= plichtenleer (afbakenen van gedrag)
elke deontologie is voor interpretatie vatbaar (is nergens vastgelegd)
Attitude om dingen kritisch te blijven bevragen
Bekijkt ethische aspecten
Reflexief-normatief denken én rationeel-instrumentief denken
Juridische = rechtstak (oriëntatie in de hoogte)
context door enorme toename aan data richt het zich op privacy, beroepsgeheim,
procedures, medische informatie, deontologische codes,…
Handelingsverlegenheid: het is goed dat men een protocol kan volgen die ons gedrag
leidt
Doelstelling
- Positiefe interpreatie van het beroepsgeheim (vertrouwen, respect v cliënt)
verandert steeds door evolutie vd samenleving (vb. Dutroux, terrorisme)
- Interpreteren van de wetten en codes
Sociale = sociologische tak (oriëntatie in de breedte)
context feitelijk niveau: partijen die rond de cliënt zitten (verlangen, vragen, wensen,…)
vb. school, CLB,
Doelstelling: zicht hebben op je
- Sociale positie (beroepspositie), mandaat en finaliteit (waar wil je naartoe?)
- Rollen en rolconflicten
in kaart brengen waar het wringt
Ethische = filosofische tak (oriëntatie in de diepte
context discours binnen de samenleving die bepalen hoe mensen denken
eigen waarden moeten afgestemd worden op die van de beroepswaarden
Doelstelling:
- Herkennen van de ethische geladenheid in concrete contexten
Wanneer is het delen van informatie ethisch?
Recht zoekt altijd naar het juiste antwoord (maar dat is niet altijd het goede)
Vb. wetswijzigingen die niet even voordelig uitkomen voor alle mensen
belang van interpretatie: wetten zijn een tijdelijke morele consensus in de maatschappij
Raakvlakken met ethische waarden
veiligheid, vertrouwen, autonomie, inspraak,…
Ethiek: intuïtie (buikgevoel) onder woorden brengen
kritisch niveau: verantwoorden van handelen
ethische argumenten: postconventioneel niveau (Köhlberg, in balans met eigen belang en
belang van iedereen)
praktische argumenten
nood aan reflectie en dialoog
‘Het goede’ bestaat niet
niet relatief: iedereen heeft zijn eigen waarheid (beroepswaarden zijnzorgethische waarden)
vroeger waren er de waarheden, maar door wegvallen van de Goden niet meer
niet absoluut, maar contextgebonden (hangt af van ieders situatie)
, Door einde van de autoriteit (God): pluralisme en onzekerheid
Gevolgen:
- mens staat centraal
- differentiatie (op maat werken van unieke personen) en generalisatie (wereld uniform maken)
- netwerksamenleving en digitalisering (wat gebeurt er met vertrouwelijke gegevens?)
Technische professionals= doe ik de goede dingen?
Normatieve professionals= denk ik de goede dingen?
men moet beide zijn en rationeel-instrumenteel en reflexief-normatief denken
J. Habermas: stelt dat de kolonisering van de leefwereld een probleem is door de systeemwereld
mensen verliezen hun gevoel met de wereld door voortdurende procedures die niet aangepast zijn aan
de context van de mens
Oriëntatie in de = sociale context (feiten: partijen en belangenà
breedte belang van context vd cliënt
beroepspositie met rolverwachtingen en interne rolconflicten
1. micro: jijzelf als begeleider en de cliënt
2. meso: de organisatie en de buurt
3. macro: de samenleving
Oriëntatie in de = juridische context (normen: wetgeving/regels)
hoogte maatschappelijke en organisatorische normen waardoor wettenen regels
richting kunnen bieden
Beroepsgeheim: je moet zwijgen
- voordeel: basisvoorwaarde voor vertrouwen wordt vervuld
- nadeel: beperkte doorstroom van informatie
Oriëntatie in de = ethische context (waarden: beroepsethisch)
diepte beroepspersoon staat centraal (gaat niet om persoonlijke ethiek maar uit die
van de beroepspositie
Meerzinnigheid van waarden: vb. vrijheid
- negatieve vrijheid: vrijheid van…(obstakels)
- positieve vrijheid: vrijheid om… (mogelijkheden)
kans om te kiezen, vorm te geven, iets te doen