Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 51 pages
Summary

Samenvatting Cel II: fysiologie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 51 pages

Dit is een volledige samenvatting van het vak Fysiologie dat onderdeel is van Cel II in eerste bachlor geneeskunde. Het vak wordt gegeven door Alain Labro.

Content preview

Fysiologie
Hoofdstuk 2:

1. Celmembraan opbouw:
- Asymmetrie
- Dubbele fosfolipide laag = amfipatisch---> buitenste + binnenste leaflet: midden = heel
hydrofoob door triglycerineketens:
- Bepalen opbouw + vloeibaarheid + dikte membraan
- Verzadigd (= geen knik) of onverzadigd (=knikje) ---> fosfolipide v mens meestal
beide
- Vloeibaar = temperatuurgevoelig ---> Tm = transitie temperatuur = bepaald vaste Sol en
vloeibare gel fase




Cholesterol = zorgt voor
stijver maken van membraan
(= minder vloeibaar)




---> hoe langer keten, hoe hoger Tm (groter contact oppervlak) + te vloeibaar = scheuren + gaten

---> hoe groter aantal onverzadigd = hoe vloeibaarder

- Cholesterol = stijve CH3 groepen + hydrofobe staart en hydrofiel hoofdje
---> lage hoeveelheid = membraan stijver bij polaire hoofd = minder permeabiliteit +
verbreekt interactie ts lipide staarten (= ontstaan gaten) = kern blijft vloeibaar + buitenkant
stijver ---> stabiliteit + interactie mogelijk

- Verschillende PL:
- Ethanolamine
- Serine Cytosolische kant
- Choline
- Myeline ---> exopasmatische kant

- Beweging fosfolipiden =
- Lateraal
- Rotatie
- Uitrekking beentjes (= flexion)
- Flip-flop = van ene leaflet naar andere (gebeurt niet vaak) ---> = veel E

- Flip en flopasen
= ABC-transporter (= ATP voor nodig) ---> zorgen voor asymmetrie in membraan
- Flip = buitenste ---> binnenste = scramblases

1

, - Flop = binnenste ---> buitenste

Sommige = energieonafhankelijk + bidirectioneel ---> omkeerbare equilibratie nodig

- Cholesterol = makkelijk flip-flop dr klein hydrofiel hoofd ---> C aan beide kanten =
gelijk

- Lipid rafts
= eilandjes met meer cholesterol/ lipiden/ proteïnen/ myeline + andere soorten fosfolipiden
= dikker ---> bepaald lokale vloeibaarheid + aard proteïnes ➔ belangrijk voor organisatie PM
+ receptoren + transport (=signaaltransductie)

- Asymmetrie =
- Specifieke PL aan elke zijde bv. PiP2 (intera) + glycolipiden (extra)
- PL compositie tijdens biosynthese ---> membraanbuiging
- Cytosolische zijde = negatiever dan extracellulaire zijde
- Specifieke compositie = verschillende proteïnen

---> te weinig ATP = flip-flop werkt minder = PS (fosfolatidyl serine) ---> minder symmetrie -->
celdood


- Proteïnen
- Verschillende functies bv. Signaaltransductie
- Integrale = transmembraanpeptide segmenten + lipide anker
- Perifere ---> kan gebonden aan integrale = niet zelf in contact met membraan

Hoofdstuk 3

1. Directe cel-cel communicatie

- Mechanische koppeling =
Manier om cellen met elkaar te koppelen (aan elkaar vast maken ) ---> juxtacrien = directe
cel-cel communicatie

- Gap junction:
= klustering van kanalen ---> hemiconnexon (6 connexines = halve connexon) v naburige
cellen assembleren in connexons ---> openen/sluiten = gereguleerd door ph/CA2+ / cAMP --->
veel connexons = gap junction
- Chemisch contact = moleculen tot 1200 Da = permeabel
- Elektrisch contact = intercellulaire porie met lage weerstand voor ionen ---> vormen
syncytium (= meerdere kernen zonder membraan)

---> 1 gap junctie = 2 connexons = 2 x 6 connexinen = hexameer ➔ intercellulaire kanalen



