuren
Resolutie (scherp zien)
Niet geactiveerd bij weinig licht
o Staafjes
Reageren al bij weinig licht (kleine prikkelingsdrempel)
Zijn niet gevoelig voor kleuren
- Gele vlek (2mm): gevoeligste deel, enkel kegeltjes, concentratie vermindert snel weggaande hiervan
- Blinde vlek: geen receptoren
- Omzetting licht in zenuwprikkel
o Licht biochemische wijziging (photoreceptor) reacties in de staafjes en kegeltjes elektrisch
signaal ganglion
o Spanningsveranderingen van miljoenen kegeltjes en staafjes via de zenuwen in de hersenen verwerkt,
waardoor men beelden waarneemt
Zien van kleuren
L-kegeltjes voor licht met een lange golflengte, optimale gevoeligheid bij 560 nm (‘rood’ meer geel)
M-kegeltjes voor licht met een middellange golflengte, optimale gevoeligheid bij 530 nm (‘groen’)
S-kegeltjes voor licht met een korte golflengte, optimale gevoeligheid bij 440 nm (‘blauw’)
HSB-notatie:
H(tint): positie in graden in de kleurencirkel
S(verzadiging): S= 0 voor wit, geeft aan hoeveel ‘wit’ bij een kleur wordt gemengd
B (helderheid): B=0 voor donker
In de gele vlek
- komen geen S-kegeltjes voor, hoogste concentratie in periferie slechte resolutie waarmee blauwe voorwerpen
worden waargenomen
- zorgt voor scherp kleuren zien, elke rode en groene kegel staat in contact met 1 ganglioncel (knooppunt
zenuwcellen)
- verder van de gele vlek zijn meer kegeltjes en staafjes in contact met 1 ganglioncel grotere gevoeligheid voor
licht en beweging maar het scherp zien neemt echter sterk af
- ver buiten de gele vlek is het oog zeer gevoelig voor licht doordat een ganglion met 100 of meer staafjes in contact
staan. Dit geeft een zeer onscherp zwart/wit beeld. Behalve de blinde vlek neemt geen licht waar.
Afwijkingen:
- achromatopsie: geen enkel kegeltje is werkzaam, beelden in grijstinten (kleurenblindheid)
- monochromatopsie: één van de drie kegeltjes is werkzaam
- dichromatopsie: twee van de drie kegeltjes is werkzaam
deuteranopie: M(groen)-kegel is niet werkzaam
- verschuiving optimale gevoeligheid voor een bepaalde kleur, andere kleuren waarnemen
tritanomalie: veranderde blauw(/geel) sensiviteit
- trichromatopsie: normaal zien van kleuren
Accommodatie
Projctie van voorwerp op retina dmv 2 lenzen nl. het hoornvlies (grootste sterkte) en kristallens