Algemene psychologie H2: conditionering en leren
Leren
- Relatief permanente verandering v gedrag of kennis tgv ervaring
- Leerprincipes: veel kennis gebaseerd op dierenonderzoek
1) Klassieke conditionering
- Filmpje; peuter speel voor eerste keer met ballon (ontploft in gezicht)
- Volgende keer: ogen meer toe = anticipatie (op voorhand)
- Associatie tussen opbollen van ballon en knal – angst voor opbollen zonder knal
De inzichten van Pavlov
- Fysioloog – nobelprijs voor onderzoek naar spijsverteringssecretie bij honden
- Observeerde psychische reflex naast fysiologische verteringsreflex
Kwijlen bij zien niet voedsel-gerelateerde prikkels bv verzorger
- Deed onderzoek naar deze geconditioneerde reflex (bel en kwijl)
- Neutrale stimulus – ongeconditioneerde reactie – ongecond stimulus – gecond
stimulus – gecond reactie
(kan ook een tweede-order conditionering bv schuifdeur – blikopener – eten), dit proces
vraagt GEEN bewustzijn!
Geldt ook voor mens (eten – trek – tv) (ook bij reclame: prikkels koppelen aan bekende;
associëren met geluk -> gevoel v geluk, hebben wat zij hebben)
, Kenmerken klassieke conditionering
- Verwerving:
leren v associatie CS-OS
Meerdere aanbiedingen CS-OS nodig (behalve bij zeer intense OS)
(je gaat dit meerdere keren moeten doen, tenzij bij heel intense prikkel bv beet van
een hond)
- Stimulusgeneralisatie:
Geleerd gedrag generaliseren naar gelijksoortige stimuli bv bel/fietsbel
- Stimulusdiscriminatie:
Aangeleerde reactie wordt beperkt tot specifieke groep stimuli (niet alle honden
betekenen gevaar – reactie vernauwen/beperken)
- Extinctie:
Uitdoving of verzwakking v CR (kwijlen) wanneer CS (bel) herhaaldelijk aangeboden
wordt zonder OS (voedsel) (bel zonder voedsel aanbieden -> kwijl gaat afnemen maar
soms nog wel terugkeren dus je moet dit meerdere keren na elkaar doen)
geconditioneerde respons: (niet afgeleerd, alleen verzwakt)
- Spontaan herstel:
Uitgedoofde CR treedt spontaan terug op na extinctie, maar in verzwakte vorm
Dooft dan terug uit
Gedrag (CR) is niet definitief afgeleerd, want makkelijk opnieuw te conditioneren
Vb. Linda heeft op trein aanval v hyperventilatie gehad, die haar angstig maakte,
vanaf dan heeft ze trein vermeden
Verwerving: trein is angst
Stimulusgeneralisatie: ook angst op tram
Extinctie: exposuretherapie: neemt samen met therapeut de trein = blootstelling
Trein (OS) wordt aangeboden zonder hyperventilatie (OS) -> angst (CR) verzwakt
Spontaan herstel: na aantal sessies gaat beter, soms angst nog eens
Fobieën
Huidige psychotherapie nog steeds gebruik v inzichten behavioristen
Watson en Rayner (experiment Little Albert) jongen zonder angst: sterk geluid
associëren met dieren (rat) + generaliseren tot gelijkaardige dieren (gen.)
- Ratje (NS) + knal (OS)
→ angst (OR)
- Ratje (CS) → angst (CR)
Cover-Jones (Little Peter): contraconditionering therapie om angst af te leren
Ze gaan koekjes koppelen aan konijnen om angst af te nemen
Leren
- Relatief permanente verandering v gedrag of kennis tgv ervaring
- Leerprincipes: veel kennis gebaseerd op dierenonderzoek
1) Klassieke conditionering
- Filmpje; peuter speel voor eerste keer met ballon (ontploft in gezicht)
- Volgende keer: ogen meer toe = anticipatie (op voorhand)
- Associatie tussen opbollen van ballon en knal – angst voor opbollen zonder knal
De inzichten van Pavlov
- Fysioloog – nobelprijs voor onderzoek naar spijsverteringssecretie bij honden
- Observeerde psychische reflex naast fysiologische verteringsreflex
Kwijlen bij zien niet voedsel-gerelateerde prikkels bv verzorger
- Deed onderzoek naar deze geconditioneerde reflex (bel en kwijl)
- Neutrale stimulus – ongeconditioneerde reactie – ongecond stimulus – gecond
stimulus – gecond reactie
(kan ook een tweede-order conditionering bv schuifdeur – blikopener – eten), dit proces
vraagt GEEN bewustzijn!
Geldt ook voor mens (eten – trek – tv) (ook bij reclame: prikkels koppelen aan bekende;
associëren met geluk -> gevoel v geluk, hebben wat zij hebben)
, Kenmerken klassieke conditionering
- Verwerving:
leren v associatie CS-OS
Meerdere aanbiedingen CS-OS nodig (behalve bij zeer intense OS)
(je gaat dit meerdere keren moeten doen, tenzij bij heel intense prikkel bv beet van
een hond)
- Stimulusgeneralisatie:
Geleerd gedrag generaliseren naar gelijksoortige stimuli bv bel/fietsbel
- Stimulusdiscriminatie:
Aangeleerde reactie wordt beperkt tot specifieke groep stimuli (niet alle honden
betekenen gevaar – reactie vernauwen/beperken)
- Extinctie:
Uitdoving of verzwakking v CR (kwijlen) wanneer CS (bel) herhaaldelijk aangeboden
wordt zonder OS (voedsel) (bel zonder voedsel aanbieden -> kwijl gaat afnemen maar
soms nog wel terugkeren dus je moet dit meerdere keren na elkaar doen)
geconditioneerde respons: (niet afgeleerd, alleen verzwakt)
- Spontaan herstel:
Uitgedoofde CR treedt spontaan terug op na extinctie, maar in verzwakte vorm
Dooft dan terug uit
Gedrag (CR) is niet definitief afgeleerd, want makkelijk opnieuw te conditioneren
Vb. Linda heeft op trein aanval v hyperventilatie gehad, die haar angstig maakte,
vanaf dan heeft ze trein vermeden
Verwerving: trein is angst
Stimulusgeneralisatie: ook angst op tram
Extinctie: exposuretherapie: neemt samen met therapeut de trein = blootstelling
Trein (OS) wordt aangeboden zonder hyperventilatie (OS) -> angst (CR) verzwakt
Spontaan herstel: na aantal sessies gaat beter, soms angst nog eens
Fobieën
Huidige psychotherapie nog steeds gebruik v inzichten behavioristen
Watson en Rayner (experiment Little Albert) jongen zonder angst: sterk geluid
associëren met dieren (rat) + generaliseren tot gelijkaardige dieren (gen.)
- Ratje (NS) + knal (OS)
→ angst (OR)
- Ratje (CS) → angst (CR)
Cover-Jones (Little Peter): contraconditionering therapie om angst af te leren
Ze gaan koekjes koppelen aan konijnen om angst af te nemen