2. Cel-cel communicatie via chemische signalen

- Verschillende soorten =
- Endocrien = hormoon uit eindocriene klier via bloedbaan nr cellen ---> traag
- Paracrien = via extracellulaire ruimtes (= speciaal geval van synaptische overdracht)

2

, - Autocrien = cel extra stimuleren ---> met chemische signalen van cel zelf

---> paracrine =

Bv. Vrijzetting neurotransmitters (NT) via exocytose ---> lage affiniteit maar hoge C NT --->
kortstondige interactie = snelle reactie
NT = Slechts tijdelijk aanwezig:

- Endocytose (heropname) NT
- Afbraak NT dr enzymen in synaptische spleet
- Geïmobiliseerd dr extracellulaire matrix



- Stappen signalisatie receptoren op membraan

1. Herkenning signaal door receptor (= bi-moleculaire interactie)
= niet-covalente binding NT en receptor (moetn weer verbroken kunnen worden)
---> bv. H-brug/ Van der Waals attractie/ ionen binding
Met:

- R = receptor
- X = ligant
- RX = receptor-ligant
complex
𝑑𝑖𝑠𝑠𝑜𝑐𝑖𝑎𝑡𝑖𝑒
- Kd =
𝑎𝑠𝑠𝑜𝑐𝑖𝑎𝑡𝑖𝑒




Kd voor 50% effect ---> hoe
hoger C nodig voor een Kd voor
50%, hoe lager de affiniteit




Steilere graf:

over kleinere range = sterkere
veranderingen bij verandering in C

---> cel signalisatie = hoe steiler, hoe
beter

Met n = coöperativiteit

= meerdere bindingsplaatsen zorgt voor grote affiniteit van de bindingsplaatsen
(= worden gestimuleerd door 1e binding) 3

, - 4 type receptoren in 2 klasses
1. ligand geactiveerde kanalen
ionotrope receptoren
---> receptor = oligomeer
2. G-proteïne gekoppelde receptoren
---> receptor = kleine polypeptide die membraan 7 keren passeert
3. Katalytische receptoren
---> receptor = kleine polypeptide die membraan 1 keren passeert Metabotrope
4. intracellulaire receptoren (= voor hydrofobe + membraan permeabele) receptoren
---> polipeptiden met meerdere functies

=====> 1 ligand kan meerdere type receptoren binden ---> specifieke cel respons = mogelijk

- Multi-point effect =
1 molecule initieert verschillende effecten
- Bv. Bijnier = vrijstellen epinephrine ---> - Hart ritme toename
- Vascoconstrictie in systemisch circuit
- Toegenomen glycogeen afbraak

1. Ligand-geactiveerde kanalen = ionen receptoren
= porie vormen ---> ionen doorlaten ---> geactiveerd door extra- en intracellulaire ionen ===>
controleren ionen-flux + wijzigen membraanpotentiaal

Bv. Sommige receptoren lijken op elkaar maar andere ionen-selectiviteit

2. G-proteïne gekoppelde receptoren
= via second messengers activiteit v ionenkanalen, enzymen, transcriptiefactoren, … wijzigen

- Grootste groep receptoren
- Meestal monomeer
- 7 transmembraan segmenten
- Bindingsplaats = verschillende extracellulaire regio’s:
- Kleine liganden = aan dichtste membraan binden
- Delen N-terminus = voor grotere liganden
- G-proteïne bindingplaats = 5e en 6e transmembraansegment = 3e
intracellulaire loep
---> = C-terminus

- Werking receptor:
1. Herkenning signaal dr receptor: G-proteïne = trimeer (α-β en ϒ subeenheid) ---> inactief
= gebonden aan GDP ---> receptor bindt aan ligand = activeert receptor
2. Transductie extracellulaire boodschap nr second messenger: geactiveerde receptor
activeert G proteïne ---> α subeenheid (afsplitsen) zorgt voor GDP + Pi ---> GTP
3. Transmissie: G-proteïne komt los van receptor




4

Document information

Study
Uploaded on
October 10, 2024
Number of pages
51
Written in
2023/2024
Type
Summary
$11.44
Purchased by 12 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
475
Followers
23
Items
68
Last sold
16 hours ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions