Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 52 pages
Summary

Voeding Samenvatting Jaar 2024/2025

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 52 pages

Dit is mijn zelf gemaakte samenvatting voor het tentamen Voeding (AB_1166). Hierin heb ik gebruik gemaakt van alle hoofdstukken uit het boek en de college aantekeningen.

Content preview

Voeding literatuur samenvatting
16/9/24

College 1: Macronutriënten: energie uit voeding en
koolhydraten
Hoofdstuk 1
1.2
Voedingsnutriënten:
- Eiwitten
- Koolhydraten
- Vetten
6 klassen van nutriënten:
- Water
- Koolhydraten
- Lipiden (vetten)
- Vitaminen
- Mineralen
- Eiwitten

Anorganisch: bevatten geen koolstofatoom
- Mineralen: hebben altijd dezelfde atomen
- Water: bestaat uit waterstof en zuurstof
Organisch: bevatten wel koolstofatoom
- Koolhydraten
- Lipiden
- Eiwitten
- Vitaminen

Essentiële nutriënten  binnenkrijgen uit voeding omdat het lichaam deze
niet zelf kan maken

Nutriënten die energie bevatten:  macronutriënten
- Koolhydraat
- Vetten
- Eiwitten
Deze worden uitgedrukt in calorieën
1 gram koolhydraat  4 kcal = 17 kJ
1 gram eiwit  4kcal = 17 kJ
1 gram vet  9 kcal = 37 kJ (hoogste energiedichtheid)
1 kcal = 4,18 kJ
- Absoluut: in grammen  gram KH/100 gram product
- Relatief: in energiepercentage (E%)  kcal KH/kcal product
o Totaal aantal kcal (KH + eiwit + vet)/ kcal KH
Nederland haalt de meeste energieconsumptie uit granen en
graanproducten
Verhouding KH/ eiwit/ vet:

,Nutriënt-dichtheid  hoeveelheid ‘belangrijk’ nutriënten/ energie

Energiewerking
Wanneer koolhydraten, eiwitten en vetten worden gebruikt als energie
wordt de atoombinding afgebroken en hier komt energie vrij. Sommige
energie wordt gebruikt als warmte en sommige voor het aansturen van
spieren. Als het lichaam deze energie niet nodig heeft wordt deze
opgeslagen als vet. Bij te veel energie-inname stijgt de opname van
energie in vet en zo dus ook het gewicht.

Vitaminen
- Organisch, maar bevatten geen energie
- Functies van vitamines werken alleen als vitaminen in takt zijn

Mineralen:
- Anorganisch
- In botten en tanden en in lichaamsvloeistoffen

Water
- Opname van voedingsstoffen in de darm
- Het transport van voedingsstoffen en afvalstoffen
- Regelen van de lichaamstemperatuur

Hoofdstuk 4
4.1
Metabolisme: omzetting van stoffen
- Anabolisme: je gebruikte energie om kleinere stoffen om te zetten
in grotere stoffen
o Voorbeeld: fotosynthese
- Katabolisme: je breekt stoffen af tot kleinere stoffen waar energie
vrijkomt
o Celademhaling
Koolhydraat metabolisme:
Koolhydraten (voeding)  monosachariden  glucose  glycogeen
Familie van koolhydraten bestaat uit:
 Monosachariden  suiker

