INLEIDING
➢ Werkte met mensen met licht verstandelijke problematiek
➢ Vele mensen krijgen overdosis aan medicatie → hij heeft kader er rond gemaakt (sociaal
emotionele ontwikkeling in kaart brengen bij mensen met verstandelijke beperking)
UITGANGSPRINCIPES
➢ Integratieve benadering
o Op moment dat een vd dingen niet meer goed
werkt, dan gaat het op alle facetten niet goed
➢ Ontstaan van psychische stoornissen
o Blijven id sociaal emotionele fase (kind)
→ denken vooral aan zichzelf en kunnen pijn, emoties en anderen niet inschatten
o Onevenwicht tss socio-emotionele ontwikkelen en cognitieve ontwikkeling → wordt
vooral gekeken naar cognitieve ontwikkeling, overvragen iemand en persoon krijg krak
→ psychische problemen
• Stagnatie/blokkade
• Regressie: terugval naar lager ontwikkelingsniveau → terugval herstelt zich niet
meer= psychische problematieken
ONTWIKKELING VAN EMOTIES
➢ Sociaal emotionele ontwikkeling & sensitieve responsiviteit
o Gevoelig zijn (sensitief) voor de signalen die het kind geeft, door goed te kijken naar het
kind en te proberen begrijpen wat het bedoelt
o Belangrijk om adequaat te reageren (responsief) door op de juiste manier in te spelen op
de signalen vh kind
o Hechting is zeer belangrijk, zeker eerste 3 levensjaren → veilige omgeving ervaren
o Wederkerige responsiviteit!
FASEN IN DE EMOTIONELE ONTWIKKELING
Fase 1: adaptatiefase (0-6m)
o Fysiologische aanpassing
o Sensorische integratie via zintuigen
o Ontdekken van structuren van ruimte, tijd en personen
o Bereiken van ‘homeostase’ = evenwicht, aangepast aan de omgeving
o Link Timmers Huigens: lichaamsgebonden ervaringsordening
→ men wil evenwicht voelen, zich oké voelen bv geen honger, geen vuile pamper,..
o Adaptatie (bv goed voelen) vs dysregulatie (er is iets ad hand)
• Super-gevoelig
• Heel snel té veel of té weinig
• Prikkelgevoelig
• Functioneren volgens innerlijk spanningsniveau
Verstoring in adaptatiefase = niet meer in staat om prikkels te verwerken
• Ernstige slaapproblemen, agressie, zelfverwonding, alsook extreme
teruggetrokkenheid en passiviteit
1
, • Mogelijke diagnoses: psychose, ernstige autistische beelden, schizofrene
problemen,..
Begeleidingstips Communicatie Activiteiten Structuur en grenzen
- Samen ZIJN, - Focus op non- - Doseren van prikkels - Voorspelbaarheid &
beschikbaarheid verbale taal →kans op overprikkeling duidelijkheid
- Nabijheid en - Focus op ‘hier en - Basale belevingsgerichte - Regelmaat &
responsiviteit nu’ activiteiten herkenbaarheid
- Ingaan op primaire - Begrenzen
behoeften
- Bieden van veiligheid
Fase 2: eerste socialisatiefase (6-18m)
➔ Hechting en basale veiligheid
o Fase van symbiose = versmelten met zorg figuren, wenen wanneer ouders uit te buurt zijn.
o Angst voor vreemden, separatie angst (bv als belangrijke andere weg is)
o Hechting aan transitionele objecten (tuutjes, knuffel,..)
Holding: emotionele omgeving, betrouwbaarheid van onze aanwezigheid en onze
erkenning van wie deze persoon is en wat hij/zij voelt
Containment: kind projecteert gevoelens in zijn moeder die angstig, pijnlijk, stresserend
of op een andere manier ondraaglijk voor hem of haar lijken
• Objectpermanentie
• Onderzoekt de omgeving (veiligheid zoeken → samenplakken met andere)
▪ Link Timmers Huigens: lichaamsgebonden ervaringsordening blijft de hoofdordening, begin van
associatief ordenen
Vertrouwen vs. wantrouwen
• Gehechtheid
• ‘samen’
• ‘plakken’, symbiose
• Basis(on)veiligheid
• Ambivalentie (aantrekken en afstoten)
• Separatie angst, angst voor afwijzing
Verstoring van socialisatiefase
• Angst
• Agressie, stemmingsschommelingen, automutilatie, stoornis in eten, contactstoornis
• Mogelijke diagnoses: borderline, ontwikkelingsdepressie, hechtingsproblemen
Begeleidingstips Communicatie Activiteiten Structuur en grenzen
- Nabijheid – afstand - Korte zinnen - Eenvoudige, steeds - Duidelijke afspraken
- Transitionele - Intonatie terugkerende - Begrenzing
objecten - Hier & nu activiteiten - Veiligheid bieden door
- Geweldloze - Samen doen structuur en
benadering voorspelbaarheid in
omgeving (visuele
ondersteuning)
2
, Fase 3: individuatiefase (18-36m)
o Overgang WE-dentity naar I-dentitiy
o Koppigheidsfase (eigen wil)
o Gevoel van overheersing over omgeving: basis voor de ego-ontwikkeling
o Separatie-individuatie fase
o Interesse in leeftijdsgenoten
o Beginnend normerend gedrag, kunnen zich moeilijk aan normen en regels houden
o Link Timmers Huigens: associatieve ervaringsordening is dominant
➢ Bv kinderen die naar de kleuterschool gaan
▪ Ontdekken eigen identiteit
▪ Eigen wil en deze ook duidelijk tonen
▪ Spelen fantasiespel met andere kinderen maar die zijn eerder deel vh spel bv decoratie,
meubilair,..
