2.3 Probleem 4: Psychology in the 20th century
Bronnen: Hergenhahn, Richards, Artikel
Behaviorisme
Behaviorisme – Watson wordt gezien als de oprichter van het behaviorisme in 1913. Het
behaviorisme zette zich af tegen andere psychologische stromingen, ze hadden hier namelijk maar
een lage dunk van. Dit kwam doordat de psychologie in die tijd (het structuralisme) vooral het
bewustzijn bestudeerde en hiervoor introspectie gebruikte, deze methode was niet objectief en dus
niet wetenschappelijk volgens het behaviorisme. Het behaviorisme kwam met de volgende punten:
- 2 stromingen binnen behaviorisme:
o Radicale behaviorisme, een verklaring van gedrag kan niet worden gedaan in termen van niet
observeerbare interne gebeurtenissen.
o Methodologische behaviorisme, vonden het niet erg om cognitieve en fysiologische
gebeurtenissen aan te nemen, maar ze moesten wel worden onderzocht door manifestaties
van openlijk gedrag.
- Het bewustzijn van de mens moest niet onderzocht worden, enkel het gedrag. Het bewustzijn
was namelijk niet belangrijk voor het gedrag en al helemaal niet de oorzaak ervan. Het kon dus
gemakkelijk genegeerd worden (als het überhaupt al bestond).
- Er moest gebruik gemaakt worden van objectieve waarneming, van direct waarneembare
gebeurtenissen. Geen introspectie meer.
- Er waren vier typen van gedrag:
o Explicit learned behavior zoals praten, schrijven en voetballen.
o Implicit learned behavior zoals een hogere hartslag als je bang bent.
o Epxlicit unlearned behavior zoals hoesten of slikken.
o Implicit unlearned behavior, zoals de verandering van de bloedsomloop.
- Ervaringen herschikken de stimuli die emotionele uitingen veroorzaken. Een voorbeeld hiervan is
de test met baby Albert en de rat en het harde geluid.
- Behavior therapy, waarbij doormiddel van gedrag emoties worden verandert. Voorbeeld van
Peter die bang is voor ratten, waarbij ze een rat in een hok elke dag een stukje dichterbij zetten.
- Omdat het individu een weerspiegeling van de omgeving was, was de ‘ik’ niet zo belangrijk.
Watson
Radical environmentalist/ behaviorist, Fysieke monist, Reductionist.
Hij stelde vier methodes voor om gedrag te bestuderen:
o Observatie, zowel natuurlijke als experimentele observaties.
o Geconditioneerde-reflex methode, wat Pavlov had voorgesteld.
o Testen, waarbij er gedragssamples werden genomen ipv het meten van capaciteit of
persoonlijkheid.
o Verbale reports, wat Watson behandelde als elke andere soort gedrag.
Drie hoofdemoties volgens Watson:
- angst
- woede
- liefde
Elke emotie had een aantal responses/fysieke uitingen. Feelings en sensations zijn volgens Watson
niet belangrijk.
Law of recency & frequency – je herinnert/leert dingen het beste wanneer deze kortgeleden
geleerd/gebeurd zijn. Je herinnert/leert dingen het beste wanneer je deze vaak ziet.
, Invloed van Watson op psychologie –
- Ten eerste heeft hij het hoofddoel van psychologie verandert van het verklaren en beschrijven
van het bewustzijn naar het voorspellen en controleren van gedrag.
- Ten tweede maakte hij openlijk gedrag het hoofdonderwerp van de psychologie.
De functie van gedrag is belangrijker dan de onderliggende structuur, er werd dus ook niet naar de
‘black box’ gekeken. Er is dus geen innerlijk waar men in kan kijken en waarvan men de werkelijke
bedoelingen van kan achterhalen.
o Black box/mystery box → Watson noemde het brein en alle niet waarneembare processen zo.
Het enige wat je kon waarnemen was Input/Output. Aan de black box wordt geen aandacht
geschonken, het is niet belangrijk.
S-R-model – Watson focuste uitsluitend op stimuli en reacties van een organisme, zonder naar
interne processen binnen een organisme te kijken. S = stimuli, R = reactie.
Kritiek op behaviorisme –
- Structuralisme: de geest kan het lichaam beïnvloeden. The processen van de geest kunnen
gemeten worden door introspectie. Behavioristen ondersteunden dit niet.
- Psychoanalyse: behavioristen claimden dat reacties gestimuleerd worden door geconditioneerde
stimuli, maar Freud dacht dat dit kwam door onbewuste gedachten.
