Sociologie: modernisering: een beschavingsproject
Proces in transitie van één soort sl naar ander soort sl (pre-modern -> modern)
Doorgronden macroperspectief: waarom achterhalen v kenmerken v menselijke sl
Legitimerende derden niet laten primeren in on gedrag
Voorbeeld: Malthus
- Grondlegger demografie
- Essays on the principal of population (mensen planten zich voort als dieren)
Voedsel lineaire toename (mensen zijn met meer hierdoor)
Mensen geometrisch (x2/25) (mensen verdubbelen zich om de 25j)
- Geboortebeperking niet haalbaar
Moraal (op los vrijen) – armen en rijken (ras degraderen: rijken houden hieraan)
- Dus: geregeld hongersnood en bevolkingsverdunning (= positive checks)
- Sociaal beleid overbodig (bevolkingen beginnen vanzelf te krimpen wnr ze zekere
niveau van welstand hebben)
Neo-Malthusiaans denken: klimaatverandering en overbevolking (aarde 8 miljard
mensen niet aankunnen: voorbereiden? -> groene technologie)
Modernisering als project
- Geschiedenis v samenleven is niet gedetermineerd, maar open voor
‘vindingrijkheid van de mens’
Culturele en technologische ontwikkeling
- Is macrosociologie dan slechts een beschrijving van de geschiedenis?
- De beschaving als project:
Samenhangend geheel waarden, spelregels, mogelijkheden en situaties, dat zich
in loop der tijd ontplooit en over wereld kan verspreiden
Modernisering wordt beschouwd als zo’n project
Aanloopfase: elite
Voltrekking: in dagelijks leven, ook
aan versch snelheden en maten
, De aanloop tot modernisering
- 1600 tot 1800 (startpunt arbitrair)
- 4 transformatieprocessen met relatieve onafhankelijkheid en contingentie:
- Modernisering totaalproces (alleen kijken naar sleutelmomenten)
1) Moderne staatsvorming
- Natiestaten: reguliere macht organiseren (bestaan heel lang, gestuurd door elites)
- Vergroten van greep van staat op leven
Absolute macht (bv Franse koningen) vs indringendheid macht
Bevolking tellen, identiteit, belastingen, regulering leven, natiegevoel
(onderwijs, standaardtaal)
- Bloeitijd einde 18de – 19de e
Wereld in staten georganiseerd
Natiegevoel (nationalisme) (competitiegevoel)
2) Dynamiek van kapitalisme
- Ondernemerschap en winstmaximalisatie als doel
- Afstand traditionele belemmeringen (konden relaties afsluiten) = vrije handel
- Bepaalde compartimenten economie veel belangrijker: vergelijk het met
burgerwoning (zie metafoor)
- Kelder: belangrijkste toen (plaats waar goederen en diensten geruild worden)
- Gelijkvloers: ruil over korte netwerken, lokale productie, vandaag bel-etage
dominant
- bel-etage: zijden, specerijen Oosten… (baas over economie!)
Proces in transitie van één soort sl naar ander soort sl (pre-modern -> modern)
Doorgronden macroperspectief: waarom achterhalen v kenmerken v menselijke sl
Legitimerende derden niet laten primeren in on gedrag
Voorbeeld: Malthus
- Grondlegger demografie
- Essays on the principal of population (mensen planten zich voort als dieren)
Voedsel lineaire toename (mensen zijn met meer hierdoor)
Mensen geometrisch (x2/25) (mensen verdubbelen zich om de 25j)
- Geboortebeperking niet haalbaar
Moraal (op los vrijen) – armen en rijken (ras degraderen: rijken houden hieraan)
- Dus: geregeld hongersnood en bevolkingsverdunning (= positive checks)
- Sociaal beleid overbodig (bevolkingen beginnen vanzelf te krimpen wnr ze zekere
niveau van welstand hebben)
Neo-Malthusiaans denken: klimaatverandering en overbevolking (aarde 8 miljard
mensen niet aankunnen: voorbereiden? -> groene technologie)
Modernisering als project
- Geschiedenis v samenleven is niet gedetermineerd, maar open voor
‘vindingrijkheid van de mens’
Culturele en technologische ontwikkeling
- Is macrosociologie dan slechts een beschrijving van de geschiedenis?
- De beschaving als project:
Samenhangend geheel waarden, spelregels, mogelijkheden en situaties, dat zich
in loop der tijd ontplooit en over wereld kan verspreiden
Modernisering wordt beschouwd als zo’n project
Aanloopfase: elite
Voltrekking: in dagelijks leven, ook
aan versch snelheden en maten
, De aanloop tot modernisering
- 1600 tot 1800 (startpunt arbitrair)
- 4 transformatieprocessen met relatieve onafhankelijkheid en contingentie:
- Modernisering totaalproces (alleen kijken naar sleutelmomenten)
1) Moderne staatsvorming
- Natiestaten: reguliere macht organiseren (bestaan heel lang, gestuurd door elites)
- Vergroten van greep van staat op leven
Absolute macht (bv Franse koningen) vs indringendheid macht
Bevolking tellen, identiteit, belastingen, regulering leven, natiegevoel
(onderwijs, standaardtaal)
- Bloeitijd einde 18de – 19de e
Wereld in staten georganiseerd
Natiegevoel (nationalisme) (competitiegevoel)
2) Dynamiek van kapitalisme
- Ondernemerschap en winstmaximalisatie als doel
- Afstand traditionele belemmeringen (konden relaties afsluiten) = vrije handel
- Bepaalde compartimenten economie veel belangrijker: vergelijk het met
burgerwoning (zie metafoor)
- Kelder: belangrijkste toen (plaats waar goederen en diensten geruild worden)
- Gelijkvloers: ruil over korte netwerken, lokale productie, vandaag bel-etage
dominant
- bel-etage: zijden, specerijen Oosten… (baas over economie!)