▪ Beginnend normerend: lijkt alsof ze het begrijpen maar dit is niet zo, regels moeten hier
nog worden aangeleerd → kunnen het nog niet internaliseren
▪ Grenzen worden afgetast
Autonomie vs afhankelijkheid
➢ Neen – negativisme
➢ Ik – egocentrisme
➢ Zelf doen! eigen wil, almacht, macho
➢ Koppigheid
➢ Destructiviteit vanuit exploratie
Verstoring
➢ Twee mechanismen
▪ Zich actief laten gelden op een negatieve manier (uitdagen, ontremd, destructief,..)
▪ Volledige afhankelijkheid, overgave of passiviteit (teruggetrokken, imiterend en
afhankelijk gedrag, bang)
➢ Mogelijke diagnoses: destructief gedrag, persoonlijkheidsstoornissen vh antisociale, passief
agressie en narcistische type
Begeleidingstips Communicatie Activiteiten Structuur en grenzen
- Begeleiding op afstand - Humor - Deelverant- - Regels en
& als terugvalbasis - Blijvend aandacht woordelijkheid consequenties
- Beschermen & voor non-verbale - Activiteiten: ZELF doen
stimuleren van gedrag communicatie - Portret, ik-boek,
- Ruimte creëren voor levensboek
mislukkingen
Fase 4: identificatiefase (3-7j)
o Initiatiefname – relatievorming – normbesef
➢ Afstand van zorgfiguren
➢ Vorming vh geweten
➢ Identificatie met belangrijke anderen (faalangst)
➢ Keuzevorming→ eerste vriendschappen
➢ Differentiatie id emoties, spiegelen zich aan anderen, merken waar ze goed of niet goed in
zijn. Faalangst, schaamte,..
➢ Empathie voor anderen, zich kunnen identificeren met anderen
o Link Timmers Huigens: structurele ervaringsordening
3
, Initiatief vs geremdheid
➢ Toenemende afstand van belangrijke andere
➢ Identificatiefiguren – rolmodellen
➢ Van extern naar intern geweten
➢ WAAROM vragen
➢ Veel fantasie
➢ Faalangst
➢ Vriendschap
Verstoring
➢ Teveel initiatief vs geremdheid
➢ Actieve pool: Motorische onrust, tekort aan zelfregulatie, impulsiviteit, veel ‘aandacht
vragen’, moeilijk regels kunnen accepteren,..
➢ Andere pool: Moeilijk relaties aangaan, te weinig initiatief, passiviteit,..
Begeleidingstips Communicatie Activiteiten Structuur en grenzen
- Uitnodigende en - Actieve inbreng - Ruimte voor eigen - Duiding en
stimulerende benadering - Dagelijkse verantwoordelijkheden onderhandeling
- Dagelijkse contacten gesprekken - Identiteitsversterkend (helpen sociale
- Positieve feedback - Aandacht voor - Samenspel (met verkeer duidelijk te
- Voorbeeldfunctie onderscheid realiteit leeftijdsgenoten) maken)
& fantasie - Creativiteit - Duidelijke
antwoorden geven
Fase 5: realiteitsbewustwordingsfase (7-12j)
o Realistisch & gezond zelfbeeld
o Volledige lagere schoolleeftijd
o Grote impact van leeftijdsgenoten
Zelfvertrouwen vs minderwaardigheid
o Vergrote leefomgeving: netwerk
o Vaardigheden
o Zelfstandigheid
o Intern geweten
o Wisselende emoties
o Gevoelens herkennen en bespreken
Verstoring
o Karakteristieken: te hoog/laag zelfbeeld, crimineel gedrag, faalangst
o Mogelijke diagnoses: fobieën, angsten
Begeleidingstips Communicatie Activiteiten Structuur en grenzen
- Ondersteunend & - Verbaliteit speelt - Eigen - Ruimte voor
inzichtgevende een grote rol verantwoordelijkheden onderhandeling, eigen
gesprekken - Inspraak geven, - Eigen plaats en rol inbreng (meer inzicht in
- Herinterpreteren van onderhandelen, binnen de ruimere wat ze verkeerd doen)
negatief beleefde luisteren omgeving - Een aantal gouden regels
ervaringen vastleggen
- Positief zelfbeeld
opbouwen
4