- Consciousness psychology (James): behaviorisme houdt geen rekening met het bewust handelen
als reactie en met het instinct.
- Ethologie wordt niet makkelijk gegeneraliseerd, je kan bv. ook geen dierlijk gedrag generaliseren
met menselijk gedrag.
- Behaviorisme heeft moeite met het omvatten van complexer gedrag.
Neobehaviorisme
- Uitbreiding/wijziging op Watson zijn theorieën: er werd nu wel rekening gehouden met factoren
binnen het organisme.
- Tolman: S-O-R-model: de term O (organisme) werd aan het SR-model toegevoegd omdat er nu
rekening werd gehouden met processen binnen een organisme. Black box verdwijnt.
- Lashley:
Logisch positivisme/ empirisme – iets kan alleen worden aangenomen wanneer dit zintuiglijk
waargenomen wordt.
Experimenteerde op het brein (van muizen), grote invloed neuropsychologie.
- Skinner: operante conditionering, reinforcement theorie (frequentie van reinforcement).
- Thorndycke: reinforcement theorie (duur van reinforcement).
- Guthrie:
Law of contiguity – wat je in een situatie toepast, pas je opnieuw toe in een andere,
soortgelijke situatie.
One-trial learning – een organisme leert na een keer proberen iets toe te passen en blijft dit
dan gebruiken voor alle soortgelijke problemen.
Gestalt
Gestaltpsychologie begon met problemen van Duitse psychologen met Wundt’s elementisme:
volgens de Duitsers kan bewustzijn niet worden teruggebracht naar elementen zonder de ware
betekenis van bewuste ervaring te verstoren. We ervaren dingen niet als losse delen, maar als
betekenisvolle, intacte samenstellingen (Gestalt is het Duitse woord voor geheel). Voor hun was het
onderzoek naar het bewustzijn via introspectie belangrijk. Ze geloofde dat je de omgeving niet in
kleine geïsoleerde stukjes ervaart, maar als betekenisvolle, intacte configuraties.
Aanhangers van de Gestalt stroming waren tegen elke vorm van elementisme. Dus ze waren het ook
niet eens met behavioristen die gedrag in kleine stukjes observeerde.
Bronnen: Hergenhahn, Richards, Artikel
Behaviorisme
Behaviorisme – Watson wordt gezien als de oprichter van het behaviorisme in 1913. Het
behaviorisme zette zich af tegen andere psychologische stromingen, ze hadden hier namelijk maar
een lage dunk van. Dit kwam doordat de psychologie in die tijd (het structuralisme) vooral het
bewustzijn bestudeerde en hiervoor introspectie gebruikte, deze methode was niet objectief en dus
niet wetenschappelijk volgens het behaviorisme. Het behaviorisme kwam met de volgende punten:
- 2 stromingen binnen behaviorisme:
o Radicale behaviorisme, een verklaring van gedrag kan niet worden gedaan in termen van niet
observeerbare interne gebeurtenissen.
o Methodologische behaviorisme, vonden het niet erg om cognitieve en fysiologische
gebeurtenissen aan te nemen, maar ze moesten wel worden onderzocht door manifestaties
van openlijk gedrag.
- Het bewustzijn van de mens moest niet onderzocht worden, enkel het gedrag. Het bewustzijn
was namelijk niet belangrijk voor het gedrag en al helemaal niet de oorzaak ervan. Het kon dus
gemakkelijk genegeerd worden (als het überhaupt al bestond).
- Er moest gebruik gemaakt worden van objectieve waarneming, van direct waarneembare
gebeurtenissen. Geen introspectie meer.
- Er waren vier typen van gedrag:
o Explicit learned behavior zoals praten, schrijven en voetballen.
o Implicit learned behavior zoals een hogere hartslag als je bang bent.
o Epxlicit unlearned behavior zoals hoesten of slikken.
o Implicit unlearned behavior, zoals de verandering van de bloedsomloop.
- Ervaringen herschikken de stimuli die emotionele uitingen veroorzaken. Een voorbeeld hiervan is
de test met baby Albert en de rat en het harde geluid.
- Behavior therapy, waarbij doormiddel van gedrag emoties worden verandert. Voorbeeld van
Peter die bang is voor ratten, waarbij ze een rat in een hok elke dag een stukje dichterbij zetten.
- Omdat het individu een weerspiegeling van de omgeving was, was de ‘ik’ niet zo belangrijk.
Watson
Radical environmentalist/ behaviorist, Fysieke monist, Reductionist.
Hij stelde vier methodes voor om gedrag te bestuderen:
o Observatie, zowel natuurlijke als experimentele observaties.
o Geconditioneerde-reflex methode, wat Pavlov had voorgesteld.
o Testen, waarbij er gedragssamples werden genomen ipv het meten van capaciteit of
persoonlijkheid.
o Verbale reports, wat Watson behandelde als elke andere soort gedrag.
Drie hoofdemoties volgens Watson:
- angst
- woede
- liefde
Elke emotie had een aantal responses/fysieke uitingen. Feelings en sensations zijn volgens Watson
niet belangrijk.
Law of recency & frequency – je herinnert/leert dingen het beste wanneer deze kortgeleden
geleerd/gebeurd zijn. Je herinnert/leert dingen het beste wanneer je deze vaak ziet.
, Invloed van Watson op psychologie –
- Ten eerste heeft hij het hoofddoel van psychologie verandert van het verklaren en beschrijven
van het bewustzijn naar het voorspellen en controleren van gedrag.
- Ten tweede maakte hij openlijk gedrag het hoofdonderwerp van de psychologie.
De functie van gedrag is belangrijker dan de onderliggende structuur, er werd dus ook niet naar de
‘black box’ gekeken. Er is dus geen innerlijk waar men in kan kijken en waarvan men de werkelijke
bedoelingen van kan achterhalen.
o Black box/mystery box → Watson noemde het brein en alle niet waarneembare processen zo.
Het enige wat je kon waarnemen was Input/Output. Aan de black box wordt geen aandacht
geschonken, het is niet belangrijk.
S-R-model – Watson focuste uitsluitend op stimuli en reacties van een organisme, zonder naar
interne processen binnen een organisme te kijken. S = stimuli, R = reactie.
Kritiek op behaviorisme –
- Structuralisme: de geest kan het lichaam beïnvloeden. The processen van de geest kunnen
gemeten worden door introspectie. Behavioristen ondersteunden dit niet.
- Psychoanalyse: behavioristen claimden dat reacties gestimuleerd worden door geconditioneerde
stimuli, maar Freud dacht dat dit kwam door onbewuste gedachten.
- Consciousness psychology (James): behaviorisme houdt geen rekening met het bewust handelen
als reactie en met het instinct.
- Ethologie wordt niet makkelijk gegeneraliseerd, je kan bv. ook geen dierlijk gedrag generaliseren
met menselijk gedrag.
- Behaviorisme heeft moeite met het omvatten van complexer gedrag.
Neobehaviorisme
- Uitbreiding/wijziging op Watson zijn theorieën: er werd nu wel rekening gehouden met factoren
binnen het organisme.
- Tolman: S-O-R-model: de term O (organisme) werd aan het SR-model toegevoegd omdat er nu
rekening werd gehouden met processen binnen een organisme. Black box verdwijnt.
- Lashley:
Logisch positivisme/ empirisme – iets kan alleen worden aangenomen wanneer dit zintuiglijk
waargenomen wordt.
Experimenteerde op het brein (van muizen), grote invloed neuropsychologie.
- Skinner: operante conditionering, reinforcement theorie (frequentie van reinforcement).
- Thorndycke: reinforcement theorie (duur van reinforcement).
- Guthrie:
Law of contiguity – wat je in een situatie toepast, pas je opnieuw toe in een andere,
soortgelijke situatie.
One-trial learning – een organisme leert na een keer proberen iets toe te passen en blijft dit
dan gebruiken voor alle soortgelijke problemen.
Gestalt
Gestaltpsychologie begon met problemen van Duitse psychologen met Wundt’s elementisme:
volgens de Duitsers kan bewustzijn niet worden teruggebracht naar elementen zonder de ware
betekenis van bewuste ervaring te verstoren. We ervaren dingen niet als losse delen, maar als
betekenisvolle, intacte samenstellingen (Gestalt is het Duitse woord voor geheel). Voor hun was het
onderzoek naar het bewustzijn via introspectie belangrijk. Ze geloofde dat je de omgeving niet in
kleine geïsoleerde stukjes ervaart, maar als betekenisvolle, intacte configuraties.
Aanhangers van de Gestalt stroming waren tegen elke vorm van elementisme. Dus ze waren het ook
niet eens met behavioristen die gedrag in kleine stukjes observeerde.