Wat is een groep
Gezin is geen groep
Definitie: groep beïnvloed het individu; zowel positief als negatief, condities scheppen om gewenst
gedrag te bekomen, grote verbondenheid: wij-gevoel
Kenmerken van een groep:
Boek: Les:
➢ Groepsleden hebben een gemeenschappelijk ➢ Doel
doel ➢ Afhankelijkheid
➢ Ze zijn afhankelijk van elkaar ➢ Interactie
➢ Er is interactie ➢ Eenheid
➢ Eenheid bestaande uit 2 of meerdere personen ➢ Beinvloeden elkaar
die zich deel van de groep beschouwen ➢ Regels, waarden, normen
➢ Groepsleden beïnvloeden elkaar ➢ Behoefte bevredigen
Cohesie of hechting
3 factoren:
1. Druk van buitenaf
2. Taak succesvol willen afronden
3. Moeilijk verkregen mandaat (je wilt zo graag bij een groep horen en eens je erbij hoort voel
je je nog zo goed)
Wat is een team
Kenmerken van een team:
➢ Bestaat uit 2 of meer leden
➢ Zijn afhankelijk van elkaar bij het vervullen van een taak
➢ Gemeenschappelijk doel of missie
➢ werken binnen een breder organisatorisch verband
➢ delen impliciete of expliciete waarden en normen
➢ interageert dynamisch en adaptief
Samenwerken is geen doel maar een middel!
Groepsdynamica: 3 factoren
1. De groep+ onderlinge verhoudingen
2. Het team + rollen en persoonlijkheden, communicatie
Groep
3. Jezelf + kennis en vaardigheden, waarden en normen
Taakgerichtheid: inhoud, spelvorm, activiteit
Sociale emotionele gerichtheid: verbondenheid met de
groepsleden
Interactie
Jezelf Team
1
, Hoofdstuk 2: relationele aspecten bij het begeleiden van een groep
Groepsontwikkeling
Fasen van tuckman
Examenvraag: in welke fase bevindt deze groep zich?
“casus” – geef 3 kenmerken van deze fase – geef voorbeelden uit de casus
• Losse figuren die aarzelend een groep proberen vormen
• Kenmerken:
- Leden kennen elkaar nog niet
Fase1: forming
- Onwennig, onzekerheid, angst
Vorming van de groep
- Veel aandacht naar de begeleider. Nog geen onderlinge verbondenheid.
- Duidelijk leiderschap nodig
• Voltooid: wanneer ze zichzelf als deel van de groep zien
• Eigen plaats zoeken, grenzen testen, zoeken welke invloed men heeft
• Kenmerken:
- Rollen worden duidelijk gemaakt
- Beslissingen moeten worden genomen, wie is de baas. Onenigheden treden op.
- Irritaties en conflicten
Fase2: storming - Men komt op voor eigen belangen
De eerste gevechten - Ik-gevoel sterk aanwezig
- Coalitievorming
- Conflicten tussen personen en coalities
- Grenzen worden afgetast
- Verzet tegen de invloed van de groep. Tegen taken, tegen leiderschap.
• Voltooid: er is een (in-) formele hiërarchie
• Wennen aan samenwerking: minder weerstand, regels
• Kenmerken:
- Duidelijke afspraken
- Procedures om met afwijkend gedrag om te gaan opgesteld
Fase3: norming
- Werk wordt vlot afgehandeld
groepsintegratie
- Gevaar van groepsdenken: loyaliteit naar de groep
- Leden beschouwen zich als deel van de groep
- ‘wij’-gevoel
• Voltooid: er zijn duidelijke normen en groepscohesie
• Goede samenwerking, betrokkenheid, inzet en bewust van sterkes en zwaktes, persoonlijke
verschillen aanvaard
• Kenmerken:
- grote betrokkenheid naar elkaar toe
Fase4: performing
- grote inzet
Het team is een echt
- acceptatie van doelen, normen, leiding,.. met oog op vlotte samenwerking
team
- bewustheid van sterken en zwakten. Verschillen aanvaard.
- Positieve benadering bij een conflict. Open communicatie en feedback
- Appreciatie van de nood aan flexibiliteit. Inspelen op veranderende vragen aan de groep.
• Voltooid: / → later word een 5e fase toegevoegd
• Extra fase omdat uiteenvallen/ontbinden ook gebeurt
Fase 5: adjourning
• Groep houdt op met bestaan, samenstelling veranderd, lid of leden verlaten de groep
De groep valt uit
• Onbewust bezig met afscheid
elkaar
• Belang van symbolisch eind en terugblikken
2
, Begeleiden van groepen
Hoe kan je als groepsbegeleider de groepsontwikkeling ondersteunen (per fase van tuckman)
Forming:
- vooral mensen toenadering laten zoeken naar elkaar.
- Kennismaking, laagdrempelig (geen te diepgaande vragen,..)
- gezellige activiteiten om cliënten op hun gemak te stellen.
- Focussen op overeenkomsten tussen groepsleden
- In subgroepen laten samenwerken (kleine groepjes de afwas doen,..)
- Informatie en duidelijkheid verschaffen over afspraken, gewoontes, verwachtingen,.. regels op maat
meegeven.
Storming:
- Standvastig zijn als begeleider en cliënten beschermen door conflicten tot de orde te brengen ‘ik ben
begeleider ik zal dit oplossen’
- Grenzen stellen en deze bewaken (de regels van de leefgroep kennen) terug koppelen naar de groep
- Beseffen dat het normaal is dat ze de grenzen af tasten
- Ruimte om conflicten op te lossen en uit te praten
Norming:
- Ruimte geven aan zelfstandige werkers en initiatief uit de groep toelaten
- Alert blijven voor wat er in de groep afspeeld en groepsnormen bevorderen
- Teach what you preach: wederzijds respect, zelf nastreven wat je verkondigd
- Activiteiten om de cohesie te bevorderen (teambuilding)
Performing:
- Samenwerking optimaliseren door doelen te stellen die als groep te realiseren zijn
- Doelen stellen
- Effectief samenwerken stimuleren:
- Positieve afhankelijkheid bevorderen
- Meeliften voorkomen
- Bevorderen dat groepsleden elkaar leren kennen
- Adequaat gebruik maken van sociale vaardigheden
Adjourning:
- Zorg voor een symbolisch einde
- Blik terug op de geschiedenis van de groep
- Laat groepsleden een blik richten op de toekomst
Peergroep
Vergelijkbare leeftijd, status en belang hebben → gelijken
Peer= ontwikkelingsgelijke.
Bij jongere kinderen zijn dit vaak één-sekse-groepen. Hoe ouder je wordt hoe diverser.
In residentiele zorg is er sprake van een positieve peer cultuur: peers zorgen voor elkaar, ze leren
elkaar waarden en normen aan. Kinderen en jongeren gaan elkaar vaker ondersteunen dan ruzie
maken.
➔ Zorgt voor het gevoel van erbij te horen → positief voor de zelfwaardering van cliënten.
3