,  Disachariden  suiker
 Oligosachariden  3 tot 9 sachariden
 Polysachariden  zetmeel en vezels
Soorten atomen binnen koolhydraten:
 Waterstof  1 binding
 Zuurstof  2 bindingen
 Stikstof  3 bindingen
 Koolstof  4 bindingen
Monosachariden:
 Glucose  dient voor energielevering
 Fructose  activeren van zoete smaakpapillen
 Galactose
Disachariden:
 Maltose (glucose + glucose)
 Sucrose (glucose + fructose)  zoetste
 Lactose (glucose + galactose)
De 3 belangrijkste monosachariden bevatten allemaal
dezelfde atomen (C6H12O6), alleen de structuur hierbinnen is verschillend
Belangrijkste voedingsbronnen van mono- en disachariden:
1. Niet-alcoholische dranken, suiker en zoetwaren en zuivelproducten
2. Fruit
3. Graanproducten
Condensatie (anabool proces): koppelen van 2 monosachariden om zo
een disacharide te vormen
- Een OH groep van glucose bindt met een waterstof van de andere
glucose en zo vormt zich een disacharide en water
Hydrolyse (katabool proces): disacharide in 2 breken
- Water splitst zich en vormt een binding met een OH- en H-groep van
de disacharide
Polysachariden
- Glycogeen  opslag van energie in het lichaam
o Opslag van glucose
- Zetmeel  opslag van energie in planten
o Meeste in granen
- Vezels  structuur
o Oplosbare vezels: Lost op in water, vertraagt de
spijsvertering, helpt bij het verlagen van cholesterol en de
controle van de bloedsuikerspiegel.
o Niet-oplosbare vezels: Lost niet op in water, bevordert een
regelmatige stoelgang en helpt constipatie voorkomen.
4.3
Glucose heeft een hoofdrol in het metabolisme van koolhydraten
Na een maaltijd stijgt je bloedglucoselevel  de lever geeft signalen af
waarbij overgebleven glucose gaat condenseren tot glycogeen
Wanneer het bloedglucoselevel laag is breekt de lever glycogeen af d.m.v.
hydrolyse tot glucose en geeft deze aan de bloedbaan
- Opslag van glucose in de lever (1/4) en spiercellen (3/4)

, - Hersenen bevatten een klein deel van glycogeen voor in
noodgevallen
- Opslag in de lever bevat genoeg glucose voor 1 dag
De afbraak van glucose in de cellen levert energie op
Om glucose te kunnen maken heeft het lichaam voeding nodig die
koolhydraten bevatten, wat als dit niet zo is?
- Lichaam gebruikt vet en eiwitten als andere energiebronnen
- Vet kan geen glucose maken, eiwitten wel, maar de eiwitten hebben
taken die andere cellen binnen het lichaam niet kunnen voltooien
- Gluconeogenese: maken van glucose uit eiwit
- Protein sparing action  het besparen van eiwitten door genoeg
koolhydraten binnen te krijgen
- Vet maakt ketolichamen aan  verbranding van vet levert energie
op
Te veel glucose  opslaan als vet  dik worden
Glycemische Index (GI): de snelheid waarmee KH worden afgebroken
tot glucose

4.4
Om gewicht, bloedglucose en tandbederf tegen te gaan eten mensen
alternatieve suikers
- Artificial sweeteners  voeding zoeter maken zonder het
toevoegen van kcal
o Aspartaam  200x zoeter dan sucrose  0-4 kcal/g, maar zeer
kleine hoeveelheid nodig
- High-intensity sweeteners
- Sugar alcohols  suikervrij maar bevat wel kcal
o Ook wel nutritive sweeteners genoemd omdat ze energie
bevatten
o Groot voordeel is dat je geen tandbederf krijgt

4.5
Gezondheidseffecten van zetmeel en vezels:
- Bescherming hartaanval
- Voorkomen van diabetes type 2
- Bescherming tegen ontstekingen in de maag en darmen
- Bescherming tegen kanker
- Behouden van een gezond lichaamsgewicht
Maar vezels hebben ook nadelen, wanneer men switcht van een laag-vezel
dieet naar een hoog-vezel dieet kunnen zich complicaties aan de maag en
darmen voordoen
Aanbevolen hoeveelheid inname vezels en zetmeel:
- 900 tot 1300 kcal koolhydraten op basis van 2000kcal
o 40-70 energie% uit KH
- 25 gram vezels
Bij een te lage energie-inname uit KH is er kans op spierweefselafbraak
Te veel KH inname kan leiden tot te weinig eiwitten en vetten inname
Voeding met een hoog percentage koolhydraten:
1. Granen (35%)

Document information

Study
Uploaded on
October 15, 2024
Number of pages
52
Written in
2024/2025
Type
Summary
$8.39

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
1
Last sold
1 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions